Michel Onfray: een nachtmerrie voor Macron

michel-onfray
Michel Onfray

Bescheidenheid is niet de grootste kwaliteit van de filosoof Michel Onfray. Hij ziet zichzelf, zoals ze dat in Marseille zo mooi zeggen, niet bepaald als het steeltje van de kers. Maar Onfray (61) is dan ook een uiterst productieve denker – hij publiceerde het moeilijk te bevatten aantal van honderd boeken – en een uitzonderlijk getalenteerde spreker.

Schrijven deed Onfray altijd al, maar beroemd in Frankrijk werd hij pas met de gratis colleges die hij gaf aan de Volksuniversiteit van Caen. Hij richtte deze instelling zelf op in 2002, het jaar waarin Jean-Marie Le Pen de finale bereikte van de presidentsverkiezingen.

Le Pen werd zeer ruim verslagen door Jacques Chirac, maar de schrik zat er goed in. Ook bij Onfray. Hij meende dat het volk moest worden opgevoed. De filosofie kon helpen, dacht hij, om te strijden tegen de ideeën van het Front National, dat tegenwoordig Rassemblement Nationalheet.

Onfray: opgeschoven

Achttien jaar later is Onfray een flink eind opgeschoven in de richting van Le Pen. Zeg maar gerust dat ze het inmiddels eens zijn over de essentie. Le Pen omschrijft de natiestaat als de beste manier om de veiligheid, onafhankelijkheid, welvaart, vrijheid en cultuur van een volk te verdedigen*. Daarom is de inmiddels hoogbejaarde volkstribuun altijd tegen de Europese Unie en zijn voorgangers geweest. Onfray is om precies dezelfde redenen anti-EU, een project dat hij ‘tegelijk liberaal en autoritair’ noemt.

‘De staten van Europa’, schrijft Onfray in een nieuw blad dat hij deze week lanceerde, ‘zijn geofferd op het altaar van de Maastrichtse staat: een Orwelliaans bouwwerk dat de volken opzij zet, het individu onderwerpt en de kritische zin de nek om draait.’ Even verderop gebruikt hij zelfs het woord populicide om de reactie te kwalificeren van de elite op het nee van de Fransen bij het referendum over de Europese grondwet in 2005.

Het zijn stevige teksten en dat is ook precies de bedoeling. Het nieuwe tijdschrift van Onfray, dat Front Populaire (Volksfront) heet, is bedoeld als wapen voor het volk, om te vechten tegen zijn geplande verdwijning. Voor het volk en ook door het volk, want Onfray heeft zijn working class achtergrond – zijn vader was landarbeider, zijn moeder werd als baby toevertrouwd aan de kinderbescherming – nooit verloochend. Uiteindelijk moet Front Populaire een programma opleveren dat zal vertellen hoe Frankrijk weer baas in eigen land kan worden om de vestiging van een Europese superstaat te voorkomen.

Presidentskandidaat?

Binnen twee jaar moet er uit de kring rond Onfray ook een presidentskandidaat opstaan. Hij roept alle ‘soevereinisten’ op om zich bij hem aan te sluiten. Het maakt niet uit waar ze vandaan komen, van links, van rechts, uit het midden of uit het niets.

Als zo’n coalitie tot stand komt, kunnen er rare dingen gebeuren bij de presidentsverkiezingen van 2022. Voor president Macron is dit vooruitzicht een nachtmerrie. Macron hoopt een herhaling van het scenario van 2017, toen hij in de tweede ronde eenvoudig kon afrekenen met Marine Le Pen.

Marine le Pen is de levensverzekering van Macron: zolang zij zijn tegenstander is in de tweede, beslissende  ronde, kan het niet misgaan. In dat geval volstaat het om voor het laatste TV-debat eerst nog even bloemen te leggen bij een Shoa-monument zoals Macron in 2017 deed. Maar met een tegenstander die niet gebukt gaat onder de banvloek van een extreemrechts partijverleden zal dit weinig uithalen.

De gevestigde orde slaat terug

Misschien is daarom de weerstand tegen het initiatief van Onfray wel zo fel. De progressieve media honen hem weg, maken hem uit voor halve of hele nazi. Problematischer dan deze voorspelbare reductio ad Hitlerum is dat eerdere pogingen om linkse en rechtse soevereinisten of populisten te verenigen – Onfray verwerpt die laatste term niet – zijn mislukt.

‘De vraag is niet langer of je rechts of links bent, maar of je in Frankrijk gelooft of niet’, zegt Onfray. Dat klinkt ferm, maar de meeste kiezers bekijken de politiek vooralsnog door een vertrouwde bril. De aanhang van Le Pen is provinciaal, laag opgeleid en heeft een totaal andere blik op de wereld dan de grootsteedse hoger opgeleiden. Die stemmen – als ze niet gaan voor of Macron’s LaREM (La République en Marche) of het groene EELV (Europe Écologie Les Verts) – op de heel erg linkse ruziemaker Jean-Luc Mélenchon, de aanvoerder van La France Insoumise (LFI).

Een menukaart aan verschillen en overeenkomsten

Zowel de kiezers van Le Pen als die van Mélenchon – samen goed voor ruim 40 procent van de stemmen in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen van 2017 – zijn tegen een liberaal Europa, maar  denken over verder over veel dingen erg verschillend. Vooral over immigratie en de immateriële zaken.

Die tegenstelling weerspiegelt zich in de verhouding van Onfray met zijn nieuwe intellectuele vrienden op rechts, zoals de erg invloedrijke conservatieve commentator Éric Zemmour. Met Onfray is Zemmour

er van overtuigd dat Frankrijk zo snel mogelijk het lot in eigen hand moet nemen: ‘wie niet soeverein is, eindigt als slaaf.’

Maar Zemmour is tegen elke vorm van immigratie, Onfray is immigratie-kritisch. Zemmour bestrijdt het feminisme, Onfray niet. Zemmour vreest voor een ‘feminisering van de samenleving’, Onfray neemt overal infantilisering waar. Volgens Zemmour zijn moslims per definitie niet integreerbaar, Onfray denkt daar anders over. Zemmour is tegen het homohuwelijk, Onfray is voor.

Een soevereinistische zuil

Toch is de op het oog onwaarschijnlijke verbinding aan de top van de op te richten soevereinistische zuil al aardig tot stand gekomen. In het eerste nummer van Front Populaire – eigenlijk meer een boek van 160 pagina’s – staan linkse en rechtse persoonlijkheden gebroederlijk naast elkaar. De stukken zijn lezenswaardig, over de euro bijvoorbeeld van de hand van de econoom Jacques Sapir. Sapir rekent voor dat Frankrijk de grote verliezer van de gemeenschappelijke munt is en dat Duitsland – en in minder mate Nederland – de grote winnaars zijn.

Maar het meest prikkelende verhaal is dat van Philippe de Villiers en Jean-Pierre Chevènement, beiden oud-politici. Hun kijk lijkt sterk op die van de Nederlandse oud-minister Bert de Vries (CDA) die in zijn net verschenen Ontspoord kapitalisme vaststelt dat de euro is mislukt en dat we slechter af zijn dan een kwart eeuw geleden. Met dank aan de hyperglobalisering die ruim baan gaf aan de multinationals en het aandeelhouderskapitalisme.

Twee Eurosceptische veteranen

Net als De Vries richten Chévènement en Villiers hun vizier op het geloof in de almacht van de vrije markt die in hun visie de kern is van het Europese avontuur. Maar heel anders dan de CDA-coryfee waarschuwde dit duo vanaf het einde van de jaren tachtig al tegen de grote stappen voorwaarts die de toenmalige EG toen zette. Onfray eert ze in de inleiding van het gesprek dan ook als klokkenluiders: De geschiedenis gaf hen gelijk, staat er boven het stuk.

Villiers, een katholieke conservatief, herinnert zich bijvoorbeeld hoe hij bij Europese Verkiezingen in 1994 stelling nam tegen vrijhandel. ‘Met deze wilde globalisering’, zei de aristocratische Villiers toen, is een griep in New Delhi, zo bij ons in le Berry (een streek in midden-Frankijk, KJ). Racisme! werd er geroepen.Maar heeft het coronavirus hem geen gelijk gegeven? En is ook zijn voorspelde invasie van de ‘plombier Polonais’ (de Poolse loodgieter) niet uitgekomen? Uiteindelijk, zo vat De Villiers de toestand samen, is de globalisering een systeem waarin de armen in de rijke landen de rijken in arme landen subsidiëren.

Zijn vroege luciditeit bracht hem in een isolement, constateert Villiers (71). ‘Ik werd een paria. Leidende journalisten knepen hun neus voor mij dicht en hebben er goed opgelet dat ik niet te veel aan het woord kwam. Ik was als een kleine Sisyphus aan de voet van de muur van Maastricht.’

‘Overgewaardeerde mark’

‘De elite heeft zijn plicht verzaakt’, valt Jean-Pierre Chevènement, meervoudig socialistisch oud-minister hem bij. ‘Che’ zoals hij wel wordt genoemd, herinnerde François Mitterrand in 1983 aan wat hij schuldig was aan – alweer – het volk. ‘Ik meende dat we onze industrie op onze eigen bodem moesten houden.’

Chevènement (81) trad af als minister van industrie omdat hij zag dat er geen bereidheid meer was om het nationale belang te verdedigen en omdat de franc werd gekoppeld aan ‘overgewaardeerde mark’. ‘Maar dat Mitterrand, met ‘Europa’ als voorwendsel, zich op sleeptouw zou laten nemen door een liberale globalisering waarvan we vandaag de effecten zien, dat wist ik toen ook nog niet.’

Om de schade te herstellen – ‘onze samenlevingen zijn ziek’ – is een verbond nodig van het deel van de elite dat altijd patriottisch is gebleven en de volkse categorieën, denkt Chevènement. ‘Onafhankelijkheid is onze enige mogelijke toekomst, zonder autonomie geen democratie. Maar de weg is lang en zwaar.’

Villiers, ook bekend als de oprichter van het attractiepark Le Puy du Fou, is iets optimistischer. De coronacrisis markeert volgens de burggraaf uit de Vendée het einde van de nieuwe wereld van na 1989, de identiteitsloze global village waar het primaat van de economie zou heersen. ‘De muur van Maastricht is gevallen. Ze wilden de euro, om een superstaat te maken. Maar het is te laat. Er zal nooit sprake zijn van Europese staat of een Europees volk. De natiestaat is terug.’

* ‘Ik ben een sceptisch mens’ interview met Jean-Marie Le Pen in Trouw door Kleis jager, 26 – 9 – 2011