Hoog tijd dat de wetgever de rechter weer in het gareel brengt

JoostSchepel 17-2-2026
De voorzitter van de Haagse rechtbank die de Staat heeft bevolen Bonaire te beschermen tegen ‘gevaarlijke klimaatverandering’ bleek een klimaatactivist te zijn. Beeld: fortoranjenieuws.nl

Artikel beluisteren

Lucas Bergkamp heeft op 5 februari in Wynia’s Week compleet gehakt gemaakt van het Bonaire-vonnis van de Haagse rechtbank. Maar ook media als de Volkskrant en de Correspondent die de klimaatzaak meer toegenegen zijn, hebben met verbazing op het vonnis gereageerd.

Op 10 februari diende Henk Vermeer (BBB) 19 relevante Kamervragen in over het Bonaire-vonnis. Onmiddellijk volgde een boze reactie van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR). Hoog werd van de ivoren toren geblazen. De rechtsstaat zou in gevaar zijn als de politiek zich met individuele rechtszaken bemoeit. Maar de rechterlijke macht heeft deze kritiek helemaal aan zichzelf te wijten.

Vermijd ook de schijn van partijdigheid

Enkele van die Kamervragen hebben betrekking op de publieke opvattingen van de voorzitter van de Haagse rechtbank die dit vonnis heeft uitgesproken, Jerzy Leiten. Leiten is in zijn vrije tijd klimaatactivist. Ook een rechter mag dat natuurlijk zijn, maar dan zou hij zich verre moeten houden van het in functie behandelen van klimaatzaken. En anders zou hij daar door zijn collega’s of het bestuur van de rechtbank op moeten worden gewezen.

Hoogleraar rechtsfilosofie Andreas Kinneging zegt daarover dat een rechter niet alleen onafhankelijk moet zijn, maar ook iedere schijn van partijdigheid moet vermijden. Dat is ethisch beginsel nummer één. Bij zo’n schijn van partijdigheid moet je je als rechter verschonen. Anders ontbreekt de grondslag van de legitimiteit van de rechterlijke macht en juist dát is een gevaar voor de rechtsstaat.

Frappant is trouwens dat diezelfde rechter vorig jaar mede het beruchte vonnis heeft gewezen in de ook door Greenpeace tegen de Staat aangespannen stikstofzaak. En ook het op 20 maart 2024 uitgesproken vonnis in de door de Stichting Recht op Bescherming tegen Geluidshinder tegen de Staat aangespannen zaak over geluidshinder van Schiphol. In dit vonnis werd onder meer bepaald dat de Staat onrechtmatig handelt ‘jegens alle gehinderden en slaapverstoorden, ook voor wie buiten de geluidscontouren van Schiphol woont en daar niet om had gevraagd’.

Dat vonnis pretendeert dus ook mensen te beschermen die op Schiphol werken, in de buurt ervan wonen, door (verdere) beperking van vliegbewegingen hun baan dreigen kwijt te raken en helemaal niet die ‘bescherming’ van de Haagse rechters willen.

Het land op slot

Dat is het probleem van de ‘algemeen belang’-acties. Een stichting of andere rechtspersoon die in zijn statuten een zeker ‘algemeen belang’ zegt na te streven, mag zonder een eigen belang te hoeven stellen rechtszaken tegen overheden voeren en krijgt in veel gevallen gelijk, waardoor ook anderen (vaak de meerderheid) die het daarmee geheel oneens zijn de dupe worden.

Zo heeft MOB van Johan Vollenbroek Nederland op slot gekregen in de stikstofkwestie.

Rechter trekt te grote broek aan

Sinds enkele decennia is er een fundamentele onevenwichtigheid ontstaan in de trias politica. Idealiter houden de drie machten, de wetgevende macht, de uitvoerende macht en de rechterlijke macht elkaar in evenwicht. Dat is al lang passé. De rechterlijke macht heeft een veel te grote broek aangetrokken met een steeds extensievere uitleg van wets- en verdragsbepalingen.

De wetgever heeft dat natuurlijk wel laten gebeuren en is daar ook mede verantwoordelijk voor. Nu het zo uit de hand gelopen is, is het dan ook aan de wetgever om op de rem te trappen en de rechterlijke macht weer tot de vroeger geldende terughoudendheid op politiek gebied te manen. Niet onderschat mag worden dat er inmiddels ook een belangrijke vierde en vijfde macht bij zijn gekomen: het ambtenaren-apparaat en de invloed van de gezagsgetrouwe media (NOS, RTL, NRC, Volkskrant, Trouw etcetera).

De rol van de landsadvocaat

Niet onbelangrijk is ook de vraag hoe de landsadvocaat zich van zijn taak in bovengenoemde zaken heeft gekweten. Van een advocaat in het algemeen mag verwacht worden dat hij zich maximaal inzet voor het met alle juridische middelen behartigen van de belangen van zijn cliënt (in dit geval de Staat). De Kamervragen 12 en 15 van Vermeer gaan erover waarom de landsadvocaat heeft nagelaten tegenargumenten te formuleren tegen aantoonbaar onjuiste beweringen van Greenpreace én nagelaten heeft de klimaatactivistische rechter te wraken.

Nu is de landsadvocaat niet zomaar een advocaat, maar een gigantische organisatie binnen welke mogelijk ook sympathisanten van een stringenter klimaatbeleid werkzaam zijn. Dat geldt ook voor de ambtenaren op de ministeries, waar deze zaken behandeld worden en die de landsadvocaat aansturen.

Problemen van de ‘algemeen belang’-acties

In het bestuursrecht heeft de wetgever de ‘algemeen belang’-actie mogelijk gemaakt door artikel 1:2 lid 3 van de Algemene wet bestuursrecht en in het civiele recht door artikel 3:305a van het Burgerlijk Wetboek. Daarnaast heeft de wetgever zichzelf klem gezet door in klimaat- en stikstofwetgeving (onhaalbare) resultaatverplichtingen op te nemen. Wetgeving die tot excessen en/of misbruik heeft geleid, zal ook weer door diezelfde wetgever ongedaan moeten worden gemaakt.

Artikel 3:305a BW is in 1994 in de wet gekomen. Staatsrechtgeleerde professor Jos Teunissen heeft al in 1996, in zijn dissertatie, deze bepaling als non-recht gekwalificeerd. In een latere studie heeft hij daarvan een aantal voorbeelden gegeven. De eerste kwestie was de SGP-vrouwenzaak. De Hoge Raad besliste op 9 april 2010 definitief tegen de SGP in een door de Stichting Proefprocessenfonds Clara Wichmann tegen de Staat aangespannen procedure. Professor Teunissen schrijft hierover: ‘Dat niemand verplicht is lid te worden van de SGP en dat het vrouwen die zich verbonden voelen met het gedachtengoed van deze partij maar niet met haar vrouwenstandpunt, vrij staat zich bij een andere partij (zoals de Christenunie) aan te sluiten of een eigen partij op te richten of zich buiten een partij verkiesbaar te stellen, was voor de Haagse rechters niet relevant. Deze vrouwen weten – om met Rousseau te spreken – kennelijk zelf niet wat het best voor ze is en moeten worden ‘gedwongen om vrij te zijn’.

Een tweede voorbeeld was het door Clean Air Now (CAN) tegen de Staat aangespannen proces, waarbij op 13 februari 2018 door het gerechtshof Den Haag werd bepaald (bevestigd door de Hoge Raad op 27 september 2019) dat rokers tegen zichzelf beschermd moesten worden tegen de speciaal voor rokers ingerichte rookruimtes in de horeca (ook ten behoeve van niet-rokers die mogelijk sociale druk zouden ervaren om ook naar zo’n rookruimte te komen).

Het ultieme voorbeeld was natuurlijk de Urgenda-zaak, waarin de Hoge Raad op 20 december 2019 definitief bepaalde dat de Staat de uitstoot van broeikasgassen eind 2020 met minstens 25 procent (ten opzichte van 1990) moest verminderen.

Wachten op de politiek

De hoogleraren Kinneging en Teunissen zijn met goede argumenten van mening dat de artikelen 1:2 lid 3 Awb en 3:305a BW moeten worden geschrapt. Van het komende kabinet-Jetten mag op dit gebied echter niets worden verwacht. Het wachten is daarom op een politieke partij die hiervoor een initiatief wetsvoorstel gaat indienen. Links Nederland zal dan wel weer moord en brand schreeuwen en betogen dat de rechtsstaat in gevaar zou zijn. Het tegendeel zal blijken: Nederland wordt dan een gezonder en leefbaarder land.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee?Hartelijk dank!Â