Het nieuwe kabinet moet ondoelmatig klimaatbeleid vervangen door effectief energiebeleid

WW Van Andel 12 februari 2026
Het huidige energiebeleid van verdergaande elektrificatie en variabele zeewindenergie is ondoelmatig en zelfs contraproductief. Foto: Pexels/ Mikhail Nilov.

Artikel beluisteren

Hoe zou het nieuwe kabinet zijn energiebeleid vormgeven als klimaatambities niet dwingend en kwantitatief in wetten zouden zijn vastgelegd? Dat is geen dagdroom, maar een belangrijk scenario-onderzoek voor de regeringsploeg van Rob Jetten. Energiebeleid wordt al meer dan tien jaar ten onrechte verward en vermengd met klimaatbeleid. Hoe zou de wereld eruit zien als we die inhoudelijk zeer verschillende thema’s beleidsmatig zouden ontwarren? Dan wordt zichtbaar dat één van de rijkste en hoogst geïndustrialiseerde landen van de wereld eigenhandig een afkalvende energiezekerheid in combinatie met oplopende energieprijzen over zich afroept.

Dat is niet verstandig, want de beschikbaarheid, betrouwbaarheid en betaalbaarheid van energie is een eerste levensbehoefte voor alle boeren, burger, bedrijven en instellingen. Onze overheidsdiensten, nutsvoorzieningen, onderwijsinstellingen, ziekenhuizen, datacenters, ondernemingen, transportstromen, mobiliteit, digitale veiligheid, waterhuishouding, openbaar vervoer, openbare veiligheid en landsverdediging staan of vallen met de continue beschikbaarheid van zeer grote hoeveelheden elektriciteit en brandstoffen. Zonder energie staat letterlijk en figuurlijk alles stil, en komen we in ons dichtbevolkte land om van de honger, kou en armoede.

Geweldige kans

Het is niet verstandig om geen gericht beleid te voeren voor energie als eerste levensbehoefte voor alles en iedereen. Het nieuwe kabinet heeft een geweldige kans om dit te ontwikkelen en te realiseren, met energiebetrouwbaarheid en -betaalbaarheid voor iedereen als uitgangspunt. Dat doen we met voedsel en schoon drinkwater ook. Daarbij is het essentieel om een scenario te ontwikkelen waarin geen dwingende kwantitatieve klimaatwetten bestaan. Dan zal blijken dat die huidige dwingende kwantitatieve klimaatwetten een effectief energiebeleid op basis van betrouwbaarheid en betaalbaarheid van energie onmogelijk maken.

Dat is de harde realiteit. De huidige kwantitatieve klimaatwetten dwingen rechter en overheid bijvoorbeeld om energiebeleid voor te schrijven en uit te voeren dat aantoonbaar ondoelmatig is om de landgenoten in het Caribische deel van ons koninkrijk te beschermen tegen de risico’s van klimaatverandering en zeespiegelstijging. Nederland kan op geen enkele wijze het wereldwijde klimaat en de zeespiegel merkbaar beïnvloeden, zelfs niet als we vanaf morgen helemaal geen CO2 meer zouden uitstoten. Dat juridisch afgedwongen ondoelmatige energiebeleid tast tevens aantoonbaar de leveringszekerheid en de betaalbaarheid van energie voor burgers en bedrijven aan.

De huidige kwantitatieve klimaatwetten dwingen overheden en industrieën verder om in te blijven zetten op elektrische auto’s. De grote Europese auto-industrieën hebben de ontwikkeling van zuinige diesels afgebouwd, en de Chinezen hebben hen in de afgelopen tien jaar afhankelijk gemaakt van hun superieure en betaalbare batterijen. Nu ze dat bereikt hebben, gaan diezelfde Chinezen inzetten op de ontwikkeling van ultrazuinige dieselmotoren, waarmee vrachtwagens de helft minder brandstof verbruiken. Zij begrijpen dat elektrisch wegvervoer over langere afstanden een inferieur concept is, en ik twijfel er niet aan dat hun ultrazuinige dieselmotoren ook in Europa een technisch, commercieel en strategisch succes zullen worden.

In een scenario zonder dwingende kwantitatieve klimaatwetten – waarvoor alle andere maatschappelijke noden en belangen aan de kant moeten – zou gericht energiebeleid op basis van energiebetrouwbaarheid en -betaalbaarheid voor iedereen er heel anders uitzien dan nu. Dan zouden we daadwerkelijk de hoogste prioriteit geven aan het verminderen van netcongestie, door eerst en vooral te stoppen met alles wat netcongestie verergert. Als de vloer blank staat vanwege een lekkende kraan gaan we eerst het water afsluiten en dan pas dweilen. Niet andersom.

Dweilen met de kraan open

In het nieuwe coalitieakkoord gaat het echter wel andersom. Netcongestie krijgt naar zeggen de hoogste prioriteit, maar tegelijkertijd wil de nieuwe regering inzetten op meer elektrificatie en zeewindmolens. Dat is als het verder openzetten van de lekkende kraan en tegelijkertijd heel hard gaan dweilen. Dit is een van de grote tegenstrijdigheden in het nieuwe coalitieakkoord waarover ik vorige week berichtte. De belangrijkste onderliggende oorzaak van deze tegenstrijdigheden is het feit dat we zo onverstandig zijn geweest om toekomstige klimaatdoelen voor 2030 en daarna dwingend en kwantitatief vast te leggen in wetten.

Die klimaatwetten zijn echter geen natuurwetten. Ze zijn door mensen gemaakt, en kunnen ook door mensen worden veranderd, opgeschort of afgeschaft. Daarom is het serieus onderzoeken van een scenario zonder die klimaatwetten zo essentieel. Dan zal blijken dat het veranderen, opschorten of afschaffen van die wetten zowel noodzakelijk als mogelijk is voor een welvarende toekomst met voldoende middelen en technologie om verder te verduurzamen.

In deze kalme koude wintermaanden leveren wind en zon maar een paar procent van ons energieverbruik. Het overgrote deel komt van fossiele brandstoffen. Dat kunnen we niet opvangen met slimme verevening van dagelijkse en wekelijkse verbruikspieken. We kunnen het evenmin opvangen met elektriciteits-import, want de landen om ons heen kampen met hetzelfde weer en dezelfde onbalans tussen aanbod en verbruik van energie. We kunnen het tenslotte ook niet opvangen met batterijen en waterstof, want we hebben in geen vijftien jaar de benodigde grootschalige landelijke infrastructuur om tenminste 20 miljard kilowattuur variabele elektriciteit extra te transporteren en op te slaan.

20 miljard kilowattuur is ongeveer twee maanden nationaal stroomverbruik, en dat is minimaal nodig om zonder stabiele fossiele opwekking wintermaanden zoals nu te overbruggen. Als het stroomverbruik conform het contraproductieve elektrificatiebeleid zou verdubbelen, moeten we vanaf 2035 zelfs 40 miljard kilowattuur kunnen opslaan. Dit zijn praktische onmogelijkheden die aan het licht komen met kwantitatieve analyses en getallen. Kwalitatief energiebeleid is lang niet goed genoeg, want dan kunnen we de ontzagwekkende magnitude van een energietransitie niet in zijn volle omvang onderkennen.

Dienstbaar aan burgers en bedrijven

Het zo belangrijke beleidsterrein van energie is onterecht een ondergeschoven kind geworden bij de minister van Klimaat en Groene Groei. Ik vraag me ernstig af of de nieuwe bewindsvrouw Stientje van Veldhoven (D66) weet hoeveel energie 20 miljard kilowattuur is, en hoe zich dat verhoudt tot het nationale verbruik, de nationale netcapaciteit en de nationale opslagcapaciteit. Haar voorgangers Rob Jetten en Sophie Hermans wisten dat zo te zien niet, getuige hun ondoordachte energiebeleid van de afgelopen vier jaar met oplopende prijzen, afkalvende leverbetrouwbaarheid en toenemende netcongestie.

Als Van Veldhoven dat ook niet weet, kan ze dat huidige ondoordachte beleid niet wezenlijk verbeteren. Als zij dat wel weet of het zich in elk geval snel eigen maakt, zal zij inzien dat het huidige energiebeleid van verdergaande elektrificatie en variabele zeewindenergie ondoelmatig en zelfs contraproductief is. Het ondermijnt de betrouwbaarheid en betaalbaarheid van energie als eerste levensbehoefte, en is daarom slecht voor Nederlandse burgers, bedrijven, natuur en verduurzaming.

Dergelijk inzicht zou voor de nieuwe minister een uitgelezen kans zijn om gericht energiebeleid te ontwikkelen dat niet overschaduwd wordt door klimaatbeleid. Zij zou daarmee concrete tastbare verbeteringen door kunnen voeren die de energiekosten verlagen en de leverbetrouwbaarheid verhogen, zonder dat natuur en klimaat daar nadeel van hebben. Het nieuwe kabinet zou daarmee op het gebied van energie als eerste levensbehoefte weer dienstbaar worden aan alle belastingbetalende burgers en bedrijven, in plaats van onzindelijke klimaatwetten te blijven volgen die onze energie alleen maar duurder en onbetrouwbaarder maken terwijl de wereldwijde CO2-uitstoot gewoon blijft doorstijgen.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!