Steeds meer autistische organisaties. Wie kan nog praten met een rechtspersoon?
Artikel beluisteren
Het leven van de Nederlander ligt in toenemende mate in handen van grote organisaties buiten de overheid: Elektriciteitsbedrijven, gasleveranciers, waterbedrijven, zorgverzekeraars, telefoon- en kabelmaatschappijen, banken, internetproviders, leasemaatschappijen, creditcard- en betaalorganisaties.
Allemaal bedrijven met honderdduizenden zo niet miljoenen klanten. Anders dan de economische theorie postuleert, kunnen die klanten het gedrag van die organisaties niet veranderen. Erger nog; klanten kunnen de mensen van die bedrijven nauwelijks nog te spreken krijgen.
Mensonterende muziek
Ze komen niet langs en een bezoek aan hun kantoor is onmogelijk. Keuzemenu’s maken dat bellen een bovenmenselijk uithoudingsvermogen vergt. Afgrijselijke mensonterende muziek lardeert het nooit dalende aantal wachtenden voor u, als dat al wordt gemeld. Al onze medewerkers zijn in gesprek. Echt waar? We weten het niet. We kunnen het niet eens vragen.
Die organisaties weten u wel te vinden. Via post, email, telefoon of sociale media. Ze sturen u verzoeken om mee te werken aan onderzoeken die slechts een kwartier van uw tijd kosten. Ook willen ze graag weten wat u van hun service vond. En ze incasseren het verschuldigde bedrag automatisch.
Maar zelf zijn ze voor klanten alleen nog maar bereikbaar via een bezoek aan ‘uw eigen omgeving’ op hun website of via de chatbox. Dat bespaart hen kosten en gezeur. Mag dat zomaar? Mogen die organisaties zich afschermen van u en mij? Is dat gezond?
Gevaar wordt onderschat
Er is wel aandacht voor de groeiende kloof tussen overheid en burger, maar aan het gevaar van het toenemende autisme in het bedrijfsleven gaat iedereen voorbij. De maatschappelijke gevolgen ervan zijn echter nog ernstiger dan die van de neiging van bedrijven om geen contant geld meer te accepteren. Ook iets wat het leven voor hen makkelijker maakt.
Deze financiële smetvrees van het bedrijfsleven wordt nu enigszins genezen door het invoeren van een acceptatieplicht, maar het blijft vechten tegen de bierkaai. U kunt met een biljet van 50 euro nog steeds geen telefoonrekening van 40 euro betalen. Zelfs geen parkeerbelasting die door private bedrijven wordt geïnd. Het woord wisselgeld zal de volgende generatie vreemd in de oren klinken.
Vrijheid is het doel, democratie het middel
Naar mijn bescheiden mening wordt de vraag of een mens gelukkig kan zijn, vooral bepaald door de mate waarin die mens invloed kan uitoefenen op zijn eigen leven. Wie geen enkele maatschappelijke bewegingsvrijheid heeft, zal even ongelukkig zijn als een gevangene zonder fysieke bewegingsvrijheid opgesloten in een cel. De vrijheid van meningsuiting, waar de pers wel vaak aandacht voor vraagt, is slechts het topje van de berg van vrijheden die de mens nodig heeft om mens te blijven.
De kunst van de menselijke samenleving is die zo in te richten dat iedereen maximale vrijheid geniet. De grens van dit streven ligt daar waar de vrijheid van de één de vrijheid van de ander beperkt. Dat doel wordt wel eens uit het oog verloren in politieke discussies. Zeker wanneer het een modieus onderwerp betreft als de teloorgang van de democratie.
Wie het daarover heeft, vergeet maar al te vaak dat democratie geen doel is maar een middel. We richten de maatschappij niet in om democratisch te zijn. We hebben democratie bedacht als middel om iedere burger zo veel mogelijk vrijheid te bieden. De vraag of het slecht gaat met de democratie is een vraag van dezelfde orde als of het slecht gaat met de nijptang of de blikopener. Voorlopig heeft niemand nog een beter politiek systeem bedacht.
Vrijheid steeds verder ingeperkt
De individuele vrijheid wordt echter meer en meer beperkt. Neem het ultieme symbool van de moderne vrijheid: de zelfbeweger oftewel automobiel. Toen ik mijn eerste auto kocht, was de parkeermeter nog niet uitgevonden. Snelheidsbegrenzingen waren beperkt al ging een ‘lelijke eend’ met wind tegen niet harder dan tachtig. Veiligheidsriemen, snelheidscamera’s of een verplichte keuring bestonden niet. Ieder kapot onderdeel kon je met wat schroefsleutels zelf vervangen. Stoplichten waren schaars.
Sommige van die beperkingen van vrijheid zijn nodig in een samenleving. Naarmate we met meer mensen op hetzelfde oppervlakte verblijven zullen ingrijpender regels noodzakelijk zijn. Maar dat betekent niet dat het bedrijfsleven de vrijheid van zijn klanten steeds meer mag inperken. En dat gaat maar door.
Machtsgreep door grote bedrijven
De nieuwste vorm van vrijheidsbeperking is dat de supermarkt zijn klanten gijzelt. Wie binnengaat mag er niet meer uit zonder wat te betalen. Je kunt niet naar buiten zonder de streepjescode van een kassabon voor een detector te houden.
Dit gaat veel verder dan het principe dat vrijheidsbeperking van de één noodzakelijk is om vrijheidsbeperking van de ander te voorkomen. Hier matigt een onderneming zich teveel bevoegdheden aan. Net als het toenemend ontwijken van fysiek contact door grote bedrijven, vraagt deze trend erom de juridische status van ondernemingen opnieuw te bekijken. Want naast een acceptatieplicht voor geld lijkt een ‘praatplicht’ voor menselijk contact voor bedrijven noodzakelijk.
De aard van de rechtspersoon
Tot de belangrijkste uitvindingen van de mens – die met de meeste invloed op onze manier van leven – behoren ongetwijfeld de vuurbeheersing, het wiel, geld, antibiotica, de anticonceptiepil en de rechtspersoon.
Die laatste vinding heeft de maatschappij ingrijpend veranderd. Voordien liepen er alleen maar menselijke individuen rond. De uitvinding van de vennootschap heeft het bestaan van grote ondernemingen mogelijk gemaakt, omdat die rechtspersoon van de wet een privilege heeft gekregen. Dat van de beperkte aansprakelijkheid. De aandeelhouder kan nooit meer kwijtraken dan zijn inleg en de manager is vrijwel nooit verantwoordelijk als de onderneming schade aanricht.
Die vrijstelling van aansprakelijkheid biedt grote voordelen. Niemand zou voor 30 euro een aandeel Shell kopen als hij bij een eventuele olieramp op zee zijn huis zou moeten verkopen om mede op te draaien voor de schade. Niemand zou bij de KLM gaan werken als hij de gevangenis in moet wanneer bij een vliegtuigongeluk doden vallen. De wetgever heeft deze privileges in de 19de eeuw toegekend, maar aanvankelijk onder strenge voorwaarden.
Communiceren als voorwaarde
De voorwaarden die zijn blijven bestaan richten zich vooral op de communicatie van de vennootschap met de echte wereld. De vennootschap moet cijfers publiceren en de namen van de mensen die hem besturen of namens hem mogen handelen. Nieuw is dat ook moet worden vermeld wie de aandeelhouders zijn.
Die plichten bestaan omdat het bestaansrecht van de vennootschap een privilege is. Voor natuurlijke personen is het bestaan een recht, het eerste mensenrecht. Voor rechtspersonen is het bestaan een gunst, hen door de maatschappij geschonken.
Bij mensen zou ik daarom nooit pleiten voor het opleggen van plichten. Maar bij rechtspersonen doe ik dat wel. Zij mogen zich niet aan hun verantwoordelijkheid voor goede contacten met mensen onttrekken. Daarvoor is hun invloed op de maatschappij te groot. Ze kunnen vervreemding en ongeluk onder de mensheid verspreiden.
Een recht voor de mens dat we zelf kunnen regelen
Het recht om een rechtspersoon te spreken kunnen krijgen hoeft niet als mensenrecht geformuleerd te worden. De plicht daartoe kan in het vennootschapsrecht worden opgenomen. Dat kunnen we in Nederland zelf regelen.
De beoogde regering heeft echter heel andere plannen. D66 wil het vennootschapsrecht aanvullen met een nieuwe soort, de ‘rentmeestervennootschap’. Die moet zelfbesturend zijn en gericht op een maatschappelijke missie in plaats van op winst. Het Europees Parlement wil ten behoeve van innovatie een andere nieuwe vennootschap invoeren: De ‘Societas Europeae Unificata’. Die moet een nog makkelijker op te richten rechtspersoon worden.
Het gaat mijn begrip te boven welke problemen deze initiatieven zouden oplossen. In ieder geval gaan ze volledig voorbij aan het wezenlijke maatschappelijk probleem van de kwalijke onvoorziene gevolgen van de uitvinding van die voor de mens oorsponkelijk zeer nuttige kunstmatige intelligentie; die juridische robot: de rechtspersoon. Die is nu oud genoeg om netjes te moeten praten.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!













