Khadija Arib is het slachtoffer van a-democratische potentaten

We hebben niet zo veel knuffelallochtonen – om maar een politiek niet erg correcte term te gebruiken – in ons land. Mensen als Ahmed Aboutaleb, Ibrahim Afellay, Khadija Arib en Ali B., in alfabetische volgorde. De een na de ander wordt ons echter ontnomen. Eerst Ali B., wegens seksueel overschrijdend gedrag en toen volgde Khadija Arib wegens ‘anderszins’ overschrijdend gedrag.

 Het is wachten tot het moment dat de keurige ex-voetballer Ibrahim Afellay minder keurig blijkt te zijn (geweest) dan we allemaal dachten. Daarna, vrezen wij, volgt Ahmed Aboutaleb die wel met onkostenvergoedingen gerommeld zal hebben, zoals Rotterdamse burgemeesters vroeger ook wel eens deden, of niet deden.

Klachten over grensoverschrijdend gedrag …

Maar laten we het maar eens hebben over dat ‘anderszins’ overschrijdend gedrag van mevrouw Arib, voormalig Kamerlid voor de PvdA. Van 12 december 2015 tot 7 april 2021 was zij voorzitter van de Tweede Kamer. In die laatste functie schijnt zij voor een onveilige werksituatie gezorgd te hebben, er was sprake van machtsmisbruik en een schrikbewind. Althans, dat zou blijken uit anonieme brieven die de huidige Kamervoorzitter Vera Bergkamp (D66) had ontvangen.

Wat Arib allemaal precies had uitgehaald, weten wij niet en, naar het schijnt, Arib zelf weet het ook niet. Wel meldden de kranten dat de ambtelijke top van de griffie van de Tweede Kamer de voorvallen in beide klachtenbrieven herkende. Een van die topambtenaren was de directeur van de hr-afdeling van de griffie, Jorine Wolff. Die klachten werden in het presidium van de Tweede Kamer besproken. Kennelijk weten de presidiumleden wel wat de klachten inhielden, want er werd daar geconcludeerd dat een onderzoek naar het gedrag van Arib noodzakelijk was.

… waren ‘ernstig, serieus en niet incidenteel’

PvdA-Kamerlid Henk Nijboer en toen lid van het presidium kende de klachten kennelijk ook. Hij noemde ze immers ‘ernstig, serieus, en helaas ook niet incidenteel’. Toch stapte hij uit het presidium (nos.nl). Hij vond dat hij daar niet langer kon functioneren omdat hij had ingestemd met het onderzoek naar Arib. Had hij dan in ieder geval niet de moed kunnen hebben om uit te leggen wat die ernstige, serieuze en structurele klachten volgens hem waren? Nu besmeurde hij de reputatie van zijn partijgenoot Khadija Arib voor het oog van de natie zonder dat hij precies uitlegde wat er aan de hand was.

Zoals zo vaak als betrokkenen niet precies willen zeggen wat er aan de hand is, gaan nieuwsgierige journalisten op onderzoek uit. Dit keer waren het journalisten van de Volkskrant. De kop van hun artikel ‘Wie is hier de baas?’ suggereerde al dat Arib anoniem was aangevallen door, namens of op gezag van a-democratische potentaten uit het managementteam van de griffie. Dan begrijpen we direct waarom de leden van de ambtelijke top de klachten herkenden, zoals we net zagen. Die klachten kwamen immers direct of direct van henzelf. Toch?

De griffie als hulpdienst van de Kamer

Voor we verder gaan, is het goed te weten wat precies de functie van de griffie is. Op deze website van de Tweede Kamer lezen we dat de griffie de ambtelijke organisatie is van de Tweede Kamer, met aan het hoofd de griffier. De griffier adviseert de Kamer, de voorzitter en het presidium over procedurele en staatsrechtelijke aspecten van de werkzaamheden van de Kamer. De Kamer beslist over het aangaan en beëindigen van het dienstverband van de griffier. De griffier heeft de leiding over de griffie. Het presidium oefent hierop toezicht uit. Verder is het presidium ook belast met het benoemen van de directeuren van de griffie.

De griffie is een soort hulpdienst voor het parlement, net als de Algemene Rekenkamer dat is. De griffier is het hoofd van de griffie en is dus de hoofdhulp van de Kamerleden.

De griffier zorgt er voor dat alle procedures soepel verlopen en alle te bespreken stukken op tijd aanwezig zijn voor de Kamerleden. Er kunnen ook andere stukken van belang zijn bij de vergaderingen van de Kamer, bijvoorbeeld stukken die in het verleden zijn besproken. Welke stukken dat zijn, heeft de griffier ook paraat. Hij is daarmee ook het geheugen van de Kamer. Zo houdt hij bij of de regering wel doet wat de Kamer in het verleden besloten heeft. Voor die geheugenfunctie is het uiteraard handig als de griffier lange tijd op zijn plek blijft zitten. In de 200 jaar van 1 september 1815 tot 1 september 2015 waren er precies dertien griffiers in functie. De gemiddelde zittingsduur van een griffier was daarmee dus ruim vijftien jaar.

De directeuren van de griffie eisen dezelfde rechten als Arib

Vanaf 1 september 2015 is er een beetje de klad gekomen in de honkvastheid van de griffiers. Dat is ook een groot deel van de periode waarin Arib voorzitter was van de Kamer. Toeval of niet? Was Arib nu zo moeilijk, of begrepen de nieuwe griffiers niet waartoe zij op aarde, althans in de Kamer, waren? Maar misschien moeten we eerst kijken naar de hoogste ondergeschikten van de griffier, namelijk de directeuren van de ambtelijke organisatie. Daar gaat namelijk het net aangehaalde stuk in de Volkskrant over.

Het artikel begint met een brief van Jan Willem Duijzer aan Kamervoorzitter Khadija Arib. Het is 1 december 2018 en Duijzer, directeur bedrijfsvoering en informatisering, vindt dat hij niet langer als knecht van het presidium wil worden behandeld. Hij vindt zichzelf minstens de gelijke van de leden van het presidium. Dat hij dus ook bij alle vergaderingen van het presidium behoort te zijn, als hij dat zelf nodig acht.

Arib is de baas

Maar daar is Arib niet van gediend. Niet Duijzer, maar zij bepaalt of de directeuren bij de overleggen van het presidium aanwezig mogen zijn. Zij laat dus soms directeuren van het managementteam niet toe bij vergaderingen. Die directeuren zijn dat, vanuit hun vorige functies, soms niet gewend. Laten we de krant maar even letterlijk citeren:

De nieuwe directeur huisvesting, Jaap van Rhijn, stapt in 2019 vanuit een topbaan in de vastgoedwereld over naar de Kamer, maar blijkt niet meer de baas te zijn zoals hij gewend is. Hij krijgt bijvoorbeeld geen vaste stoel bij vergaderingen van het presidium (…). Arib laat hem tijdens dat soort vergaderingen soms wachten op de gang. (…) Of hij wordt weer weggestuurd.

Van Rhijn is, volgens de krant, een van de personen die geklaagd hebben over de ‘sociaal onveilige werksfeer’ onder Arib. Hun klachten waren bepalend voor het starten van een onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag door Arib.

Het managementteam begrijpt de democratie niet

Laten we aannemen dat het bovenstaande waar is. Dan heeft Van Rhijn niet begrepen dat hij in een organisatie kwam te werken die dienstbaar zou moeten zijn aan het functioneren van onze democratie. Hij was – Van Rhijn is inmiddels vertrokken – als directeur bij de griffie een hulp van de griffier die dan weer een hulp van de Kamer is, zoals we net hebben vastgesteld. Van Rhijn was dus een hulp in het kwadraat, maar hij dacht recht te hebben op een vaste stoel bij de vergaderingen van het presidium. Alsof hij wetgever was. Hij was eerder een egotripper die de werking van de democratie niet begrijpt. In een democratie zijn niet bureaucraten zoals hij de baas, maar de Kamerleden die ons – ons kiezers – vertegenwoordigen.

Vragen

Kortom, Arib is inderdaad het slachtoffer geworden van a-democratische potentaten die de baas willen spelen over iets – het wetgevingsproces – waar ze niets over te zeggen hebben. Je vraagt je natuurlijk wel af, waarom ze tijdens hun sollicitatie niet op hun bescheiden rol gewezen zijn.

Ik vraag me echter toch vooral af hoe het mogelijk is dat Kamervoorzitter Vera Bergkamp en Arib’s partijgenoot Henk Nijboer de klachten van het managementteam serieus konden nemen. Weten zij ook niet hoe de democratie werkt?

Vera Bergkamp en Henk Nijboer zijn geen echte democraten

Bergkamp heeft inmiddels zelfs aangetoond dat ze niet weet hoe je een onafhankelijk onderzoek opzet. Zij stelde immers de al eerder genoemde Jorine Wolff als leider van het onderzoek aan (zie hier). Deze Jorine Wolff vond al dat Arib een sociaal onveilige werksituatie had gecreëerd. Dan stond voor haar de uitkomst van het onderzoek naar Arib dus al vast: schuldig! Na alle ophef daarover stapte zij met de andere directeuren van de griffie en de griffier zelf maar op.

Henk Nijboer had ik echter wel iets hoger ingeschat. Hoe kon hij denken dat de topambtenaren van de griffie zich met wetgeving mogen bemoeien? Wetten maken is toch zijn taak? Hoe dan ook, als volksvertegenwoordiger vertegenwoordigt hij mij in ieder geval niet langer.

Harrie Verbon is blogger en emeritus-hoogleraar Openbare Financiën aan de Universiteit van Tilburg.

Wynia’s Week dankt de auteurs en de donateurs. Nog geen donateur? Hartelijk dank!