Vragen om ‘afstand te nemen van’ is vragen om onderwerping
Artikel beluisteren
De opdrachtgevers van de terroristische aanslagen begin deze maand op een synagoge en een joodse school – door de NOS steevast geen ‘aanslagen’ maar ‘explosies’ genoemd – zijn nog niet gearresteerd, laat staan berecht. We weten dus niet wie het zijn.
Maar als we moeten gokken, schat ik dat 99 procent van de Nederlanders met mij in zou zetten op personen met een islamitische achtergrond. Geen zinnig mens zal denken dat Lidewij de Vos achter die aanslagen zit.
De leider van D66, Rob Jetten, ziet dat anders. Hij vond het in zijn hoedanigheid van premier gepast en noodzakelijk om de blik de andere kant op te richten. Op de wekelijkse persconferentie namens het kabinet, zei hij: ‘Ik wil me niet alleen daarop blindstaren. Antisemitisme komt ook voor bij spreekkoren in voetbalstadions en bij een bepaalde politieke partij waar je gewoon op de lijst kunt staan voor gemeenteraadsverkiezingen als je openlijk antisemiet bent geweest.’
Is het ‘goed’ om te normeren?
Toen hem werd gevraagd welke partij hij bedoelde zei hij: ‘FVD’ (Forum voor Democratie). Van de premier moest de Tweede Kamerfractievoorzitter Lidewij de Vos afstand nemen van antisemitische opvattingen van alle partijleden. ‘Ik doe een beroep op de partijleider om aan het werk te gaan als er overduidelijk signalen zijn dat er leden van de partij dingen doen of hebben gedaan die niet door de beugel kunnen.’
Was de week van ‘explosies’ bij joodse instellingen het juiste moment om het beroep te doen om op eerdere affaires in te gaan? Volgens Jetten wel: ‘Ook bij zaken uit het verleden is het soms goed om daarop te reflecteren en te normeren, zodat we in het hier en nu kunnen zeggen dat antisemitisme geen plek verdient, ook niet in de politiek.’
Dat laatste ben ik met hem eens, maar ik vind ook dat het wegkijken van de echte daders van terroristische aanslagen en de aandacht verleggen naar mensen die niets met die aanslagen van doen hebben geen plek behoort te hebben in de politiek. Dus vroeg ik me af, waar komt dat toch vandaan; die steeds vaker gehoorde oproep om van iets of iemand afstand te nemen.
Je onderwerpen door afstand te nemen
Als we daarop reflecteren is die oorsprong snel gevonden. Die ligt in de Utrechtse doopbelofte van eind 8ste eeuw, een van de eerste in onze taal opgestelde geschriften. Deze gelofte werd door Karel de Grote ingezet om met harde hand de door hem verslagen Saksen te bekeren. Zij moesten afstand nemen van de drie belangrijkste heidense goden (de duivels) en vervolgens hun geloof belijden in de drie christelijke goden (de goeden).
De priester stelde als eerste vraag: Forsachistu diabolae? (Verzaak je de duivel?) Waarop de knielende Saks met het Frankische zwaard boven zijn nek moest antwoorden: ec forsacho diabolae (Ik verzaak de duivel.) Dat is precies wat Jetten meer dan duizend jaar later aan De Vos vraagt. En net als Jetten nu vond men het destijds ook al belangrijk om te normeren. Dus volgden nog twee vragen: Neem je afstand van alle duivelsoffers en van alle werken van de duivel? Waarop de Saks dan moest antwoorden : ‘Ja daar neem ik afstand van’ en ‘Ik verzaak alle werken en woorden van de duivel, Donar en Wodan en Saxnot en al de afgoden die hun gezellen zijn.’
Niet blindstaren = wel wegkijken
Afstand nemen is een manier om je onderwerping te tonen, zo wisten de Franken. Na deze afstand genomen hebben – dus pas na toe te geven dat je je onderwerpt – is het tijd voor de positieve benadering, die Rob Jetten vorig jaar al uitdroeg in zijn boek getiteld Hoe het wél kan. In de samenvatting daarvan door de uitgever, lezen we: ‘Jetten combineert scherpe politieke analyse met hoopvolle voorbeelden. Zijn energie is aanstekelijk en ademt optimisme. Het resultaat is een oproep tot leiderschap dat niet wegkijkt, maar aanpakt.’
Niet wegkijkt? Dat was 2025. Een jaar later wil Jetten zich ‘niet blindstaren’ op de vermoedelijke daders van terroristische aanslagen. Kortom; hij wil wél wegkijken.
Rond het jaar 800 was de positieve benadering: gelobistu in got alamehtigan fadaer? Waarop de bekeerling dan moest antwoorden: ik geloof in God de almachtige vader. Dan gelobistu in crist godes suno en gelobistu in halogan gast? Waarop de onderworpen nieuwe gelovige na bevestigend te hebben geantwoord aan het werk werd gesteld ten behoeve van de nieuwe machthebbers. Nu was er wel plaats voor hem in de gemeenschap: Door afstand te nemen had hij zijn plek verdiend.
Gewenste gedragsverandering
Het manuscript van deze doopgelofte is te vinden in de bibliotheek van het Vaticaan en bevat een bijlage, de zogenaamde indiculus superstitionum et paganiarum. Dat is een opsomming van dertig heidense gebruiken die worden verboden. Het gaat om vereringen op heilige plaatsen in de natuur als bronnen en bomen en stenen en verkeerd geachte begrafenisrituelen en feesten. Dat deed me denken aan wat Bina Ayar onlangs beschreef in Wynia’s Week onder de titel ‘Het kabinet wil graag dat u uw gedrag nog sneller verbetert.’
‘Douchemuntjes’
De obsessie met het sturen op ‘goed gedrag’ die Karel de Grote toonde toen hij het geloof met het zwaard verspreidde, is de Nederlandse regering niet vreemd. ‘Het idee is dat mensen geen rationele wezens zijn en daarom sturing nodig hebben bij het maken van de “juiste keuzes”’, schrijft Ayar en ik zie in gedachten Karel de Grote instemmend knikken.
Zo pleitte een vorig jaar verschenen ambtelijke studie voor verregaande gedragsverandering om fors minder energieverbruik te bewerkstelligen. Waarbij ‘enige vorm van dwang of sturing’ nodig is. Naast tal van prijsprikkels wordt gedacht aan het ‘direct en op afstand aansturen van warmtepompen of laadpalen bij mensen thuis’. Of aan ‘douchemuntjes’ zoals een door formateur Jetten geselecteerde D66-minister zich laatst liet ontvallen.
Gedwongen gedragsverandering
De scheidslijn tussen ‘een duwtje in de rug’ en dwang wordt door machthebbers altijd overschreden. De geleerde Alcuinus van York, een adviseur van Karel de Grote, constateerde dat destijds al. Hij bekritiseerde Karel om diens hardhandige optreden, toen die in het jaar 872 in het ‘bloedgericht van Verden’ naar schatting 4500 gevangen Saksen liet onthoofden die geen afstand namen van hun opvattingen. De heilige Alcuinus vond dat je mensen moet overtuigen van een beter geloof en ze niet moet dwingen jouw geloof over te nemen.
Duizend jaar later formuleren wetenschappers hun kritiek nog voorzichtiger dan Alcuinus destijds. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid wees erop dat gedragsbeïnvloeding door overheden alleen is gerechtvaardigd, ‘mits het geen controversiële kwesties betreft, er voldoende transparantie is en de gebruikelijke rechtstatelijke aspecten worden meegewogen’.
Maar machthebbers luisteren alleen naar wetenschappelijke adviseurs als die zeggen wat ze willen horen. Karel de Grote luisterde niet naar de Heilige Alcuinus maar vervult als eerste heerser over een verenigd Europa voor velen toch nog steeds een voorbeeldfunctie. Van zijn standbeelden heeft nooit iemand afstand hoeven nemen.
Pragmatisch: D66 als nieuwe kerk
D66 is een adept van de Europese Unie en heeft van oudsher weinig op met religie, maar is wel pragmatisch. Met zijn pleidooi om afstand te nemen, gebruikt Jetten de beproefde methoden van Karel en de kerk. Hij verheft zich moreel boven de tegenstander met een quasi redelijk verzoek, dat in wezen een oeroud bevel is: We zijn het er toch allemaal over eens dat we de duivel moeten verzaken? Dus u moet eerst afstand nemen van de duivel. Anders hoort U er niet bij en ‘verdient U geen plek’.
Maar nog steeds is dwang niet de juiste manier om mensen van gedachten te laten veranderen. Duizend jaar lang laten wij vier dagen van de week zien dan we ons niet door de grote Karel en zijn epigonen in een keurslijf laten dwingen. Saxnot zijn we vergeten. Maar op Dinsdag, Woensdag, Donderdag en Vrijdag memoreren wij eerst Thingsus, de god van de volksvergadering, en daarna Wodan, Donar en de godin van de liefde. Wij nemen geen afstand. Wij buigen mee, maar knielen niet. Hopelijk ook niet voor terroristen.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!






















