Cruciaal partijcongres: wie stopt de zelfmoord van de VVD?

Bouwman
De VVD in mineur. Foto: Wynia’s Week.

Het deftig klinkende woord ‘volatiliteit’ is een beetje een tongbreker. Het begrip is vooral populair in de financiële wereld, waar het meestal wordt gebruikt ter aanduiding van de levendigheid van de omzet of de bewegelijkheid van een aandelenkoers. Maar ook politicologen maken er gebruik van. Volatiliteit slaat dan op het aantal zetelwisselingen tussen politieke partijen, waarbij iedere zetel die van een partij naar een andere gaat, één keer wordt geteld.

Decennialang was dat tellen in Nederland een fluitje van een cent. Het leek soms wel of er een verbod bestond om bij verkiezingen te wisselen van partijvoorkeur. Zo werden tussen beide wereldoorlogen álle Tweede Kamerverkiezingen gewonnen door de katholieke RKSP. Nummer twee was steevast de sociaaldemocratische SDAP en op de derde plaats eindigde telkens de gereformeerde ARP. Ook de nummer vier was vaste prik: de hervormde CHU. Als het ging om electorale stabiliteit was Nederland wereldkampioen. Nergens waren uitslagenavonden zo saai als bij ons.

In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw begon dat te veranderen, maar ook toen wisselden bij Tweede Kamerverkiezingen nooit meer dan 20 zetels van partij. Dat D66 in 1967 debuteerde met 7 zetels gold als spectaculair, en de 10 zetels winst van de PvdA in 1977 werden geduid als een politieke aardverschuiving.

Records bleven niet lang in de boeken

Pas in 1994 ging het hek van de dam. Vooral de verliezen bij het CDA (min 20 zetels) en de PvdA (min 12) sprongen in het oog. Het totale aantal zetelwisselingen bedroeg maar liefst 34.

Toch bleef dat record niet lang in de boeken staan. Al bij de Tweede Kamerverkiezingen 2002 werd het politieke landschap opnieuw en nog veel heviger opgeschud. De Lijst Pim Fortuyn (LPF) maakte met 26 zetels een nooit eerder vertoond parlementair debuut en PvdA-lijsstrekker Ad Melkert (min 22 zetels) tekende voor een uniek electoraal debacle. In totaal 46 zetels wisselden van partij.

Peanuts, zo weten we sinds 22 november 2023. Vooral dankzij de winst van de PVV (plus 20 zetels) en de even omvangrijke entree van Nieuw Sociaal Contract beleefden we de meest volatiele verkiezingen uit de parlementaire geschiedenis. Totaal aantal zetelwisselingen: 54.  

Kiezers, zo luidt vaak de verklaring voor alle electorale schommelingen van de laatste decennia, hebben niet langer vastomlijnde politieke overtuigingen. Daardoor zijn ze buitengewoon gevoelig geworden voor politieke modes en trends en ‘zweven’ ze in het stemhokje van de ene partij naar de andere.

Die analyse gaat voorbij aan de veranderingen die zich hebben voltrokken bij de politieke partijen. Vooral de drie volkspartijen van weleer – CDA, PvdA en VVD – zijn structureel van karakter veranderd. Ooit waren het typische ledenpartijen met – veertig jaar geleden – samen nog bijna 400.000 betalende aanhangers. Nu zijn dan er nog maar 95.000. Helaas is dat niet alleen slecht voor de partijkassen. Leden waren vroeger de oren en ogen van de politici in Den Haag. Ze zorgden ervoor dat het Binnenhof voeling bleef houden met ‘de mensen in het land’, zoals VVD-leider Hans Wiegel dat placht te noemen.

De antenne-functie is teloorgegaan. CDA, PvdA en VVD zijn typische kaderpartijen geworden. Onderling verwisselbare bestuurders en strategen trekken er aan de touwtjes. Het zijn in meerderheid academisch geschoolde Randstedelingen (veel meer alfa’s dan bèta’s), vaak zonder noemenswaardige werkervaring in het bedrijfsleven en met identieke sociaal-culturele kenmerken. In de brievenbus: NRC en de Volkskrant. In de boekenkast: Geert Mak, Joris Luyendijk en Rutger Bregman. Op tv: Buitenhof, Nieuwsuur en Zomergasten. Grootste zorgen: populisme, klimaatverandering en diversiteit.

De VVD liet de eigen kiezers in de steek

Ronald Plasterk – toen nog geen informateur maar Telegraaf-columnist – vatte vorig jaar treffend samen waar de organisatorische verwording van de oude volkspartijen op is uitgedraaid: ‘De PvdA heeft de arbeiders in de steek gelaten, het CDA de boeren, burgers, buitenlui en vissers, en de VVD de ondernemers en middenstanders.’

Geen wonder dus dat de kiezers hun heil elders zijn gaan zoeken. De voormalige arbeiderspartij PvdA werd het eerste slachtoffer. Dankzij de steeds inniger wordende samenwerking met elitepartij GroenLinks hebben de sociaaldemocraten inmiddels een route gevonden om zonder verder gezichtsverlies het politieke toneel te verlaten.

Dat kan van het CDA nog niet worden gezegd. In interne discussies over de toekomst van de partij klinkt vooral veel protestants theologisch jargon over ‘beginselen’ en ‘kernwaarden’. Liefhebbers van dergelijke gedachtewisselingen weten zelden van ophouden, zodat het voortbestaan van het CDA als neocalvinistische debatingclub in elk geval lijkt verzekerd.

Als enige van de oude volkspartijen leek de VVD lange tijd onkwetsbaar. Mark Rutte wist weliswaar nooit de liberale recordscore van Frits Bolkestein uit 1995 te evenaren (27,2 procent van de stemmen bij de dat jaar gehouden Provinciale Statenverkiezingen), maar kwam tussen 2010 en 2021 wel vier keer op rij als winnaar uit de bus bij Tweede Kamerverkiezingen. Een formidabele prestatie.

Maar toen kwam de klap alsnog. Rutte liet zijn vierde kabinet vallen op migratie en de nieuwe partijleider Dilan Yeşilgöz leek de belichaming van een opgefriste, weer voluit liberale VVD. Toch prijkten in de top vijf van de kandidatenlijst voor de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november de namen van staatsecretaris Eric van der Burg (Justitie), bekend van zijn asieldwangwet en zijn motto ‘hoe meer asielzoekers, hoe beter’, en minister Christianne van der Wal, verafschuwd in de regio om haar rigide stikstofbeleid. Waar sloeg dat op?

Na de door Yeşilgöz verloren verkiezingen (min tien zetels, niet vertoond sinds de dagen van Hans Dijkstal) wekte ze tot verbijstering van haar eigen achterban de indruk te bedanken voor de vorming van een rechts kabinet. Vervolgens kreeg de geloofwaardigheid van de VVD een nieuwe opdoffer toen de Eerste Kamerfractie na een ommezwaai de asieldwangwet aan een meerderheid in de senaat hielp.

Eens in de zeventien jaar tumult

Na de zelfmoorden van PvdA en CDA zijn, zo lijkt het, nu ook de liberalen bezig de hand aan zichzelf te slaan. In de laatste peiling van Maurice de Hond is de PVV van ex-VVD’er Geert Wilders (49 zetels) ruim vier zo groot als de verschrompelde partij van Yeşilgöz (12 zetels). Of is het proces nog te stoppen? Dat zal dan aanstaande zaterdag moeten gebeuren, op het uitgestelde najaarscongres van de VVD in Noordwijkerhout. Normaal gesproken zijn dat bijeenkomsten waar bier en bitterballen de toon aangeven. Maar het kan ook anders.

In 2007 vlogen de spetters ervan af op het een VVD-congres in Veldhoven, waar Mark Rutte zijn besluit verdedigde om voorkeurstemmenkanon Rita Verdonk uit de Tweede Kamerfractie te zetten. Legendarisch is ook de hommeles die in 1990 uitbrak, na het voortijdige vertrek van partijleider Joris Voorhoeve. Op een tumultueus verlopen congres in Zwolle wist zelfs erelid Hans Wiegel (‘Ik proef rancune en een verziekte sfeer’) de kolkende zaal niet in bedwang te krijgen. Hij werd straal genegeerd en besloot voortijdig naar huis te gaan. ‘Er loopt een spoor van bloed door Zwolle,’ schreef Het Parool de volgende dag.

Is het op VVD-congressen eens in de zeventien jaar raak? Dan wordt het in Noordwijkerhout een enerverende zaterdag.

Roelof Bouwman is politiek columnist en adjunct-hoofdredacteur van Wynia’s Week. Hij schrijft over politiek, geschiedenis en media.

Wynia’s Week is jarig! Bent u al donateur? Doneren kan op verschillende manieren. Hartelijk dank!