‘Het idee dat we de Chinezen wel snel even zullen veranderen, daar moeten we echt vanaf. De naïviteit moet er uit’

Chinezen boek Doorbraak WW 110626 Sypversie
(BEELD: B&L en VRT)

Artikel beluisteren

Je kunt ze gaandeweg op de vingers van twee handen tellen, de westerse journalisten die nog een permanent correspondentschap hebben in China. Dat is een kapitale fout, vindt de Vlaamse journalist Tom Van de Weghe. ‘Om te beseffen wat er in China écht gebeurt, moeten we daar de vinger veel nauwer aan de pols houden.’

Dus schreef Van de Weghe een ronduit fascinerend boek over het land waar hijzelf jarenlang correspondent was. ‘De Chinese overheid polijst het beeld dat de meeste mensen hier in Europa van China hebben.’

We schrijven augustus 2004 wanneer Tom Van de Weghe voor het eerst voet zet op Chinese bodem. Drie jaar later verhuisde hij met vrouw en dochter naar Peking, waar hij uiteindelijk vijf jaar lang aan de slag zou blijven als correspondent van de Vlaamse publieke omroep VRT.

Bijna twintig jaar later bracht zijn boek Terug naar China hem opnieuw naar het land dat hem levenslang zal blijven fascineren, en dat in die tijdspanne uitgroeide tot dé plaats waar de toekomst vorm krijgt. Ook onze toekomst, al lijken vele mensen dat nog altijd niet goed te beseffen of correct inschatten.

‘Ja, soms is het frustrerend,’ klinkt het, wanneer we hem strikken voor een lang gesprek in het Gentse Wintercircus. ‘Het nieuws dat uit China komt, is niet altijd hard nieuws, en dus vliegt het land nog veel te vaak onder de journalistieke radar door. Maar eigenlijk kunnen we ons dat niet veroorloven.’

China is de voorbije twee decennia uitgegroeid tot een heuse wereldmacht, maar het is ook – dat blijkt bijzonder goed uit je boek – een land dat een eigen logica volgt en dat je eigenlijk amper kunt begrijpen als je er nooit geweest bent. Heb je het gevoel dat Europese politici dat voldoende beseffen, en handelen ze daar ook naar?

Politici spreken heel vaak over China, maar niet zelden zijn ze daar amper of zelfs nooit geweest. Dat is inderdaad echt wel een probleem. Telkens ik daar kom, overvalt me het gevoel dat ik de toekomst heb gezien, en dat de urgentie om vanuit Europa een coherente China-strategie te ontwikkelen weer groter is geworden. Alles gaat daar zo razendsnel in vergelijking met de evolutie in Europa dat je echt ter plaatse moet gaan om dit te beseffen.

Politici hier spreken veel óver China en zien het land nu vooral als een bedreiging. Je pleit in uw boek vooral voor meer nuance?

Absoluut, het is veel gelaagder, en dat probeer ik in mijn boek nu ook duidelijk te maken.

Wat is de grootste inschattingsfout die wij Europeanen vandaag maken in de wijze waarop we China politiek en economisch benaderen?

Hier leeft toch vooral nog het idee dat de Chinese overheid massaal geld pompt in een aantal belangrijke sectoren en dat dit de enorme industriële en technologische opmars van het land verklaart. Dat is evenwel maar een deel van het verhaal. De Chinezen zetten al jarenlang heel zwaar in op nieuwe infrastructuur, wegen en industriezones, maar tegelijk hebben ze ook een indrukwekkend ecosysteem uitgebouwd op vlak van AI en robotica.

Daarnaast, en zo mogelijk nog belangrijker: ze investeren al jarenlang heel zwaar in onderwijs, en daar plukken ze nu de vruchten van. Het zijn ook die topingenieurs en state-of-the-art computerwetenschappers die de Chinese technologische voorsprong mogelijk hebben gemaakt. Ik heb het gevoel dat we dat deel van het verhaal vanuit Vlaanderen en Europa veel te weinig zien.

‘De Chinezen maken zich schuldig aan oneerlijke concurrentie,’ hoor ik dan vaak. Maar we lijken niet te beseffen dat we het ook aan onszelf te wijten hebben als we op tal van vlakken achterop hinken. Ik hoor politici hier al jaren verkondigen dat we zwaarder moeten inzetten op bèta-onderwijs, maar toch slagen we er anno 2026 nog amper in om voldoende mensen van eigen bodem te vinden om hier een proefschrift af te werken.

Dat inzicht kronkelt als een rode draad door je boek: het oude Europa zou er niet slecht aan doen zich wat minder zelfgenoegzaam – ja zelfs arrogant – op te stellen?

Absoluut. We moeten echt eens gaan beseffen dat de Chinese aanpak en strategie vooral op de lange termijn gericht zijn, en ik krijg almaar meer het gevoel dat wij eigenlijk al te laat zijn. De zonnepanelen op ons dak zijn van Chinese makelij, in onze zak zit een Chinese gsm en intussen rijden we ook almaar vaker met Chinese auto’s rond.

Het is de wereld zoals wij die kenden op zijn kop: decennialang hebben we kwalitatieve Europese producten in China aan de man gebracht, denk maar aan de Duitse luxewagens. Voortaan zijn het de Chinezen die zélf hoogwaardige producten op de markt brengen die ze vervolgens hier tegen zeer scherpe prijzen verkopen. Indien nodig zullen ze die ook produceren, kijk maar naar de Chinese auto’s die in Duitsland van de band gaan rollen.

We zullen dus moeten erkennen dat we op heel wat vlakken een achterhoedegevecht leveren. In heel wat sectoren lijkt de strijd intussen al verloren, tenzij we bereid zijn heel hard terug te slaan. Maar in dat geval wacht ons een nooit eerder geziene handelsoorlog.

Maar het is niet allemaal kommer en kwel: de Chinezen hebben ons ook nog nodig, de Europese markt blijft voor hen voorlopig cruciaal om hun producten te slijten, zeker als de VS met torenhoge handelstarieven blijven schermen?

Dat klopt, maar we moeten wel uitkijken. Ik schat dat we nog hooguit vijf jaar hebben, na die periode zullen de markten in Afrika en uiteraard ook in Azië wellicht een volwaardig alternatief bieden voor de Europese markt. In die vijf jaar moeten we dus een eigen Europees verhaal opbouwen en aanbieden. Daarmee bedoel ik: we moeten ons aanpassen aan hun spelregels, en die zoveel mogelijk ook zelf gaan toepassen. We moeten streven naar een soort van slimme strategische alliantie die voor beide partijen rendeert. Het heeft geen zin om hen al te veel tegen de haren te strijken, maar we moeten ook durven uitgaan van de eigen sterktes.

Is dat realistisch? China wil de Europese markten, maar wijst de Europese regels af. Wij verwachten daarentegen goedkope Chinese producten te blijven kopen, terwijl we intussen onze Europese normen willen blijven opleggen?

Dat is natuurlijk het eeuwige dilemma waar Europa al veel langer mee worstelt. De Chinezen hebben ook perfect begrepen hoe ze Europa uit elkaar kunnen spelen. Als puntje bij paaltje komt, rijdt elke EU-lidstaat natuurlijk toch voor eigen rekening. We moeten dus nog veel meer als een Europees blok optreden, en een soort van radicale wederkerigheid op tafel leggen. Daarmee bedoel ik: als China het spel op een bepaalde manier speelt, dan moeten we dat ook doen. Ik begrijp bijvoorbeeld perfect dat onze bedrijven nu in China willen investeren, maar zodra je ook je onderzoeks- en ontwikkelingsafdeling naar daar verhuist, geef je ook je allerlaatste troef weg. Die naïviteit moet eruit.

En vergis je niet: daarmee bouw je bij Chinezen veel meer respect op dan met de huidige, vaak wat onderdanige, aanpak. Als ikzelf één les geleerd heb in China, dan is het wel dat zij alleen maar respect opbrengen voor een sterke partner. Zij buiten onze gespreide slagorde natuurlijk ook heel slim uit: tot voor kort was het Hongarije dat zich in het merendeel van de Chinese investeringen in Europa mocht verheugen, nu lijkt Spanje aan de beurt.

Voor mij mogen de Chinezen naar hier komen, maar dan wel op voorwaarde dat er ook technologieoverdracht gebeurt, net zoals westerse bedrijven jarenlang in China hebben gedaan. En waarom proberen we de Europese consument, overheden en bedrijven ook niet veel harder te overtuigen van het ‘koop Europees’-principe? Dát hebben we zelf wél nog in handen.

Je zat eerst jarenlang in China als correspondent en verkaste vervolgens naar de VS: waar zit het grootste verschil tussen die twee grootmachten?

Het Chinese vooruitgangsoptimisme, het besef dat je met hard werken ook een nieuwe toekomst schept. Ondanks het systeem in China, dat de meeste Chinezen er dan maar noodgedwongen bij nemen. De Chinezen – en bij uitbreiding alle Aziaten – geloven echt nog in die maakbaarheid van de samenleving. Je zal me niet horen zeggen dat er in pakweg Silicon Valley niets gebeurt, maar dat is toch veel meer nog een bubbel. Ik volg de Belgische premier Bart De Wever dan ook volledig wanneer die zich afvraagt of wij hier nog wel bereid zijn om pijn te lijden.

Wat voor veel Europeanen bijzonder lastig te begrijpen valt, is dat honderden miljoenen Chinezen er blijkbaar geen been in zien om in een autoritaire controlemaatschappij te leven, zolang ze daar economisch maar beter van worden. Gelooft je dat dit model nog jarenlang houdbaar is?

Dat is heel dubbel, ik noem China in mijn boek niet voor niets een ‘overlegdictatuur’. De Chinese overheid is als een octopus met gigantisch veel armen. De nagenoeg onbeperkte mogelijkheden die honderden miljoenen camera’s en AI vandaag bieden, zorgen er ook voor dat de communistische partij héél snel weet wanneer er ergens iets broeit.

Ik geef in mijn boek het voorbeeld van de luchtvervuiling. Ik heb aan den lijve meegemaakt wat de impact daarvan kan zijn, toen ik en mijn gezin twintig jaar geleden soms dagenlang vastzaten in onze flat in Peking omdat de vervuilingspiek zo hoog was dat je eigenlijk niet naar buiten kon. Op een gegeven moment zag het regime in dat de gewone Chinees de potentiële gezondheidsschade daarvan niet langer zou blijven pikken en dus greep men in. Er werd planmatig ingezet op een indrukwekkende vergroening van de economie. Als je vandaag Peking bezoekt, kan je het verschil met twintig jaar geleden letterlijk ruiken.

Tegelijk merk je nu dat de overheid op andere terreinen de zaak niet echt in de hand heeft, of de impact ervan onderschat. Neem nu de torenhoge jeugdwerkloosheid, een probleem dat ik de voorbije jaren enkel maar heb zien toenemen. Mede hierdoor draaien er vandaag in China vele honderden fabrieken met verlies, maar lokale overheden blijven daar geld in stoppen omdat ze het zich niet kunnen veroorloven de boel te sluiten en zo extra banen te laten sneuvelen.

Zeker onder de jongeren leeft er dus wel degelijk de nodige wrevel, en bij een aantal van hen is de geest wellicht ook definitief uit de fles. Maar of dit nu echt de stabiliteit van het model bedreigt, dat betwijfel ik. We mogen niet in de val trappen het land te veel door een westerse bril te bekijken.

Een beproefd recept voor een regime dat zich enigszins in de hoek geduwd voelt, is natuurlijk het trekken van de nationalistische kaart. Denkt je dat we binnenkort een invasie van Taiwan mogen verwachten?

Ik geloof niet echt dat China zich daar aan een militair avontuur zal wagen. Eigenlijk huldigen ze naar Taiwan toe min of meer hetzelfde recept als naar Europa toe: economische dwang, ze wurgen de Taiwanezen langzaam. Dat is even efficiënt maar minder schadelijke dan bruut geweld. De Chinese economie én het imago van het land zouden zwaar te lijden hebben onder een gewapend conflict. Ze hebben overigens ook nog even tijd: 2049, het jaar waarin de Volksrepubliek zijn honderdjarige bestaan viert, dat moet hun gloriemoment worden.

China bouwde de voorbije jaren wereldwijd een indrukwekkende economische invloedssfeer uit, onder meer dankzij een project als de Nieuwe Zijderoute. Tegelijk botst die aanpak hier en daar ook op almaar meer verzet, bijvoorbeeld in Afrika. Dreigt de nieuwe, op China gebaseerde wereldorde zo op termijn geen doorslagje te worden van het eerdere westerse kolonialisme?

Ik zie natuurlijk de gelijkenissen, maar ook de verschillen. De Chinezen gaan toch een stuk pragmatischer te werk, terwijl ze natuurlijk ook het moralistische kantje achterwege laten dat vele Europese landen wél meenamen in hun Afrika-beleid. China bouwt snelwegen, ze leggen nieuwe spoorwegen aan, en in ruil daarvoor kopen ze natuurlijk macht en invloed. Maar tegelijk zijn ze ook gaan beseffen dat ze meer rekening moeten houden met lokale gevoeligheden, en ze bespelen Afrika nu heel sluw en gelaagd.

Daar staat tegenover dat ze op termijn wel degelijk meer hun verantwoordelijkheid zullen moeten opnemen op het wereldtoneel, iets wat ze vandaag eigenlijk nog niet echt doen. Zij hebben voorlopig niet de ambitie om de politieman van de wereld spelen. Ze bouwen wel degelijk aan een nieuwe wereldorde, maar het is ook een andere wereldorde, gebaseerd op het Chinese DNA.

Veel mensen zijn geneigd de oude bondgenoot de VS nu vaker als een tegenstander te beschouwen dan de eenpartijstaat China. Dat is toch hoogst opmerkelijk?

We begaan een cruciale denkfout: we verwarren voorspelbaarheid met betrouwbaarheid. De VS zijn dezer dagen allesbehalve voorspelbaar, China is dat juist wel. Maar die voorspelbaarheid staat niet gelijk met betrouwbaarheid. En we moeten vooral niet naïef zijn: zodra de Chinese belangen niet meer stroken met onze eigen belangen, zullen we dat heel snel ondervinden.

Wat is de belangrijkste les die je zelf als journalist hebt geleerd – na je eerdere correspondentschap in China en na de research en de reizen voor dit boek – over onze Europese wereldvisie?

Ik denk dat ik het Europese superioriteitsgevoel, dat aanvankelijk toch ook nog mijn blik op China kleurde, grotendeels heb afgeschud. De hele wereld is jaloers op onze hoge levenskwaliteit hier, en terecht, maar ik besef almaar meer dat er meer nodig is dan dat alleen. Die fantastische levenskwaliteit zullen we onmogelijk kunnen aanhouden op een industrieel kerkhof.

Het lijkt wel alsof we hier in Europa met een virtual reality-bril op de neus rondlopen, waardoor we niet meer zien wat er buiten écht gebeurt. En het idee van ons Europeanen dat we de Chinezen wel snel even zullen veranderen of bekeren, daar moeten we echt vanaf. Wij zullen ons ook moeten aanpassen.

Het interview van Filip Michiels met Tom Van de Weghe verscheen eerder op doorbraak.be

Terug naar China is uitgegeven bij Borgerhoff & Lamberigts en onder meer hier verkrijgbaar.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!