Catherine de Vries heeft ongelijk: privatisering en marktwerking hebben grote voordelen en de kiezer snapt dat best

WimGroot 4-4-26
Hoogleraar politicologie Catherine de Vries. Beeld: catherinedevries.eu

Artikel beluisteren

Helpt het kabinet-Jetten rechts-extremistische partijen aan de macht? Het kabinet wil miljarden bezuinigen op de collectieve uitgaven. Hiervoor wil het kabinet onder andere de AOW-leeftijd en het eigen risico in de zorgverzekering verhogen en de WW-duur bekorten.

Volgens hoogleraar politicologie Catherine de Vries speelt dit rechts-extremistische partijen in de kaart. Volgens haar wordt de opkomst van partijen als de PVV, de BBB en FvD veroorzaakt door een verschraling van publieke voorzieningen. Dat betoogt ze in haar recent verschenen boek De symfonie van onvrede: de opmars van radicaal rechts in Europa.

Verbitterde vader

Het boek is met veel waardering en instemming ontvangen. Volkskrant-columnist Marcia Luyten noemde het boek ‘te goed, te rijk om kort samen te vatten’. De kern van de boodschap van De Vries is: onvrede begint met een gevoel van verlies door voorzieningen die verdwijnen en negatieve ervaringen met de overheid. Het verdwijnen van de huisarts en de school, het opheffen van buslijnen of het verdwalen in bureaucratische regels en procedures zorgen voor onvrede. Deze onvrede vertaalt zich in steun voor rechts-extremistische partijen.

De Vries hangt dit op aan de ontwikkeling van haar eigen vader in een dorp in Overijssel die verbitterd raakte en van een trouwe CDA-stemmer aanhanger werd van eerst Pim Fortuyn en later Geert Wilders. Dit als gevolg van de verschraling van de publieke voorzieningen – onbereikbare huisartsen en opgeheven buslijnen – in zijn dorp.

De Vries onderbouwt haar theorie ook met de resultaten van haar wetenschappelijk onderzoek. Uit dat onderzoek blijkt dat zodra in Engeland een huisartsenpraktijk sluit, de tevredenheid met de zorg afneemt en de ontvankelijkheid voor radicaal-rechtse parijen zoals die van Nigel Farage toeneemt. Deze radicaal-rechtse partijen benoemen ‘de EU’, ‘de asielzoeker’, ‘de migrant’ en ‘de elite’ tot de boosdoeners. De onvrede over immigratie is volgens haar niet de oorzaak van de opkomst van extreem-rechts, maar slechts een symbool voor het feit dat de overheid er niet meer is voor de gewone burger.

De bron van het kwaad is bij De Vries het neoliberalisme. Onder invloed van het neoliberalisme begonnen de politieke middenpartijen vanaf de jaren tachtig in naam van modernisering en efficiëntie publieke voorzieningen af te bouwen. Dat was een bewuste keuze, aldus de Vries. Het leidde tot wat ze de efficiëntieparadox noemt. Wat beleidsmakers presenteren als modernisering en rationalisering, wordt door burgers ervaren als afbraak.

Staatszorg Engeland slechter dan private zorg Nederland

Als deze theorie klopt dan zou rechtsextremisme gestopt kunnen worden door meer te investeren in publieke voorzieningen. Ik betwijfel of deze redenering klopt. Engeland is niet Nederland, zeker niet als het om de zorg gaat. De staatszorg in Engeland is volledig vastgelopen met ellenlange wachtlijsten, enorme personeelstekorten en erbarmelijke kwaliteit van zorg tot gevolg. Nederland heeft een zorgstelsel dat is gebaseerd op private instellingen en zorgverzekeraars die onderling concurreren binnen hele strikte grenzen om de toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit van zorg te garanderen. Wat het onderzoek van De Vries vooral aantoont is het failliet van de staatszorg in Engeland.

De zorg in ons land is er lang niet zo slecht aan toe als in Engeland. Toegegeven, in sommige regio’s in Nederland is er een tekort aan huisartsen. Het aantal huisartsen is de afgelopen jaren echter niet afgenomen maar toegenomen. In 2022 telde ons land 11.754 huisartsen. Dat zijn 6,7 huisartsen per 100.000 inwoners. Tien jaar eerder waren er nog maar 5,3 huisartsen per 100.000 Nederlanders. Er zijn verschillende redenen waarom er ondanks het toegenomen aantal in sommige landelijke gebieden toch een tekort aan huisartsen is. Het is echter te gemakkelijk om, zoals De Vries doet, ‘de overheid’ of ‘de politiek’ hiervan de schuld te geven.

Kiezer beloont opkomen voor publieke voorzieningen niet altijd

Het valt ook op dat vrijwel alle voorbeelden die De Vries geeft over het verdwijnen van huisartsen, buslijnen en andere publieke voorzieningen over dorpen en plattelandsgemeenten gaan. Toch zijn rechts-extremistische partijen ook in grote steden sterk vertegenwoordigd.

Neem een stad als Maastricht, waar ik toevallig woon. Daar is bij de landelijke verkiezingen de PVV al een aantal jaren de grootste partij, net als in veel andere Limburgse gemeenten. Toch zijn in Maastricht geen huisartsenposten of scholen gesloten en staat het ziekenhuis er nog.

Of neem een grote gemeente als Heerlen. Daar is wel discussie over publieke voorzieningen. Het Zuyderland-ziekenhuis met vestigingen in Heerlen en Sittard/Geleen wil in de toekomst de acute zorg en de geboortezorg concentreren in Sittard/Geleen. Hiertegen is in Heerlen veel verzet. Dit verzet wordt zowel in de gemeenteraad als in de Tweede Kamer gesteund door populistische partijen als de PVV en de SP. Ondanks dat verloor de SP bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen 4 van de 8 zetels, terwijl de PVV slechts 2 zetels in de gemeenteraad van Heerlen heeft. Opkomen voor het behoud van publieke voorzieningen wordt dus door de kiezer niet altijd beloond.

Goedkopere vliegtickets en sneller internet

Het ligt niet zo simpel als De Vries betoogt. Het neoliberalisme dat De Vries als de bron van alle kwaad ziet, verwijst concreet naar de privatisering van overheidsbedrijven in de jaren tachtig en negentig (zoals de KPN, de NS, electriciteitsbedrijven, maar ook de ziekenhuizen en scholen die eigendom waren van gemeenten), het stimuleren van marktwerking (in bijvoorbeeld de luchtvaart en in delen van de zorg) door het afschaffen van beklemmende regels en het meer bedrijfsmatig werken bij de overheid.

De privatisering en marktwerking hebben veel voordelen opgeleverd, van goedkopere vliegtickets tot sneller internet. In de zorg heeft het geleid tot kortere wachtlijsten, minder protserige ziekenhuisgebouwen en betere kwaliteit van de zorg door specialisatie van medisch specialisten en een efficiëntere organisatie van de zorg.

De privatisering, marktwerking en bedrijfsmatig werken hadden vooral tot doel de efficiëntie van de publieke dienstverlening te vergroten. Dit was nodig om de uitgaven in de collectieve sector te beheersen. De achterliggende oorzaak van de noodzaak tot kostenbeheersing is de achterblijvende productiviteitsgroei in de collectieve sector. Door automatisering en robotisering is de productiviteitsgroei in de private sector veel hoger dan in de collectieve sector. Fabrieksarbeiders zijn grotendeels vervangen door geautomatiseerde productieprocessen. Hierdoor is de productiviteit per werknemer enorm toegenomen.

Verpleegkundigen, politieagenten en leraren zijn niet te vervangen door robotten. Door de productiviteitsstijging zagen werknemers in de private sector hun salaris stijgen. Doordat de salarissen van werkenden in de collectieve sector gelijke tred houden met die in de private sector, lopen de uitgaven in de collectieve sector hard op. Dit is wat economen het Baumol-effect noemen.

Gratis lunch bestaat niet

De hogere lonen in de collectieve sector door productiviteitsstijging in de marktsector maakten het noodzakelijk om te bezuinigen op de collectieve uitgaven. De keuze is heel eenvoudig: of efficiënter werken in de collectieve sector en daardoor op de uitgaven bezuinigen, of aanvaarden dat de gemiddelde belastingdruk oploopt naar 60 procent of meer. Neoliberalisme is dat voor de eerste optie is gekozen.

Er is niet zoiets als een gratis lunch, aldus de econoom Milton Friedman. Populistische partijen willen kiezers doen geloven dat die gratis lunch er wel is. Zij beloven lagere belastingen en royalere collectieve voorzieningen. De meeste kiezers zijn realistisch en snappen dat een gematigde belastingdruk en een zo efficiënt mogelijk werkende overheid de beste keuze is.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!Â