Op de meeste Tweede Kamerleden heeft vrijwel niemand gestemd. Toch zijn ze ambitieuzer dan goed voor ons is

stembiljet
Stembiljet voor Tweede Kamerverkiezingen. Foto: Wikipedia.

Ik ben bereid het woord ‘blank’ te vervangen door ‘wit, het woord ‘slaaf’ door ‘slaafgemaakte’ en het woord ‘zwart’ door ‘van kleur’. Maar dan zou ik op mijn beurt graag het woord ‘lijsttrekker’ vervangen willen zien door ‘stemmentrekker’.

En wel hierom.

Er zijn een stuk of twintig mensen die bij de Tweede Kamerverkiezingen strijden om de beschikbare stemmen. Zij krijgen voldoende stemmen om gekozen te worden. In hun kielzog volgen nog zo’n 130 mensen, die ook Kamerlid worden. Die hebben meestal onvoldoende stemmen getrokken. Maar dat doet er niet toe. Wat de opkomst ook is, hoe de uitslag ook uitpakt: altijd weer wordt de Tweede Kamer na de verkiezingen gevuld met 150 personen.

Beperkte ambities houden een mens levenslustig

De Kamerleden die onvoldoende stemmen hebben getrokken, daar hoor je – na enig gespartel bij het bekendmaken van ‘de lijst’- verder meestal weinig van. Toch hebben ook die Kamerleden ambities. En daar is niets op tegen, zolang die ambities zo bescheiden blijven als past bij een niet echt gekozene.

Beperkte ambities houden een mens levenslustig. In mijn studententijd woonde ik naast een ondernemer die een friteskraam uitbaatte. De zaak liep altijd uitstekend, het publiek stond in de rij.

Maar de eigenaar wilde meer. Een beetje meer. Hij wilde een restaurant openen. Geen echt restaurant, want dat hij geen groot kok was wist hij zelf ook wel. Hij wilde een ‘petit restaurant’, wat in die tijd de benaming was voor een eetgelegenheid waar de aangeboden maaltijden bestonden uit een stukje vlees, wat frites en wat groente. Het ging hem er eigenlijk om zijn frites op een bordje te kunnen opdienen. Dat was zijn ambitie.

Maar in zijn petit restaurant kwam niemand dus dat ging steevast failliet. Dan keerde hij terug naar zijn friteskraam, boerde weer goed, opende weer een petit restaurant en dat ging failliet. Ik heb een paar van die cycli mee mogen maken. Mijn buurman was een hardwerkend en per saldo gelukkig mens.

Ook op grotere schaal valt goed te leven met bescheiden ambities. Neem Hoofddorp. Gesticht in het nieuwe land van de Haarlemmermeer is het al bij zijn naamgeving in zijn ambities gefnuikt. Een stad zal het nooit worden; laat staan een hoofdstad. Meer ambitie dan de baas van andere dorpen te zijn, heeft Hoofddorp nooit kunnen hebben.

In de Tweede Kamer liggen de zaken echter anders. ‘Dit is het ware paradijs voor hen die de wereld willen redden en verbeteren,’ schijnt toenmalig Kamervoorzitter Anne Vondeling (PvdA) gezegd te hebben in de jaren zeventig, toen mensen dat geloofden. Zoveel ambitie zullen de meer dan honderd Tweede Kamerleden die in november de kiesdrempel op eigen kracht niet halen, niet meer hebben. Maar toch zijn ze ambitieuzer dan goed voor ons is. Want de gemiddelde leeftijd van een Kamerlid ligt lager dan die van de kiezer.

Het Kamerlidmaatschap is vaak een carrièrestap

Het Tweede Kamerlidmaatschap is meestal niet het sluitstuk op een indrukwekkende maatschappelijke carrière, maar een opstap naar een functie elders. Soms een eerste stap. Het Kamerlid moet nog aanzien verwerven, dus zijn ambities branden en zijn vooral gericht op functies die door politieke partijen zijn te vergeven, want in die arena ligt zijn kracht. ‘We zijn allen passanten in de politiek,’ zei Jesse Klaver onlangs in antwoord op een vraag van Geert Wilders, maar dat is niet de waarheid. Kamerleden zijn passanten in de Kamer, maar blijven meestal in ‘de politiek’.

Een verstandig Tweede Kamerlid zal zich blijven inspannen om witte voetjes te halen bij de machthebbers binnen zijn partij. Wie dat zijn is bij de buitenwereld niet altijd bekend. De affaire-Van Drimmelen bood interessante inzichten over de machtsstructuur binnen D66. De ruzie tussen het partijbestuur en de fractieleider bij de Partij van de Dieren was voor de buitenstaander ook een ogenopener.

Maar een door de kiesdrempel gestuit Tweede Kamerlid moet wel goed weten hoe het binnenskamers werkt. Hij zal alles doen om de ambities van de partijtop te steunen en zal hun plannen plenair, in commissies en bij stemmingen tot het uiterste verdedigen. Dat is voor zijn volgende functie immers nodig.

Meelopen alleen is echter niet voldoende. Het over de kiesdrempel gestruikelde lid moet zich ook onderscheiden. Daartoe moet hij zo nu en dan voorop lopen en zich – zoals dat heet – in de kijker spelen. Dat doet hij door ambitieuze plannen op tafel te leggen die goed liggen bij voor zijn partij belangrijke belangengroepen.

Op individueel niveau is dit allemaal begrijpelijk en zouden we ermee moeten kunnen leven. Geaggregeerd echter kan geen land zoveel ambitie aan. Want de voorstellen, moties, plannetjes en amendementen van 120 ambitieuze Kamerleden komen bovenop de zeer ambitieuze plannen van de stemmentrekkers die in het kabinet belanden plus de nog ambitieuzere plannen van de stemmentrekkers die vanuit de oppositie bij de volgende gelegenheid in de regering willen.

Deze wildgroei aan politieke ambities verklaart waarom ‘Den Haag’ steeds verder afdrijft van ‘de mensen in het land’ die aan zoveel plannen en ambities helemaal geen behoefte hebben en bovenal met rust willen worden gelaten door ‘de politiek’. Hun leven is al zwaar genoeg. Oude rotten in de Raad van State en de Algemene Rekenkamer waarschuwen al een tijdje tegen de overmaat aan politieke ambities.

Een minderheidskabinet zal Kamerleden nóg ambitieuzer maken

Verwacht mag worden dat er na de komende verkiezingen een minderheidskabinet komt. Peter Omtzigt lijkt daar een voorkeur voor te hebben, voor de PVV is het een uitweg en voor de BBB is het geen probleem. Voor de VVD is het een manier om het verraad van D66 af te straffen én te voorkomen dat de ex(?)-communisten van GroenLinks achter de ooit zo brede rug van de PvdA alsnog de regering binnen glippen. Het enige nadeel is dat het ‘dualisme’ dat gepaard gaat met een minderheidskabinet de ambities van Tweede Kamerleden zonder kiezers nog meer zal oppoken.

Dit voorkomen is niet eenvoudig. Op termijn zou een districtenstelsel helpen. Als alle Tweede Kamerleden in hun eigen district een kiesdrempel moeten halen, zal dat hun verdere handelen – en hun ambities – buigen in de richting van hun kiezers. Ook een direct gekozen burgemeester is een stap in de goede richting. Dan moeten de mensen die dat werk ambiëren zich rechtstreeks richten tot de lokale kiezers.

Iets wilder nog: het parlement naar bijvoorbeeld Amersfoort verhuizen, kan zorgen voor een frisse wind. Of de leeftijdsgrens voor kandidaten aanpassen aan de stijgende levensverwachting. Dat zal het ambitieniveau temperen. Mijn persoonlijke favoriet is om ook de mensen die niet komen stemmen mee te tellen door bij een opkomst van 75 procent een kwart van de Kamerzetels leeg te laten. Dan zien we dagelijks in hoeverre het volk echt wordt vertegenwoordigd.

Laten we lijsttrekkers voortaan ‘stemmentrekkers’ noemen

Ook zou de democratie volgens mij weer dichter bij de mensen komen als de Tweede Kamer uitsluitend door vrouwen wordt bemand en gekozen en de Eerste Kamer uitsluitend door mannen; of omgekeerd, of om de beurt.

Ideeën genoeg, maar ingrijpende veranderingen doorvoeren lukt niet voor de volgende verkiezingen. Mij valt bovendien op dat in de aanloop daartoe de lijsttrekker steeds vaker ‘partijleider’ wordt genoemd. Dat is een stap in de verkeerde richting.

George Orwell waarschuwde in zijn essay ‘Politics and the English Language’ (1946) tegen verhullend taalgebruik in de politiek, dat volgens hem is bedacht om leugens waarheidsgetrouw te laten klinken en bedoeld is om de waarheid te verbergen.

Vandaar mijn pleidooi om iedere lijsttrekker voortaan stemmentrekker te noemen. Want dan horen we meteen dat de meeste Kamerleden onvoldoende stemmen trokken en hopelijk tempert dat hun dadendrang. Zuivering van het taalgebruik kan zo bijdragen aan de verandering van de Nederlandse politieke cultuur, die volgens velen dringend noodzakelijk is.

Wynia’s Week verschijnt 104 keer per jaar met even onafhankelijke als broodnodige berichtgeving. De donateurs maken dat mogelijk. Doet u mee? Hartelijk dank!