Voor de oorlog met Iran betaalde Europa de hoogste prijs – en dat is helemaal onze eigen schuld
Artikel beluisteren
Na maanden van escalatie zijn de Verenigde Staten en Iran een Memorandum of Understanding (MOU) overeengekomen dat een directe militaire confrontatie rond de Straat van Hormuz voorlopig voorkomt. De markten reageerden opgelucht: olieprijzen en verzekeringspremies voor tankers daalden (tijdelijk) en de scheepvaart hervatte deels haar normale routes.
Toch blijft de crisis een waarschuwing. Hormuz toont hoe bepalend energie en strategische afhankelijkheid zijn geworden — en hoe kwetsbaar Europa daarin staat.
Het MOU is geen vredesakkoord, maar een tijdelijke regeling over de-escalatie, maritieme veiligheid en beperkte sanctieverlichting. Over het Iraanse nucleaire programma en de regionale invloed van Teheran blijven de verschillen groot.
Teheran wil tijd winnen
Iran zoekt economische ademruimte zonder strategische concessies te doen. Door tijd te winnen probeert Teheran sanctiedruk te verlichten en tegelijk voldoende regionale invloed en nucleaire capaciteit te behouden voor afschrikking.
Voor Washington lag de focus elders: een kostbare oorlog vermijden, terwijl hogere energieprijzen gunstig bleven voor de Amerikaanse olie- en LNG-export. De VS combineerde dus druk op Iran met versterking van de eigen energiepositie.
De Straat van Hormuz verwerkt ongeveer een vijfde van de wereldwijd verhandelde olie en een groot deel van het vloeibaar aardgas. Zelfs beperkte verstoringen hebben directe economische gevolgen.
De crisis maakte duidelijk hoe kwetsbaar het mondiale energiesysteem blijft. Eén regionale confrontatie volstond om energieprijzen op te drijven, strategische reserves aan te spreken en financiële markten te verstoren.
Daarmee bevestigde Hormuz opnieuw dat energie een geopolitiek machtsmiddel is. Landen die productie of transportroutes controleren, oefenen directe invloed uit op de wereldeconomie.
Maandenlang bleef de vraag waarom de Verenigde Staten de scheepvaartroute niet volledig militair veiligstelden, hoewel ze de capaciteit hadden om dat te doen. De reden was politiek, niet militair.
Voor Europa en Azië veroorzaakte de blokkade economische schade, maar voor Washington lag dat genuanceerder. Hoge olieprijzen maakten Amerikaanse schalieproductie winstgevender, versterkten de LNG-export en vergrootten de afhankelijkheid van bondgenoten van Amerikaanse energie. Zo kon de VS tegelijk druk zetten op Iran en economisch profiteren van de situatie.
Amerika koos een tussenweg
Toch kon Donald Trump de crisis niet onbeperkt laten voortduren.
Ook in de VS dreven hogere energieprijzen inflatie en consumentenprijzen op. Bovendien wilde een groot deel van de Republikeinse achterban juist minder buitenlandse militaire betrokkenheid. Trump had tijdens zijn campagne beloofd nieuwe eindeloze oorlogen te vermijden.
Daarnaast speelde Israël een belangrijke rol. De regering-Netanyahu stond uiterst sceptisch tegenover elk akkoord met Iran en bleef inzetten op maximale verzwakking van Teheran.
Volgens verschillende berichten leidde dat geregeld tot spanningen tussen Washington en Jeruzalem. Trump wilde een gecontroleerde deal; Netanyahu zag vooral risico’s in normalisering.
Washington koos uiteindelijk voor een tussenweg: geen volledige confrontatie, maar ook geen duurzame verzoening.
Twee strategische doelen
De Amerikaanse strategie draaide om twee doelen.
Ten eerste wil Washington voorkomen dat Iran een militaire nucleaire capaciteit ontwikkelt. Diplomatie, sancties en militaire druk moeten het nucleaire programma beperken.
Ten tweede probeert de VS de regionale invloed van Iran terug te dringen. Via veiligheidsgaranties aan de Golfstaten wil Washington de samenwerking tussen Arabische landen en Israël verdiepen en de Abraham-akkoorden uitbreiden, liefst met Saoedi-Arabië als sleutelspeler.
Riyad koppelt verdere normalisering echter aan vooruitgang voor de Palestijnen, waardoor een volledige doorbraak voorlopig moeilijk blijft.
Rusland profiteert stilletjes mee
Rusland stelde zich tijdens de crisis opvallend terughoudend op.
Moskou is officieel een strategische partner van Iran, maar beperkte zich grotendeels tot diplomatieke steun. Economisch gezien is dat logisch.
De onzekerheid rond Hormuz dreef energieprijzen omhoog en vergrootte de vraag naar Russische olie en gas. Dat leverde het Kremlin extra inkomsten op terwijl de oorlog in Oekraïne veel middelen blijft kosten.
Tegelijk verzwakte de energiecrisis vooral Europa — precies het continent dat Rusland geopolitiek onder druk probeert te zetten.
Ook China voelde de gevolgen.
De Chinese economie blijft sterk afhankelijk van energie-import uit de Golfregio. Verstoring van die aanvoer vergroot de kwetsbaarheid van Beijing. Daarom investeert China versneld in alternatieve routes, strategische reserves en langlopende energiecontracten.
Voor Washington is dat niet ongunstig: hogere Chinese energiekosten beperken indirect de economische en geopolitieke slagkracht van Amerika’s belangrijkste concurrent.
Europa betaalt de hoogste prijs
Uiteindelijk betaalt vooral Europa de rekening.
De Europese economie steunde jarenlang op goedkope energie: eerst uit Rusland, later via mondiale handelsstromen uit het Midden-Oosten en LNG-import uit de VS.
Binnen de EU leefde bovendien lang het idee dat economische verwevenheid geopolitieke conflicten zou temperen. Die aanname blijkt steeds minder houdbaar.
De oorlog in Oekraïne en de crisis rond Hormuz tonen dat energie opnieuw een strategisch machtsmiddel is geworden.
Europa beschikt over weinig eigen fossiele grondstoffen, kampt met hoge energiekosten en combineert ambitieuze klimaatdoelen met een kwetsbare industriële basis. Daardoor is het continent extra gevoelig voor externe schokken.
Vooral energie-intensieve sectoren zoals chemie, staal en kunstmest verliezen concurrentiekracht tegenover regio’s met goedkopere energie. Investeringen nemen af en groei vertraagt.
Tegelijk groeit de politieke spanning binnen Europa. Burgers accepteren de stijgende energierekeningen steeds minder, terwijl regeringen klimaatbeleid, sancties en economische stabiliteit proberen te combineren. Dat vergroot de verdeeldheid.
Tijd voor realiteitszin
De grootste fout die de EU nu kan maken, is denken dat het MOU automatisch leidt tot een terugkeer van goedkope energie, stabiele globalisering en vanzelfsprekende Amerikaanse bescherming.
De wereld verandert structureel.
De Verenigde Staten richten zich steeds meer op hun eigen belangen. Rusland gebruikt economische ontwrichting als geopolitiek instrument. China bouwt wereldwijd aan grondstoffen-, energie- en infrastructuurnetwerken om zijn bevoorrading veilig te stellen.
De EU reageert daarentegen vaak traag en versnipperd.
Wil de Europese Unie economisch en geopolitiek relevant blijven, dan moet zij sterker inzetten op strategische autonomie: eigen energievoorziening, bescherming van vitale infrastructuur, industriële versterking en geopolitieke weerbaarheid.
Dat vraagt moeilijke keuzes op economisch en strategisch vlak en ook als het gaat om klimaatbeleid.
In een wereld waarin energie opnieuw de basis van macht vormt, is weinig ruimte voor geopolitieke naïviteit.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!




















