Grenzen aan de correctheid: wordt het niet tijd om ratten te laten terugkeren op de werkvloer?
Artikel beluisteren
Het lijkt eeuwen geleden maar de publicatie van het boek Hoe word ik een rat?, van Joep P.M. Schrijvers, dateert van 2002. Van deze eeuw dus nog. Zelden zijn recent verschenen boeken zo snel in ongenade gevallen als deze. Ga nu nog maar eens iemand zoeken die het zijn van een rat, ofwel het via ellenbogenwerk en/of manipulatie veroveren van een belangrijke positie en een riant salaris, een toffe zaak vindt. Of die dit boek met trots op zijn of haar salontafel legt.
Zeggen van een boek te houden dat tips en trucs geeft om zo’n rat te worden, staat momenteel zowat gelijk aan de openlijke bekentenis een verwerpelijke inborst te hebben. Aan een scandaleuze biecht naar geld en aanzien te verlangen waar je niet al te hard voor wilt werken, hetgeen tot voor kort nog als een acceptabele, misschien zelfs nastrevenswaardige vorm van carrière-bevorderende efficiency werd gezien, maar volgens de hedendaagse moraal hier te lande reden genoeg is je wegens ‘onzuivere motieven’ of een andere, negatieve kwalificatie uit een organisatie of afdeling te verwijderen. Dan wel je bij een promotieronde over te slaan.
Alles draait om ‘passie’
Hoewel werkgevers nog steeds van diploma’s houden en van slim opererend personeel, is de echte lakmoesproef tegenwoordig de spreekwoordelijke ‘passie’ die iemand dagelijks meebrengt naar zijn functie. De eis om je te vereenzelvigen met de baan die je hebt toegewezen gekregen, en de stilzwijgende aanname dat jouw persoonlijke idealen gelijk op lopen met die van je beroepsmatige taak, lijkt wijder verbreid dan ooit. Op de sociale ladder staan zij het hoogste die kunnen zeggen ‘hun ei volledig kwijt’ te kunnen in hun werk. En ’s avonds bij het eten het gevoel hebben niet alleen geld te hebben verdiend, maar ook ‘als mens weer een beetje te zijn gegroeid’ en dat dan, idealiter, aangevuld met ‘de wereld een stukje mooier te hebben gemaakt’.
Zoom – als symbolisch voorbeeld – eens in op de The School for Moral Ambition van Rutger Bregman. Een semi-religieus project dat de aandacht trekt en, gelijk een evangelische beweging, pretendeert je uit een kwaadaardige omgeving – het reguliere bedrijfsleven – los te weken. De aanmelding bij die school wordt in video’s en promopraatjes bijna een-op-een voorgesteld als een Verlossing. Als een manier om je dolende zelf bij elkaar te rapen en je, een met de wereld, een met Het Licht, in te zetten voor ‘het oplossen van de wereldproblemen’. Alsof die school – met de onmiskenbare trekken van een sekte – de frictie tussen jou en de buitenwereld voorgoed kan opheffen. En het een keuze is je voortaan, op recept, als blije eikel door je eigen leven te bewegen.
Intussen houdt het bewandelen van geitenpaadjes, het stiekem spelen van games in de baas z’n tijd of het anderszins met de pet gooien naar je professionele taken natuurlijk niet zomaar op. Maar waar dergelijk gedrag ooit als een alternatieve, soms zelfs te prefereren, weg naar de top werd gezien, als een uitgekookte manier om energie te sparen en maximaal alert te zijn op de cruciale momenten, heerst nu het besef dat alleen de ‘gepassioneerden’, de ware gelovigen, zij die de missie van hun bedrijf of organisatie voor de volle honderd procent au serieux nemen (à la Bregman), de weg omhoog zullen vinden. En is verzaken (traag zijn, ziek melden, etc.) een vorm van cynische berekening geworden. Van stap voor stap kijken hoe ver je kunt gaan, zonder je broodwinning te verliezen.
Natuurlijk kun je beweren dat het isoleren en uitsluiten van zogenaamde ‘ratten’ vanuit beschavingsoogpunt vooruitgang is. Dat het boek Hoe word ik een rat? terecht in vuilnisbakken wordt gegooid of in talloze huishoudens ligt te verstoffen. En dat het alleen maar goed is dat manipulatoren annex carrièristen grootschalig op een zijspoor worden gezet. Maar het zou ontstellend naïef zijn te denken dat deze evolutie geen keerzijde heeft. Die (door epische overgevoeligheid gekenmerkte) keerzijde staat ons dan ook elke dag met een grote grijns aan te staren!
En die keerzijde houdt in dat zeker de jongere generaties niet meer opgewassen lijken tegen betekenisloosheid. Alles wat niet in het steeds herhaalde plaatje van de ‘betere wereld’ past, wat niet zichtbaar bijdraagt aan of onmiddellijk terug te voeren is op een zachtere, socialere, schonere en moreel verhevener samenleving, en vanuit dat oogpunt betekenisloos is, wordt steeds agressiever en neerbuigender door hen bejegend.
Alleen vanuit deze keerzijde, dit groeiende onvermogen persoonlijke ideaalbeelden te scheiden van de realiteit, valt nog te begrijpen dat een grapje op de werkvloer kan uitgroeien tot een fragmentatiebom. Tot het startpunt van tijd- en geldverslindende procedures, omdat iemand op diezelfde werkvloer zich door dat ene grapje ‘aangetast’ of ‘gekwetst’ voelt of, nog een graadje ernstiger, ‘niet meer veilig’.
Beknopte profielschets
Alleen zo valt ook te verklaren waarom Europa, met Nederland in de kopgroep, zich zo geharnast terugtrekt achter de morele muren van ‘het internationaal recht’. Waarom we steeds meer moeite hebben overeind te blijven in een geopolitieke sfeer waar betekenisloze mensen als Donald Trump aan de touwtjes trekken. Waarom we verwoede pogingen doen op dat eigen wankelen dan ook nog, in erupties van morele zelfgenoegzaamheid, trots te zijn. En waarom onze inwoners massaal naar de antidepressiva grijpen, geïntimideerd als ze zijn door de overweldigende betekenisloosheid in de internationale, machtspolitieke arena.
Bovenstaande constateringen overziend lijkt het op z’n minst het overwegen waard de profielschets voor leiders in politiek en bedrijfsleven weer eens over een andere boeg te gaan gooien. En af en toe uit slechts drie woorden te laten bestaan.
‘Een rat, graag.’
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!



















