Oud-burgemeester Pieter Broertjes: ‘Bij de avondklok dacht ik meteen: waar zijn we nou mee bezig?’
Artikel beluisteren
De parlementaire enquêtecommissie corona begint volgende week aan de openbare verhoren over de aanpak van de coronacrisis. Journalist Eva Munnik volgt het op de voet en brengt ondertussen het boek ‘De Covidstaat’ uit. Pieter Broertjes, oud-burgemeester van Hilversum en lid van het Veiligheidsberaad tijdens corona, vindt het een gemiste kans dat de aanpak niet veel eerder is geëvalueerd. ‘Ik zei destijds in het Veiligheidsberaad: “Jongens, dit is niet de goede weg.” Nou, dat was niet interessant.’
‘Beter laat dan nooit’, zegt Pieter Broertjes over de parlementaire enquêtecommissie corona en de openbare verhoren die op 29 mei beginnen. ‘Er hadden jaren eerder al lessen getrokken moeten worden.’ Broertjes was meer dan tien jaar burgemeester van Hilversum, ook tijdens de coronacrisis. Hij zat in het Veiligheidsberaad waarin de burgemeesters van de 25 grootste gemeenten de coronaregels bespraken. Toen hij in 2021 een hersenvliesontsteking kreeg – het gaat goed met hem, maar ‘dat virus heeft wel een beetje huisgehouden in mijn hoofd’ – hervatte hij binnen een halfjaar zijn werk.
Vier jaar is hij nu met pensioen. ‘Het ging opeens van honderd naar nul. Van de een op andere dag rinkelde de telefoon niet meer’, vertelt hij in zijn huis aan de Vecht. Toen belde ik, of Broertjes wilde vertellen over besturen in de coronaperiode.
U moest als burgemeester de coronamaatregelen handhaven, maar stond u wel achter die maatregelen?
Broertjes: ‘Niet altijd. De omvang van de schade door coronamaatregelen zijn we eigenlijk pas later gaan beseffen. Wat heeft het betekend voor jongeren. Maar ook voor ouderen die opgesloten werden in de verzorgingshuizen. Daar kun je allemaal heel kritisch naar kijken, achteraf. En toen ook al trouwens, bij de avondklok dacht ik meteen: waar zijn we nou mee bezig?’
In de Gooi- en Eemlander zei u als burgemeester in februari 2021, tijdens de tweede coronalockdown: ‘De rek is er voor iedereen uit. Het wordt lente en zomer. Iedereen wil naar buiten, naar het terras, naar de winkels, naar festivals en het theater. Dat is niet meer tegen te houden en dat moeten we ook niet meer tegen wíllen houden.’ Duurde het gewoon te lang?
‘In het begin van de pandemie was er een sfeer van: we gaan het samen tegemoet. Dat gevoel had ik ook. De eerste toespraak van Rutte op tv was indrukwekkend. Maar doordat de communicatie steeds moeizamer werd en de effectiviteit van de maatregelen onduidelijk was… Er moesten resultaten geboekt worden, maar die waren niet zo zichtbaar.’
In het interview zei u destijds ook: ‘We kunnen niet langer alleen maar medische afwegingen maken. De economische en psychische crisis is net zo groot. Er moet een andere balans in de aanpak komen.’
‘De beslissingen waren gebaseerd op het advies van het Outbreak Management Team en die groep was zeer eenzijdig samengesteld: vooral medisch-controlerend en op gezondheid gericht. Dat medische is wel belangrijk, maar het mentale deel is dat ook. Verder werden feiten bij het nemen van maatregelen steeds minder centraal gesteld. Het draaide uitsluitend om stemmingen en emoties. Terwijl ik dacht: hoe zit het nou feitelijk? Laten we nog eens wat onderzoek doen naar wat de effecten precies zijn! Zoals bij de avondklok.’
Sommigen in het Veiligheidsberaad vonden dat het OMT uitgebreid moest worden, dat hun scope breder moest. Maar we kwamen op een gegeven moment in een sfeer terecht waarin je, als je een tegenstem of een kritische stem liet horen, meteen een wappie was.’
Werd u weleens wappie genoemd?
‘Ja. Een keer door Ferd Grapperhaus, destijds minister. Ik kende hem goed, nog van mijn tijd bij de Volkskrant (Broertjes was daar lange tijd hoofdredacteur – EM). Op een gegeven moment had ik op televisie iets kritisch gezegd en toen riep hij, terwijl ik binnenliep bij het volgende Veiligheidsberaad, door de vergaderzaal: “Hey wappie!”. Dat was symbolisch voor wat in de samenleving ook gebeurde.’
Het was een grapje, denk ik?
‘Zeker, maar er zat wel een serieuze ondertoon in: je moet niet te kritisch worden.’
U zat als burgemeester van Hilversum in het Veiligheidsberaad. Dat beraad bestond al voor de coronacrisis, maar pas tijdens corona kwamen jullie zo frequent bij elkaar. Soms wel twee keer per week.
‘Ja, ik mocht er nog net bij, ik was nummer 25.’
En u was kritisch in het Veiligheidsberaad over de corona-aanpak?
‘Ja, en in het begin voelde ik me ook vrij genoeg om dat te zijn. Maar tegen het einde van de coronaperiode was die ruimte er helemaal niet meer. De sfeer veranderde fundamenteel na verloop van tijd. Terwijl Den Haag bezig was met de ene maatregel op de andere te stapelen, werkten die burgemeesters hard om de relaties in hun gemeenten goed te houden. Met de horecaondernemers, met de politie en met allerlei andere sectoren in de samenleving die het zwaar hadden. Die burgers zochten steun, een arm om hun schouder en ik wilde als burgervader naast hen staan. Maar dat werd steeds moeilijker gemaakt.
‘En dan had ik weleens kritiek ja, van: “Jongens, moet dit nou echt?” Ik liep een keer ‘s avonds mee met de politie tijdens de avondklok en zag dat de mensen zich er niks van aantrokken. Het voelde ook niet belangrijk om je er iets van aan te trekken. Gaat de coronacrisis over als wij na 21.00 uur thuisblijven? Nee. Je grijpt als overheid erg diep in. Net zoals bij oudere mensen die niet meer uit hun verzorgingshuis mochten. Of kinderen die niet naar school konden.
‘Dus zei ik dat in het Veiligheidsberaad: “Jongens, dit is niet de goede weg.” Nou, dat werd weggedraaid, dat was niet interessant.’
Was u de enige die dat zei?
‘Nee, zeker niet. We waren met een handvol burgemeesters die een tegenstem lieten horen, die moeite hadden met de maatregelen.’
En jullie als burgemeesters zagen de onvrede groeien in de samenleving?
‘Ja: corona mobiliseerde de onvrede, wekelijks waren er demonstraties. En wij burgervaders en -moeders waren keihard bezig om de boel op orde te houden in onze stad of ons dorp. Niet door alleen maar straffen uit te delen, maar door te helpen. Door de horeca-ondernemers te steunen, als ze opeens pasjes moesten controleren.’
Het coronatoegangsbewijs.
‘Daar hadden wij onze handen vol aan. Bij zo’n Veiligheidsberaad hadden wij burgemeesters een andere week achter de kiezen en een andere werkelijkheid dan de ambtenaren die ons vertelden dat er weer een nieuwe maatregel was verzonnen.’
Stonden jullie een beetje tegenover elkaar, de burgemeesters en het ministerie?
‘Wij zaten er tussenin, klem. Wij moesten het allemaal uitvoeren en communiceren. Ik zei: “Ik ga niet als burgemeester – burgervader – de hele dag boetes uitdelen.” Maar dat was wel hun eis: je moet straffen, mensen mogen dit niet, mensen mogen dat niet… allemaal verboden. Terwijl ik mijn inwoners wilde helpen en samen de crisis bestrijden.’
Hadden jullie burgemeesters nog iets te zeggen over die maatregelen?
‘Wij moesten het uitvoeren, meteen de ochtend na zo’n persconferentie. “Dit hebben we besloten in het Catshuis”, was de boodschap aan ons. Ik dacht: had het nu even van tevoren met ons besproken. Maar als we kritiek hadden, was de persconferentie vaak al geweest. En dan waren het ook nog hevige, vrijheidsbeperkende maatregelen, zulke verregaande ingrepen hadden we nog nooit gedaan. Maar wij moesten gewoon niet zeuren.
‘Een paar burgemeesters in het Veiligheidsberaad waarschuwden: je moet meer oog hebben voor de samenleving. We drongen aan bij Den Haag: laat je nou meer leiden door die afbrokkeling van het draagvlak, want je hebt dat draagvlak nodig en je hebt ook draagvlak onder de burgemeesters nodig.
‘In het begin van de crisis was het anders, toen was er een goede sfeer van “we doen het samen”. Maar de overheid heeft het bij de mensen weggehaald. Die werd steeds dominanter en er kwamen meer mededelingen van bovenaf. Dat merk je niet meteen op de eerste dag, maar na tien weken of tien maanden denk je: die crisis is niet meer van mij.’
U vroeg in het Veiligheidsberaad ook naar de effectiviteit van maatregelen, die is nu nog steeds niet duidelijk.
‘Dat vind ik zo teleurstellend, dat je nu – jaren later – nog steeds niet weet of die maatregelen ook zin hadden. Gemiste kans. Überhaupt is er geen goede evaluatie gedaan. Hoe heeft de gekozen aanpak uitgepakt? Ook voor mensen die nu nog met klachten rondlopen, long covid.
‘Waar is de nazorg? Het is zo belangrijk dat je na een crisis of ramp aan nazorg doet. Ik heb dat bij de MH17-ramp gemerkt, waar ik als burgemeester met meerdere getroffen gezinnen in mijn gemeente erg bij betrokken ben geweest. Het is essentieel dat je ook later, na afloop, nog beschikbaar bent en blijft communiceren.’
De corona-enquêtecommissie gaat nu eindelijk de openbare verhoren fase in. Wat verwacht u daarvan?
‘Het is een gemiste kans de commissie zo stroef verliep en niet veel eerder tot zaken gekomen is. Ik ben blij dat het nu dan toch gaat gebeuren, maar het had veel eerder gemoeten. Ik ben benieuwd of ze die kritische stem, die ik vertegenwoordigde, laten horen. Ik heb in elk geval geen uitnodiging van ze gekregen.
‘Eigenlijk moet na afloop van zo’n crisis als corona een nationale discussie ontstaan. En dan gaat het natuurlijk over de effectiviteit van de maatregelen. Is een anderhalve-meter-samenleving wel een goed concept geweest? Wat hebben mondkapjes gedaan? Ze hebben heel veel geld gekost, maar wat hebben ze nu feitelijk veroorzaakt? Wat is de effectiviteit van die avondklok geweest, of zeggen we achteraf: ‘Weg daarmee, het heeft geen zin’? Net zoals we dat misschien zeggen over het sluiten van scholen.
‘Organiseer een nationaal debat over de beste aanpak, ook met het oog op een eventuele nieuwe pandemie. Niet alleen bereid je je daar dan beter op voor, het heelt de pijn over wat er misging bij de coronacrisis.’
‘De Covidstaat. Over macht, angst en (on)vrijheid tijdens de pandemie’ van Eva Munnik kost 22,50 en is NU TE BESTELLEN. Veel leesplezier!
Pieter Broertjes (1952) studeerde ontwikkelingseconomie en arbeidssociologie aan de Universiteit van Utrecht. Hij ging aan de slag bij de Volkskrant en was daar van 1995 tot 2010 hoofdredacteur. Van 2011 tot 2022 was hij burgemeester van Hilversum.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!













