‘De’ Marokkaan en ‘de’ Nederlander bestaan niet, ook al zien zij dat zelf vaak anders
Artikel beluisteren
Elke Marokkaan, ook al is hij of zij niet in Marokko geboren en getogen (en zelfs in het bezit van een Nederlands of ander niet-Marokkaans paspoort) is en blijft, in de ogen van de meeste Marokkanen, Marokkaans onderdaan met een zeer herkenbaar profiel. In de praktijk is dat echter niet zo. Je kunt wel degelijk verschillen in houding en gedrag zien tussen bijvoorbeeld de Berbers in het Noorden (Riffi’s) en de Berbers in het Zuiden (Souci’s) van Marokko. Marokkaanse auteurs, ook al zijn ze in Nederland geboren en getogen, zijn ook rasechte verhalenvertellers.
In Nederland, en in de meeste andere Europese landen, wordt er in staatsrechtelijke zin anders tegenaan gekeken. Iedereen in het bezit van een Nederlands paspoort is bij wet Nederlander. Maar niet elke Nederlandse staatsburger heeft hetzelfde, herkenbare profiel. In Nederland zijn ook verschillen in houding en gedrag aan te wijzen tussen bijvoorbeeld de Zeeuwen, de Friezen en de Limburgers. En zelfs in Limburg bestaan er mentale en regionale verschillen tussen de Noord- en Zuid-Limburgers. Het is een discussie die stamt uit de jaren dertig van deze eeuw, waarbij steeds weer de term ‘volkskarakter’ opduikt. Hiermee wordt bedoeld de gemeenschappelijke, culturele en sociale kenmerken van een groep mensen uit een bepaald land of streek.
Masculien en competitief
De socioloog Geert Hofstede heeft een aantal cultuurdimensies genoemd die de mentale en regionale verschillen tussen samenlevingen verklaarbaar maken. Hij noemt onder meer samenlevingen met kleine en grote machtsafstand tussen mensen (met betrekking tot algemene normen in het gezin en op school), er zijn belangrijke verschillen tussen collectivistische en individuele samenlevingen (wat betreft politiek en ideeën), er zijn verschillen tussen masculiene en feminiene culturen en er zijn verschillen in samenlevingen met mensen gekenmerkt door een zwakke en sterke onzekerheidsvermijding.
Op grond hiervan zijn er ook verschillen aan te wijzen tussen mensen opgegroeid en volwassen geworden in Marokko en die in Nederland. De Marokkaanse samenleving kent een collectivistische groepscultuur, de mannen zijn masculien en competitief van aard en Marokkanen hebben een hogere onzekerheidsvermijding in vergelijking met Nederlanders.
Een aantal jaar geleden werd de discussie weer actueel toen onze huidige koningin Maxima aangaf dat er niet zoiets bestaat als ‘de Nederlander’. Dat viel niet bij iedereen in goede aarde. Zij bedoelde echter dat iedere Nederlander, wel of niet geboren in Nederland en ongeacht huidskleur of religie, Nederlands staatsburger is. De termen staatsburgerschap en volkskarakter worden wel vaker en onterecht als synoniemen gezien. Toch bestaat er wel degelijk iets dat wijst op bepaalde karakteristieke eigenschappen, een herkenbare kwaliteit in menselijk gedrag. Meer in het algemeen, mensen met gemeenschappelijke kenmerken in houding en gedrag. Een in Suriname geboren en gekleurde persoon kan dus heel goed beschikken over typisch Nederlandse eigenschappen. Het gaat ook om cultureel en aangeleerd gedrag.
Heikele vragen
Zijn Italianen of Argentijnen heter gebakerd dan Nederlanders of Engelsen? Werkt een Javaan minder hard dan een Hindoestaan? Zijn Iraniërs arroganter dan Vietnamezen? Beschikken Turken over een hoger eergevoel dan Nederlanders? Zijn Marokkaanse jongemannen crimineler dan Nederlanders van gelijke leeftijd en sekse? Waarom zijn Libanezen zo actief en succesvol in de handel? Missen autochtone Nederlanders een vechtersmentaliteit en is dat een doorslaggevende verklaring voor het falende gedrag van leidinggevende militairen in Srebenica? De moord op zesduizend moslims was de hoogste vorm van genocide in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog. Heikele vragen waarvan je niet wordt geacht ze in het publieke domein te stellen. Het zijn ook vragen die wijzen op gemeenschappelijke kenmerken van personen uit een bepaald land en streek.
Het zijn vragen die wijzen op het ‘volkskarakter’ van een groep mensen. Los daarvan kun je ook herkenbaar sociaal gedrag zien bij jonge mensen uit een bepaalde periode. De criminoloog Wouter Buikhuisen introduceerde in de jaren vijftig de term nozems voor het gedrag van een groep stoere jongens uit de arbeidersklasse met een vetkluif, zittend (‘buikschuivers’) op hun brommers van het merk Kreidler. De socioloog A.N.J. den Hollander wees op het gedrag van Amsterdamse studenten sociologie uit de jaren zestig. De jongens hadden toen half lang haar, droegen een spijkerbroek met T-shirt en dronken koffie uit plastic bekertjes. De meisjes droegen omajurken of vormeloze broekpakken.
Nazi-wetten
In de jaren dertig van deze eeuw was de term volkskarakter besmet geraakt omdat het werd misbruikt voor eng-nationalistische doeleinden. In pseudowetenschappelijke discussies over raszuiverheid van het arische ras en rasbederf werd er ook veel onzin over gezegd en geschreven. De Nazi-wetten in Duitsland over raszuiverheid zijn daar het trieste gevolg van.
A.N.J. den Hollander (1906-1976) was over de term volkskarakter heel stellig en in 1965 schreef hij er in Elseviers Weekblad een artikel over. Over de vraag ‘Bestaat er een Nederlands volkskarakter?’ noteerde hij: ‘Ik meen van wel, maar ik zou niet met grote wetenschappelijke waarschijnlijkheid kunnen zeggen hóe dit volkskarakter is, nog minder waardoor het zo is geworden. Dit antwoord moge teleurstellend zijn – hoewel waarom eigenlijk: het is, zoals ik zie, in de fase van ons weten het enige mogelijke.’
Duitse verkeersagent
Als privépersoon, zoals in zijn brieven aan zijn oudere zus in Nederlands-Indië en in zijn instructies aan enkele studenten voorafgaand aan een internationaal sociologisch congres in 1956, had hij er minder moeite mee. Zo liet hij aan deze studenten weten: ‘Met Engelsen, Amerikanen en Zuid-Europeanen moet je zo en zo omgaan.’
Jaren later zou Den Hollander een niet-gepubliceerd artikel schrijven over de herkenbare reacties op het autoritaire gedrag van een Duitse verkeersagent. Zowel de Nederlandse als de Engelse verkeersovertreder moest een hoge boete betalen. Den Hollander was in deze casus de Nederlandse weggebruiker die op de Duitse autobaan iets harder had gereden dan de voorgeschreven maximumsnelheid. Met een Engelse weggebruiker, en ook ter plekke verkeersovertreder, deelde hij generaliserende en negatieve ervaringen over de Duitsers.
Maar het feit dat Den Hollander, in die tijd een gezaghebbend socioloog, er zo stellig over schreef, geeft aan dat hij de term volkskarakter eigenlijk een onzinterm vond. Tegelijkertijd zag hij wel degelijk gemeenschappelijke kenmerken bij groepen mensen, eerder met semi-literaire tastzin dan langs wetenschappelijk verantwoorde en bewezen feitenvergaring. Daarbij wees hij onder meer naar het ontstaan van Nederland als gevolg van het zeeklimaat, de drassige bodemgesteldheid en de historische strijd met het water dat een sterk centraal gezag veronderstelt.
De historicus Johan Huizinga wees bovendien op het burgerlijke karakter van onze nationale cultuur en het kenmerkende koopmanschap. Aldus Huizinga: ‘Onze gansche geschiedenis weerspiegelt die burgerlijke aspiraties’. De socioloog Johan Goudsblom, een leerling van Den Hollander, wees in een lezing op de taal en religie als gemeenschappelijke kenmerken van een bepaalde groep mensen. In de jaren negentig werden dergelijke generaliseringen taboe verklaard, onverantwoord en irrationeel genoemd.
Italianen gaan niet zo gauw aardappels eten
Hoezo onverantwoord, generaliserend en irrationeel? Het gedrag van Nederlanders in het buitenland herken je in groepsverband toch meteen? In groepen zijn Nederlanders luidruchtig, niet bescheiden, zuinig en op de penny. Vaak zijn ze lang van postuur, hebben blond of bruin haar, ze zijn blank (oftewel ’wit’ van huidskleur), niet emotioneel en gaan informeel gekleed. Nederlanders zijn van nature ook aardappeleters. Het gaat om een mentale structuur in het menselijk gedrag en het gaat om groepsverschillen, zoiets staat los van het staatsburgerschap.
Natuurlijk zijn individuele uitzonderingen en aanpassingen mogelijk. Den Hollander zelf was klein van postuur en ging naar zijn werk formeel gekleed. Een gekleurde Nederlander kan ook heel goed beschikken over typisch Nederlandse eigenschappen. Het zijn geen vaststaande, maar dynamische eigenschappen. De tijd heeft invloed op het gedrag van mensen. In de loop der jaren zijn Nederlanders zich anders gaan kleden en gedragen. Ook het eetgedrag van mensen is aan veranderingen en aanpassingen onderhevig. Nederlanders zijn bij voorbeeld steeds meer Italiaanse pastagerechten gaan eten, maar omgekeerd zie ik Italianen nog niet zo gauw aardappels eten. Bij het bepalen van andermans gedrag gaat het ook om een zekere vorm van intuïtie: hoe je met de ander omgaat en hoe jij jezelf, door de bril van anderen, ziet.
Culturele conflicten
De Franse socioloog Pierre Bourdieu spreekt in dit verband over een ‘mentale habitus’. Daarmee doelde hij op de verwevenheid tussen individu en samenleving. Belichaamd cultureel kapitaal is een vorm van eigendom, die zich heeft ontwikkeld tot een persoonlijke eigenschap, en tot een onderdeel van de habitus. Een systeem van intuïtieve, gezamenlijke praktijken, zeg maar het geheel van denken, voelen en doen. Het spreken van een gemeenschappelijke taal is ook van belang. Dat mensen nogal eens tegenover elkaar toneelspelen, doen alsof ze beter zijn dan ze in feite zijn, is onderdeel van hun gedrag. Culturele botsingen en conflicten tussen mensen zijn ook goed mogelijk.
Bourdieu wees in zijn onderzoek op de hevige botsingen tussen de Europese en de inheemse cultuur van de Franse ‘pieds-noirs’ en de Kabyliërs in het Noorden van Algerije. In Nederland zien we ook vaak een cultuurconflict optreden tussen autochtone Nederlanders en Marokkaanse (Riffijnse) Nederlanders. Bepaalde culturele kenmerken, zoals het sneller hanteren van geweld bij geschillen waarin het gaat om kwesties van eer spelen wel degelijk een rol bij het verklaren van hun gedrag. Het gaat óók om groepsgedrag. In mijn onderzoek naar de oorzaken van het criminele gedrag van jonge Marokkanen heb ik daar tal van voorbeelden gezien. Bij jonge Chinezen of Turken in Nederland zie je daarentegen niet een vergelijkbaar criminaliteitsprobleem.
Maxima
Soort zoekt soort. Dat is al bij kinderen op jeugdige leeftijd zo. Ga naar een willekeurig speelterrein van een Nederlandse basisschool en je ziet dat Marokkaanse, Surinaamse of Nederlandse leerlingen met elkaar samenklonteren. Ze spreken elkaar aan in hun eigen taal, ze herkennen elkaar in hun gedrag en Marokkaanse jongens zien zichzelf vooral als niet-Nederlander. Kortom, koningin Maxima is een Nederlands staatsburger, maar in hart en ziel is zij ook een geboren en getogen Argentijnse. De kinderen van het koninklijk paar zijn Nederlandse staatsburgers met hekenbare eigenschappen en gewoonten. Zoiets als wereldburgerschap bestaat in culturele zin niet, evenmin bestaat ‘de’ Marokkaan of ‘de’ Italiaan, ook al zien zij het zelf vaak anders.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!


