Rechter? Het wordt steeds meer iets dat je er bij doet

Minister Grapperhaus heeft met zijn bordesscene veel duidelijk gemaakt. Ik durf de stelling wel aan dat hij zonder paparazzi nog geen seconde spijt zou hebben gehad van zijn feestje zodat zijn krokodillentraantje ons bespaard was gebleven.

Tenslotte waren er ‘nieuwe’ foto’s voor nodig om de arrogantie en brutaliteit aan te tonen waarmee Grapperhaus c.s. omgaan met regels, principes en grote woorden. Want zo gemakkelijk krijg je de advocaat niet uit de minister. Al was het wel even wennen voor hem dat hij niet in een gesloten rechtszaal maar in de schijnwerper van de publiciteit door de mand viel.

En zo ontkwam Grapperhaus er niet aan, om in ieder geval voor de vorm het zwaar aangezette berouw na de zonde te etaleren. Iedereen verdient tenslotte een tweede kans. Tot nu toe werkt het. Want al vindt heel Nederland, inclusief de oud-president van de Hoge Raad Geert Corstens dat hij niet meer geloofwaardig kan functioneren: de advocaat in Grapperhaus weet het beter. Ik kan me overigens niet herinneren dat Corstens zelf ooit iets vond van de geloofwaardigheid van sommige rechters.

Onderkoning van de Zuidas

Grapperhaus werd als advocaat al de onderkoning van de Amsterdamse Zuidas genoemd. Het probleem met dat soort koningen is dat ze volledig losgezongen zijn van de wereld buiten hun glazen kantoortorens en rechtszalen. Dat geldt voor veel juristen met een toga. Sterker nog, om die wereldvreemdheid en eenkennigheid tegen te gaan werd het vervullen van nevenfuncties van rechters en officieren van justitie zelfs aangemoedigd. De gedachte daarachter is dat ze dan ook eens onder de gewone mensen komen en weten wat zich op straat allemaal afspeelt.

Hoewel….ik ben nog nooit een rechter tegengekomen met een onbezoldigde bestuursfunctie bij de plaatselijke zaterdagmiddag amateurs 4e klasse VOGG (Voetbal Ons Groot Genoegen). En ook in een hospice, buurtvereniging of als vrijwilliger bij een verpleegtehuis, de politie of brandweer kom je weinig magistraten tegen, tenzij ze dat soort bijbaantje ook jarenlang verzwegen.

De bijbaantjes in de kunst- en cultuursector waar je prettig op niveau van gedachten te wisselen met het gewone volk doen het wel goed. Net als de dik betaalde, tijdrovende baantjes in die eindeloze Nederlandse zee aan klachten-, verzoek-, geschillen- en bezwaarschriftencommissies. Maar favoriet zijn nog steeds verzwegen en goed betaalde bijbanen in het juridische opleidingscircuit.

Klef: de rechter en de advocaat

Zo bleek onlangs dat in de rechtbank Oost Brabant senior rechter Twan Bennenbroek verzwegen had dat hij betaalde cursussen gaf bij de VEAN, een door advocaat mr Diks opgerichte club van advocaten die denkt dat zij het inzake erfrecht beter weten dan de andere 15.000 advocaten in Nederland. Maar dit geheel terzijde. Eén en ander kwam aan het licht bij een klacht tegen de rechter toen bleek dat hij ook met Diks in de rechtszaal samenwerkte. Bennenbroek ontzegde zelfs Diks wederpartij het recht op zijn legitieme portie van een erfenis!

Vreemd genoeg vermeldde Bennenbroek in het register met nevenfuncties weer wel dat hij buiten de rechtspraak om ook als notaris werkzaam was, een functie die nu net bij wet in deze combinatie verboden is. Kennelijk was dat binnen de rechtbank Oost-Brabant allemaal niet bekend, maar gelukkig werd na de klacht zijn cv en het nevenbanenregister aangepast en is de notarisfunctie geschrapt.

De rechter: een bijbaan

Ondertussen worden vanwege al die nevenactiviteiten overdag de gaten in de roosters opgevuld met steeds meer plaatsvervangers met een hoofdfunctie elders. Het unieke ambt van rechter word steeds meer iets wat je erbij doet. Er moet binnenskamers haast wel wat meewarig neergekeken worden op die enkele full time rechter die nog zijn/haar onafhankelijkheid en onpartijdigheid koestert en om die reden geen, laat staan tien bijbanen heeft.

In de ogen van zijn collega’s, bestuur en president moet het dan wel om een wat betreurenswaardig, wereldvreemd exemplaar gaan dat eigenlijk minder geschikt is voor de baan – en een groot risico vormt voor sommige procespartijen. Niet gehinderd door status of populariteit in het old boys netwerk zou die zomaar eens een verkeerde beslissing – te weten eentje zonder aanziens des persoons – kunnen nemen.      

Ik ken geen register met bijbanen van officieren van justitie, advocaten of notarissen, maar mevrouw Jacobien Vreekamp, de Amsterdamse officier van justitie die rapper Akwasi ontsloeg van rechtsvervolging toont aan dat er onder die toga’s vele identiteiten,uitgesproken sympathieën en voorkeuren schuil gaan. (Urgenda!) Die hebben niets met de wet, rechtspraak of regels te maken maar zorgen ervoor – afgezien van regelrechte partijdige en corrupte rechters – dat de gang naar de rechtszaal steeds onvoorspelbaarder en afhankelijker wordt van de dienstdoende c.q. toegewezen magistraat.

Wordt die magistraat betrapt op te innige banden met een procespartij dan ligt dat goedkope, afgezaagde verweer dat er geen sprake was van partijdigheid – hooguit de schijn van partijdigheid – voor in de mond. In die kringen vindt men zichzelf immers zo professioneel dat ze tegenstrijdige belangen goed van elkaar kunnen scheiden.

Het blijkt dan ook altijd, dat het slechts om een onhandigheidje ging hetgeen vooral de minder hoog opgeleide burger – en Geert Wilders natuurlijk –  maar niet wil snappen. Tegen die achtergrond is het opmerkelijk, tekenend en kwalijk dat we in Nederland nog steeds geen wettelijke regeling hebben aan wie zaken worden toegewezen of een verschoningsplicht met sancties. 

Niet alleen als minister, maar ook als onderkoning van de Zuidas vertoonde Grapperhaus streken. Dat bleek onder meer toen hij een klacht aan zijn broek kreeg van fiscalist Karim Aachbon. Die was door KPMG ten onrechte ontslagen en door de kantonrechter weliswaar volledig in het gelijk gesteld maar diende na afloop toch een klacht in.

Grapperhaus: de kwestie-Aachon

Als advocaat van KPMG had Grapperhaus in de procedure ouderwets gesjoemeld en met medewerking van een rechter (Leendert Verheij) stukken kwijt gemaakt. Net de stukken die in het voordeel waren van Aachbon en waarvan de rechter het niet nodig vond om er alsnog kennis van te nemen. Maar klaag je over de onderkoning van de Zuidas dan gaan de Deken, de Raad en het Hof van Discipline als een warme kleffe deken om hun amice heen staan, vooral als die ook nog eens minister wordt.

De klacht van Aachon tegen Grapperhaus werd vanzelfsprekend afgewezen. Maar Aachon gelooft nog steeds in het (tucht)recht en denkt dat feiten in een rechtszaal tellen. Hij schijnt zelfs een gang naar het Europees Hof voor de Rechten van de mens te overwegen om de minister alsnog wegens misleiding van de rechter veroordeeld te krijgen.

Het tuchtrecht: een farce…

Dat het tuchtecht helemaal een grote farce is werd nog nooit zo overtuigend aangetoond als toen twee dames, een advocate en notaris over verdwenen geld een verschillend verhaal vertelden maar beiden in het gelijk werden gesteld. Omwille van de reeds gebleken agressieve houding van de dames dit keer geen namen en toenamen.

Wat was het geval? De advocate zou, in ruil voor het overhandigen van een sleutel die toegang gaf tot een winkelinventaris, namens haar klant de koopsom betalen. Maar op het moment van gelijk oversteken liet ze weten dat ze een fors gedeelte van de koopsom als borg voor mogelijk aangetroffen gebreken in depot had gestort bij een notaris. Uiteraard protesteerde de andere partij heftig die nu niet het volle pond betaald kreeg.

Kennelijk had de advocate dat conflict zien aankomen en belde stante pede een rechter en deelde mee dat ze meteen voor een executie kortgeding naar de rechtbank konden komen. Daar zat de rechter al klaar in een zaaltje en herhaalde de advocate waarom ze een bedrag in depot had gestort bij de notaris. De rechter vroeg niet wanneer dat was gebeurd en waar de depot acte was. Hij schreef in zijn uitspraak wel op dat dit bedrag door de notaris uit depot moest worden gegeven als de verkoper ter zekerheid een bankgarantie stelde.

Toen die er enkele weken later kwam en de notaris op de uitspraak werd gewezen antwoordde die doodleuk dat ze helemaal geen geld in depot had. Wel dat er enige tijd geleden per abuis een bedrag op haar rekening was overgemaakt. Maar dat had ze niet kunnen thuisbrengen en (zonder navraag) maar weer teruggestort. Zo had de koper nu zowel de inventaris en de koopsom in handen en de vraag was dus of de advocate tegenover de rechter had gelogen over die depotstorting of had de notaris het geld in depot aan de verkeerde uitbetaald?

Eerst maar de klacht tegen de advocate die blijkbaar de kortgeding rechter had misleid met de enkele mededeling dat er geld in depot was gestort bij een notaris. Tot aan het Hof van Discipline toe werd er nul en generlei waarde gehecht aan het briefje van de notaris die het had over een abusievelijke geldstorting, laat staan over een depotstorting.

Het Hof van Discipline gaat over advocaten en niet over notarissen. Wat de notaris allemaal beweerde kwam voor rekening en risico van de notaris en de klacht tegen de advocate werd dan ook afgewezen: de rechter was niet misleid, het geld was in depot gestort en het kort geding vonnis gaf dat juist weer. Blijkbaar zat het goed fout bij de notaris.

Maar daar dachten de tuchtrechters van het notariaat heel ander over. Daar had men niets op met het oordeel van de collega’s uit de advocatuur. Tot aan de notariskamer van het gerechtshof in Amsterdam toe vond men het verhaal van de notaris, die natuurlijk geen depotacte had opgemaakt, heel geloofwaardig. Heel voorkomend werden geen vervelende vragen gesteld waarom ze n.a.v. die abusievelijke geldstorting geen MOT (Melding Ongebruikelijke Transacties) had gedaan, zodat ook de klacht tegen haar werd afgewezen.

In haar verweer had de notaris nog wel opgemerkt dat ze geen kennis had genomen van het kort geding vonnis en dus niet op de hoogte was van de aard en reden van de storting. Had ze dat vonnis wel gelezen dan had ze blijkbaar langs die weg moeten vernemen dat ze geld in depot had genomen!

Maar zo erg vond de notariskamer dat nu ook niet en volstond met de opmerking cq suggestie dat ze voortaan als notaris alle bij haar binnenkomende post toch wel goed moest lezen! Beide dames kwamen met de schrik vrij dankzij de togadragers in het tuchtrecht. En niet de eersten de besten.

Dat zijn naast gerenommeerde amices uit het notariaat en de advocatuur (niveau ‘onderkoning’) ook gezaghebbende presidenten van rechtbanken en gerechtshoven. Het liet meteen zien hoeveel tijd, zittingscapaciteit, moeite en energie erin gaat zitten om fraude toe te dekken om vervolgens vanwege de straffeloosheid de deur wagenwijd open te zetten naar recidive met nieuwe klachten, zittingen, frustraties, kosten, oplopende werkdruk etc. etc. etc.  

Eén keer een eed voldoet

Het kenmerkende van lieden in toga –  Grapperhaus incluis – is dat ze een beroepseed moeten afleggen. Gewone mensen hoeven dat niet. Blijkbaar is het nodig om dat soort juristen tenminste één keer in hun leven hardop te laten zeggen dat ze zich gewetensvol, integer en netjes volgens de wet zullen gedragen. Daarna is niemand meer geïnteresseerd in die eed of de naleving daarvan.

Niet gehinderd door kennis of ervaring en met de kop in het zand genieten magistraten bij de vele Rob Jettens en Jesse Klavers van deze wereld automatisch onbeperkt respect en gezag, voor de rest van hun leven. Het maakt de wereld prettig overzichtelijk en het helpt dat er op praten over corruptie en partijdigheid van rechters in de politiek een taboe rust.

Dat maakte Wilders deze week in de Algemene Beschouwingen wel duidelijk. Als enige politicus heeft ‘ie alle recht van spreken om de geloofwaardigheid van de rechterlijke macht en justitie te bekritiseren, maar de rest duikt altijd veilig weg met de ‘scheiding der machten’ en ‘het is onder de rechter’.

Aangeschoten: de minister

Misschien zette Wilders wel de opmaat voor keuzes in het dilemma toedekken, zwijgen en de andere kant opkijken of de rotte appels er publiekelijk uithalen. De eerste keus heeft tot steeds meer chaos, kosten werkdruk en verloedering geleid dus misschien moet de politiek maar eens de helende en zuiverende werking van een catharsis toepassen om het vertrouwen in de rechtsstaat te herstellen.

Het is dus gewoon wachten op het volgende schandaal of de volgende crisis binnen Justitie waar teveel wereldvreemde, eigenwijze, incompetente en bevooroordeelde ambtenaren zonder enige sanctie of sturing van bovenaf de dienst uitmaken. Van een minister die niet eens in de gaten heeft dat hijzelf aangeschoten wild is, valt echter niet te verwachten dat er een andere wind gaat waaien. Daar is meer voor nodig dan een nieuwe foto van een bordesscène of een vastgelopen klacht van een gefrustreerde fiscalist.