Deze bankencrisis kan zomaar een Verenigde Staten van Europa dichterbij brengen

db

De onrust in bankenland – het omvallen van enkele middelgrote Amerikaanse banken, het Zwitserse Credit Suisse en de ‘aangeschoten’ Deutsche Bank –  doet weer stemmen opgaan om de zogenaamde Bankenunie te vervolmaken. Er is weliswaar centraal toezicht op de banken in de Europese Unie – vanuit de ECB in Frankfurt – , maar ingrijpen kan op centraal niveau nog niet. Dat is voorbehouden aan de nationale overheden van de lidstaten.

Minister Kaag van Financiën wil een EU-garantiefonds, een uitgebreid depositogarantiestelsel, om alle banken, die dreigen om te vallen, te kunnen redden. De Noordelijke lidstaten, met Duitsland voorop, willen echter niet garant staan voor Italiaanse banken, die overladen zijn met Italiaans overheidsschuldpapier.

Dominovrees

In Noord-Europa is men bang voor een Italiaanse doomloop, de innige relatie tussen overheid en banken voor wat betreft de financiering van de nationale schuld. Met als risico een domino-effect richting andere banken dat optreedt als één bank in de problemen komt.

Het wel of niet vervolmaken van de Bankenunie is onderdeel van de meer algemene discussie tussen de federalisten, die van de EU een Verenigde Staten van Europa willen maken en de nationalisten, die de EU zien als een samenwerkingsverband van soevereine staten. Een Bankenunie is in de eerste visie een vereiste voor een goede werking van de Europese Monetaire Unie en voor de stabilisatie van de gezamenlijke munt, de euro.

Wel of geen backstop

De EDIS (European Deposit Insurance Scheme)-discussie wordt al 10 jaar gevoerd. EDIS beoogt het bestaande depositogarantiestelsel, waarbij de banken zelf middels een resolutiefonds garant staan voor maximaal 100.000 euro voor alle depositohouders binnen de eurozone, uit te breiden met een ‘common backstop’, waarbij het ESM (European Stability Mechanism) garant staat.

Als het resolutiefonds van de banken niet toereikend is, moet het ESM, de gezamenlijke inbreng van de lidstaten, lees: de belastingbetaler, inspringen. Het is dé ‘bone of contest’ in de Bankenunie-discussie.

Wie draait op voor deze ‘bail-out’? De discussie startte vlak na de krediet- en bankencrisis van 2008. Toenmalig voorzitter Jeroen Dijsselbloem van de Eurogroep, de ministers van Financiën van de eurozone, leidde de discussie en kreeg het als eerste stap voor elkaar dat bij een bankfaillissement in eerste instantie de aandeelhouders het gelag betalen en niet zoals bij de kredietcrisis de overheid oftewel de belastingbetaler. Obligatiehouders waren als tweede aan de beurt en pas in laatste instatie de overheid. Echter alleen in het geval van zogenaamde systeembanken. Niet-systeembanken moesten in zijn visie gewoon failliet kunnen gaan, net als andere firma’s. Banken die vanwege het nemen van te grote risico’s in de problemen komen – ongezonde banken – moeten niet worden gered door de overheid.

Depositogarantiestelsel

Velen dachten dat een tweede financiële crisis niet voor de hand lag. De banken hebben thans meer buffers dan toen, zijn beter gekapitaliseerd en het toezicht is strenger. Maar toch viel de Amerikaanse SVB-bank in Californië om. De bank overleefde een ‘bankrun’ niet.

De depositohouders zijn in de VS gegarandeerd tot 250.000 dollar (in de eurozone slechts tot 100.000 euro), maar de financiële autoriteiten vonden dat niet voldoende. Bang als men was dat er besmetting zou optreden naar andere banken, werden alle depositohouders volledig gecompenseerd.

Dat SVB in de problemen kwam had te maken met het verhogen door de FED van de rente. Deze staat in de VS inmiddels op 4,75%. SVB had het renterisico niet (voldoende) afgedekt middels hedging. Toen de bankrun plaats had moest men snel onderpand verkopen om de depositohouders die hun geld van de rekening haalden te kunnen uitbetalen.

Deutsche Bank

Het onderpand was grotendeels Treasury Bonds met een lange looptijd. Door de renteverhogingen waren die minder waard geworden, hetgeen betekende dat de bank fors verlies leed en dat het onderpand niet voldoende was om de klanten van de bank te betalen.

De grote(re) banken in de VS hebben hun renterisico naar verluidt wel afgedekt en zeggen niet bang te zijn voor een eventuele bankrun. Niettemin hebben de financiële autoriteiten het zekere voor het onzeker genomen en een algemene garantie voor alle depositohouders van alle banken in de VS afgegeven.

Te groot om om te vallen?

De onrust in de VS sloeg over naar Europa. Banken aan wier solvabiliteit al langer getwijfeld werd kwamen in de problemen. Het eerste slachtoffer was Credit Suisse. De ‘trigger’ was dat CS een belang in SVB moest afschrijven. Ook de financiële autoriteiten in Zwitserland reageerden snel, eveneens bang voor besmetting. Collega bank UBS werd min of meer (met een garantie van de Zwitserse staat) gedwongen de concurrent over te nemen.

Bijzonder was wel dat de obligatiehouders (van de achtergestelde leningen) in het Zwitserse systeem als eerste aan de beurt waren en hun geld in rook zagen opgaan. In de eurozone zijn als eerste de aandeelhouders aan de beurt.

Op het moment van schrijven ligt de Deutsche Bank onder vuur. De DB wordt al geruime tijd gezien als een probleembank. Het heeft veel geld verloren met een mislukt avontuur als investeringsbank en heeft een lage rating. Het is echter een systeembank en zal ten koste van alles door de Bundesregering worden gered.

Storm in een glas water of reëel gevaar?

Of de onrust in de bankenwereld doorzet of dat het vuurtje zal worden geblust durf ik nog niet te voorspellen. De banken zouden er volgens ECB-president Lagarde beter voorstaan dan tijdens de financiële crisis van 2008.

We kunnen volgens haar rustig gaan slapen. Maar ook in de eurozone is de rente verhoogd en moeten de banken afschrijven op hun minder waard geworden staatsobligaties. Althans degenen die het renterisico niet hebben afgedekt. Een bankrun kan ook in de eurozone niet worden uitgesloten. Een negatief sentiment kan snel om zich heen grijpen en valt voor overheden en Centrale Banken moeilijk te bedwingen.

Dat is de reden dat minister Kaag (lees: D66) haar kans schoon ziet om EDIS van stal te halen, met als argument dat de voltooing van de Bankenunie de beste remedie is tegen een bankencrisis. Zij pleit voor een ESM-garantie voor alle banken in de eurozone. Op D66 na willen de coalitiepartijen echter niet zover gaan, althans niet als niet eerst aan een aantal voorwaarden is voldaan.

Zo zouden de Italiaanse (en andere) banken niet langer staatsobligaties (in grote hoeveelheden) op hun balans mogen hebben staan. Een mogelijke doomloop moet worden uitgesloten. De huidige officiële Nederlandse inzet is ook nog steeds ‘geen risicodeling zonder risicoreductie’. Anders gezegd: geen blanco cheque aan Zuid-Europa.

Never waste a good crisis

Of de onrust in de bankenwereld tot voltooiing van de Bankenunie leidt – de wens van de federalisten – is dus niet zeker. In ieder geval zal Duitsland moeten bewegen, hetgeen met Lindner van de liberale FDP als minister van Financiën niet voor de hand ligt. De meeste Noordelijke lidstaten willen niet opdraaien voor het redden van Italiaanse banken, die door de Italiaanse overheid zijn opgezadeld met staatsobligaties om de gigantische schuldenberg van het land te financieren.

In de visie van de nationalisten is elke lidstaat verantwoordelijk voor het eigen begrotingsbeleid, voor het beheersbaar houden van de nationale schuld, plastischer gezegd: elke lidstaat dient z’n eigen broek op te houden. Bail-outs van andere overheden of banken van andere lidstaten zijn anathema.

Maar wie weet. De EU pleegt de weg naar een federale unie via crises af te leggen. Dossiers die vast zitten komen los bij een crisis. Het adagium Never Waste a Good Crisis is in de Europese Unie uitgevonden. Als de onrust in de bankenwereld verder om zich heen grijpt, Europese systeembanken in de problemen komen en door de overheid moeten worden gered, zou de roep om een Europese aanpak wellicht gehoor kunnen vinden.

Johannes Vervloed was gedurende bijna vier decennia verbonden aan het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken, met als standplaatsen onder meer Jakarta, Sint-Petersburg en Parijs.

Wynia’s Week verschijnt twee keer per week, 104 keer per jaar. De donateurs maken dat mogelijk. Doet u mee? Hartelijk dank!