Wat Wopke Hoekstra kan leren van Adam Smith: Versterk defensie, stop ontwikkelingshulp en durf verdragen op te zeggen

smith
Adam Smith (links, bron foto: Wikipedia) Wopke Hoekstra (rechts, bron foto: Twitter)

Door Edwin van de Haar*

Het cliché wil dat het Nederlands buitenlands beleid heen en weer geslingerd wordt tussen de belangen van de koopman en de diep-verankerde overtuiging van de dominee dat het noodzakelijk is om anderen de weg te wijzen naar moreel juiste opvattingen en daden. Dat is inderdaad niet zonder grond, maar er valt meer over het Nederlands buitenlands beleid te zeggen.

Dat kan namelijk veel beter en daarom zou het minister van Buitenlandse Zaken Wopke Hoekstra en minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Liesje Schreinemacher sieren zich te verdiepen in de ideeën van Adam Smith, deze maand 300 jaar geleden geboren, en andere klassiek-liberalen, zoals David Hume, Ludwig von Mises en Friedrich Hayek.

Hoewel deze denkers veelal bekend staan als economen en filosofen hadden zij ook coherente opvattingen over internationale betrekkingen. De basis is hun mensbeeld, oftewel het antwoord op de vraag waartoe de mens in staat is en hoe menselijk gedrag is te verklaren. Dit mensbeeld is realistisch, er wordt geen ideale mens nagestreefd.

Conflict en geweld zijn onvermijdelijk

In klassiek-liberale ogen wordt menselijk gedrag verklaard door een mix van rede en emoties, waarbij de laatste categorie uiteindelijk de doorslag geeft, of zoals Hume schreef: ‘reason is and ought to be a slave of the passions’. Dit betekent ook dat conflict en geweld onlosmakelijk onderdeel is van het menselijke bestaan, want hoewel mensen best kunnen beredeneren dat geweld vaak onverstandig is, kunnen zij zich toch niet altijd beheersen.

Dat werkt door in de internationale politiek, die immers een menselijke bezigheid pur sang is. Voor utopische ideeën over mogelijke wereldvrede is derhalve geen plaats bij Smith en andere klassiek-liberalen. De fundamentele vraag blijft voor hen: hoe het beste om te gaan met onvermijdelijke conflicten?  

In tegenstelling tot hetgeen tegenstanders graag rondbazuinen zien klassiek-liberalen de mens als een sociaal wezen. Hij is dus geen asociale egoïst, maar iemand die niet zonder sociale verbanden kan. Primair het gezin en de familie, maar er zijn ook emotionele verbintenissen met grotere eenheden, zoals het dorp of de stad, de regio of provincie en natuurlijk het land. Dat is direct ook de uiterste betekenisvolle grens.

Natuurlijk is er zoiets als mededogen op wereldschaal, en zijn er vast ook mensen die zich wereldburger voelen, maar ‘love of country’ en ‘love of humankind’ zijn twee heel verschillende dingen, schreef Smith. Vertaald naar de buitenlands-politieke praktijk betekent het dat nationale staten de primaire actoren zijn in de wereldpolitiek.

Wederzijdse afschrikking voorkomt veel oorlogen

Die staten moeten een samenleving vormen, oftewel een ‘anarchical society’ zoals theoreticus Hedley Bull het verwoordde. De internationale politiek is meer dan een hobbesiaanse ‘oorlog van allen tegen allen’, terwijl permanente wereldvrede buiten bereik ligt. De meest fundamentele eigenschap van de statensamenleving is het veiligheidsdilemma. Staten zijn nooit zeker zijn van de bedoelingen van anderen en daarom is hun veiligheid het primaire doel van buitenlands beleid.

Internationale orde wordt bewerkstelligd door de machtsbalans, waarbij staten of groepen van staten elkaar in machtsevenwicht houden, met een wederzijds afschrikwekkend effect. Dat voorkomt niet alle, maar wel veel oorlogen. Tegelijkertijd kunnen diplomatie en in beperkte mate internationaal recht bijdragen aan internationale stabiliteit. Vrijhandel en globalisering zorgen voor de economische betrekkingen, alsmede de uitwisseling van onder andere technologie, kennis en cultuur.   

Nederlandse defensie verkeert in belabberde staat

Als het Nederlandse buitenlands beleid met deze klassiek-liberale voorkeur wordt vergeleken vallen een paar zaken op. Door het NAVO-lidmaatschap voorziet Nederland in zijn veiligheidsbehoefte, maar het is een gotspe dat Nederland de kracht van de alliantie op de proef heeft gesteld door tientallen jaren minder bij te dragen dan is afgesproken.

De staat van de Nederlandse defensie is derhalve belabberd en dat is het gevolg van moedwillig beleid, niet alleen van links, ook van CDA en VVD. De Oekraïne-oorlog is een wake-up call gebleken, maar het is noodzakelijk om de getoonde ambitie, investeringsbereidheid en vastberadenheid de komende decennia te behouden.

Het internationaal recht wordt welhaast verheerlijkt in de Nederlandse buitenlandse politiek. In de Grondwet staat zelfs dat ‘de regering de ontwikkeling van de internationale rechtsorde dient te bevorderen’. Dat artikel moet snel worden verwijderd. Internationaal recht gaat vooral over afspraken tussen soevereine staten, die zelden afgedwongen kunnen worden bij overtredingen. Zelfs heel concrete maatregelen zoals internationale sancties, tegen Rusland of Noord-Korea, blijken tandeloos.

Daarbij geeft de Grondwet politici nu veel te vaak legitimiteit om mensen en geld op te offeren aan meestal zinloze buitenlandse militaire interventies. Die bereiken zelden doel, als er al van tevoren een duidelijke doelstelling wordt geformuleerd. Pogingen om de democratie te vestigen, zoals in Afghanistan, zijn geheel mislukt. Interventies zijn slechts billijk in zeer speciale omstandigheden, zoals het tegengaan van genocide.  

Verdragen gaan boven het nationale recht, dus het maakt zeker uit wat een staat internationaal afspreekt. Nederland is (volgens de verdragenbank op internet) op dit moment partij bij 8518 verdragen. De meeste daarvan betreffen praktische, bilaterale aangelegenheden, zoals luchtvaartverdragen of grensafspraken.

Maar er zijn ook veel verdragen met grote directe impact op het leven van burgers. Dat mag best minder volgens klassiek-liberalen, want internationaal recht is nog moeilijker te veranderen dan nationale wetten (denk aan het VN Vluchtelingenverdrag uit 1951), en kan de individuele vrijheid beknotten.

Ontwikkelingshulp is zinloos

Dat geldt ook voor internationale organisaties, zoals de Verenigde Naties. Dat kan een nuttig platform zijn voor diplomatiek gesprek en conflictbeheersing, maar tegelijk dijen de taken van de vele dochterorganisaties veel te veel uit en is de VN Mensenrechtenraad een regelrechte aanfluiting door het lidmaatschap van autocratische landen en dictaturen. Opheffen derhalve.  

Een andere Nederlandse totem is ontwikkelingssamenwerking. Mises en Hayek waren vroege tegenstanders van het ‘afnemen van geld van de arme burgers in de rijke landen, ten behoeve van de rijke burgers in de arme landen’, zoals de Britse Lord Peter Bauer het verwoordde. Op kortdurende noodhulp na, is intergouvernementele ontwikkelingshulp zo goed als zinloos gebleken, zowel bilateraal als multilateraal. Nederland moet dan ook uit de Wereldbank en verwante organisaties stappen.

Verstandig binnenlands beleid in ontwikkelingslanden is de sleutel, zoals de landen in Zuid-Oost Azië hebben bewezen. Het staat non-gouvernementele organisaties (NGO’s) vanzelfsprekend vrij om wel actief te zijn op dit terrein. Het is echter een fundamenteel onjuiste vermenging van publieke en private verantwoordelijkheid dat de Nederlandse staat belastinggeld doorsluist naar NGO’s. Ook dit moet stoppen. 

Voorts dient mondiale vrijhandel en globalisering alle ruimte te krijgen. In klassiek-liberale ogen is vrijhandel echt vrije handel, dus zonder tussenkomst van staten of internationale organisaties zoals de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Dat ideaal is voorlopig buiten bereik, maar moet wel het streven zijn, waarbij de wederopstanding van de danig verzwakte WTO de op een-na-beste optie is.      

Durf verdragen op te zeggen

Volgens klassiek-liberalen is een minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking totaal overbodig. Daarbij dient de minister van Buitenlandse Zaken zich te beperken tot veiligheid, diplomatie en het bevorderen van de instandhouding van de internationale anarchische samenleving van staten. Dat vergt minder nadruk op internationaal recht en de durf om uit overbodige internationale organisaties te stappen, of verdragen op te zeggen. Hoekstra en Schreinemacher kunnen derhalve nog heel wat leren van Adam Smith.

*Dr. Edwin van de Haar is onafhankelijk specialist in internationale liberale politieke theorie.

Deze bijdrage is gebaseerd op ‘Edwin van de Haar, Human Nature & World Affairs. An Introduction to Classical Liberalism and International Relations Theory’, dat onlangs werd gepubliceerd door het Londonse Institute of Economic Affairs. Het kan hier gratis worden gedownload. Wynia’s Week verschijnt 104 keer per jaar met even onafhankelijke als broodnodige berichtgeving. De donateurs maken dat mogelijk. Doet u mee? Hartelijk dank!