Corona-turbulentie bij de rechtbanken

Het is nog te vroeg om de balans ‘lessons learned’ op te maken van de coronacrisis. Maar met de introductie van het begrip ‘cruciale beroepen’ die een samenleving draaiend houden werd nog nooit zo duidelijk dat er ook minder cruciale beroepen bestaan die doorgaans (waarom eigenlijk?) ook nog veel beter worden beloond.

In coronatijden heb je tenslotte meer aan bakkers en techneuten in nutsbedrijven dan vrije tijdsdeskundigen, cultuurantropologen of het Volkskrantduo Wagendorp/Sitalsing.  En waaraan zou de samenleving het merken als de advocatuur op de Zuidas ‘het werk’ een jaar lang of langer zou neerleggen? Moszkowicz moest tot zijn schrik ook ervaren dat hij niet onmisbaar is.

Sluiting van rechtbanken

Gek genoeg rekent de rechterlijke macht zichzelf ook niet tot de cruciale beroepen. Want anders gooi je op half maart niet alle rechtbanken in het slot. Hoeveel rechters waren er toen al positief getest? En wie gaf eigenlijk opdracht en toestemming voor die sluiting? De eerste de beste caissière van AH of wijkverpleegster loopt en neemt meer risico maar heeft meer lef, vindingrijkheid  en verantwoordelijkheidsgevoel dan de dames en heren in toga.

Met hun vlucht in ivoren torens mét behoud van inkomen valt van hun thuiswerken zoals elders in Nederland gebeurt, ook niet veel te verwachten. De beroepsgroep leeft immers nog in het tijdperk van vastgelopen faxapparaten en Tipp-Ex. Overigens interessant om weten of ze even rigoureus met hun vele, tijdrovende en  profijtelijke bijbaantjes stopten? 

Achterstanden 

Nee, onze helden zitten in ziekenhuizen en verpleeghuizen en niet in de Paleizen van Justitie. De rechtspraak is te traag, moderniseert niet snel genoeg, kampt met een wildgroei aan plaatsvervangers en nevenfuncties (niemand weet hoeveel FT arbeidsplaatsen daarmee jaarlijks verloren gaan!), een gebrek aan leiding, zelfreflectie en visie plus nog een achterstand van 100.000 zaken. Desondanks sluit men eenzijdig de deuren en de vraag is of dat  erg is? Wie heeft daar, behalve advocaten waarvan de  eerste al klaagde over het wegvallen van zijn inkomsten, last van? Wat gebeurt er als rechters niet meer aan die 25.000 strafzaken en 75.000 civiele zaken toekomen?

Civiel recht 

Nu is in civiele zaken 5, 10 of 20 jaar en zelfs langer procederen helemaal niet uitzonderlijk. Een paar jaar vertraging valt dus niet eens op. Nodeloos procederen, compliceren, traineren en uitstel vragen en krijgen van rechters en iemand volledig murw en blut procederen totdat hij de handdoek in de ring gooit, is een tactiek.

Voor een partij met diepe zakken en goede contacten met de rechterlijke macht loont het om het op procederen aan te laten komen. Vaak loopt het goed af. In de zaak KTI bv/Mol waren de dames en heren van het Haagse Gerechtshof de eiser KTI bv zo behulpzaam dat ze jarenlang, ook na herhaaldelijk aandringen, geen einduitspraak wilden doen. Hun collega’s van de rechtbank hadden er zo’n zootje van gemaakt dat ze dat schandaal hoe dan ook wilden toedekken. Alleen gedaagde Mol zette door en dankzij diens klacht veroordeelde het Europees Hof in 2009 het Haagse Gerechtshof wegens justice delayed is justice denied. Het op deze manier afgedwongen eindarrest van een jaar later was een gedrocht dat door vele deskundigen als ‘onbegrijpelijk’ en ‘onvoorstelbaar’ werd af geserveerd. Maar onbegrijpelijke uitspraken waarin de feiten opzettelijk onjuist worden weergegeven tellen ook. Vervelend dus voor het rechtsgevoel van mijnheer Mol maar verder had niemand last van 30 jaar zinloos procederen. Dat geldt ook voor haastig, kwalitatief slechte en door onbevoegden in elkaar gedraaide vonnissen. Daar heeft niemand last van, behalve dan de in het ongelijk gestelde partij. Tenslotte – iemand moet  zijn zaak verliezen.

Achterstanden wegwerken

Maar de reden om rechtbanken te sluiten overtuigt niet. Rechtszittingen zijn geen massabijeenkomsten. Rechters zitten op veilige afstand van elkaar en van de verdachte met het publiek vaak nog achter glas. Mr De Lange, rechtbankpresident van Rotterdam en lid van het landelijk coronacrisisteam voor de rechtspraak komt dan ook met een heel ander verhaal dan vrees voor het coronavirus.

‘Voor onze achterstanden is dit (=de sluiting) niettemin vreselijk, ‘ zegt ze in de Volkskrant, doelend op al de usual suspects van beroving, inbraak, mishandeling en plofkraken die nu nog langer moeten wachten op hun voorgeleiding en veroordeling. Maar vervolgens voegt ze daaraan toe dat rechters en juridische medewerkers om die reden nu weinig om handen hebben en vanuit huis vonnissen schrijven voor hun collega’s van de sectoren handelsrecht en kantonrecht.

‘Er zijn zaken die al een tijd liggen te wachten op een vonnis. Die worden nu in hoog tempo  afgedaan’ verduidelijkt ze nog.  Blijkbaar wordt de sluiting aangegrepen om nu op grote schaal achterstanden weg te werken maar wel door rechters die de zaak niet kennen en niet hebben behandeld en door medewerkers die geen rechter zijn.

Het klinkt alsof een dierenarts even bijspringt op de IC, een stewardess bij de landing de piloot vervangt of een tandartsassistente vanwege de drukte ook de boor hanteert. Binnen de ivoren torens van de rechtspraak vinden ze het blijkbaar geen probleem dat onbevoegden het belangrijkste onderdeel – de uitspraak- voor hun rekening nemen.

Niet goed of tevreden? Je kunt altijd nog in beroep moet de gedachte zijn en de vraag is hoe ze anders de door henzelf veroorzaakte achterstanden zonder sluiting weggewerkt hadden moeten worden?

In ieder geval bevestigen rechters weer eens dat ze anderen minutieus aan wetten, termijnen en procedureregeltjes houden maar binnen hun eigen ivoren torens zelf uitmaken welke ze wel en niet naleven. De grote vraag is natuurlijk wat een uitspraak van een onbevoegde, niet-rechter zowel formeel als kwalitatief waard is als ze op deze manier tot stand zijn gekomen en wiens naam onder een uitspraak komt te staan? Nu zou een goede advocaat zijn geld waard zijn, maar die zijn helaas even vaak mede veroorzaker van het achterstand probleem.  

Achterstanden strafrecht

Het wegwerken van achterstanden bij strafzaken kan overigens wel volgens de regels gebeuren, in casu art 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de Mens (EVRM). Dat bepaalt dat een verdachte kan eisen dat zijn zaak binnen een redelijke termijn moet worden voorgeleid omdat het OM anders het recht op vervolging en bestraffing verliest. En met het heilig ontzag hier voor het EVRM zal het dus wel goedkomen met de verdachten die, gelet op de recidive, toch al niet erg onder de indruk waren van een veroordeling meer of minder. Integendeel, ze zullen het Nederlandse rechtssysteem nog meer omarmen, rechters uitlachen, agenten bespugen en vervolgens ongestraft hun gang blijven gaan. Hoewel… voor spoedgevallen ging de rechtbank open en werden via snelrecht, zelfs supersnelrecht, ‘coronaspugers’ veroordeeld. Voor 10 weken maar ook voor 4 weken gevangenisstraf omdat ook hier iedere rechter zelf uitmaakt hoe het recht eruit ziet.

Overigens speel je in menig land ter plekke met je gezondheid als je een politieagent met of zonder de toevoeging ‘ik heb corona’ in het gezicht spuugt. Maar met zo’n spontane en zeer effectieve lik op stuk reactie zou een agent hier zelf zwaar in de problemen komen. Dus –  Nederlandser kan het niet – werkt nu de 1e en de  2e Kamer plus de Raad van State aan spoedwetgeving om zich vervolgens af te vragen waar toch die achterstanden vandaan komen.

Met minder veroordeelde daders aan de achterkant vanwege de termijnoverschrijdingen en een kleinere instroom aan de voorkant omdat slachtoffers steeds minder aangifte willen doen, zullen de criminaliteitscijfers op papier zelfs afnemen!

Jammer voor de ergernis/angst onder de slachtoffers van inbraak, oplichting, beroving of mishandeling, de frustratie bij de recherche en de redactie van Opsporing Verzocht  over al die onbestraft gebleven daders, maar Nederland zal daardoor niet ontregeld raken. En mocht u toch gevoelens van toegenomen onveiligheid ervaren dan moet u maar een andere krant gaan lezen.

Maar er is ook goed nieuws in deze roerige coronatijden. Sommige juridische loketten blijven gewoon open en hun cruciale werk doen. Ondanks alle berichten over snel stijgende aantallen besmettingen en sterfte, oplopende tekorten en overbelaste artsen en verpleegkundigen besliste op 17 maart het College voor de Rechten van de Mens dat Nederlandse kappers zich schuldig maken aan discriminatie van vrouwen omdat de kniptarieven voor vrouwen hoger zijn dan die voor mannen. En dat kan en mag niet volgens deze topjuristen.

Uit deze schending van de mensenrechten blijkt namelijk dat niet alleen de vrouwen in Afghanistan maar ook Nederlandse vrouwen het niet altijd even gemakkelijk hebben. Gelukkig maar dat het College voor de Rechten van de Mens met ruim 50 man personeel in ieder geval geen achterstanden kent of getroffen wordt door sluiting wegens het coronavirus. Het EVRM als een soort juridisch duizend dingen doekje  waarmee je niet alleen CO2 uitstoot, achterstanden in het strafrecht maar ook kapperstarieven te lijf kunt gaan.