Weg met vreugdevuren, vuurwerk en ander volksvermaak: Nederland wordt een safe space voor hoger opgeleiden
Symbolischer dan het vuurwerkverbod zul je een overheidsmaatregel niet snel krijgen. Na jaren op 1 januari getrakteerd te zijn op treurige reportages over amputaties, straatrellen en aangevallen ambulancemedewerkers in de bekende televisiejournaals, inclusief sip kijkende medici en lokale gezagsdragers, snakte niet de grote meerderheid van de bevolking naar een rustiger jaarwisseling – die heeft een dikke huid ontwikkeld jegens dit soort tijdelijk ongerief – maar de dames en heren in Den Haag. Zij konden het stuk voor stuk ‘niet langer uitleggen’ vonden ze, vanuit het merkwaardige idee dat elke politicus elke actie van elke dwaas in een geruststellende mal of logisch kader zou moeten gieten (‘een plekje geven’ heet dat in therapietaal).
Er is nóg iets interessants met dat aanstaande vuurwerkverbod aan de hand. Vanuit beleidskringen, en merendeels gesteund vanuit de journalistiek, hoor je telkens opnieuw de droevig uitgesproken constatering dat ‘feiten er steeds minder toe doen’. Vaak vanuit een generieke jammerklacht dat de zorgvuldig geselecteerde feiten die zijzelf inbrengen, en die ze natuurlijk graag tot een bepaalde conclusie zien leiden, in handen van de bevolking niet tot die zo gewenste conclusie leiden.
Kijkend naar het vuurwerk-issue moet er in de harten van deze jammeraars toch een vorm van trompetgeschal hoorbaar zijn. Want als het érgens gelukt is om feiten zo prominent, vasthoudend en niet-te-missen onder ons aller neus te wrijven, dan is het wel rond dit issue. Op een gegeven moment wisten cameramensen niet meer van hoe dichtbij ze de ernstig verminkte ledematen, en dan met name de afzichtelijke stompjes, in beeld moesten krijgen. En wat te denken van de voice-overs die deze ongezellige beelden moesten begeleiden? Zij stuurden hun stembanden steevast naar het standje ‘donker zwart’, alsof ze de ellende daags na de gebeurtenissen voor een Commissie Vuurwerkgevaar persoonlijk te verantwoorden hadden.
Overheid als poppenspeler
Welaan, 2026 blijkt dus nu het oogstjaar van de (dramatisch aangezette) ‘feiten’. De realisatie van het algehele vuurwerkverbod is vanaf nu dus (hoera?) een feit. Weerstand biedend aan de verleiding de inderdaad plaatsgrijpende ongelukken en ongeregeldheden rond Oud en Nieuw verder te dramatiseren, is het meer dan de moeite waard een beetje uit te zoomen. En de schijnwerpers nu eens op iets anders te richten dan het slachtofferschap en de vermeende barbarij van een land zonder vuurwerkverbod. Bijvoorbeeld op degenen die nu brodeloos worden. Of in ieder geval andere inkomstenbronnen dienen te gaan zoeken.
Zonder iemand bang te willen maken, lijkt het in een trend te passen dat de overheid verregaand gaat bepalen welke ondernemingen ‘gewenst’ zijn, en welke niet. Zit je met je bedrijf in de duurzaamheidshoek dan kun je van regeringswege negen van de tien keer allerhande aanmoediging en subsidies verwachten. Maar zit je – zoals de vuurwerkinkopers – in een vanuit Den Haag bezien minder sympathieke branche, dan kraait er geen haan naar je gederfde inkomsten en vinden ze het, zoals in het geval van het vuurwerkverbod, zelfs een succes wanneer ze een bedrijfstak helemaal kapot reguleren. Kortom, de overheid als de grote poppenspeler van ’s lands economie: welke bedrijven dragen iets bij en worden geholpen en welke zitten in de weg en worden naar de uitgang gepest? Het lijkt een overdreven voorstelling van zaken. Maar dat is het niet.
Zeker met Rob Jetten als potentieel nieuwe premier zal de ambtenarij zeer waarschijnlijk niet langer pogen het bruto nationaal product van Nederland zoveel mogelijk omhoog te stuwen. Om daarmee vervolgens ons welvaartspeil in stand te houden dan wel te vergroten. Nee, er gaat vanuit Den Haag besloten worden welk soort economie we moeten optuigen, zoals je een type behang uitkiest bij de kleur of het model van een reeds aangeschafte bank. Op het laatste partijcongres van D66 fantaseerde men openlijk over het creëren van ‘hoogwaardige banen’ in een al even ‘hoogwaardige kenniseconomie’, hetgeen nette bewoordingen zijn voor het willen uitfaseren van bedrijfstakken die op lageropgeleiden draaien en daarmee, in het verhullende jargon van de sociaal-liberalen, geen ‘toegevoegde waarde’ hebben. (Lees: tokkies zijn waardeloos en van de bedrijven waar ze werken worden we geen klap wijzer.)
Gek genoeg worden dit soort fascistoïde tendensen in onze ‘kwaliteitspers’ nooit ook maar in het minst in verband gebracht met fascisme, integendeel: ze worden als hoogste bruikbare plannen neergezet die op de hoogste snelheid uitvoering verdienen om onze economie een meer vitale, competitieve (en tokkie-vrijere) kant op te duwen.
Stap naar staatskapitalisme
De filosofische vraag is of we op nationale schaal überhaupt nog een keuze hebben. Of dat we, zoals in de meermaals geuite visie van NRC-journalist Marike Stellinga, gedwongen zijn te kiezen waar we ons geld mee gaan verdienen, in de wetenschap dat er binnen Nederland, in haar bewoordingen, ‘geen ruimte is om alles tegelijk te doen’.
Het spraakmakende rapport van voormalig ASML-topman Peter Wennink heeft in dat verband een verse impuls gegeven aan de design-economie. De geest die uit zijn rapport uitstijgt is er niet een van ondernemerschap en inventiviteit, maar van geplande investeringen die kansrijke industrielandschappen uit de grond moeten stampen, met name op het gebied van AI en biotechnologie. Natuurlijk zegt het rapport niet letterlijk dat het ‘Chinese model’ gekopieerd moet worden, maar de denkrichting die Wennink introduceert is wel degelijk een stap naar staatskapitalisme.
Safe space voor nerds
Terug naar het vuurwerkverbod, en naar het zwaar symbolische gehalte ervan. Vlak voor de jaarwisseling kwam Nieuwsuur met een reportage over vreugdevuren in Den Haag en Amsterdam die van gemeentewege worden tegengewerkt en/of ontmoedigd dan wel verboden, ondanks bewezen (positieve) effecten voor de sociale cohesie en het saamhorigheidsgevoel. Kortom, alles wat naar niet geheel controleerbaar volksvermaak riekt, tokkies blij maakt en gepaard gaat met vlammen of knallen, staat bovenaan de lijst om van staatswege gesmoord te worden. Met het algehele vuurwerkverbod – vanuit de bestuurdersklasse bezien – als intussen mooi gelukte ‘Grote Stap Voorwaarts’.
Samengevat: de BV Nederland kan het zich op termijn niet meer permitteren de kenniswerkers van de toekomt uit hun slaap te houden, hun honden te intimideren of hun kinderen en partners bloot te stellen aan nodeloze gevaren. Niet enkel speeltuinen dreigen straks van hoek tot hoek geplaveid te worden met rubberen tegels, maar ook onze hele design-economie zal er mogelijk, als internationaal aantrekkelijke safe space voor getalenteerde nerds, mee bezaaid zijn.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee, ook in het nieuwe jaar? Doneren kan zo. Hartelijk dank!













