Patrick van Schie: ‘De VVD kan wel wat meer liberalisme gebruiken’

WWTV 16-4-26

Artikel beluisteren

Er is iets geks aan de hand met het liberalisme. Het liberalisme is al heel lang samen met de sociaaldemocratie en de christendemocratie een van de drie hoofdstromen van de Nederlandse politiek. Maar niet alles wat zich liberaal noemt is dat ook. Tegelijkertijd is er van links tot rechts een opmerkelijke, modieus ogende afkeer van liberalen en liberalisme.

Daarover gaat het in dit WWTV-gesprek van SYP WYNIA met PATRICK VAN SCHIE, de directeur van de Teldersstichting, ‘wetenschappelijk bureau en liberale denktank van de VVD’. Het gesprek is ook te beluisteren als podcast.

Vrijzinnig, maar niet liberaal

Er is heel wat liberaals in de Nederlandse samenleving geslopen, maar tegelijkertijd is er geen enkele Nederlandse partij voluit als liberaal te kenschetsen, zo blijkt uit het gesprek met Van Schie. Zelfs de VVD is niet alleen maar liberaal. Zo was P. J. Oud, de bekendste oprichter – en langere tijd partijleider – van de VVD, eigenlijk géén liberaal, maar een vrijzinnig-democraat. En vrijzinnig-democraten wilden weliswaar geen socialist zijn, maar ook zeker geen liberaal, benadrukt Patrick van Schie, die promoveerde op het vooroorlogse liberalisme in Nederland.

Frits Bolkestein – VVD-leider in de jaren ’90 – was dan wel voluit liberaal, maar nadien en ook in de Ruttejaren bladderde het liberale gehalte van de VVD af, geeft Van Schie toe. Hij zegt dat voor veel VVD’ers ‘besturen’ vaak belangrijker is dan het eigen beginselprogramma uitdragen. Daar wordt een prijs voor betaald, zeker toen door VVD-bewindslieden als Sophie Hermans en Christianne van der Wal een klimaat- en stikstofbeleid werd doorgevoerd dat moeilijk liberaal kan worden genoemd.

Van Schie: ‘Klimaatbeleid dat zich vertaalt in een planmatig stelsel dat de burger voorschrijft hoe te leven met dwang en met verplichte warmtepompen is niet liberaal, maar eerder onliberaal. Het stikstofbeleid heeft eveneens de kenmerken van een planeconomie met van bovenaf gedicteerde doelen.’

Dan heeft de VVD de laatste jaren bovendien een afgetekende vleugel van D66-gezinde kaderleden – ‘Dijkhoffianen’ – die zich scherp afzetten tegen alles wat ‘populistisch’ zou zijn en bijvoorbeeld gekant waren tegen de keuze van de huidige partijleider Dilan Yesilgöz om te gaan regeren met de PVV.

Een liberalere VVD is een succesvollere VVD

Van Schie stelt dat de VVD succesvoller zou kunnen zijn door minder opportunistisch te zijn en zich nadrukkelijker als liberaal te presenteren. Hij illustreert dat door de successen van Frits Bolkestein, die van de VVD bij de Statenverkiezingen van 1995 voor het eerst de grootste partij van het land maakte. Van Schie: ‘Het willen besturen zonder herkenbare liberale reflexen heeft juist voorkomen dat de VVD verder groeide.’

D66 noemt zichzelf de laatste kwart eeuw – overigens zeer tegen de zin van de PvdA-gezinde partij-oprichter Hans van Mierlo – ook liberaal, zij het dan ‘sociaalliberaal’. Patrick van Schie vindt D66 echter geen liberale partij. Als zelfbenoemde opvolgers van de vooroorlogse vrijzinnig-democraten – die geen liberaal wilden zijn – en na de oorlog onder leiding van P. J. Oud aanvankelijk opgingen in de PvdA – is D66 al niet liberaal, zegt Van Schie. ‘D66 is zich sinds 1998 dan wel sociaalliberaal gaan noemen. En die liberale stroming heeft wel degelijk bestaan. Maar het is nooit gebleken wat dat voor D66 betekende.’

Macron liberaal?

In Europees verband werken VVD en D66 trouwens samen in de partij ‘Renew’ dat vooral het stempel draagt van de Franse president Macron, wiens carrière begon in de Socialistische Partij. Van Schie: ‘Liberale wortels, die heeft Macron niet.’

Als zelfs de liberale vezels van de VVD niet altijd even helder zijn, wat is er dan over van de – tot ruim een eeuw geleden – vaak machtige liberale zuil? Het valt niet mee, moet ook Patrick van Schie toegeven. ‘Ik denk dat ook niet ieder VVD-lid en zelfs niet ieder VVD-kaderlid geheel doordrongen is van het liberalisme.’

Wat ook niet helpt, is dat het liberalisme heden ten dage onder druk staat van zowel links, rechts als midden en tegelijk verwarrend genoeg geclaimd wordt door ‘opiniemakers’ en politici die er allemaal hun eigen betekenis aan geven. Zo keert links zich tegen ‘neo-liberalen’ die in zoverre niet bestaan dat nog nooit iemand zich zo heeft genoemd – het bestaat dus slechts als scheldwoord. Conservatieven verzetten zich op hun beurt tegen ‘links-liberaal’, doorgaans eveneens zonder dat duidelijk wordt wat daaronder dient te worden verstaan.

Opmerkelijk is dat een middenpartij als het CDA zich bij monde van leiders als Hugo de Jonge en Henri Bontenbal zo afzet tegen liberalen en tegen het liberalisme. Van Schie sluit niet uit dat het te maken heeft met het feit dat het CDA de laatste decennia steeds meer een gereformeerde partij is geworden en dat de machtige oprichter van de gereformeerde ARP, Abraham Kuyper, een geharnaste rivaal van de toenmalige liberalen was.

De grootste begripsverwarring over wat liberaal is komt echter uit de Verenigde Staten. Daar is het begrip ‘liberal’ in de loop van de 20ste eeuw steeds meer naar links opgeschoven en wordt het vaak op één lijn gesteld met socialisme en zelfs met woke. En daar is weinig liberaals aan.

Wynia’s Week is er drie keer per week en iedere donderdag met een nieuwe WWTV. De donateurs maken dat mogelijk. Doet u mee? Hartelijk dank!