Terugkeer basisbeurs: links cadeau voor toekomstige veelverdieners

terugkeer-basisbeurs

Is de basisbeurs een perverse vorm van solidariteit waarbij de bakker voor de studie van de tandarts betaalt? Of leidt het sociaal leenstelsel tot leenangst onder studenten en zadelt het jonge mensen met enorme schulden op? Het eerste argument werd door voormalig PvdA-leider Wouter Bos gebruikt om de basisbeurs af te schaffen, het tweede wordt door de huidige PvdA-leider Lodewijk Asscher gebruikt om de basisbeurs weer in te voeren.

Inmiddels is er een ruime meerderheid in de Tweede Kamer die het sociaal leenstelsel weer wil afschaffen. De voorstanders van het sociaal leenstel in 2015 – PvdA, GroenLinks en D66 – willen nu evenals het CDA, de SGP en de ChristenUnie niets meer weten van het sociaal leenstelsel. CDA-woordvoerder hoger onderwijs Harry van der Molen vatte het vorige week in de Volkskrant aldus samen: ‘Het uitgangspunt om te moeten lenen is fout. Het is een systeem dat aan jonge mensen veel druk oplegt en ze een start in het leven geeft met enorme schulden.’

De ommezwaai die de linkse partijen maken is slecht voor het vertrouwen in de politiek: wat heb je aan politici die de ene keer dit beweren en de andere keer precies het tegenovergestelde?

Draaien en keren

PvdA, GroenLinks, D66 en de VVD beweerden in 2015 dat investeren in een studie loont en dat vanuit het oogpunt van eerlijk delen de basisbeurs door het sociaal leenstelsel moest worden vervangen. Bij de behandeling van het sociaal leenstelsel in de Tweede Kamer werd een beeld geschetst waarbij een sociaal leenstelsel nodig was om het hoger onderwijs toekomstbestendig en toegankelijk te maken voor iedereen die wil en kan studeren.

Als studenten geen beurs meer kregen maar moesten lenen, zou een bewuste studiekeuze worden bevorderd en zouden studenten efficiënter gaan studeren. Bovendien, het buitenland deed het ook zo: een sociaal leenstelsel sloot aan bij internationale ontwikkelingen van financiering van hoger onderwijs.

CHEPS, een onderzoeksgroep aan de Universiteit Twente, beweerde in 2013 dat ‘wereldwijd werd onderkend dat publieke subsidies op hoger onderwijs de facto een financiële overdracht inhouden van de huidige lage inkomensgroepen naar de huidige en toekomstige hoge inkomensgroepen.’ Dit werd gretig aangegrepen om de basisbeurs af te schaffen en het sociaal leenstelsel in te voeren.

Wat toen ideaal was, deugt nu niet keer

Nog geen vijf jaar later deugt daar allemaal niets meer van. Nu is het sociaal leenstelsel ‘een dure vergissing’ die alleen maar ellende brengt voor studenten. Hoe geloofwaardig zijn politici als binnen vijf jaar beleid zo wordt afgebrand? Niet verwonderlijk dat burgers hun vertrouwen verliezen door het gedraai en de makkelijke meningen bij sommige politieke partijen.

Voor de PvdA blijft het niet bij een verloochening van haar standpunt over het sociaal leenstelsel. Ook over de verhuurdersheffing, de afschaffing van de sociale werkplaatsen en de Europese begrotingsregels is de PvdA volledig gedraaid. Hetzelfde geldt voor GroenLinks en D66.

Het akkoord over het sociaal leenstelsel werd door GroenLinks-Kamerlid Jesse Klaver en D66’er Paul van Meenen onder de terrasverwarmer in de achtertuin van toenmalig VVD-Kamerlid Pieter Duisenberg gesloten. Alleen het CDA kan claimen in 2015 tegen het sociaal leenstelsel te hebben gestemd.

Wel accentverschillen

In de draai die de linkse partijen maken zitten wel verschillen. De PvdA wil een basisbeurs maar zegt er niet bij hoe hoog die zal zijn. De ChristenUnie wil een basisbeurs van €500 voor uitwonende studenten. Bij het CDA hangt de hoogte van de basisbeurs af van het inkomen van de ouders met een minimale beurs van €300 voor uitwonende studenten en €150 voor thuiswonende studenten.

D66 en de SGP willen de inkomensgrens voor de bestaande aanvullende beurs verhogen, waardoor studenten waarvan de ouders minder dan €70.000 verdienen een basisbeurs van €400 krijgen. GroenLinks wil ook een basisbeurs van €400 voor studenten waarvan de ouders minder dan €100.000 verdienen.

Had je toen gelijk of nu?

Als je draait is altijd de vraag: sta je nu goed of stond je daarvoor goed? Had Wouter Bos gelijk toen hij pleitte voor afschaffing van de basisbeurs en invoering van een sociaal leenstelsel, of heeft Lodewijk Asscher gelijk en moet het sociaal leenstelsel worden afgeschaft en vervangen door een basisbeurs?

De argumenten tegen het sociaal leenstelsel snijden geen hout. Het sociaal leenstelsel zadelt studenten niet met ondraaglijke schulden op. De gemiddelde studieschuld van een afgestudeerde aan een universiteit bedraagt €26.000.

Terugbetalen blijkt geen probleem

Onderzoek van het CPB geeft aan dat de meeste afgestudeerden weinig problemen hebben met het terugbetalen hiervan. Zeven jaar na afstuderen heeft ongeveer een derde van de studenten hun schuld afbetaald.

Dat is niet verwonderlijk. Gemiddeld verdient een  academicus €53.000 per jaar. Dat is twee keer zo veel als een MBO’er verdient en anderhalf keer zo veel als het inkomen van een HBO’er, blijkt uit onderzoek van de Leidse hoogleraar Koen Caminada. Als een universitair opgeleide een jaartje net zo veel zou uitgeven als een MBO’er, is de gemiddelde studieschuld in een klap afgelost.

Het leenstelsel houdt niemand tegen

Het sociaal leenstelsel lijkt ook niet te leiden tot leenangst. Het bedrag dat wordt geleend is gestegen na invoering van het sociaal leenstelsel. De toegankelijkheid van het hoger onderwijs is ook niet minder geworden. Het aantal havo- en vwo-leerlingen dat gaat studeren is niet afgenomen. Dit jaar zijn zelfs een recordaantal studenten aan een universitaire en hogere beroepsopleiding begonnen.

De voorstanders van afschaffen van de basisbeurs hadden en hebben meer recht van spreken. De financiering van het hoger onderwijs vergroot de inkomensongelijkheid. Mensen met een laag inkomen zonder diploma van het hoger onderwijs betalen voor de studie van mensen die na hun afstuderen tot de hogere inkomensverdieners gaan behoren.

De niet-academicus betaalt extra voor de academicus

De PvdA wil de basisbeurs betalen door een 60% belastingtarief in te voeren voor mensen die meer dan €150.000 verdienen. Dit neemt de ongelijkheid niet weg. Alleen betaalt nu de succesvolle ondernemer zonder academische opleiding wat meer bij aan de universitaire opleiding van de tandarts, advocaat en hoogleraar.

Linkse partijen hebben de mond vol van het verminderen van de sociale ongelijkheid. Het is dan op zijn minst hypocriet om de basisbeurs die de inkomensongelijkheid juist vergroot weer in te voeren.

Niet het sociaal leenstelsel is een ‘dure vergissing’, zoals CDA-woordvoerder Harry van der Molen in de Volkskrant zei, maar de herinvoering van de basisbeurs. Herinvoering van de basisbeurs is een links cadeau aan de toekomstige veelverdieners in Nederland.