Hoe gevaarlijk zijn de Alternative für Deutschland nou werkelijk?

Alexander Gauland en Alice Weidel van de AfD

De Alternative für Deutschland (AfD) zijn de grootste oppositiepartij in de Duitse Bondsdag en groot in menige Duitse deelstaat. Ze worden, ook in Nederland, steevast als een gevaar afgeschilderd. Maar hoe gevaarlijk zijn de Alternativen dan wel? Of zijn ze alleen gevaarlijk voor de politieke concurrentie? Sietske Bergsma bericht uit Berlijn.

Van alle vragen over politiek in Duitsland krijg ik deze het meest: hoe gevaarlijk is de AfD nou eigenlijk? Meestal hangt die belangstelling samen met mijn berichten over bedreigingen van Duitse AfD-politici door links-extremen en de officiële indeling als ‘Verdachtsfälle’ die de Duitse inlichtingendienst de jongerenpartij en de meer patriottische vleugel van de partij heeft gegeven (waar de AfD nu juridische strijd over voert).

Ook speelt het algehele obscure imago van de partij, met Alexander (“Hitler was slechts een vogelpoepje in de Duitse geschiedenis”) Gauland en de pinnige Alice Weidel aan de top, in de publieke opinie een rol. Het idee heerst: wat voor goeds kun je überhaupt zeggen over een ‘rechts-extreme’ partij, zelfs al is dit label maar deels waar? Daarom is dit artikel ook geen beoordeling van hoe goed de AfD het wel of niet meent, maar hoe gevaarlijk ze is. Al het andere is slechts politieke voorkeur.

Gevaarlijk voor wie?

Om een betrouwbaar antwoord te krijgen moet men de vraag eigenlijk anders stellen. Namelijk: gevaarlijk voor wie? Voor Duitsland? Voor de democratie als geheel? Voor het politieke establishment? Als de opkomst van een echte (en in dit geval enige) oppositiepartij, landelijk in grootte vergelijkbaar met de PVV, de harde lijn van Duitse consensuspolitiek kan doorbreken, dan is dat strikt genomen juist goed voor de democratie. Als zij de vrijheid van meningsuiting op de kaart zet en het debat openbreekt, dan is ook dat goed voor de democratie.

Maar als de AfD (gelet op alle vermeende ‘dog-whistles’) voornemens is het roer over te nemen als een anti-democratische machtspartij, met een ongezonde voorliefde voor de ‘bio-Deutscher’, zoals dat hier heet, dan is dat slecht voor de democratie.

Dat de mainstream media ons bij voorkeur alleen dat laatste scenario voorspiegelen is dan natuurlijk nog geen begin van een antwoord, al proberen ze het wel zo te framen. Bondskanselier Angela Merkel zei het onlangs in een bevlogen toespraak zelfs zo: ‘Om de democratie te redden moeten we haat (in de context: de AfD) aanpakken!’

Wie is de AfD-kiezer?

Dat is natuurlijk zeer onwenselijk (en doorzichtig bovendien). De enige manier om door het oerwoud van propaganda (want wat is ‘haat’?) en de Duitse ‘anti-AfD’ hysterie een werkelijke inschatting te kunnen maken van ‘het gevaar’ is door zowel de partijstandpunten als het gedrag van de prominenten te bestuderen.

Ook de kiezers — die in tegenstelling tot alle vooroordelen over ‘boze, witte (Oost-Duitse) mannen’ in alle demografische hokjes zitten — vertellen mij en onafhankelijke media wat hun aanspreekt in de AfD. Zij zijn als het ware de spiegel van de partij.

Het eerste wat daarbij opvalt is de discrepantie tussen het cliché-beeld van de AfD’er en de kenmerken van de werkelijke rechtse stemmer: jong, arbeider, vrouw, voor vrijheid, veel voormalig DDR-burgers, sommigen zelfs oud revolutionairen, (ex-) moslims. Oftewel: van alles wat.

Vreemdelingenhaat, anti-democratische sentimenten en intolerantie zijn er vast ook, zoals die ook bij links welig tieren, maar de overweldigende meerderheid heeft geen extreme opvattingen, en die komen ook niet via andere wegen tot uitdrukking. Tenzij je de nu redelijk populaire ‘Heimat-rap’muziek extremistisch vindt, van een groep muzikanten die rapt over Goethe, Bach en Nietzsche en er voor kiest drugs en criminaliteit niet langer te romantiseren. 

Vooral: een tegenstem

Dat in 2017 volgens onderzoek van Cas Mudde 85 procent van AfD-kiezers kritisch was op ‘de anti-islam-koers’ van de  partij geeft in dat licht bovendien te denken. Want linkse tegenstanders van de AfD (zoals Mudde) kunnen dat zien als bewijs voor het extremistische karakter van de partij — ik zie dat eerder als een bewijs dat de kiezers niet slaafs achter sentimenten aanlopen, veel invloed hebben op de koers van de partij en dus juist niét opgehitst worden, zoals velen beweren.

De meeste AfD’ers willen een tegenkracht vormen voor teveel EU-bemoeienis, verlies van economische zekerheid, tradities en lokale nijverheid. Precies die thema’s heeft de AfD (vooral lokaal) goed opgepakt. Daarover gaan hun campagnes vooral.

En de neo-nazi’s?

Ja maar ‘de neo-nazi’s’ dan? Die zijn er. Duitsland kent een (versplinterde) neo-nazi scene, een verzameling van rechtsextremisten die in partijen als ‘Der III. Weg’ (500 leden) en de NPD (4000 leden) onder andere een ‘raszuiver’ Duitsland voorstaan. Door de Duitse AIVD worden ze tezamen op zo’n 24.000 mensen geschat, waarvan de helft tot geweld bereid zou zijn. Dat is een gevaar om in de gaten te houden, maar je kunt ook concluderen dat de spin-off van hun ideeën marginaal is. Hun ledenaantal daalt. En wetenschappers en media kunnen de AfD dan wel de ‘Neue Rechten’ noemen, een vervanging dus, maar feit is dat neo-nazi’s geen posities binnen de AfD verwerven.

 En behalve wat bekend is over het verenigingsleven van neo-nazi’s is het moeilijk te zeggen hoe groot hun aandeel in antisemitisme en geweld is, dat indirect door de AfD zou zijn aangewakkerd — wat vaak beweerd wordt. Steeds frequenter komt naar buiten dat de Duitse politie zowel islamisten als neo-nazi’s onder ‘extreem-rechts’ geweld schaart in de statistieken.

De ‘Chemnitz-hoax’

Van anti-buitenlanders retoriek is sowieso weinig te merken in de Bondsdag. Zo weinig dat de mainstream media ruim een jaar de ‘Chemnitz-hoax’ gebruikte om dat negatieve beeld desondanks te versterken. Bij een demonstratie na een steekpartij in het Oost-Duitse Chemnitz zouden neo-nazi’s en AfD’ers massaal achter buitenlanders aangerend zijn. Het toenmalige hoofd van de inlichtingendienst, Hans-Georg Maaßen moest er aan te pas komen om die beelden te ontkrachten: het was niet gebeurd.

Desalniettemin werd het als bewijs opgevoerd voor de ‘haat’ en intolerantie van rechts in Duitsland. Een verwijt wat AfD-kiezers alleen maar bevestigde in hun argwaan voor overheid en media. In de laatste verkiezingen in het najaar van 2019 werd de AfD in drie deelstaten (Saksen, Brandenburg en Thüringen) dan ook de grootste winnaar.

We kunnen vaststellen dat de AfD, die dankzij ruim 5,3 miljoen kiezers in 2017 in de Bondsdag kwam met 12,6 procent van de zetels (in totaal 94) gevaarlijk is voor het establishment, en dat is zeker geen irrationele angst. Men merkte het al gelijk. Bij hun aantreden in het parlement was er een hoop gesteggel over wie er naast ze moest zitten. Ook over het voorzitterschap in twee Bondsdagcommissies werd een felle strijd gevoerd. Beslist geen cultuurbeleid of sport! Want ‘wat zou dat betekenen voor gekleurde sporters, met een andere afkomst’?

Geweld tegen AfD’ers

Dramatische teksten als: de AfD mag niet worden toegestaan om hun ‘nationalistische gif’ in het Duitse cultuurbeleid te injecteren’ zijn nog altijd onophoudelijk te horen. Ook deinzen tegenstanders van de AfD niet terug voor geweld. Uit onderzoek blijkt (via Tagesschau) dat de AfD het vaakst doelwit was van geweld, vernieling en brandstichting. Een partijbus werd in brand gestoken, kantoren werden vernield, politici bijna dood geslagen en bedreigd.

Het partijcongres deze maand in Berlijn kon niet doorgaan omdat de zaalverhuurder het na dreigementen van Antifa niet meer aandurfde. De angst, het reeële gevaar van de AfD voor links is dus onmiskenbaar een feit. Zeker als we daarin betrekken dat Antifa in Duitsland te boek staat als ‘de knokploeg van Merkel’.

De vraag of de AfD gevaarlijk is, is dus niet te beantwoorden door ‘the powers that be’, omdat die bij uitstek geen oppositie dulden. Kwade dan wel goede. Dat antwoord moeten we helemaal zelf vinden. Wat vertelt de partij ons zelf?

Het begon met verzet tegen de euro

De AfD heeft zich vanaf de oprichting in februari 2013 in grote lijnen ontwikkeld als een wat academische partij die de eurozone wilde opheffen tot een anti-immigratie en anti-EU partij met verschillende stromingen, van liberaal, tot conservatief en extreem.

Die breuk ligt — niet verbazingwekkend — rond begin 2016, toen de effecten van Angela Merkels open grenzen beleid zichtbaar werden. Het aantal zeden- en geweldsmisdrijven verdubbelde in sommige streken (ondanks pogingen van politie en justitie om die cijfers te verhullen) en spraakmakende, door vluchtelingen gepleegde moorden zoals die op de studente Maria L., een dochter van een EU-politicus en de 16-jarige Mia V. uit Kandel, die op klaarlichte dag in een drogisterij met een mes werd doodgestoken, grepen vele Duitsers aan. Wat was hier aan de hand?!

Het anti-vluchtelingen-sentiment is vrijwel onmiddellijk daarop door media geconstrueerd als iets irrationeels van de AfD-stemmer. Denk daarbij ook aan de berichtgeving rond Oudejaarsnacht 2015 in Keulen. Het beleid op redacties is al jaren: toedekken en positief berichten over Merkel. Al dan niet anonieme klokkenluiders vertellen dat er maar één regel geldt: ‘anders spelen we de AfD in de kaart’.

De rol van de media

Elke groei in de peilingen en winst van de AfD, zoals onlangs in Thüringen, waar Björn Höcke het aantal zetels verdubbelde tot 23,4 procent, is deels toe te schrijven aan deze stemmingmakerij. Als je in Oost-Duitsland mensen vraagt wat hun motivaties zijn speelt ook de ‘Lügenpresse’ mee en dat ze geen ‘tweederangsburgers’ genoemd willen worden. De media-strategie werkt dus averechts, vooral in Oost-Duitsland werkt het frame minder goed dan in de rest van Duitsland.

Tot slot, de AfD-partij bestaat uit verschillende rechtse stromingen, variërend van (voornamelijk) economisch liberaal tot rechts-nationalistisch, waar we ook de lokale fractievoorzitter Björn Höcke toe moeten rekenen.

Björn Höcke

Het is vooral vanwege hem dat er binnen de partij een openlijke richtingenstrijd is uitgebroken in 2019. Andere lokale partijvoorzitters, zoals Albrecht Glaser, Kaz Gottschalk en Georg Pazderski wijzen ‘de persoonscult’ die Höcke uitdraagt af. Ook partijprominent en ‘filosoof van de partij’, Marc Jongen liet zich meermaals in de media negatief uit over Björn Höcke. Die zou volgens hem ‘zijn plek moeten kennen’ en het partijbelang voorop moeten stellen.

Höcke’s standpunten zijn op zijn minst omstreden te noemen. Zo wil hij een ‘terugkeer naar de traditionele familie en drie-kinderen-politiek, gebruikt hij graag nationaal-socialistische retoriek: ‘wir Sind das Volk’ en ‘we moeten naar een duizend-jarige toekomst’. Vluchtelingen noemt hij ‘sociale springstof’ en hij gebruikt opruiende taal: ’we moeten kiezen: een schaap of een wolf te zijn!’ Vanwege zijn demagogische uitlatingen hebben media en vele culturele instellingen hem uitgesloten van deelname aan publieke debatten. Zijn toekomst in de partij is absoluut niet zeker te noemen.

Is de zuivering echt?

Het is aan de lezer van dit artikel om te beoordelen of die richtingenstrijd, met kritiek op interne kopstukken voldoende waarborg is voor het voortbestaan van de AfD als een democratische partij. Ik meen voorlopig van wel. Het is inherent aan elke jonge partij die stem en steun zoekt en met verschillende outsiders te maken heeft dat er rotte appels tussen zitten.

De AfD heeft echter in het verleden, zoals recentelijk met partijvoorzitter in Schleswig-Holstein, Doris von Sayn-Wittgenstein gebeurde, rechts-extremen uit de partij gezet. Von Sayn-Wittgenstein zou lid zijn van een extreem-rechtse vereniging. Met deze zero-tolerance aanpak laat de AfD zien dat ervoor anti-democratische tendensen en vreemdelingenhaat geen plek is.

Dan is er altijd nog de vraag of die ‘zuivering’ van de gelederen niet opportunistisch ingestoken is. Feit is dat elke AfD-politicus uiteindelijk (door de media) wordt beoordeeld aan de hand van de meest extreme partijleden, in dit geval Björn Höcke. En dat kan de politieke en academische carrières schaden.

Een schrijnend voorbeeld daarvan is het lot van de oprichter van de AfD, econoom Bernd Lucke. Hij vertrok in 2015 uit eigen beweging omdat hij geen ‘uithangbord wilde zijn voor islamofobe, xenofobe en pro-Russische denkbeelden’. Zijn visie van de partij was altijd dat het alleen over EU-kritiek moest gaan. Alle inkeer ten spijt werd Lucke in 2019 alsnog door Antifa jongeren uit zijn collegezaal in Hamburg gejaagd, waar hij net was teruggekeerd als docent.

Merkel als vijand

In zijn reactie op zijn deplatforming (de universiteit beschermde hem niet) vertelde Lucke zichtbaar aangeslagen op een publieke tv-zender dat ‘het niet zo mocht zijn dat onwelgevallige waarheden niet gezegd mogen worden.’ Met die inmiddels ook al rechtse mening is duidelijk geworden dat de AfD, een beetje tegen wil en dank, op alle fronten een rechtse partij is geworden, hoe divers de opvattingen ook zijn. De gezamenlijke vijand is het ‘kartel’ van Angela Merkel.

Zo daalt langzaam – partijbreed – het besef in dat er voor de buitenwereld geen stromingen binnen de AfD meer zijn, dat het een gevecht is van alle liberalen (de AfD’ers van het eerste uur), conservatieven (voormalig CDU-kiezers), klassieke socialisten (waar Alexander Gauland er een van is) en patriottistische grensbewakers als Björn Höcke tegen de gevestigde orde. Concluderend: het gevaar komt inderdaad van de AfD, maar of dat erg is, ligt aan wie het vraagt. 

Dit artikel is een uitgebreide versie van een eerder artikel van Sietske Bergsma over hetzelfde onderwerp, dat verscheen op zaterdag 1 februari 2020. Deze versie werd gepubliceerd op dinsdag 4 februari 2020.