Op weg naar 21,6 miljoen Nederlanders in 2050. Want dankzij het taboe op migratiekritiek is ook de overbevolking onbespreekbaar
Artikel beluisteren
Nog ongeveer 8600 nachtjes slapen, dan weet Nederland of het streven van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 is uitgekomen: 19 tot 20 miljoen inwoners van Nederland in dat jaar, te bereiken met behulp van ‘slimme economie’, politieke keuzes over migratie en voorbereiding op de gevolgen van vergrijzing.
De Staatscommissie legde haar bevindingen vast in het rapport Gematigde groei (2024), maar één nachtje slapen lijkt voldoende om te beseffen dat het allemaal niet gaat lukken. Het inwonertal van Nederland op 1 april 2026 bedroeg al bijna 18,5 miljoen. Volgens een CBS-prognose van december 2025 overschrijden we in de loop van 2037 de grens van 19 miljoen. Een nog vrij optimistisch scenario voorziet 21,6 miljoen inwoners in 2050.
De bevolking van Nederland bedroeg 10 miljoen in 1950, in 1975 13,7 miljoen en in 2000 15,9 miljoen. Sindsdien is het inwonertal gegroeid naar ruim 18 miljoen. De massa-immigratie is volledig verantwoordelijk voor de recente groei, die sinds 2022 nog versnelde door de oorlog in Oekraïne. Het huidige jaarlijkse migratiesaldo bedraagt bijna 95.000, afgezien van het nageslacht dat de nieuwkomers verwekken binnen de grenzen van postzegel Nederland. In 2022 was het migratiesaldo zelfs bijna 224.000.
Van twee naar acht miljard
Is dat een probleem? Jazeker, de exponentieel toenemende bevolkingsdruk is zelfs het grootste probleem waarmee we kampen, zowel op internationale als op nationale schaal. De overbevolking slokt in Nederland in steeds sneller tempo de landschappen op, verziekt het milieu en de ecologie, verstopt de infrastructuur, blokkeert de woningmarkt en de energievoorziening, sloopt de sociale zekerheid en trekt een te grote wissel op de sociale cohesie, ook omdat de meeste nieuwkomers stammen uit (vooral islamitische) culturele omgevingen die vreemd zijn aan de Nederlandse, hetgeen onder meer leidt tot parallelle samenlevingen in de steden.
In de afgelopen eeuw gingen we mondiaal van twee naar acht miljard mensen, in de afgelopen twee eeuwen zelfs van één naar acht miljard. Elke maand komen er zes miljoen bij. Het groeitempo van de wereldbevolking (nu ongeveer 8,3 miljard) ligt jaarlijks rond de 0,85 procent. Het tempo is wel afgenomen; in 2000 was het nog 1,36 procent.
Belangrijkste oorzaak van dat laatste is de daling van het vruchtbaarheidscijfer (aantal kinderen per moeder). In Europa is het groeipercentage het laagst met circa -0,1 tot 0,1 procent. In Azië (0,6 procent) is India de grote groeier. De groei in Afrika ligt met bijna 2,3 procent en 4,1 kind per moeder bijna drie keer boven het wereldgemiddelde.
Het verband van dit laatste met de migratiegolven richting Europa is evident. Volgens de VN bereikt de wereldbevolking met 10,3 miljard in de jaren 2080 haar piek, terwijl 8 miljard volgens veel onderzoekers overeenkomt met de maximale draagkracht van de planeet, ofschoon de ramingen zowel naar beneden als naar boven sterk uiteenlopen. Dramatisch voedsel- en vooral watertekort liggen in elk geval in het verschiet.
De draai van links
Streefde het vorige kabinet nog naar gematigde groei met een rem op migratie, het kabinet Jetten wil fors inzetten op arbeidsmigratie, om de tekorten in bedrijfsleven en collectieve sector te compenseren én de klimaattransitie te financieren.
Links heeft aangaande het onderwerp een radicale switch gemaakt. Het rapport The Limits to Growth van de Club van Rome (1972) zag overbevolking al als ecologisch probleem. Die visie is door Europese linkse en groene bewegingen eerst volledig aanvaard, maar vervolgens onbespreekbaar gemaakt of minstens gebagatelliseerd vanwege eigenhandig rondgestrooide ideologische voetangels.
Het huidige onoverkomelijke ongemak hangt direct samen met het migratieaspect. De innerlijke tweespalt kwam zelfs ten tijde van de vorige, migratiekritische regering tot uiting binnen het sindsdien weggevaagde Nieuw Sociaal Contract (NSC). Die partij saboteerde de asielnoodwet van de regering waarvan zij zelf deel uitmaakte, maar hamerde in het politieke centrum tegelijk het hardst op beperking van de bevolkingsgroei. Pieter Omtzigt was zeer positief over het rapport van de Staatscommissie.
NSC wilde een jaarlijks migratiesaldo van 50.000 om de woningmarkt en zorg beheersbaar te houden. GroenLinks-PvdA (inmiddels Progressief Nederland) wees en wijst actieve maatregelen af. Draaitol D66, ooit zeer bezorgd over de bevolkingsdruk, toeterde in de laatste verkiezingscampagne zelfs over tien nieuwe steden. Want ‘Het kan wél!’, een holle echo van Merkels nog hollere ‘Wir schaffen das’ in het asielcrisisjaar 2015.
De Nederlandse overheid is wel bereid om onze agrarische sector en industrie lam te leggen voor een CO2-vermindering die op mondiale schaal vrijwel niets uitmaakt, terwijl de aanpak die althans in Europa qua uitstoot direct zoden aan de dijk zet, namelijk het keren van de massa-immigratie, nog altijd niet effectief kan worden toegepast.
Piramidespel
Maar, net als het tegendraadse dorpje van Asterix en Obelix in Romeins Gallië, is er één Nederlandse club die zich blijft verzetten tegen de almaar toenemende bevolkingsdruk: de Stichting OverBevolking, voorheen de Club van Tien Miljoen. Volgens deze organisatie, die samenwerkt met de Werkgroep Voetafdruk Nederland, ligt een houdbare wereldbevolking niet op acht miljard of meer, maar slechts tussen de twee en drie miljard. Voor Nederland is een bevolkingsaantal van maximaal tien miljoen vereist voor het behoud van kwaliteit van leven en natuur.
Utopie? Wegens de vergrijzing en de navenante zorgbehoefte zijn met ons slinkende geboortecijfer toch massa’s arbeidsmigranten nodig? Nee, dat is volgens OverBevolking een ‘piramidespel’: de migranten worden immers ook weer oud en behoeven ook weer zorg – dus zijn nog meer jongeren nodig, die ook weer oud worden. Enzovoort. Wat dan wel?
De Stichting wil, naast een proactief bevolkingsbeleid en een harde rem op immigratie, inzetten op automatisering, AI, een hogere arbeidsparticipatie en verhoging van de productiviteit. De vergrijzing wordt gezien als een voorbijgaande aanpassingskwestie, overbevolking daarentegen als een permanent en steeds nijpender probleem.
We zien in deze oplossingen weliswaar het wensdenken glanzen, maar er is bij de Stichting OverBevolking zeker behoefte om de ideeën om te zetten in praktische strategie. Vorig jaar bleek echter dat de bereidheid om serieus te zoeken naar oplossingen afwezig is in de Nederlandse provincie van academia. Begin 2025 kwam de Stichting in het nieuws omdat zij een half miljoen euro beschikbaar had gesteld voor wetenschappelijk onderzoek naar bevolkingsonderzoek. Geen enkele Nederlandse universiteit wilde de handen aan het onderwerp branden.
Asociaal?
December 2024 beleefde de VPRO-televisiedocumentaire Over bevolking van Pieter Hulst haar première. De film richtte zich inzake de draagkracht van de Aarde vooral op de keuze voor kinderen en de ‘ecologische voetafdruk’. We weten van een onderzoek uit 2017 dat één kind minder in ontwikkelde landen 58,6 ton CO2-equivalenten per jaar scheelt, indien toekomstig nageslacht wordt meegerekend.
Maar rationele argumenten hebben nu eenmaal weinig vat op de kinderwens, die in de kern biologisch bepaald is. We zagen het fenomeen van de verdringing gehuld in een aandoenlijk waas van naïveteit op de Babybeurs die in de documentaire werd bezocht, met een ‘Duurzaamheidsplein’ en groene producten als vrolijk bedrukt ecopapier met afbreekbare hoesjes en doekjes van bamboe. Hoe meer baby’s hoe beter, werd verkondigd, het ging immers om ‘het vieren van de planeet’.
Publieksbioloog Midas Dekkers zag dat anders. In zijn gebruikelijke, laconiek-zwartgallige stijl meldde hij in Over bevolking dat het krijgen van een kind in wezen ‘een asociale daad’ was. Dat hakte erin. Klachten daalden neer op de NPO Ombudsman. Deze oordeelde in april 2025 dat er geen journalistieke misstappen waren begaan. Over tot de orde van de dag: in de tijd dat u deze bijdrage las, zijn er wereldwijd ongeveer 635 mensen overleden en ongeveer 1530 geboren.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!


















