Vroeger waren we links of rechts, nu zijn we ‘overprikkeld’ of ‘onderprikkeld’
Artikel beluisteren
Het is symptomatisch dat allerlei ideologische aanduidingen voor wat je denkt of wie je bent steeds vaker ter discussie worden gesteld. Gelijktijdig zijn er twee termen in opkomst die al het ideologische lijken te overschaduwen. En zelden vragen oproepen.
Die termen zijn ‘overprikkeld’ en ‘onderprikkeld’.
In het geval van ‘overprikkeld’ leun je tegen de totale verwarring aan omdat je gebombardeerd wordt door een overschot aan prikkels; in het geval van ‘onderprikkeld’, aan de andere kant van het stemmings-spectrum, zit je tegen comateus-zijn aan omdat je onvoldoende prikkels zou krijgen, of de prikkels die je krijgt al zo vaak zijn toegediend dat ze je coma niet meer kunnen verdrijven.
Waar je ooit ‘links’ of ‘rechts’ was, ben je nu, lijkt het wel, of een stuiterbal (dus overprikkeld) of een slome duikelaar (dus onderprikkeld).
De prikkeldictatuur
Dat we omgeven zijn door prikkels, en dat die prikkels groeien in aantal, kun je nog schouderophalend als een fact of life betitelen; als een onontkoombaar gevolg van digitalisering. Maar dat we, veelal aangedreven door commercie, van alles wat waardevol en verrijkend is een prikkel zijn gaan máken (of daar in hoog tempo mee bezig zijn), is andere koek. Dat is een bewuste keuze.
Of het nu een museum is, een tv-programma, een speelfilm of een politieke partij: als het niet opgedeeld kan worden in prikkels (lees: TikTok-video’s, snippets of spanningsbogen van gelijke kortademigheid) dreigt het uit de publieke aandacht weg te zakken.
Kortom, de prikkel groeit uit tot een imperatief; tot iets wat naarstig geleverd móet worden op straffe van irrelevantie.
Nog los van de vraag of leedvermaak diep in de Chinese cultuur verankerd zit en Chinezen veel tijd en zin hebben om via webcamera’s naar het Europese vasteland te koekeloeren, moeten ze welhaast in hun vuistje lachen wanneer ze zien hoe zich geheel vrijwillig mensenrijen vormen voor koffiebars, pizzatenten of ijssalons die dankzij een TikTok-filmpje van tien seconden ineens razend populair zijn. Kortom, de westerling als doodsimpel te beheersen robot. Je gooit er in Beijing een muntje in en duizenden kilometers verderop beweegt een legertje mensen zich naar punt X of Y.
Het gebeurt gewoon. Crowd control op afstand. En wie ervaart zoiets nog als dystopisch?
Exit ‘Zomergasten’
Nogmaals, dat technologie processen versneld en afstanden soms betekenisloos maakt, daar valt niks tegen te doen. Maar dat we onze cultuurgoederen uit eigen beweging gaan ‘versnijden’ tot prikkels, net zolang tot die cultuurgoederen nauwelijks meer van de prikkels zijn te onderscheiden, is een ontwikkeling die volop aan de gang is.
Neem, als voorbeeld, de veel besproken video’s die politieke partijen online slingeren. En waar hun eigen politici, door slim en afgepast te editen, steevast als briljant uit tevoorschijn komen. In het bewerken van kiezers nemen die snippets al een veel belangrijker plaats in dan ouderwetse partijprogramma’s, die, zeker door jongeren, als ‘te lang’ en ‘te saai’ worden ervaren. (‘Pas op, risico op onderprikkeling’ zou een ironische waarschuwingstekst bij die verkiezingsprogramma’s kunnen zijn.)
Of neem het besluit tot opheffing van VPRO’s Zomergasten, het laatste bastion van prikkelarme televisie (twee mensen aan een tafel plus een reeks film en tv-fragmenten). Hoewel het in de latere fase een ordinaire personality-show dreigde te worden, en de fragmenten de gast en diens fascinaties moesten illustreren in plaats van een verhaal op zichzelf vormden (zoals in vroeger dagen), was het belangrijkste manco dat er van Zomergasten met de beste wil van de wereld geen prikkel te maken was. Het programma bleef verhalend en kritisch van aard. Inhoudelijk. Tijdrovend. Genuanceerd.
Dus?
Exit Zomergasten.
Verraderlijke tango
Een ander voorbeeld van de ver-prikkeling van de politiek was de Nederlandse vlag tijdens de verkiezingsoptredens van Rob Jetten. Wat hij precies met die vlag bedoelde of wilde uitdrukken werd niet duidelijk, maar dat hij het als symbool inzette, en het schijnbare alleenrecht van rechtse partijen om met die vlag te zwaaien ermee uitdaagde, werd alom gezien als een uiterst gewiekste en geslaagde prikkel in de campagne. Een prikkel, bovendien, waar menig medium dusdanig door werd geprikkeld dat ze er een reportage of artikel aan wijdde.
Zelfs in commercials zie je dat verhalende elementen onder druk staan. En dat talloze reclamespotjes niet verder komen dan het uitdelen van een prijsprikkel. Of een twee-voor-een-prikkel dan wel een aanbiedingsprikkel of een WK Voetbal-prikkel. Een uitgebreid exposé over de kenmerken van een product of het leggen van een associatie met de intrigerende omgeving van een chique kasteel of de hardvochtige Noordpool (denk aan nieuwe auto’s) sterft langzaam uit. Dat soort entourages te filmen wordt, zelfs in tijden van AI, alleen maar gezien als kostbaar en tijdrovend terwijl het niet aantoonbaar bijdraagt aan de prikkel.
Het ver-prikkelen van de communicatie is natuurlijk een verraderlijke tango, met twee dansers: aanbieder én consument. Dat ook die laatste z’n partijtje meeblaast, zie je onder meer in het steeds vaker verwerpen of ridiculiseren van de ‘bezigheid’ van het tv-kijken. Waarom ellenlange programma’s, tot de aftiteling aan toe, vanaf de bank consumeren als je op YouTube in een fractie van de tijd alle hoogte- en dieptepunten – kortom, de meest prikkelende momenten – geserveerd krijgt? Als je toegeeft ’s avonds doodmoe de tv in te schakelen om even nergens meer aan te denken, is dat zeker voor jongeren haast het levende bewijs dat je een verachtelijke ‘boomer’ bent. En onderweg naar de status van hersendode. ‘Zonder prikkels geen leven’, lijkt het nieuwe mantra.
Terwijl je liggend voor de tv, of bladerend door een krant, juist ontvankelijk wordt voor o zo belangrijke context. Hoe lui je geestesgesteldheid op dat moment ook is.
Luiheid als stimulans voor kennisvermeerdering, is bij nader inzien zo’n vreemde stelling nog niet.
Desintegrerende samenleving
De Duits-Chinese glamour-filosoof Byung-Chul Han heeft in zijn fraaie boekje De crisis van het narratieve overigens allang beschreven op welke route we als westerse samenleving dreigen te belanden. Hij stelt dat we ‘informatie’ (die ons verdeeld) grootschalig zijn gaan verwarren met ‘kennis’ (die ons samenbrengt). En dat je van een samenleving waarin iedereen, zonder al teveel kennis van zaken, zijn eigen prikkels bij elkaar shopt niet vreemd moet opkijken als het begint te desintegreren.
Met de boeiende inzichten van deze Han in het achterhoofd besef je ook hoe vergeefs de pogingen van de Europese Commissie zijn om architecturen te ontwerpen die zogenaamd ‘nepnieuws’ of ‘desinformatie’ moeten bestrijden. En de Europese bevolking in een koker van goedgekeurde informatie moeten opsluiten. In de visie van Han kun je weliswaar proberen bepaalde, onwelgevallige informatie te blokkeren, maar het dieper liggende probleem – dat de EU geen samenbindende rituelen of tradities kent, geen historisch gegroeid concept kent waarin prikkels in een bepaalde context worden geïnterpreteerd – los je er niet mee op.
Zolang we een prikkelsamenleving zijn hoeft een vijandige mogendheid maar wat nep-accounts aan te maken en een regen aan TikTok-filmpjes te laten neerdalen, of je kunt in een paar weken een nieuwe presidentskandidaat tot enorme hoogte in de peilingen opstuwen, zoals niet zo lang geleden in Roemenië nog gebeurde.
Weerwoord
Natuurlijk kun je, bij wijze van weerwoord, zeggen dat al die snippets en prikkels noodzakelijke instrumenten zijn om digitale consumenten te verleiden ‘echte inhoud’ tot zich te nemen, in de vorm van een gedegen docu, een gedegen artikel, een gedegen tv-reportage of een gedegen krant. Maar het verneukeratieve is dat wat wij tot voor kort als ‘echte inhoud’ zagen, denk even terug aan VPRO’s Zomergasten, alleen nog overleeft als het zichzelf weet te definiëren als een niet te missen prikkel tussen miljoenen andere prikkels. Kan het dat niet? Dan gaat het commercieel ten onder.
Met andere woorden, in feite verleiden prikkels je ertoe iets te consumeren dat evenzeer een prikkel is: hoe hoog het ook van de toren blaast over de eigen betrouwbaarheid, objectiviteit en journalistieke kwaliteit.
Met Byung-Chul Han in je achterzak kijk je wel extra uit om historische gegroeide concepten, zoals natiestaten, een-op-een te vervangen door bureaucratische bedenksels als de Europese Unie. Zonder symbolen, rituelen en een daaruit voortvloeiende saamhorigheid, houden we alleen een markt over die ons onstuitbaar, zonder pauze, blijft overspoelen met prikkelende informatie die met andere prikkelende informatie in concurrentie is.
En in die prikkelsamenleving zijn we, constant onderhevig aan context-loze prikkels, helaas zélf het nepnieuws en de desinformatie.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!
















