De islam heeft een uitgekiende strategie om stapje voor stapje de wereld te veroveren
Artikel beluisteren
Bij het begrip jihad hoort van oudsher de associatie van gemaskerde mannen op paarden, bewapend met geweren, gehuld in stofwolken in de woestijn. De Iraans-Amerikaanse auteur, spreker en activist Aynaz Anni Cyrus laat in haar boek The Architecture of Jihad zien dat de huidige strijd om de macht niet langer gepaard gaat met banieren en moord en doodslag in de woestijn. Jihad is gewikkeld in termen van politiek, het zit verscholen in een tekstboek, een universitaire benoeming, of steun voor een ngo. Cyrus’ boek loopt een lange, veelal Amerikaanse, reeks instituties langs, benoemt de nieuwe westerse fronten en laat een kenmerkend patroon zien: de architectuur van de jihad.
Jihad opereert in verschillende contexten: bureaucratische, demografische, culturele en technologische. Die contexten worden in Cyrus’ boek ingeleid door historische voorbeelden uit de tijd van Mohammed. Ze laat bijvoorbeeld zien hoe Mohammed aan zijn eerste financiering kwam. Hij trouwde de vijftien jaar oudere en schatrijke Khadija bint Choewailid, een van de meest invloedrijke vrouwen in het Mekka van die tijd. Khadija organiseerde de handelsroutes door de woestijn, van Mekka naar Yemen, naar Syrië en verder de Levant in. Mohammed kreeg toegang tot haar netwerk; toen zij overleed moest hij alle zeilen bijzetten om opnieuw aan geld te komen.
Politieke islam
Er is sinds die tijd weinig veranderd, meent Cyrus. Vandaag de dag zorgen de islamitische Zakat-netwerken voor wereldwijde financiering. Oorspronkelijk opgezet als verplichte islamitische belasting financieren ze community centers, juridische procesvoering en in sommige gevallen jihad-initiatieven.
De Holy Land Foundation bijvoorbeeld was de grootste islamitische welzijnsinstelling in Amerika. In 2008 werd de stichting veroordeeld omdat er miljoenen aan Hamas werden doorgesluisd. Interpal is een officiële welzijnsstichting in Engeland; volgens het Amerikaanse ministerie van Financiën is het eveneens een financier van Hamas. Waqf was in Mohammeds tijd een soort trustfonds, een belegging in land, eigendom of kapitaal, juridisch bevroren en uitsluitend voor islamitische doeleinden. Nu wordt het ingezet voor onaantastbare stichtingen en religieuze trusts.
Moskeeën worden gebruikt voor rekrutering en indoctrinatie. Qatar, Saoedi-Arabië, Turkije en Iran financieren duizenden islamitische gebedshuizen wereldwijd. Inmiddels is de halal-certificatie in Amerika uitgegroeid tot een miljoenenbedrijf. Cyrus noemt het ‘verticale integratie’, een term uit de economie waarbij productie en distributie in eigen beheer blijven. Qatar investeerde miljoenen in onder meer de Georgetown University en de Texas A&M University om pro-islamitisch gedachtegoed te promoten.
In de tijd van Mohammed kon kapitaal ongemerkt verplaatst worden, nu wordt het gebruikt in Hawala-netwerken om banken en de fiscus te omzeilen. De Al-Haramain Foundation financierde op die manier al-Qaeda. De Council on American-Islamic Relations (CAIR) en de Muslim Public Affairs Council (MPAC) opereren als civil rights-groep, maar promoten de sharia, terwijl ze critici de mond snoeren. De culturele centra hebben grote invloed op curricula in onderwijs en onderzoek, ze introduceerden noties als ‘hate speech’, en ‘islamofobie’ die westerse instituties en politiek lam leggen.
Asymmetrische strijd
Moord en doodslag zijn echter niet verdwenen. Cyrus noemt een lijst die we allemaal wel kennen, met onder meer 9/11 (2001), de bomaanslagen op forensentreinen in Madrid waarbij 193 mensen omkwamen (2004) en de aanslagen in Parijs – eerst bij het Stade de France, toen bij caféterrassen en als laatste in concertzaal Bataclan – met 130 dodelijke slachtoffers (2015). De strijd van de jihad is asymmetrisch, analyseert Cyrus: het zijn kleine groepen met beperkte middelen, maar de aanslagen hebben grote politieke gevolgen.
Een ander belangrijk kenmerk is het ondersteunings- en logistiek systeem dat eraan ten grondslag ligt. De netwerken die net als ten tijde van Mohammed het geld bijeenbrengen, de buitenlandse invloeden, de impact van de diaspora, de ngo’s die dienstdoen als financiële vluchtheuvel – ze bevorderen allemaal de jihad. Voor democratische staten is het gevaar niet alleen de menselijke verliezen, maar ook de politieke consequenties. Angst fragmenteert onze maatschappij. Het verhard de identiteitspolitiek, het drijft het politieke midden uiteen naar de flanken. We zien het allemaal gebeuren. En de politiek is verlamd, want ‘islamofobie’.
De informele economie van de jihad functioneert als de bloedsomloop van een ideologisch project, haar macht ligt in haar onzichtbaarheid. Het ziet eruit als liefdadigheid, als een project dat de gemeenschap ten goede komt. Het bloeit met name in de westerse wereld waar we ‘non-profit’ zien als neutraal. Uiteindelijk gaat het niet alleen om destructie, het dieper gelegen doel is om een emotionele reactie van de maatschappij los te maken en die te destabiliseren. De steekpartijen, het schieten, de bommen zijn er om angst te zaaien, de gevolgen zijn inmiddels bekend.
Het Westen, aldus Cyrus, ziet migratie nog steeds als vluchtelingen die een veilige plek zoeken, maar in de islam is de hidjra een bewuste strategie om bevolking te verplaatsen en zo nieuwe islamitische centra te creëren, het herscheppen van een maatschappij van binnenuit. Historisch gezien betekent hidjra ‘migratie’; het verwijst naar de verhuizing van Mohammed van Mekka naar Medina in het jaar 622. Het was het begin van een islamitische gemeenschap die in Medina steeds groter en invloedrijker werd. In de huidige situatie kan het betekenen het langzaam maar zeker verschuiven van de westerse politiek richting islamitisch recht en ideologie. In een aantal steden in Engeland en Frankrijk zien we het al gebeuren.
Drie fases
In 2005 publiceerde de Zuid-Afrikaanse predikant en activist Peter Hammond het boek Slavery, Terrorism and Islam: The Historical Roots and Contemporary Threat. Hij beschreef hoe westerse samenlevingen langzaam maar zeker worden overgenomen door de islam.
In de eerste fase is er nog weinig aan de hand, een kleine moslimminderheid lijkt betrokken bij samenwerking en integratie. In fase twee gaat het knellen, de moslimpopulatie groeit en islamitisch recht en cultuur worden veel duidelijker verwoord en soms toegekend. In fase drie groeit de moslimpopulatie richting de 10 procent en verschuift het beeld definitief: moslimwijken worden quasi zelfstandig, wetgeving wordt slechts ten dele nageleefd, de sharia wordt steeds dominanter, en het staatbeeld wordt beheerst door groepen ‘jongeren’ met messen die territoriaal gedrag vertonen en bijna volledig zijn georiënteerd op het land van herkomst. In het onderwijs wordt de situatie onhoudbaar door onoverbrugbare culturele en religieuze verschillen.
Recent onderzoek van het CBS toont aan dat inmiddels 6 procent van de Nederlanders moslim is. We naderen fase drie.
Aynaz Anni Cyrus: The Architecture of Jihad: Inside the Ideology, Law, and Global Strategy Driving Islam’s Multi-Front Expansion. Live Up To Freedom, 248 pagina’s, € 22,11.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!




















