40 jaar kernenergiebeleid blijkt 40 jaar sentimentele incidentenpolitiek

3
‘De politiek ging de afgelopen vijftien jaar van hernieuwde belangstelling in 2010 vanwege het opkomende klimaatbeleid, via een plotseling taboe vanwege de tsunami in Fukushima in 2011, naar wederom hernieuwde belangstelling in 2018.’ Beeld: Maarten van Andel

We zijn in de afgelopen vijftien jaar, sinds de kernramp in Fukushima en vijf Nederlandse kabinetten, als een jojo omlaag en weer omhoog gegaan met ons kernenergiebeleid. Al die tijd zijn de techniek, veiligheid, voor- en nadelen van kernenergie niet wezenlijk veranderd. De politiek ging in diezelfde vijftien jaar echter van hernieuwde belangstelling in 2010 vanwege het opkomende klimaatbeleid, via een plotseling taboe vanwege de tsunami in Fukushima in 2011, naar wederom hernieuwde belangstelling in 2018. De opportunistische reden voor die meest recente opleving was dat we het met wind en zon toch niet bleken te redden.

Aanfluiting

De Tweede Kamer stemde zeven jaar geleden op initiatief van toenmalig VVD-leider Klaas Dijkhoff in meerderheid weer vóór kernenergie, terwijl de meeste Kamerleden zeven jaar daarvoor nog tegen waren. Het is tamelijk bizar dat er sinds 2018 nog geen schop in de grond is gegaan. Die destructieve traagheid is een serieuze zwakte van ons huidige bestel, in een wereld om ons heen die steeds sneller verandert en innoveert. Kernenergie is inmiddels één van de belangrijkste CO2- en stikstof-reducerende maatregelen die we in de afgelopen vijftien jaar hebben laten liggen. Dat is voor Nederland niets meer of minder dan een internationale aanfluiting.

De wereld inclusief de VS, China en Rusland kijkt jaloers maar ook meewarig naar onze wereldtoppers Urenco Almelo (verrijkt uranium) en NRG Petten (medische isotopen), beide mondiaal marktleider met ongeveer 30 procent wereldmarktaandeel. Ze zien ook de toonaangevende Kerncentrale Borssele en het Nationaal Instituut voor Subatomaire Fysica (Nikhef) in Amsterdam. Trump, Xi, Poetin en andere wereldleiders zullen niet begrijpen dat het kleine rijke Nederland deze strategische wereldtoppers niet ten volle benut door zonder dralen meerdere nieuwe veilige betrouwbare goedkope kerncentrales te bouwen. Amerika heeft dergelijke wereldtoppers niet, reden waarom Trump Venezuela binnenvalt om grip te krijgen op de grootste olievoorraden ter wereld. 

Goedkope betrouwbare CO2-vrije elektriciteit

Nederland wekt nu met slechts één kleine maar wel hoogwaardige kerncentrale slechts 3 procent van het nationale elektriciteitsverbruik op, en minder dan 1 procent van het totale energieverbruik. Nieuwe kerncentrales zullen net als die in Borssele meer dan 50 jaar veilig kunnen draaien, en onze kinderen en kleinkinderen in de rest van deze eeuw van goedkope betrouwbare CO2-vrije elektriciteit kunnen voorzien. We kunnen daarin samen optrekken met onze Europese vrienden in Zweden, Polen, Frankrijk, België en het Verenigd Koninkrijk.

Onze vrienden in Duitsland zijn helaas zo dom geweest om in 2023 onder druk van Die Grünen een totale Atomausstieg door te voeren, maar daar komen ze nog wel van terug. Onze oosterburen hebben nu per inwoner de hoogste CO2-uitstoot van West-Europa, bijna twee maal zo hoog als Frankrijk met 57 kernreactoren.

Salonfähige borrelpraat

In de afgelopen 40 jaar na de kernramp in Tsjernobyl zijn we door een atoomachtbaan van steile pieken en dalen gegaan. Deze sentimentele jojobeweging illustreert dat politieke partijen en regeringen geen moedige lange-termijnbeslissingen nemen op basis van de feitelijke voor- en nadelen van strategische technologieën zoals kernenergie. Ze laten zich in plaats daarvan leiden door de incidenten en sentimenten van het moment, en door ongekozen commerciële en activistische lobbyisten. Kamer en kabinet blijken niet meer in staat om zoiets omvangrijks als de Deltawerken over een periode van ruim 30 jaar (1954-1987) in detail te plannen en te realiseren. Er wordt wel ronkend gesproken over een Deltaplan 2.0 Energie, maar dat blijkt tot nu toe salonfähige borreltafelpraat.

Inconsistente aanpak van de huidige energietransitie

Voorlopig wordt een energietransitie, die binnen vijftien jaar al vastloopt op netcongestie en stikstofregels, door het Rijk via een verdeel- en heersstrategie weggedelegeerd naar dertig Regionale Energiestrategieën (RES). De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij een niet bestaande bestuurslaag die tussen provincies en gemeentes in valt, zonder rechtstreekse democratische controle (zoals bij de waterschappen). Het Rijk omklemt intussen alle bevoegdheden, zonder zelf verantwoordelijkheid te nemen voor de regionale uitvoeringsproblematiek van de overvloed aan dwingende Haagse directieven.

We zullen in de komende maanden zien dat de inconsistente ongecoördineerde aanpak van de huidige energietransitie bij herhaling leidt tot jojobeleid van een tiental grote klimaatbeleidsthema’s. Daar zitten naast kernenergie ook aardgasloze huizen, elektrische auto’s, windmolens, zonnepanelen, biomassa en waterstof bij. Zet u schrap, want dat worden geen vrolijke verhalen. Het is daarentegen geen slecht nieuws, want elk mens en elke nieuwe regering kan het meeste leren van de dingen die niet goed gingen. Ik zie daarom geweldige mogelijkheden voor dit nieuwe jaar.

Daarvoor is wel een open en eerlijke inhoudelijke reflectie van een nieuw kabinet nodig, die niet wordt vervormd door politieke en commerciële belangen. Het is tijd voor bewindslieden en volksvertegenwoordigers die met lef hun rug recht houden, natuurwetenschappelijke analyses serieus nemen, leren van dingen die niet blijken te werken, niet iedereen naar de mond willen praten en niet teveel uit zijn op behoud van hun zetel.

Kiezers zouden een inhoudelijk onderbouwde inzet met lef en bereidheid om impopulair te zijn wel eens kunnen waarderen, en regerende partijen bij volgende verkiezingen groter in plaats van kleiner kunnen maken.

Als dit ‘extreem weer’  is, is alles extreem weer

Ons nationale journaille zou het nieuwe kabinet daarbij nog beter kunnen stimuleren. In het Journaal van 6 januari viel de term ‘extreem weer’, naar aanleiding van een week matige vorst en een paar decimeter sneeuw. We horen die hijgerige term inmiddels elke maand van het jaar wel een keer. Als deze doodnormale omstandigheden in januari extreem weer zijn, dan is alles extreem weer.

Als het ’s winters zacht is klagen we over extreme warmte en het einde van de Elfstedentocht. Nu klagen we over extreme kou en sneeuwval. Het woord ‘extreem’ is journalistiek en politiek volledig opgeblazen, en lijkt synoniem te zijn geworden voor hinderlijk of ongebruikelijk. Dat draagt niet bij aan een positief-kritische controle van de macht en nuchtere feitelijke communicatie naar burgers.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee, ook in het nieuwe jaar? Doneren kan zo. Hartelijk dank!