Er wordt tegen Israël een gevaarlijke taaloorlog gevoerd
Artikel beluisteren
Een oud Brits kinderversje luidt: ‘Sticks and stones may break my bones, but words will never hurt me.’ Dit roepen kinderen als zij willen voorwenden dat zij zich niets aantrekken van scheldwoorden. In Nederland zeggen we dan stoer: ‘Schelden doet geen pijn.’
Dit is natuurlijk niet waar. Schelden doet wel degelijk pijn: woorden kunnen kwetsen. En domweg schelden is niet eens het gevaarlijkste taalwapen om tegen anderen te gebruiken. Zoals George Orwell al vaststelde in zijn beroemde boek Nineteen-eighty-four denken wij in taal, en zullen de beschikbare woorden dus onze gedachten vormen. Daarom was absolute heerschappij over de taal een belangrijk doel van het schrikbewind waaronder zijn hoofdpersoon leefde: deze dictatuur wilde de taal van mensen zo verwringen dat zij alleen nog over woorden zouden beschikken waarmee zij de ‘juiste’ gedachten konden denken.
De dystopie die Orwell schetste is dichterbij dan we zouden willen, wat ertoe leidt dat op internet soms een cynische uitspraak rondgaat: 1984 was een waarschuwing, geen handleiding. De manier waarop – vooral sinds 7 oktober 2023 – over Israël gesproken wordt, is een goed voorbeeld van taalmanipulatie. Het beeld van Israël bij het grote publiek wordt verwrongen door een dagelijks bombardement van woorden die zich langzaam vastzetten in de menselijke geest.
Schuiven met definities
Wat is de definitie van genocide? Daarmee is de laatste twee jaar geschoven, ook door wetenschappers. De officiële definitie staat natuurlijk nog als een huis, aangezien die na veel onderhandelingen in 1948 is vastgelegd. Dat is ook de reden dat het Internationaal Gerechtshof (ICJ) in Den Haag nog steeds geweigerd heeft om de oorlog in Gaza genocide te noemen. De oud-president van het gerechtshof – Joan Donoghue – verscheen al in april 2024 in eigen persoon bij de BBC om dit toe te lichten, maar haar boodschap was zo onwelkom dat ook daarna de bewering bleef rondzingen dat het ICJ een genocide waarschijnlijk of zelfs bewezen zou achten.
Wetenschappers die bereid zijn te schuiven met de definitie krijgen een warm onthaal bij veel media, zoals in mei 2025 bij NRC. ‘Zeven gerenommeerde wetenschappers vrijwel eensgezind: Israël pleegt in Gaza genocide’, luidde de kop boven dit geruchtmakende artikel. Vier dagen later publiceerde de NOS een artikel onder de beschuldigende kop ‘Israël blijft onverstoord massaal geweld gebruiken: ‘Een schoolvoorbeeld van genocide’’. In dit stuk haalde NOS-redacteur Eliane Lamper naast het NRC-artikel beschuldigingen van diverse ngo’s aan.
De eensgezindheid van ‘betrouwbare bronnen’ lijkt al snel overtuigend. Maar wie de artikelen en rapporten leest die concluderen dat Israël genocide zou plegen, stuit steeds op dezelfde werkwijze: ondersteunend bewijs fabriceren, tegenbewijs negeren, en schuiven met de definitie. Citaat uit voornoemd NRC-artikel: ‘Waarom eindeloos soebatten over de precieze term, terwijl mensen nú worden vermoord, verjaagd, uitgehongerd, en hele steden vernietigd?’
Nog afgezien van het waarheidsgehalte van deze bewering, zou een wedervraag kunnen zijn: waarom eindeloos aandringen op precies deze term, terwijl ook zonder aanvechtbare etiketten ellende en eventuele misdaden benoemd kunnen worden?
De obsessie met de term genocide lijkt soms vooral voort te komen uit het feit dat Joden slachtoffers waren van de Holocaust, alsof er een soort balans hersteld zou zijn als zij nu daders van een genocide zouden zijn. Maar los hiervan is er nog een andere mogelijke reden waarom deze term ondanks het gebrek aan onderbouwing zo populair is geworden.
In hetzelfde NRC-artikel staat: ‘We hebben een genocideverdrag dat ondertekenaars verplicht om genocide te voorkomen. Die verplichting treedt al in werking bij een risico op genocide. Zoiets bestaat niet voor andere misdaden.’ Dat maakt van de term genocide een wapen. Zodra deze uitleg van de situatie breed geaccepteerd is, kunnen ondertekenaars van het genocideverdrag gewapende actie tegen Israël rechtvaardigen.
Aanvallende woorden
De term genocide valt in deze woordenoorlog het meest op, maar dit is niet het enige woord dat tot wapen is gemaakt. Denk aan het voortdurende gebruik van termen als ‘bezetting’, ‘kolonisten’, ‘etnische zuivering’, ‘onderdrukking’ en ‘apartheid’. Deze woorden zijn niet bedoeld om de realiteit te omschrijven, maar om een beeld te scheppen van een schurkenstaat die zo verdorven is, dat vernietiging van deze staat een loffelijk streven wordt.
In deze oorlog van woorden groeit de invloed van Israël – of het Joodse volk – uit tot een karikatuur van kwaadaardigheid en almacht. Zoals het Franse parlementslid Sébastien Lecornu in februari 2026 zei: ‘The war of words paves the way for war against people. It designates targets.’ Zulke woorden banen de weg voor een oorlog tegen mensen. Ze vormen onze gedachten, ze maken onze geest rijp voor actie.
Verhullende termen
En de wapens in deze oorlog van woorden zijn niet alleen de extreme termen, het zijn ook de eufemismen. Want terwijl de vermeende boosaardigheid van Israël door deze grote woorden steeds verder wordt opgeblazen, gebeurt met dreigementen tegen Israël het omgekeerde. Vrijwel elke uitspraak die betekent dat Israël vernietigd moet worden, krijgt een onschuldige betekenis.
‘From the river to the sea, Palestine will be free!’ Deze leus is een variant op de Arabische leus die luidt: ‘Van de rivier tot de zee zal Palestina Arabisch zijn.’ De Arabische slogan laat weinig te raden over: het is een oproep tot etnische zuivering of zelfs genocide. Maar de Engelstalige leus lijkt slechts op te roepen tot vrijheid, en daar kan toch niemand iets tegen hebben? Veel demonstranten zullen zich niet eens afvragen hoe die vrijheid bereikt moet worden en wat daarvoor tussen de rivier en de zee zou moeten veranderen.
Net zo verhullend zijn de oproepen tot intifada. Demonstranten kunnen de bloeddoordrenkte betekenis van dit woord negeren, en doen alsof het slechts een oproep is tot verzet tegen onderdrukking. Zelfs bij de kreet ‘Globalize the intifada!’ kunnen activisten nog stellen dat die betekent dat iedereen overal op moet komen voor verdrukte Palestijnen, al maken moorden op Joden duidelijk wat de werkelijke betekenis van wereldwijde intifada is.
Bij de keurige VPRO dook in januari 2026 de term ‘ontmantelen’ op. In een interview van Nadia Moussaid met Midden-Oosten-analist Mouin Rabbani zei Rabbani: ‘Met een genocidaal apartheidsregime hoor je geen vrede te stichten, die hoor je te ontmantelen.’
Hij wilde nog wel onderscheid maken tussen ‘het regime’ en ‘de Joden die daar nu wonen,’ wat in feite suggereerde dat die Joden er straks niet meer zullen wonen. Moussaid verzuimde te vragen of hij pleitte voor etnische zuivering. En ze knikte instemmend toen hij zei: ‘Met zionisme kan je geen langdurige vrede stichten.’ Ze had hem kunnen vragen waarop hij dat baseerde. Het is niet alsof Israël decennialang elke vredesovereenkomst weigerde, dat waren toch echt de Arabische landen.
Maar Moussaid had er blijkbaar geen enkele behoefte aan om de beweringen van Rabbani te toetsen. Zij sprak hem ook niet tegen toen hij stelde dat zionisme gewelddadig en racistisch zou zijn, wat weer schuiven met een definitie was. Zionisme is het nationalisme van de Joden: het streven naar een eigen staat, en sinds die staat er is, de wens om die staat te behouden.
Onderliggende betekenis
Dit stukje interview was kenmerkend voor de oorlog met woorden. De extreme termen – ‘volkerenmoord’, ‘genocidaal’, ‘apartheid’, ‘regime’ – klonken als vaststaande feiten. Het woord zionisme kreeg een zwaar negatieve lading, en de vernietiging van Israël – ‘ontmanteling’ – kon luchtig besproken worden als een volstrekt redelijke mogelijkheid.
Eigenlijk is de term ontmanteling goed te vergelijken met de term Endlösung. Als we die term nu horen, huiveren we, omdat we weten wat de nazi’s ermee bedoelden: de vernietiging van het Joodse volk. Maar oorspronkelijk had dit woord helemaal niet zo’n verschrikkelijke betekenis. Het betekende gewoon eindoplossing, definitieve oplossing. Het was een verhullende term om te voorkomen dat er te veel weerstand tegen het plan zou zijn.
Onder het mom van…
En als we het toch over verhullende termen hebben, wat dacht u van de term ‘Israëlkritiek’? Anno 2026 is het volkomen geaccepteerd om eindeloos ongefundeerde beschuldigingen tegen Israël te verkondigen, en dan te zeggen dat kritiek op Israël moet kunnen. Dat rechtvaardigt onder meer boycots van Israëlische universiteiten, al hoeven universiteiten van werkelijk kwaadaardige regimes zich over boycots geen zorgen te maken.
Nog zo’n woord: ‘antizionisme.’ Zanger Douwe Bob trad niet op voor Joodse kinderen omdat hij ergens ‘zionisme’ had zien staan, en sinds 7 oktober 2023 had hij ‘geleerd’ dat zionisme slecht is. Vanwege antizionisme is het nu mogelijk om Joodse evenementen te boycotten zonder dat iemand dat antisemitisme mag noemen. Zelfs geweld tegen Joden kan hierdoor vergoelijkt worden. Rapper Bob Vylan riep in Paradiso op tot een jacht op zionisten, en kwam ermee weg omdat het OM meeging in de redenering dat hij geen Joden had bedoeld.
Iedereen die nu het nieuws over de oorlog tegen Iran volgt, zou moeten beseffen hoe verwrongen ons beeld van de situatie in het Midden-Oosten al was voordat de eerste bom viel. En wie oplet ziet nog dagelijks hoe de duiders in gerespecteerde media deze taaloorlog voortzetten.
Onlangs bij Nieuwsuur wist Erwin van Veen (Clingendael) nog te vertellen dat de oorlog tegen Iran een tragedie van de eerste orde was. Dit zei hij nadat hij voor Israël de volgende bewoordingen had gebruikt: ‘nietsontziend’, ‘genocidaal’, ‘verwoestend’, ‘militair keihard erop slaan’, ‘roekeloos avontuur’. De motieven van Israël om dit ‘Dood aan Israël!’-regime aan te vallen, reduceerde hij tot de wens van Benjamin Netanyahu om strafrechtelijke vervolging te ontlopen.
Duiders als Van Veen zullen zelden of nooit – waarschijnlijk nooit – de genocidale dreigementen van de vijanden van Israël noemen. Deze dreigementen zijn een oude traditie die tot op de dag van vandaag wordt voortgezet, maar helaas is het verhullen van deze oorlogstaal ook een oude traditie bij vrijwel alle Midden-Oostendeskundigen die optreden in onze media.
Inprenting
En omdat de betrouwbaar geachte media elkaar op dit dossier niet tegenspreken en steevast dezelfde deskundigen opvoeren, krijgen Nederlanders dagelijks ingeprent wat zij over Israël behoren te denken. In de massale Rode Lijn-demonstraties liepen niet alleen extremisten mee, maar ook talloze argeloze burgers die oprecht geloofden wat op hun spandoeken stond. En hun onwetende activisme blijft niet zonder gevolgen.
De taaloorlog rond het Israëlisch-Arabisch conflict maakt gewapende actie tegen de zogenaamde schurkenstaat Israël langzaam acceptabel. En in het verlengde daarvan verandert iedereen die niet meegaat in deze demonisering in een zionist waarop gejaagd mag worden.
De gevaarlijkste oorlog tegen Israël is de taaloorlog.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!





















