Tom Berendsen en Dilan Yeşilgöz misten in Kiev een buitenkans om het nationale belang te promoten
Artikel beluisteren
In hun eerste echte werkweek bevonden de ministers Tom Berendsen van Buitenlandse Zaken en Dilan Yeşilgöz van Defensie zich al direct in een crisissituatie. De bewindslieden moesten adequaat reageren op de pardoes uitgebroken oorlog in Iran. Ze stonden nog in trainingspak aan de zijlijn, terwijl Donald Trump het fluitsignaal van de wedstrijd al liet klinken.
Onmiddellijk trad een temperamentverschil tussen CDA’er Berendsen en VVD’er Yeşilgöz aan het licht. De een is behoedzaam en diplomatiek, de ander wil kordate actie en politieke show. Berendsen durfde de Amerikaans-Israëlische aanval op Iran niet te veroordelen en kwam in de Tweede Kamer met een oproep aan de oorlogvoerende landen tot ‘terughoudendheid’. Op zijn departement kijken ze van oudsher neer op Defensie als ‘de ijzerwinkel’.
Omgekeerd beschouwt Defensie het ministerie van Buitenlandse Zaken als ‘de Apenrots’. VVD-fractieleider Ruben Brekelmans nam het op voor zijn oude departement (Defensie) en voor zijn politiek leider Yeşilgöz door in de Kamer vragen aan Berendsen te stellen. De VVD blijft de Mark Rutte-partij en doet alles om de bromance tussen NAVO-secretarisgeneraal Rutte en de Amerikaanse president Donald Trump gaande te houden. Brekelmans nam tijdens het parlementaire vragenuurtje genoegen met de zalvende antwoorden van Berendsen. Zo ontstond het beeld van een minderheidscoalitie die de kool en de geit moet sparen.
Veilige formule
De ministers van het kabinet-Jetten weten nog niet zo goed raad met de boze buitenwereld. Berendsen sprak van ‘een complexe situatie, waarin we het begrip “internationaal recht” nooit zomaar terzijde kunnen schuiven’. Op de achtergrond probeert D66-premier Rob Jetten het duo Berendsen-Yeşilgöz een nog voorzichtiger richting op te duwen. Let op het internationale recht! Ja, dat is altijd een veilige formule in het land van Hugo de Groot.
Het was nog een geluk dat de Franse regering Den Haag om militaire bijstand verzocht: het luchtverdedigingsfregat Zr.Ms. Evertsen moet mee naar het Oosten van de Middellandse Zee in een groot marine-eskader rond vliegdekschip Charles de Gaulle. Zo speelt Nederland toch nog een bijrolletje in het grote geopolitieke plaatje, al nam het kabinet drie dagen om een besluit te nemen over het uitsturen van de Evertsen. Jetten en de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie wilden eerst ‘een onderzoek naar de wenselijkheid en de mogelijkheden’ afwachten. Kool en de geit, kost altijd tijd. De uitkomst stond bij voorbaat vast: we gaan!
Al met al handelde het kabinet nogal traag en absoluut niet proactief. Het wapenarsenaal van de Evertsen is geen flauwekul, maar het kabinet legt operationele beperkingen op. Het gaat uitsluitend om ‘defensieve inzet’. Typisch Nederlands. Vlamt ergens een snel escalerende oorlog op en vragen bondgenoten een Nederlandse bijdrage, dan stuurt Den Haag liefst defensieve wapensystemen: mijnenvegers, luchtafweer of – zoals in dit geval – een fregat met een strikt verdedigende opdracht.
Dat je de vijand – Iran – moet aftroeven door juist offensieve wapenplatforms af te vaardigen, druist nogal in tegen de Haagse reflex. Yeşilgöz is misschien ietsje trigger-happy, maar Jetten en Berendsen zijn dat niet.
Behoedzaamheid kan natuurlijk nooit kwaad, zeker niet als de aanval wordt ingezet door een onbesuisde Amerikaanse president zonder exit-strategie. Maar weten de nieuwe ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie eigenlijk wel wat Nederland militair op de mat zou kunnen brengen? Instinctief kiezen ze voor terughoudendheid, waardoor ze mogelijkheden missen om zich te laten gelden.
Hotspot
Berendsen en Yeşilgöz waren in Oekraïne toen de Amerikaans-Israëlische aanval op Teheran begon en de Iraanse geestelijk leider Ali Khamenei uit de weg werd geruimd. De nieuwe ministers hadden misschien niet alle actuele informatie onder handbereik. Maar tegelijkertijd was het duidelijk dat drones in de nieuwe Midden-Oostenoorlog een cruciale rol zouden spelen. Dus zaten Berendsen en Yeşilgöz in Kiev op een absolute hotspot: Oekraïne beschikt over een aanzienlijke dronesindustrie. Een klein aantal Nederlandse hightechbedrijven draait hierin mee als schakel in het ‘eco-systeem’ van de productie.
Nederlandse drones worden op het Oekraïense slagveld beproefd. Yeşilgöz had – zo meldde de meegereisde verslaggever van NRC – zelfs een schaalmodel van een nieuw type drone meegenomen om aan haar ambtgenoot Mychajlo Fedorov te tonen. Volgens NRC ging het om de Noctua, ‘een door Nederland geproduceerde observatiedrone’.

Dat was erg lief van Dilan en van de NRC. Maar in defensiekringen wordt hierover gegniffeld. Observatiedrone? Het nieuwe product van het bedrijf Destinus – vestigingen in onder andere Enschede en Hengelo – is allesbehalve een observatiedrone. Het is een deep-strike wapen, vergelijkbaar met een kruisraket.
Bruikbare data
Yeşilgöz had het schaalmodel van een hypermodern aanvalswapen voor de lange afstand in handen, waarmee Oekraïne in ruim een uur tot zo’n 750 kilometer kan doordringen in Russisch gebied om daar commandocentra of olieraffinaderijen te bestoken.
In ruil voor de miljarden die Nederland aan Oekraïne heeft overgemaakt, ontvangt Defensie waardevolle informatie van het slagveld. Zeker waar het de inzet van drones en contra-drones betreft, zijn alle data zeer bruikbaar voor Defensie.
In een paar jaar tijd ontwikkelde zich in Nederland een drones-industrie, die nu ook de eerste ‘interceptors’ vervaardigt. Met name gaat het om de Hornet Block2. Volgens fabrikant Destinus heeft deze interceptor een bereik van 70 kilometer en is het ‘een snelle, proportionele en kosteneffectieve verdediger tegen vijandelijke aanvalsdrones, observatiedrones, zwevende munitie en helikopters’.
Industriële consortia werken ook aan drones waarmee je vijandelijke drones van 150 tot 400 kilo uit de lucht knalt op het moment dat ze met 600 kilometer per uur op je afstormen. Volgens de makers is dit het Nederlandse antwoord op de moeilijk detecteerbare Iraanse Shahed versies 136/238 en de Russische Geran versie 2/5.
Sinds zaterdag 28 februari – toen Iraanse Shahed-drones op allerlei plaatsen in de pro-westerse Golfstaten insloegen en duidelijk werd dat de Amerikanen hiertegen geen afdoende antwoord hebben – lopen Koeweiti, Qatari, Saoedi en Emirati in Kiev de deur plat. Ze weten dat Oekraïne de drones hotspot is en dat ze hier hun verdediging kunnen kopen. President Volodymir Zelenski toonde zich hiertoe bereid, mits hij weer kan rekenen op Amerikaanse Patriot-raketten, want daaraan heeft zijn land weer grote behoefte.
Gymtassen vol geld
Volgens een ingewijde zijn de Golfstaten zó in paniek door de Iraanse drones dat ze ‘met gymtassen vol bankbiljetten’ naar Kiev afreizen. ‘Ze hebben alvast bankrekeningen op Cyprus geopend en bieden de Oekraïners aan hen per private jet ernaartoe te vliegen.’ Kortom, voor dronesexperts en vooral voor contra-dronesexperts valt nu in de Golfstaten grof geld te verdienen.
Uit niets blijkt dat de ministers Berendsen en Yeşilgöz dit Nederlandse belang scherp in de gaten hadden, toen ze voor een hernieuwde kennismaking in Kiev rondtoerden. Toch zou dat een eerste signaal zijn geweest van een volwassen buitenlandpolitiek: op een doorslaggevend moment je vinger opsteken en melden dat Nederland industrieel kan bijdragen aan een effectief antwoord op het Iraanse gevaar, omdat het verstand heeft van drones, elektronische afweermiddelen, software updates en snelle productwisselingen. Met zo’n boodschap maken ministers in de huidige wereld meer indruk dan met Haagse bezweringsformules over het internationale recht.
En ja hoor, Yeşilgöz sprintte naar voren om als eerste de hand van Zelensky te schudden. Terwijl het protocol vereist dat Berendsen daarmee moest beginnen. Tja, Dilan had haar trainingspakje net iets eerder uit dan Tom het zijne. Hierover ontstond later een typisch Haags relletje: ‘Eerste ruzie in het kabinet.’ Jetten speelde de vermoorde onschuld. In Kiev waren ze heus met andere dingen bezig! Jawel, maar de ambtenaren van Buitenlandse Zaken vergeten dit niet en als Yeşilgöz zich zo camera-belust en onprofessioneel blijft gedragen, zal het departement zich als een oester sluiten. Dan is ze verder van huis.
Geld in het laatje
Misschien was het maar goed ook dat zelfs Yeşilgöz haar aanvalsdrone presenteerde als een observatiedingetje, want als ze echt de offensieve kant had gekozen, zou dat tot serieuze politieke heisa in het kabinet leiden. Het was dus sowieso onzeker of Den Haag eventuele militair-industriële beloftes aan de bevriende Golfstaten kan waarmaken. Maar een gemiste kans is het natuurlijk wel.
Nederland vervaardigt in samenwerking met Oekraïne drones en anti-drones, maar het zijn vooral de Oekraïense dronesbestuurders die de onbemande platforms moeten besturen. ‘Voor Europese begrippen doen wij aardig mee, al lopen we wel achter bij de Oekraïners,’ zegt een bron in de Nederlandse industrie. Technologie van startups wordt snel toegepast bij de productie van drones. Ook leveren Nederlandse bedrijven software en voortdurende updates. ‘Wij maken dronecapaciteiten. We kunnen de Oekraïners nu vooral helpen bij het internationaliseren van hun producten en bij het verwerven van privaat kapitaal waarmee ze hun productiecapaciteit verder kunnen uitbouwen.’ Export van drones brengt geld in het laatje en daarmee kan Oekraïne zijn oorlogsinspanning volhouden.
Het kabinet-Jetten volgt een andere logica. Het stelt zich bescheiden op in de hoop Nederland hiermee buiten de vuurlinies te houden. Het lijkt uitgesloten dat Den Haag de Golfstaten offensieve ‘deep strike’ drones van Nederlandse makelij wil aanbieden, ook al zouden Koeweit, Abu Dhabi, Doha, Dubai en Bahrein de Iraniërs hiermee kunnen afschrikken. Berendsen en Yeşilgöz kwamen tijdens hun bezoek aan Kiev waarschijnlijk niet eens op de gedachte dat ze de Golfstaten Nederlandse interceptors zouden kunnen leveren.
Op zaterdag 7 maart beloofde de Iraanse president Masoud Pezeshkian de raket- en dronesaanvallen op de Golfstaten te staken, maar binnen een dag werd hij teruggefloten door de hardliners van het regime. Op zondag werden weer aanvallen op burgerdoelen in Saoedi-Arabië uitgevoerd.
Europese route
De dreiging blijft, maar Nederland snelt de westersgezinde Golfstaten niet te hulp. Het kabinet zet zijn kaarten liever op Europa. Dat lijkt een redelijk verstandige route door het geopolitieke moeras van 2026. Waarbij het meesturen van het fregat de Evertsen met het Franse vlooteskader voor de hand lag: het Nederlandse marineschip was immers al onderweg met vliegdekschip Charles de Gaulle vanaf de Oostzee en kon dus meteen door richting Méditerranée. Jetten kan dit besluit aan zijn eigen D66 en de linkse oppositie verkopen als een Europees antwoord en hoeft zijn vingers dus niet te branden aan pro-Amerikaanse en pro-Israëlische manoeuvres.
Het moet gezegd dat Frankrijk altijd een realistische agenda heeft: het Midden-Oosten is strategisch belangrijk en daar moet je met oorlogsbodems je gezicht laten zien. Staat het Midden-Oosten in brand, dan ben je militair ter plaatse, op zijn minst vanwege het Europese, beter gezegd Franse vlagvertoon. Dit keer werd ook Cyprus aangevallen door een Iraanse raket. Cyprus is zowel NAVO-bondgenoot als EU-lidstaat. Dus is Frankrijk militair present. Mikpunt van de Iraniërs was bovendien een Britse militaire basis, dus ook dat vergt een Europese reactie.
Het is sneu voor de Britse premier Keir Starmer dat hij de verdediging van Cyprus eerst aan de Grieken en Fransen moest overlaten. Hij heeft een week nodig om welgeteld één marineschip die kant op te sturen. (In de Falklandoorlog van 1982 stuurde Margaret Thatcher binnen 2 dagen 127 oorlogsbodems richting Argentinië).
Frankrijk etaleerde zich in de eerste week van de Amerikaans-Iraanse oorlog met meer strategisch vernuft dan het Verenigd Koninkrijk. De Franse timing was bovendien perfect. Op maandag 2 maart vloog het presidentiële vliegtuig onder begeleiding van Rafale gevechtstoestellen van Parijs naar de operationele basis L’Ile Longue. Daar hield president Emmanuel Macron een toespraak in de bouwhal van een nieuwe nucleaire onderzeeboot. Hij beschreef de locatie als ‘de kathedraal van onze soevereiniteit en vrijheid’.
Staande bij de nieuwe onderzeeboot ‘Le Téméraire’ (De Onverschrokkene), zei Macron dat dit wapenplatform borg staat voor meer potentiële vernietiging dan het totaal van de conventionele bommen die in de Tweede Wereldoorlog op Europa vielen. Dus geen misverstand over de Franse force de frappe. Parijs laat niet met zich spotten. Macron zei ook dat zijn land voortaan nucleair samenwerkt met – let op de volgorde – het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Polen, Nederland, België, Griekenland, Zweden en Denemarken.
Hij bood Den Haag dus expliciet een nucleaire paraplu aan. Dat bericht moet in het kabinet-Jetten met gejuich zijn ontvangen. Als Trump ons laat barsten, hebben we altijd nog Macron! Tegen die achtergrond kun je De Evertsen gerust met vliegkampschip De Gaulle laten opstomen richting brandhaard Iran. Het kabinet-Jetten weet dat het hiervoor op een ruime parlementaire meerderheid kan rekenen, al zullen GroenLinks-PvdA en de Partij voor de Dieren mekkeren dat niet alle escalatierisico’s nauwkeurig in kaart zijn gebracht.
Dat soort oppositie valt makkelijk te pareren met een pro-Europees visioen á la Berendsen. Daarmee kan het kabinet altijd op steun van links rekenen. Tegelijk kunnen de bewindslieden met de inzet van militaire middelen á la Yeşilgöz de rechtse fracties aan zich kan binden.
Sprokkelen
Iedereen blij? De fixatie op parlementaire meerderheden is tegelijk ook het onrustbarende. Het minderheidskabinet-Jetten is per definitie bezig met een Haagse werkelijkheid: met 66 Tweede Kamerzetels en 22 Eerste Kamerzetels moet het elke dag tien, respectievelijk zestien zetels sprokkelen om aan een meerderheid te komen. Elke dag is urgent, president Donald is onberekenbaar en voor je het weet verdwijnen de wezenlijke lange termijnbelangen uit het zicht.
Want is die Frans-Europese keuze wel zo veilig? Macron zei in zijn toespraak dat zijn nucleaire samenwerking met de acht genoemde Europese landen een aanvulling is op de kernwapentaken van de NAVO, die door de Verenigde Staten worden gedomineerd. Maar stel dat Marine le Pen of een andere kandidaat van het Rassemblement National volgend jaar de Franse presidentsverkiezingen wint, wat blijft er dan nog over van die Atlantische bezweringen? De partij van Le Pen is tamelijk pro-Rusland.
Kernwapens zijn bovendien ontzaglijk duur. (Vanwege de hoge kosten deed Oekraïne midden jaren negentig zijn kernwapens weg. We weten inmiddels hoe dat is afgelopen.) De Franse atoomparaplu komt heus niet gratis. Duitsland en Nederland zullen moeten accepteren dat de Franse militaire inspanningen worden gefinancierd met Europese middelen. Den Haag heeft zich altijd verzet tegen Eurobonds, maar op termijn is die positie onhoudbaar. Het spelen van de Europese kaart door het kabinet-Jetten kan Nederland dus nog duur komen te staan. Maar dat lijkt van latere zorg.
Den Haag kijkt naar de Europese politiek als een instant oplossing, een mantel om onder te schuilen. Vier jaar geleden liet het laatste kabinet-Rutte met overgrote steun van het parlement de Koninklijke Landmacht feitelijk opgaan in de Duitse Bundeswehr. Een alleszins te verdedigen besluit, behalve als je bedenkt dat de rechtse Alternative für Deutschland (AfD) electoraal steeds verder oprukt. Stel dat deze Moskougezinde partij het over een paar jaar in Berlijn voor het zeggen krijgt, wat zegt de volledig Duits geïntegreerde Koninklijke Landmacht dan?
De Europese route van het kabinet-Jetten lijkt een logische keuze, maar het is in wezen de weg van de minste weerstand, een ogenschijnlijke nooduitgang. Het uitbouwen van de eigen militaire capaciteiten en het benutten van de militair-industriële mogelijkheden op momenten die ertoe doen, bieden op de lange duur betere nationale bescherming. Nederland heeft een uitstekende marinebouw en een zich snel ontwikkelende dronestechnologie. Dat zijn geopolitieke troefkaarten (in het jargon: control points) die je internationaal moet uitspelen om je onmisbaar te maken en je nationale belangen te promoten.
Berendsen en Yeşilgöz hadden in Kiev een buitenkans om zich tegenover de Golfstaten militair-industrieel te manifesteren. Ze gedroegen zich echter als handelsreizigers van een sympathiek postzegellandje: Kijk eens naar onze observatiedrone! Dat komt ervan als je de kool en de geit wilt sparen.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!




















