Milieudefensie wil nu alle Europese bedrijven haar klimaatreligie opleggen

LucasBergkamp 8-10-22

Vorig jaar won Milieudefensie de ‘klimaatzaak van de eeuw’ en veroordeelde de rechter Shell om haar energiepakket versneld CO2-vrij te maken. Met dat vonnis in de hand probeert Milieudefensie nu ook 29 andere Nederlandse bedrijven en de grote accountantskantoren op de knieën te krijgen. Maar dat is kennelijk voor de ambitieuze klimaatdrammer niet genoeg — Milieudefensie schermt in Brussel met het vonnis tegen Shell om alle Europese bedrijven haar klimaatreligie op te leggen. Lucas Bergkamp laat zijn licht schijnen over de strategie van de klimaatbeweging.

De ‘klimaatzaak van de eeuw’

De inzet van de zaak tegen Shell was vanaf het begin duidelijk. De advocaat van Milieudefensie stak niet onder stoelen of banken dat hij vindt dat de democratie faalt en door de rechter ‘onder curatele moet worden gesteld’. Net zo min als Milieudefensie heeft hij van democratie een hoge pet op, tenminste waar het gaat om klimaatbeleid. De rechter gaf hen gelijk – Shell moet veel meer doen dan de wetgever nu al van haar vraagt: het bevel van 45% emissiereductie in 2030 geldt ook voor alle leveranciers en klanten van Shell, dus ook voor uw emissies.

‘Klimaatrisico’s’

Kort nadat het vonnis binnen was, sommeerde Milieudefensie nog 29 andere bedrijven. De rechter heeft volgens Milieudefensie geëist dat alle bedrijven tegen 2030 hun emissies met 45% reduceren; met andere woorden, het vonnis is een ‘algemeen reglement’ (dat overigens juist daarom onwettig is). Of ze dus maar even een ‘klimaatplan’ ter beoordeling bij Milieudefensie wilden inleveren. De uitkomst was te voorspellen: de ‘klimaatcrisisindex’ staat op rood.

Na die bedrijven volgden vorige week de grote accountantskantoren.  Zij zouden ‘de klimaatrisico’s’ moeten opnemen in hun controles en rapportages. Daarbij vergeet Milieudefensie gemakshalve dat de risico’s van klimaatbeleid vele malen groter zijn dan de risico’s van klimaatverandering. Overigens geldt dat niet alleen voor bedrijfsrisico’s; klimaatbeleid is ook geen vriend van vrijheid en democratie.  

Hoger beroep

Shell heeft hoger beroep aangetekend tegen het vonnis in de ‘klimaatzaak van de eeuw.’ Inmiddels heeft de Stichting Milieu en Mens, die ook de Bezorgde Energie Gebruikers vertegenwoordigt, zich bij het Gerechtshof gemeld om zich te mogen voegen in de zaak. Deze stichting stelt zich op het standpunt dat zowel de beide partijen als de rechter de rechten en belangen van burgers en energiegebruikers hebben miskend. Daarom wil deze stichting in hoger beroep een ander geluid laten horen. De Stichting Clintel bereidt eveneens een interventie in deze zaak voor.

Of het vonnis hoger beroep zal overleven is twijfelachtig. Milieudefensie lijkt echter te denken dat de aanval de beste verdediging is. Vorige week stelde zij dat Shell op grond van het vonnis moet stoppen met het investeren in nieuwe olie- en gasprojecten. Er is volgens Milieudefensie ‘gewoon geen ruimte voor nieuwe olie- en gasprojecten als we de opwarming willen beperken tot 1,5 graden’. Over de vraag of die 1,5 graden überhaupt wel een goed, betaalbaar en haalbaar doel is, hebben ze het daar al lang niet meer.

Blik met wormen

Met de stelling dat Shell geen nieuwe olie- en gasprojecten zou mogen opstarten, opent Milieudefensie een blik met wormen. Eigenlijk eist zij nu van Shell: ‘leave it in the ground’. Maar dat was niet de inzet van de rechtszaak tegen Shell en het bevel van de rechter zegt daarover niets – Shell zou er ook aan kunnen voldoen door de fossiele tak tegen 2030 te verkopen, zoals ik hier eerder uitlegde.

De interpretatie van het vonnis door Milieudefensie is even creatief als de interpretatie die de rechtbank aan het Nederlandse recht gaf. Maar in hoger beroep zal dit tot problemen leiden. Want wat heeft de rechter nou precies bevolen? Als de rechter de interpretatie van Milieudefensie zou volgen komt dat neer op onteigening van Shell en, voor zover dat zou zijn toegestaan, is dan tenminste schadevergoeding vereist. Als de rechter de meer voor de hand liggende, redelijke interpretatie volgt, dan is het vonnis tandeloos en moet het om die reden van tafel.

De slag en de oorlog

Milieudefensie vecht echter niet alleen in Nederland. Samen met de veel bredere klimaatbeweging doet Milieudefensie ook in Brussel bij de EU van zich spreken. Misschien heeft zij de hoop al opgegeven om het hoger beroep te kunnen winnen. Het vonnis roept immers de nodige vragen op en is ondoelmatig. Nu blijkt er bovendien geen overeenstemming te bestaan over de vraag wat de rechter nou precies heeft bevolen.

Ook wanneer zij de slag om Den Haag verliest kan Milieudefensie echter de klimaatoorlog winnen. Want het Nederlandse vonnis, dat door de rechtbank zelfs eerder in het Engels dan in het Nederlands werd vrijgegeven, is een troef die de klimaatbeweging bij de EU kan uitspelen. Als ze het sluw spelen, kunnen ze zelfs blijven wegkomen met hun onredelijke afwijzing van de enige effectieve methode om de emissies omlaag te brengen, kernenergie.

Corporate Sustainability Due Diligence

De klimaat- en mensenrechtenbeweging pleit in Brussel al langer voor Europese regels over zogeheten ‘corporate sustainability due diligence’ (CSDD). Daarbij gaat het om procedures die multinationals moeten naleven om schendingen van milieuverdragen en mensenrechten waar dan ook in hun keten te voorkomen. Een voorstel voor een richtlijn over dergelijke procedures publiceerde de Europese Commissie in februari.

Daarnaast lobbyen de klimaatactivisten al jaren voor een internationaal verdrag dat bedrijven overal ter wereld zou verplichten mensenrechten na te leven. Dat verdrag zou ook eisen dat bedrijven hun emissies beperken tot de 1,5 °C die in het Parijse klimaatakkoord wordt genoemd.

Klimaatplan

Ingevolge het Europese  CSDD-voorstel moeten straks alle multinationals een plan opstellen om ervoor te zorgen dat hun bedrijfsmodel en strategie verenigbaar zijn met de overgang naar een duurzame economie en met de beperking van de opwarming van de aarde tot 1,5 °C, overeenkomstig het Parijse klimaatakkoord. Bovendien moet de onderneming expliciete emissiereductiedoelstellingen in haar plan opnemen, indien het klimaat een ‘belangrijk risico’ is voor de onderneming of de onderneming een ‘belangrijk effect’ heeft op het klimaat.

Milieudefensie en andere klimaatactivisten zijn echter nog niet tevreden en wensen verdere aanscherping en sanctionering van deze plicht. Er zou ook nog specifieke aansprakelijkheid moeten worden voorzien om zaken zoals die tegen Shell expliciet overal in Europa mogelijk te maken. De klimaatbeweging ziet in ‘klimaatzaken’ een potentieel belangrijk verdienmodel.

Aansprakelijkheid

Wat Milieudefensie en de klimaatactivisten er niet bij vertellen is dat het CSDD-voorstel reeds aansprakelijkheid oplegt. Indien een onderneming de verplichtingen van de richtlijn niet nakomt en er ontstaat schade, dan is de onderneming voor die schade aansprakelijk, wanneer zij die had moeten voorkomen. En ondernemingen zouden krachtens het voorstel een hele waslijst aan milieuverdragen en mensenrechten moeten naleven, inclusief het recht op leven.

Volgens onze eigen Hoge Raad omvat het recht op leven een recht op een ‘veilig klimaat’. Dat zo’n recht op een veilig klimaat ten koste gaat van levens is onze hoogste rechters nog niet duidelijk. Hoe dat ook zij, het veroorzaken van ‘klimaatschade’ is volgens de jurisprudentie nu in strijd met het recht op leven. Een onderneming die iets met de uitstoot van broeikasgassen te maken heeft, zal daarom ook zonder specifieke klimaataansprakelijkheid moeilijk aan aansprakelijkheid kunnen ontsnappen. 

Europese groene regelzucht

Het vonnis tegen Shell was een troef die de klimaatbeweging in Brussel kon uitspelen om de verplichting voor een klimaatplan consistent met 1,5 graden door te drukken. De Nederlandse rechter had immers vastgesteld dat ondernemingen nu al die plicht hebben. Zo’n precedent legt in Brussel gewicht in de schaal, ook al wordt er niet uitdrukkelijk naar het vonnis verwezen. Dat zo’n rechterlijk vonnis schuurt met de democratie is in Brussel eerder een voordeel dan een nadeel.

Als straks het vonnis is vernietigd en de rechtsstaat hersteld, zullen de voorstellen voor zo’n klimaatplan en klimaataansprakelijkheid dan ook uit de Europese richtlijn geschrapt worden? Dat lijkt onwaarschijnlijk. HHoewel je de bubbel van de Eurocratie nooit moet onderschatten, mag je verwachten dat het feit dat het Europese bedrijfsleven steeds verder instort het enthousiasme in Brussel voor nog meer ondoordachte regels doet afnemen. De Europese groene regelzucht is immers net zo grenzeloos als de zucht naar machtsbehoud en -uitbreiding.

Onwettig vonnis, EU wet

Zo resulteert een onwettig vonnis van een Nederlandse rechter dan misschien toch in een Europese wet. Want zelfs indien het vonnis wordt vernietigd, zal de Europese wet staan, met dank aan drie Haagse rechters die de politiek kennen als hun broekzak.

Als het aan Milieudefensie ligt, zal Nederland moeten wennen aan klimaatpolitieke rechtspraak. Hans Hofhuis, een van de ‘moedige’ rechters die vonnis wees in de Urgenda-zaak, verhaalt zonder schaamte dat hij kort na de uitspraak werd aangesproken door een oud-Kamerlid met de opmerking: ‘Zo, Hans, ik zag dat je in de politiek bent gegaan.’

Rechterlijke klimaatpolitiek

Inderdaad, de Nederlandse rechterlijke macht is in de Europese en internationale klimaatpolitiek gegaan, waar je het keurslijf van de democratische rechtsstaat nauwelijks voelt en lof krijgt toegezwaaid van alle weldenkende globalisten.

Deze nieuwe carrière is voor de rechter risicoloos, want wie kan nou de rechter tot de orde roepen?

Het is de burger die de lasten van dit rechterlijk moralisme draagt en die burger doet eindelijk van zich spreken. Zou dit geluid ook Brussel bereiken voordat de op dit moralisme gebaseerde EU-wet wordt aangenomen?

Wynia’s Week verschijnt 104 keer per jaar. Steunt u deze onafhankelijke berichtgeving? Dat kan HIER. Hartelijk dank!