Hoelang nog keert de katholieke kerk de islam de andere wang toe?
Artikel beluisteren
De islam is overal ter wereld steeds nadrukkelijker aanwezig, ook in Nederland. Dat is lang niet altijd tot onverdeelde vreugde van de autochtone bewoners en niet-islamitische minderheden. Ook veel Nederlandse katholieken zetten vraagtekens bij de islamisering van hun eigen leefomgeving. Intussen probeert de katholieke kerk de lieve vrede te bewaren. De kerkleiders spreken in naam van de ‘interreligieuze dialoog’ stichtelijke woorden over de relatie tussen christenen en moslims.
Zo zei paus Leo XIV na zijn recente bezoek aan Afrika dat de wereld veel van Libanon kan leren. Volgens de paus is het bij uitstek een land waar de islam en het christendom gerespecteerd worden en waar het mogelijk is om samen te leven en vrienden te zijn.
Een nogal ongelukkig voorbeeld, omdat tijdens de Libanese Burgeroorlog (1975-1990) zo’n 150.000 mensen omkwamen en honderdduizenden Libanezen, vooral niet-moslims, moesten vluchten. Paus Leo benoemde dit bloedige verleden nog wel expliciet, maar benadrukte vooral de onderlinge verhoudingen die sindsdien sterk verbeterd zouden zijn.
De kritiek op de woorden van de paus is niet onlogisch, zeker wanneer we bedenken dat Libanon synoniem is geworden voor sektarisch geweld mede als gevolg van de toename van het aantal moslims. ‘Libanonisering’ is een term die verwijst naar het proces waarbij een stabiele samenleving of staat uiteenvalt in onderling vijandige, sektarische facties met verschillende religieuze of etnische achtergrond. Deze situatie wordt soms ook aangeduid als ‘Balkanisering’ of ‘Zuid-Afrikanisering’, voorbeelden van mislukte multiculturele samenlevingen.
Omzichtige formulering
Voor dit soort conflicten, die kunnen uitmonden in een burgeroorlog, wordt in toenemende mate ook gevreesd in West-Europese landen. De massale immigratie van moslims leidt ertoe dat grote delen van West-Europese steden onleefbaar worden voor niet-moslims. Niet zo gek, want onderzoeken tonen aan dat nogal wat Europese moslims er orthodoxe of zelfs radicale denkbeelden op nahouden. Zo gaf in een onderzoek uit 2013 van socioloog Ruud Koopmans 70 procent van de ondervraagde Nederlandse moslims aan dat de regels van de Koran voor hen belangrijker zijn dan de Nederlandse wetten.
Ook zei de paus dat hij beseft dat in Europa angsten bestaan, maar dat die vaak worden veroorzaakt door mensen die tegen immigratie zijn. ‘Deze mensen proberen anderen buiten te houden’, zo zei de paus, ‘omdat ze uit een ander land komen en een andere religie of een ander ras hebben.’ Deze omzichtige formulering is maar deels waar. Autochtone Europeanen hebben doorgaans weinig moeite met specifiek het land van herkomst of het ras. De problemen die zij hebben met asielmigranten hebben vooral te maken met de massaliteit van de instroom en met twijfel over de vluchtmotieven. Meer specifiek ervaren Europeanen dat de culturele verschillen tussen hen en met name moslims vaak onoverbrugbaar zijn.
De Nederlandse bisschoppen volgen op het vlak van immigratie de lijn van de paus, zoals ze vrijwel altijd de lijn van Rome volgen. Bisschop van Den Bosch Gerard de Korte schreef samen met PKN-scriba Kees van Ekris een open brief aan de Eerste Kamerleden met het verzoek tegen de asielnoodmaatregelenwet te stemmen. De senatoren zouden dit moeten doen uit naam van barmhartigheid en rechtvaardigheid. De nadruk lag vooral op de strafbaarstelling van hulp aan illegalen, of zoals bisschop De Korte het samenvatte: ‘Als mensen in nood zijn, dan mag je verwachten dat de kerken helpen. Zonder enige dreiging van het strafrecht.’
Dat klinkt nobel en er is op zichzelf geen reden om te twijfelen aan de goede intenties van de bisschop. De vraag die echter onbeantwoord blijft in de brief is of immigranten, legaal of niet, gemiddeld gesproken evenveel compassie aan de dag leggen voor degenen die hen een warm welkom bieden. Het lijkt wel of barmhartigheid voor vreemdelingen zo heilig is geworden dat er geen ruimte meer is voor medemenselijkheid voor onbekenden dichter bij huis. De letterlijke ‘naasten’, de mensen die al vele jaren buren zijn en misschien wel problemen hebben met islamitische immigranten, worden voor het gemak even vergeten, zo lijkt het.
Bovendien wordt de vraag uit de weg gegaan of de Syrische en Palestijnse jongemannen die hier als asielzoeker arriveren wel echt op de vlucht zijn voor oorlog. Het lijkt er vaak op dat het betalen van mensensmokkelaars – vooral door families uit de middenklasse – eerder als een economische investering wordt gezien.
Wellicht maken dit soort ‘aardse’ overwegingen geen onderdeel uit van de christelijke leer. Dat neemt niet weg dat de door de kerkleiders gepredikte barmhartige houding in toenemende mate botst met de dagelijkse praktijk. Want wie zijn deze mensen die veelal afkomstig zijn uit landen waar sprake is van christenvervolging en die op advies van mensensmokkelaars massaal hun paspoort weggooien om zo de kans op een verblijfstatus te vergroten? Geen wonder dat de medemenselijkheid van de kerken voor sommigen nogal naïef aandoet. De vraag of bepaalde culturen misschien maar moeilijk met elkaar verenigbaar zijn, mag die überhaupt worden gesteld aan de kerkelijk leiders?
‘Beledigende’ karakterisering
Ook de directe voorgangers van paus Leo onthielden zich van al te kritische woorden over de islam. Uitzondering was paus Benedictus XVI die tijdens een lezing in Regensburg in 2006 de Byzantijnse keizer Manuel II Palaiologus citeerde: ‘Toon mij wat Mohammed voor nieuws heeft gebracht, en je zult daar alleen slechte en onmenselijke dingen vinden, zoals zijn bevel om het geloof dat hij predikte met het zwaard te verspreiden.’
Veel islamitische religieuze leiders en politici reageerden als door een wesp gestoken op deze ‘beledigende’ karakterisering van de islam. In veel islamitische landen werden massale straatprotesten georganiseerd, vergelijkbaar met de Deense cartoonrellen. Het Pakistaanse parlement riep de paus unaniem op om zijn ‘bezwaarlijke uitspraak’ in te trekken.
Omgaan met kritiek is niet het sterkste punt van de islam en zal dat vermoedelijk ook nooit worden. Kritiek op de religie zelf, de interpretatie ervan of op gedragingen van de aanhangers van het geloof, worden steevast gepareerd met beschuldigingen van islamofobie of racisme. Of met agressie. Ook daarin kan de verklaring liggen dat de pausen na Benedictus zelden of nooit waren te betrappen op kritische woorden over de islam. Islamisten maken daar misbruik van.
Dependance van het kalifaat
Intussen gaat de christenvervolging in veel landen onverminderd door. Een recent dieptepunt is Islamitische Staat (IS), een terroristische organisatie die in 2014 grote delen van Syrië en Irak veroverde en daar massaal christenen, jezidi’s en andere niet-moslims over de kling joegen. Daarnaast hadden ze ook nog tijd voor propaganda, zoals het fabriceren van gefotoshopte plaatjes waarop Rome en Vaticaanstad werden afgebeeld als de nieuwe hoofdstad van het toekomstige kalifaat, compleet met wapperende IS-vlaggen.
De leiders van de katholieke kerk hebben er een handje van om de radicale stroming binnen de islam af te doen als de uitzondering, waarbij sommigen zich ook bedienen van het cliché dat het jihadisme weinig met de ‘werkelijke’ islam te maken heeft. Overigens is Rome inmiddels een stuk minder populair bij islamitische predikers die hardop dromen over de verovering van Europa. Steeds vaker worden Wenen, Parijs en Londen genoemd als toekomstige hoofdstad van de Europese dependance van het kalifaat.
De katholieke kerk is een brede kerk. Ook in Nederland houden katholieke gelovigen er een waaier aan opvattingen op na, net als hun niet-katholieke landgenoten. Hun stemgedrag is evenmin afwijkend. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2023 bijvoorbeeld was de PVV ook onder katholieke kiezers (29 procent) de op afstand grootste partij.
Voor de leiding van de katholieke kerk in Nederland lijkt te gelden dat er vooral een verzoenende houding ten opzichte van de islam wordt voorgestaan. Historisch is dat wat lastig te begrijpen. Katholieken, en ook de oosters-orthodoxe kerken, hebben immers eeuwenlang strijd gevoerd tegen de islamieten. Dat gebeurde in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, maar ook op het Europese continent.
In 1683 versloegen het Heilige Roomse Rijk en het koninkrijk Polen het Ottomaanse Rijk dat de hoofdstad van het aartshertogdom Oostenrijk wilde veroveren, de residentie van keizer Leopold I en de zetel van de Habsburgse monarchie. Dit zogenoemde Beleg van Wenen wordt tegenwoordig vooral in herinnering gebracht in rechtse en nationalistische kringen. De paus en andere geestelijken hoor je er nog zelden over. Het is bijna alsof ze geen slapende honden wakker willen maken. Ook hier zit behoorlijk wat licht tussen de kerkleiding en de volgers, want onder veel Europese katholieken maakt het Beleg van Wenen nog wel degelijk onderdeel uit van het collectieve geheugen.
Houvast
Hoewel het aantal katholieken wereldwijd fors groeit, is er in West-Europa sprake van gestage krimp. Dat geldt ook voor Nederland, waar tegelijk het aantal moslims snel toeneemt: in 2050 zijn het er naar verwachting drie à vier miljoen, vergelijkbaar met het huidige aantal katholieken.
Het lijkt geen al te gewaagde voorspelling dat de islam in Nederland – tenzij zich fundamentele politieke veranderingen voordoen – voor het eind van de eeuw de dominante godsdienst zal zijn. Biedt de verzoenende boodschap van de katholieke kerkleiding dan nog houvast aan de resterende gelovigen? Vroeg of laat zal de katholieke kerk de vraag moeten beantwoorden hoe belangrijk de aanwezigheid van het christendom in Nederland en de rest van het Westen is.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!



















