Hoe Mark Rutte etnische Coronaproblemen oplost door weg te kijken

Schiphol in tijden van Corona

Molenbeek is een deelgemeente van Brussel die een broeinest voor islamterrorisme bleek te zijn. Nu blijkt Molenbeek ook een broeinest voor het coronavirus te zijn. Maar niet alleen in Brussel, overal in Europa blijkt de tweede golf zich vooral te verspreiden vanuit de wijken in grote steden waar veel allochtonen wonen. Je zou denken dat hiermee dus een patroon zichtbaar wordt, waar het beleid hoe dan ook op afgestemd dient te worden. Als de verspreiding vooral plaatsvindt onder oudere zwaarlijvige mannen, dan probeer je daar toch ook het beleid op af te stemmen. Dan zeg je toch ook niet dat dit onmogelijk is, omdat er niet gediscrimineerd mag worden op geslacht, leeftijd, en eventueel postuur? Dan word je toch nieuwsgierig. Dan ga je toch kijken wat er aan de hand is.

Liever niet

Zo niet minister-president Mark Rutte. Hij heeft het liever niet over het grote aantal besmettingen onder allochtonen. Als Geert Wilders hem onder de neus wrijft, dat Armand Girbes, hoogleraar IC geneeskunde en hoofd van de IC van het VU medisch centrum, vertelde dat de huidige patiënt met covid-19 in de grote steden en in Holland merendeels een niet-westerse achtergrond heeft, en ook de Nederlandse taal niet machtig is, dan beschouwt Rutte dat als een gegeven waar hij verder niks mee kan, waar hij ook verder niks mee wil, en waar hij verder ook niks mee moet. Vervolgens staan bijna alle partijen in de rij om in de notulen van de Tweede Kamer formeel hun ‘foei’ tegen Wilders te laten optekenen. Als Wilders de premier verderop in het debat interrumpeert, dan zegt deze dat het wat hem betreft om Nederlanders gaat, en dat hun etniciteit van rechtswege niet wordt geregistreerd. Formeel heeft een Nederlander dus geen etniciteit.

Rutte ziet alleen Nederlanders

Dat eind jaren ‘90 zoveel Marokkanen en Turken Nederlander zijn geworden, heeft er alles mee te maken dat aan hen het unieke voorrecht is verleend de Nederlandse nationaliteit te verwerven zonder de oorspronkelijke nationaliteit op te geven. Hier dus geen beroep op het non-discriminatoire karakter van het eerste artikel uit de grondwet, maar een privilege juist voor Marokkanen en Turken. Ook in wetten geïnstitutionaliseerd is vervolgens dat die oorspronkelijke, nog steeds rechtsgeldige nationaliteit nergens geregistreerd mag worden. Daarom ziet Rutte door zijn brilglazen alleen maar Nederlanders.

Aan het einde van het debat wordt de motie van Wilders om toch eens te kijken waarom dit etnische patroon zich manifesteert, en of daar beleid op af te stemmen is, door Rutte ontraden. Waarschijnlijk wordt die motie dan ook met grote meerderheid verworpen. Daarmee is het virus van de etniciteit in het coronadebat zorgvuldig onder de mat geveegd. Corona blijft ondertussen via datzelfde etnisch patroon doorwoekeren.

Wetenschap met oogkleppen

Erg wetenschappelijk is die benadering van Rutte en dus van een brede meerderheid in de Tweede Kamer niet te noemen. Het is alsof een wetenschapper niet vrijelijk om zich heen mag kijken om eigenstandig te bezien welke criteria je relevant acht. Het is alsof de wetenschappelijke blik zich vooraf dient te beperken tot de van rechtswege officieel erkende criteria, en dat vervolgens alleen op basis van die criteria de coronawerkelijkheid mag worden beschreven. Het is alsof een wetenschapper politieke oogkleppen krijgt opgezet, alvorens deze aan zijn of haar onderzoek begint.

Maar wat zou het dan kunnen opleveren om wél te kijken naar etniciteit als het om corona gaat? Voordat ik die vraag probeer te beantwoorden, wil ik eerst zeggen dat ik die vraag eigenlijk niet hoef te beantwoorden, omdat het juist deskundige en creatieve wetenschappers vereist om te kunnen bepalen wat uit een bepaald patroon van etnische verspreiding van het virus af te lezen en te leren valt.

Het is niet zo dat het aan het beperkte voorstellingsvermogen van mij of van Rutte moet worden overgelaten, op welke aspecten verder onderzoek naar het etnische patroon van corona zich zou kunnen concentreren. Eerst is er een veelgeroemd moment van verwondering nodig. Dat betekent dat je allereerst eens de feiten zoals die zich voordoen tot je door laat dringen, alvorens op die feiten theorieën los te laten. Die verwondering is als het ware een moment van windstilte voordat de storm in het hoofd van de wetenschapper losbreekt. Een moment van windstilte, het lijkt onbelangrijk, maar het blijft bij al het verdere onderzoek een referentiepunt.

Verwikkeld in allerlei theorieën en onderzoeksopzetten, biedt het de wetenschapper de gelegenheid even terug te keren naar de naakte feiten, los van enige theorie, en los van enige onderzoeksopzet. De wetenschapper ontleent aan die windstilte de creativiteit om te spelen met mogelijke theorieën en mogelijke onderzoeksopzetten. Maar nu zegt Rutte: Niks geen windstilte, en overhandigt vervolgens een lijstje met criteria waarnaar gekeken mag worden.

Gebagatelliseerd

Huisarts en hoogleraar Maria van den Muijsenbergh heeft in de Volkskrant een zestal mogelijke oorzaken genoemd, die ertoe leiden dat covidbesmettingen een etnisch patroon vertonen: (1) vaker een contactberoep, (2) krappe behuizing, (3) meer onderliggende ziekten, (4) genetische verschillen, maar ook (5) onduidelijkheid over de maatregelen en (6) culturele verschillen. Waar de eerste vier factoren worden toegelicht, worden de laatste twee factoren in het artikel meteen al gebagatelliseerd. Blijkbaar hanteert zij Ruttes lijstje met criteria.

 Zo zegt Van den Muijsenbergh: “Er wordt snel gezegd dat deze groep zich niet aan de regels houdt vanwege gebrek aan kennis, maar dat is niet zo.” Toch staat in haar onderzoek te lezen: “De informatie via het nieuws is voor velen niet goed te begrijpen, doordat het taalgebruik te ingewikkeld is of omdat ze de Nederlandse taal niet voldoende machtig zijn.”

Hoe zij verklaart dat Girbes constateert dat veel covidpatiënten het Nederlands niet beheersen, blijft onduidelijk. Je zou denken dat de groep van 65 geselecteerde personen die zij heeft onderzocht, niet overeenkomt met de groep die Girbes aantreft in het ziekenhuis.

Eigenlijk is Wilders het met Van den Muijsenbergh eens dat taal niet van doorslaggevend belang is. Als Rob Jetten voorstelt om samen een motie in te dienen waarin wordt gevraagd voor informatie in diverse talen, dan gaat Wilders niet in op dat voorstel. Vanuit Jetten bezien was de voorgestelde motie overigens alleen bedoeld voor de bühne. Uiteindelijk heeft hij geen motie met die strekking ingediend.

Welke culturele verschillen?

Bij culturele verschillen denkt Van den Muijsenbergh aan het feit dat migranten vaak bijeenkomen in grote groepen. Dat constateert ook Wilders, als hij het heeft over bruiloften met honderden mensen waarbij alle coronaregels aan de laars worden gelapt. Wilders ergert zich er vooral om dat er vervolgens geen boetes worden uitgedeeld. Daarmee wordt de boodschap uitgedragen dat de betreffende allochtonen er nog mee weg komen ook.

Girbes noemt bij culturele verschillen vooral het feit dat het bij niet-westerse allochtonen vaak gaat om gezinnen waarbij de ouderen bij hun kinderen inwonen, wat ertoe lijdt dat er meer besmettingen tussen generaties plaatsvinden. Inderdaad is het zo dat veel besmettingen worden doorgegeven in huiselijke kring. Als grootouders dan inwonen, lopen ze de kans om besmet te geraken.

Wat ik me afvraag is of het lijstje van zes factoren wel compleet is, en of er niet nog meer oorzaken zijn aan te wijzen. Bij mij poppen dan in ieder geval nog een zevende en achtste oorzaak op: (7) geïnternationaliseerde familiecontacten, en (8) multiculturele onverschilligheid.

Geïnternationaliseerde familiecontacten

Zeker de afgelopen jaren komen steeds meer mensen naar Nederland vanuit alle mogelijke uithoeken van de wereld. Met ongeveer ieder land in de wereld hebben wij een migratieoverschot. Daarbij gaat het niet alleen om arme landen, en ook niet alleen om arme mensen. Het kan ook gaan om heel rijke mensen.

De prijs van die arbeidsmigratie is dat het in Nederland alsmaar drukker wordt, en dat Nederland een steeds moeilijker te managen samenleving is. Ontwikkelingen op wereldschaal weten Nederland te vinden, en leiden in Nederland tot hevige ontwikkelingen. Zo ook covid-19.

Kijken we naar de internationalisering van de arbeidsmobiliteit, dan gaat het om mensen die regelmatig het land van herkomst bezoeken, en ook regelmatig bezoek ontvangen uit het land van herkomst. Ook zijn er contacten met familieleden, die bijvoorbeeld naar Duitsland of de VS zijn verhuisd. Er is dus sprake van geïnternationaliseerde familiecontacten.

Al die geïnternationaliseerde familiecontacten leiden er in coronatijd natuurlijk voor dat er ook veel besmettingen worden geïmporteerd. Als zo’n besmetting eenmaal in Nederland is, en hier wordt doorgegeven, dat dan wordt al snel niet meer onderkend dat de besmetting oorspronkelijk uit het buitenland komt.

Maar bij geïnternationaliseerde familiecontacten wordt dat wel zichtbaar, doordat blijkt dat corona zich in hoge mate onder allochtone gemeenschappen in Nederland verspreidt. Allochtone mensen staan gemiddeld dichter bij die geïmporteerde besmetting dan de gemiddelde Nederlander.

Multiculturele onverschilligheid

Toen ik eens een keer collecteerde voor een of ander goed doel, bemerkte ik al snel dat buitenlandse studenten veelal geen bereidheid toonden om iets in de collectebus te stoppen. Het is me ook wel overkomen dat ik spartelend met een te zware tas en een vallende fiets een omstander om hulp vroeg, en dat ik dan te horen kreeg: ‘sorry I don’t speak Dutch.’

Wat ik hieruit heb opgemaakt is dat het met de loyaliteit van buitenlandse studenten naar de Nederlandse samenleving toe niet al te best gesteld is. Punt is dikwijls dat deze studenten in hun eigen geïnternationaliseerde cocon leven, en dat ze niet zoveel hebben met de Nederlandse samenleving. Ze zijn veel meer betrokken op hun directe omgeving, en de voor- en nadelen die deze voor hen oplevert.

Meer in het algemeen zijn immigranten er dikwijls bedreven in om de voor- en nadelen van het land van herkomst en het land van aankomst tegen elkaar uit te spelen. Het land van aankomst vormt daarbij niet een belang dat gediend moet worden. Dikwijls krijgt men het nieuws niet binnen via de Nederlandse media, maar via buitenlandse media uit het land van herkomst. Ook is men er niet aan gewend om binnen eigen kring Nederlandse normen te hanteren.

Het betekent waarschijnlijk dat ook in coronatijd veel zaken zo blijven gaan als ze altijd gaan, zonder dat er veel aanpassing aan coronamaatregelen plaatsvindt. Houden aan de regels doe je dan eerder om sancties te voorkomen, dan uit innerlijke overtuiging.

En als die innerlijke overtuiging dan toch optreedt, dan zal de neiging bestaan corona te zien als een Nederlands gevaar waar je je dan als gemeenschap tegen dient te beschermen. Ondertussen gaan de onderlinge besmettingen nog een poosje door, voordat men beseft: wij zijn het zelf die elkaar besmetten. In die situatie zitten we nu.

Problemen oplossen door weg te kijken

Als je het probleem niet onderkent, hoef je ook geen oplossing te formuleren. Zo bezien maakt Rutte het zichzelf lekker makkelijk. Maar de kans is groot dat zich hier alweer een volgend probleem aan het ontspinnen is. Tegen verkiezingstijd kijken we wellicht terug op een tweede golf waarbij besmettingen zich hebben verspreid vanuit de allochtone gemeenschappen naar de autochtone gemeenschap. Hoe krijg je dan nog de multiculturele samenleving verkocht?