Links voelende kerk geeft oprukkende islam vrij spel bij het veroveren van de publieke ruimte
Artikel beluisteren
De wildgroei aan iftars is niet te stuiten. Je kunt het zo gek niet bedenken of er worden tijdens de ramadan religieus-islamitische maaltijden georganiseerd: op centrale pleinen van grote steden, in politiebureaus en in stadhuizen. Iedereen doet mee: leden van het Koninklijk Huis, Bekende Nederlanders, burgemeesters en ministers.
Ook kerken vormen steeds vaker het decor van de iftar. Dit jaar zien we onder meer iftars in kerkgebouwen in plaatsen als Amsterdam, Groningen, Woerden, Gorssel, Wilnis en Bathmen. Vaak zitten er organisaties achter die zich presenteren als een interreligieuze dialooggroep of ondernemersvereniging, maar van wie de verdere verspreiding van de islam het belangrijkste streven is. In sommige gevallen zijn de iftars het initiatief van kerken zelf of betaalt de gemeente mee.
Een iftar voor vrouwen
Op 8 maart wordt in Groningen in de Akerk, de op een na grootste kerk van de provincie, een iftar georganiseerd. Initiatiefnemer is Stichting De Noordelijke Horizon, die ook al de protestantse buurtkerk De Fontein in dezelfde stad overtuigde om een islamitische maaltijd te houden. De gemeente Groningen draait op voor de kosten van de iftar in de Akerk, waar al jaren geen erediensten meer worden gehouden. De kerk in het stadscentrum wordt tegenwoordig gebruikt voor fototentoonstellingen, whisky-proeverijen en concerten. En nu dus voor bijeenkomsten in het kader van de ramadan.
Op de website van Stichting De Noordelijke Horizon lezen we dat de iftar wordt georganiseerd op Internationale Vrouwendag ‘om vrouwen een stem te geven’. Met een dergelijk statement kom je alleen weg in een omgeving waar het voor links-progressieven onmogelijk is om enig gevaar te zien in een orthodoxe ideologie, ook al gaat die rechtsreeks in tegen de waarden waar je zegt voor te staan. Wie de lijn doortrekt, komt van vrouwenrechten vieren tijdens een islamitisch religieuze maaltijd vanzelf uit bij het lidmaatschap van de Islamitische Republiek Iran van de UN Women Rights Commission. Dat zijn twee kanten van dezelfde medaille.
Iftars in kerken is een nieuw fenomeen. De opkomst ervan leidt tot de nodige discussie in kerkelijke kringen. Zo zegt Cees Rentier, predikant-directeur van de Stichting Evangelie & Moslims, in het YouTube-programma Uitgelicht! dat christenen zulke maaltijden niet zelf zouden moeten organiseren. ‘Het is ongepast. De islam is een godsdienst die heel nadrukkelijk “nee” zegt tegen de bijbel en het christelijk geloof. Moslims leren van jongs af aan dat de Bijbel is vervalst.’
‘We vinden het onbestaanbaar, zeker dit jaar in de lijdenstijd in de weken voor Pasen, dat je als kerk actief meedoet om in jouw gebouw een activiteit te organiseren waarin de Koran wordt gereciteerd.’ Rentier ziet dat er vaak aanhangers van de Turkse Gülen-beweging bij betrokken zijn. Volgens de predikant denken deze Gülenisten dat ze meer kans hebben christenen te bekeren tot de islam dan ongelovigen en is dat een van de redenen dat er steeds vaker iftars worden georganiseerd in kerken. ‘Je schept als kerk verwarring. Doe dat niet. Als moslims je uitnodigen in hun eigen gebouw, is dat een ander verhaal.’
SGP: islam is antichristelijke godsdienst
De SGP is het hiermee grotendeel eens. ‘De islam is een antichristelijke godsdienst waarin wordt ontkend dat Jezus de Zoon van God is’, zegt Tweede Kamerlid Diederik van Dijk. ‘Dit staat volstrekt haaks op de christelijke boodschap. Kerken die de loopplank uitleggen naar de islam hebben blijkbaar geen idee waarvoor zijzelf staan én geen idee waarvoor de islam staat. Dat is schokkend en verdrietig.’
De SGP vindt het bepaald geen overheidstaak om islamitische feesten te subsidiëren of te faciliteren, zegt Van Dijk. ‘De overheid zegt neutraal te willen staan tegenover religie en dit staat er haaks op. Tijdens de iftar wordt bijvoorbeeld beleden dat alleen Allah aanbeden mag worden (Shahada). Zo’n iftar lijkt dus wel heel inclusief, maar sluit juist uit. Ik heb ook nog nooit meegemaakt dat de overheid kerstdiensten subsidieert of zo. Integendeel.’
Potsierlijke propaganda
Niet iedereen is zo kritisch als Rentier en Van Dijk. In een land met talloze kerkgenootschappen, inclusief allerlei kleine, zelfstandige lokale gemeenten en groeperingen, is het geen wonder dat er niet één consistente lijn valt te ontdekken. De voorstanders zien geen enkel probleem met bijvoorbeeld islamitische gebeden in hun kerkgebouw. Hun beweegredenen kunnen we intussen wel dromen. Net zoals bij alle ambtelijke iftar-promotie en de landelijke ramadanjournalistiek zijn de woorden ‘verbinding’, ‘ontmoeting’ en ‘bezinning’ nooit ver weg.
Wat ook opvalt is dat in de eindeloze stroom aan propaganda altijd nog even plechtig wordt uitgelegd wat de ramadan precies inhoudt: (‘Een iftar is een maaltijd tijdens de ramadan, die wordt gevierd als de vasten na zonsondergang wordt gebroken.’) Die telkens herhaalde bijsluiter van de gebruiken binnen de islam begint zo langzamerhand iets potsierlijks te krijgen. Het werkt wel: de kans is groot dat veel Nederlanders inmiddels meer weten over de ramadan dan over Pinksteren.
In het Gelderse plaatsje Gorssel staat men te popelen om dadels en harira te eten terwijl een volle kerk luistert naar de gebeden uit de Koran. ‘De organisatie is in handen van de lokale moslimgemeenschap in samenwerking met de Protestantse Gemeente Eefde-Epse-Gorssel, de stichtingen Gouden Generatie en Acacia, die eerder in omliggende dorpen een iftar-maaltijd hebben mede-georganiseerd. Bij de start van de iftar in de protestantse kerk wordt een korte soera uit de Koran gereciteerd. We vieren samen de verbinding tussen culturen.’
Er zijn nooit kerstmaaltijden in moskeeën
Deze ‘verbinding’ komt echter vooral van één kant, van wederkerigheid is nauwelijks sprake. Jawel, iedereen is welkom, maar waarom worden er nooit kerstmaaltijden in de moskee georganiseerd? En waarom zijn daar nooit passages uit de Bijbel te horen? Het antwoord laat zich raden en is hierboven al gegeven door Rentier en Van Dijk: De islam heeft niets met andere religies, ook niet met het christendom. Sterker nog: het christendom dient volgens de orthodox-islamitische leer bestreden te worden waar het kan. Het levende bewijs zien we al eeuwen tot de dag van vandaag. In Nigeria, maar ook in veel andere landen in het Midden-Oosten, Noord-Afrika en Midden-Afrika, worden christenen massaal afgeslacht. Voor het overgrote deel zijn de daders orthodox-islamitische terreurgroepen.
Daar komt bij dat het zo demonstratief vieren van de ramadan – op pleinen, in kerken, met gebeden in bijzijn van notabelen – veel minder te zien is in islamitische landen zelf. Net als het bidden op straten en pleinen, heeft het openlijk gebruiken van de iftar-maaltijd als doel de publieke ruimte van de westerse wereld te veroveren. Het strooien van woorden als ‘verbinding’ heeft effect: het telkens dieper buigende gezag in de vorm van de lokale politiechef, burgemeester of predikant prikt maar al te graag een vorkje mee. De foto van de breed lachende burgemeester, toevallig altijd aan de zijde van een tevens lachende jonge moslima met hoofddoek, wordt gretig verspreid op social media en in kranten.
Katholieken stellen kerk minder vaak open voor iftar
Opvallend is dat in Nederland de meeste iftars in links voelende kerkgemeenten worden gehouden en veel minder in katholieke kerken. Een verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat de katholieken, en ook de Oosters-Orthodoxe Kerken, een eeuwenlange strijd hebben moeten voeren tegen de islamieten. Dat gebeurde op het Europese continent, in Midden-, Zuid- en Oost-Europa en ook in het Midden-Oosten en Noord-Afrika.
Zo is het Beleg van Wenen ‘slechts’ drie-en-een-halve eeuw geleden. Het Heilige Roomse Rijk en het Koninkrijk Polen versloegen in 1683 het Ottomaanse Rijk dat de hoofdstad van het aartshertogdom Oostenrijk wilde veroveren, de residentie van keizer Leopold I van het Heilige Roomse Rijk en de zetel van de Habsburgse monarchie. Hoewel deze Slag bij de Kahlenberg in de westerse geschiedenisboekjes geen al te prominente plek meer inneemt, maakt het in veel katholieke kringen nog wel degelijk onderdeel uit van het collectieve geheugen.
Baby-jihad
De smadelijke nederlaag in 1683 wordt geregeld aangehaald door imams als iets dat in de toekomst rechtgezet gaat worden. Ze noemen daarbij vaak expliciet dat dit niet zozeer gaat gebeuren met behulp van wapens, maar door infiltratie in het politieke systeem en, belangrijker nog: met demografische middelen. Deze zogenoemde ‘baby-jihad’ of ‘het veroveren van Europa via de baarmoeder’ is al in volle gang.
Een groot deel van de Europese bevolking neemt de woorden van deze islamitisch geestelijke leiders bloedserieus. Dat kan niet worden gezegd over het overwegend progressieve establishment en de links voelende kerkgemeenten, zeker niet in Nederland. Dat er steeds vaker kerken in de brand worden gestoken in onder meer Frankrijk en Italië en geregeld filmpjes opduiken van islamitische immigranten die katholieke kerkdiensten verstoren of het kerkinterieur vernielen, zal ook niet bijdragen aan de wens om de kerk open te stellen voor islamitische rituelen.
Dat neemt overigens niet weg dat er vanuit Vaticaanstad ook geregeld met zoete woordjes wordt gestrooid over de islam. Zo heeft de Dicasterie voor de Interreligieuze Dialoog een boodschap uitgebracht voor 2026 waarin het samenvallen van de islamitische vastenmaand en de christelijke Veertigdagentijd wordt benadrukt als een ‘voorzienige samenloop’.
Gereformeerden zien gevaar van de islam wel
Maar binnen de Nederlandse christelijke kerk zijn de gereformeerde gemeenschappen in de Biblebelt het felst gekant tegen de dreigende dominantie van de islam. In de Hervormde gemeente van Katwijk was men er bijvoorbeeld niet van gediend dat islamistische demonstranten een pro-Israël-viering onmogelijk wilden maken, hetgeen tot een vechtpartij leidde. Opvallend was ook de rol van de politie, die als ‘derde partij’ zichtbaar moeite had om voor zichzelf te bepalen wie tegen wie te beschermen.
Behoud van de eigen cultuur wordt als ‘vies’ gezien in veel links-progressieve kringen. Hoewel dat misschien minder geldt voor veel christelijke Nederlanders, zien uitgerekend de progressief-christelijke voorlieden in de islam een bondgenoot. Het ontkerkelijkte Nederland heeft weinig kaas gegeten van de betekenis van religie voor wie religieus is en al helemaal voor wie orthodox religieus is. In de chritelijke wereld vormen orthodoxe, en zeker fundamentalistische gelovigen een kleine minderheid, maar in islamitische kring ligt dat heel anders. Voeg daar het schuldgevoel van het calvinisme aan toe en je begrijpt dat grote delen van links-progressief en kerkelijk Nederland niet zijn opgewassen tegen een masculiene cultuur als de islam.
Heilige oorlog
De islamisering van Nederland is in een stroomversnelling geraakt, net als in bijna alle andere westerse landen. De iftars in kerken zijn daar het zoveelste bewijs van. Veel Nederlanders halen hun schouders op en slikken woordjes als ‘verbinding’ en ‘ontmoeting’ als zoete koek. Zij weigeren te zien dat voor islamisten het reciteren van de Koran op christelijke plaatsen de zoveelste gewonnen slag is in een heilige oorlog.
Dit is het twintigste deel uit een serie van Benno de Jongh over de (zelf)islamisering van Nederland.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!




















