Dit is de revolutionaire Europese agenda van Franse ‘kroonprins’ Jordan Bardella. Kennen ze die al in Den Haag?

Vervloed Frankrijk en de EU 090626
Jordan Bardella (30), leider van het Franse Rassemblement National met zijn nieuwe vriendin, de 22-jarige Italiaanse ‘kroonprinses’ Maria Carolina de Bourbon des Deux-Siciles. (Beeld: MSN)

Artikel beluisteren

Het wordt steeds waarschijnlijker geacht dat Jordan Bardella de nieuwe president van Frankrijk kan worden. Wat betekent dat voor de Europese Unie en voor de relatie van Frankrijk met de lidstaten van de EU, inclusief Nederland? Een tipje van de sluier lichtte Bardella zelf al op in een spraakmakend interview in het Franse weekblad Le Point.

Marine Le Pen, de voorvrouwe van Rassemblement National (voormalig Front National) mag naar alle waarschijnlijkheid niet meedoen aan de Franse presidentsverkiezingen van mei volgend jaar vanwege een veroordeling voor oneigenlijke besteding van subsidiegeld bedoeld voor haar fractie in het Europees Parlement. Bardella is haar populaire secondant en zal in dat geval namens Rassemblement National (RN) in het strijdperk treden. Terwijl de kandidaat van RN het in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen altijd aflegde tegen de kandidaat ‘republicain’ – een verenigde kandidaat van de gevestigde orde – lijkt Bardella het ditmaal in de tweede ronde op te moeten nemen tegen Jean-Luc Mélenchon, de stokebrand van ultra-links. Centrum-rechts ligt onderling overhoop en blijkt (vooralsnog) geen gezamenlijke kandidaat in het veld te kunnen brengen.

De voormalige premiers Edouard Philippe en Gabriel Attal vechten elkaar de tent uit en maken het aldus mogelijk dat in de tweede ronde ultra-rechts of ultra-links met de eer gaat strijken. Volgens een recente poll gaat Bardella die strijd met Mélenchon overtuigend winnen (72 tegen 26 procent) .

Geen Frexit

De Europese Unie heeft jarenlang geleefd met de geruststellende gedachte dat de grote existentiële dreiging voorlopig was geweken. Brexit was weliswaar een trauma geweest, maar tegelijk ook een vaccin. Sinds het Britse vertrek uit de EU leek het Europese populisme te hebben geleerd dat openlijke uittreding uit de EU electoraal riskant is. Zelfs radicaal-rechtse partijen begrepen dat de meeste Europeanen wel boos zijn op Brussel, maar niet noodzakelijkerwijs uit de EU willen stappen.

Juist daarom is Jordan Bardella interessant. De jonge kroonprins van het Rassemblement National presenteert een strategie die subtieler, slimmer en effectiever is dan de oude anti-EU-retoriek van Marine Le Pen. Zijn ‘titel’ kroonprins heeft hij te danken aan zijn amoureuze verhouding met de Italiaanse kroonprinses Maria Carolina de Bourbon des Deux-Siciles. De Bourbons regeerden eeuwenlang Frankrijk, met als meest bekende koning Lodewijk de Veertiende, de Zonnekoning.

In Le Point vat Bardella zijn Europese project samen in één veelzeggende formule: ‘Alles veranderen zonder iets kapot te maken.’ Dat klinkt gematigd. In werkelijkheid is het een revolutionaire agenda. Geen Frexit, maar een stille machtsverschuiving

Bardella wil Frankrijk niet uit de EU halen. Hij wil de euro niet afschaffen. Hij wil de Europese instellingen ook niet frontaal vernietigen. Precies daarin verschilt hij van eerdere generaties eurosceptici.

Zijn strategie is veel ambitieuzer: de Europese Unie van binnenuit transformeren tot een losse samenwerking van soevereine staten, waarin nationale regeringen de regels bepalen en niet de Commissie, de ongekozen bureaucraten in Brussel.

Dat is een fundamenteel andere visie op de Europese Unie dan die van Brussel, Parijs onder Macron of de traditionele Frans-Duitse integratiemotor. De Europese Commissie ziet Europese integratie als een proces waarbij lidstaten stap voor stap bevoegdheden delen om gezamenlijk sterker te staan. Bardella gelooft niet in een federale unie, daarvoor zijn de verschillen tussen de lidstaten te groot. Hij meent dat de kracht van de EU juist ‘sterke lidstaten’ is.

Migratie als breekpunt

Nergens wordt de spanning tussen federalisme en nationale soevereiniteit duidelijker dan op het terrein van migratie.

Bardella wil permanente grenscontroles binnen Schengen mogelijk maken. Hij wil niet dat niet-EU-burgers met een verblijfsvergunning in één lidstaat zich automatisch vrij door de EU kunnen bewegen. Hij wil asielprocedures buiten de EU organiseren en Frontex veel agressiever inzetten op terugkeerbeleid.

Op zichzelf zijn veel van die voorstellen niet langer marginaal. Het nieuwe Europese migratiepact beweegt immers al duidelijk richting strengere grensbewaking, snellere procedures en meer nadruk op terugkeer. Bardella kan daarom geloofwaardig zeggen dat Brussel uiteindelijk zijn analyse heeft overgenomen. Maar precies daar begint de paradox.

Minder migratie, minder Brussel

Want hoewel het pact strengere regels introduceert, doet het dat juist via méér Europese harmonisatie. De logica van Brussel is: als migratie een Europees probleem is, moeten de regels ook Europees worden. Bardella accepteert de strengere regels, maar verwerpt de Europese logica erachter.

Zijn voorstel van ‘twee grenzen’ – waarbij vrij verkeer binnen Schengen in de praktijk alleen voor EU-burgers zou gelden – raakt direct aan een van de fundamenten van de Europese integratie: het vrije verkeer van personen. Juridisch botst dat met Schengenregels, met jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie en uiteindelijk met het beginsel van voorrang van Europees recht.

Daarom legt Bardella zo sterk de nadruk op constitutionele soevereiniteit. Frankrijk moet volgens hem uiteindelijk zelf bepalen waar Europese regels ophouden. Dat is geen detaildiscussie. Het is de kern van zijn andere opvatting over de EU.

Die soevereine gedachte blijkt ook uit zijn opstelling ten opzichte van defensie en energie.

De NAVO te Amerikaans

Bardella is niet anti-NAVO in de zin van er direct uit stappen, maar hij ziet de NAVO eerder als een nuttig maar te Amerika-dominant systeem dat volgens hem moet worden herwogen ten gunste van meer Europese strategische autonomie. Hij verzet zich evenwel tegen een Europese defensiemacht onder leiding van de Ursula von der Leyen. Defensie moet volgens hem nationaal blijven, al staat hij wel open voor industriële samenwerking tussen Europese landen.

Wat energie en kernenergie betreft wil hij dat Frankrijk elektriciteit voor eigen burgers verkoopt tegen bijna de productiekosten van Franse kerncentrales. Voor export naar andere EU-landen zou het Europese marktmechanisme blijven gelden. Zijn slogan daarbij: Frankrijk moet opnieuw een ‘energieparadijs’ worden.

Wie Bardella wil begrijpen, moet niet naar Nigel Farage kijken, maar naar Giorgia Meloni.

De Italiaanse premier heeft laten zien dat een nationalistische regering prima binnen de Europese Unie kan functioneren zonder permanent oorlog te voeren met Brussel. Anders dan de Hongaarse oud-premier Viktor Orbán placht te doen, probeert Meloni de EU niet voortdurend te blokkeren. Ze kiest voor een veel pragmatischer strategie: formeel loyaal blijven aan Europese structuren, terwijl ze ondertussen de machtsbalans langzaam verschuift richting nationale regeringen.

Bardella bewondert precies dat model.

Zijn project is daarom niet anti-Europees in klassieke zin. Het is post-federalistisch. De EU mag blijven bestaan als markt, als diplomatiek platform en als samenwerkingsverband — maar niet langer als politieke entiteit die boven nationale staten staat.

Dat verklaart ook waarom Bardella zich nadrukkelijk distantieert van de oude Frexit-lijn van zijn eigen partij en van radicalere bewegingen zoals de Duitse AfD. Hij wil regeringsgeschikt lijken, markten geruststellen en tegelijk de ideologische koers van Europa veranderen.

Een nieuwe Europese machtsas

Interessant is ook de geopolitieke dimensie van Bardella’s project.

Naast Meloni positioneert hij zich ook opvallend positief tegenover de Duitse bondskanselier Friedrich Merz. Bardella benadrukt voortdurend de ideologische convergenties tussen hun standpunten over migratie, grenzen en kritiek op delen van de Green Deal. Als hij gekozen wordt zal Bardella zich waarschijnlijk aansluiten bij het duo Merz-Meloni. Een nieuwe machtsas Duitsland, Italië, Frankrijk zal dan ontstaan.

Jarenlang gold Frankrijk onder Macron als de grote motor achter verdere Europese integratie, terwijl Duitsland onder Angela Merkel vaak pragmatisch bemiddelde tussen noord en zuid, oost en west. Maar een as van Merz, Meloni en Bardella zou een totaal andere dynamiek creëren: economisch liberaler, cultureel conservatiever, harder op migratie en veel sceptischer tegenover verdere machtsoverdracht aan Brussel.

Voor Nederland is dat geen abstract scenario

Den Haag heeft traditioneel een dubbelzinnige positie in de EU gehad: economisch sterk pro-Europees, maar politiek vaak terughoudend tegenover federalisering. Op begrotingsdiscipline, migratie en nationale bevoegdheden zit Nederland geregeld dichter bij conservatieve noordelijke lidstaten dan bij de federalistische reflexen van Parijs of de Europese Commissie. Hoewel die sceptische houding tegenover de Ever Closer Union in het nieuwe kabinet wel is gaan schuiven. Het cabinet-Jetten wil zelfs weer eens koploper worden op sommige integratiedossiers.

Een Frankrijk onder Bardella zou Nederland dus voor een strategisch dilemma plaatsen.

Enerzijds zouden er raakvlakken ontstaan op migratie, begrotingsdiscipline en kritiek op Brusselse centralisatie. Anderzijds raakt Bardella’s nadruk op constitutionele suprematie direct aan het fundament waarop kleine handelslanden als Nederland juist vertrouwen: stabiele Europese regels die ook grote landen binden.

Want zodra Frankrijk selectief Europese regels kan negeren, waarom zouden Polen, Italië of Duitsland dat dan niet ook doen?

De sluipende institutionele crisis

Dat is uiteindelijk de echte inzet van Bardella’s project. Niet een spectaculaire breuk met Europa, maar een geleidelijke uitholling van de Europese rechtsorde.

De EU functioneert namelijk alleen zolang alle lidstaten accepteren dat Europees recht in bepaalde domeinen voorgaat boven nationaal recht. Zodra grote lidstaten dat principe conditioneel maken – wij volgen Europese regels zolang ze passen bij nationale belangen’ – ontstaat een fundamenteel probleem. Dan verandert de Unie van een rechtsgemeenschap in een permanent onderhandelingsplatform tussen nationale regeringen.

Dat proces is overigens al begonnen. Polen en Hongarije hebben het primaat van Europees recht al eerder ter discussie gesteld. Het Duitse Constitutionele Hof heeft eveneens grenzen gesteld aan Europese bevoegdheden. Bardella probeert die precedenten nu politiek te normaliseren binnen een van de kernlanden van de EU.

En precies daarom zou een presidentschap van Bardella veel ingrijpender kunnen zijn dan Brexit ooit was. Brexit was zichtbaar, abrupt en geografisch begrensd. Een nationalistische machtsverschuiving binnen Frankrijk raakt daarentegen het hart van de Europese integratie zelf.

Europa na Macron

De ironie is dat Emmanuel Macron jarenlang waarschuwde voor het gevaar van nationalistisch populisme, maar er tegelijk niet in slaagde een overtuigend alternatief te bouwen.

Onder Macron werd Europa ambitieuzer, centralistischer en interventionistischer — op begrotingsbeleid, klimaat, defensie en industriepolitiek. Maar juist daardoor groeide in veel lidstaten ook het gevoel dat nationale democratie steeds minder invloed kreeg op fundamentele keuzes. Bardella exploiteert dat sentiment uiterst effectief. Zijn boodschap is niet dat Europa moet verdwijnen, maar dat Europeanen hun land moeten ‘terugkrijgen’. Dat klinkt gematigder dan het oude euroscepticisme, maar is potentieel ingrijpender omdat het veel breder electoraal aanslaat.

De Europese Unie staat daardoor mogelijk aan het begin van een nieuw tijdperk. Niet langer een strijd tussen voor- en tegenstanders van Europese integratie, maar een conflict over de vraag wat Europa eigenlijk nog is: een politieke unie gebaseerd op gedeeld recht, of een alliantie van staten die het subsidiariteitsprincipe huldigen, samenwerken zolang het nationaal nuttig is. Jordan Bardella begrijpt dat die strijd inmiddels begonnen is. De rest van Europa misschien nog niet.

Wynia’s Week kijkt over de dijken en houdt dus ook de politiek van andere Europese landen in de gaten – vooral als het gevolgen kan hebben voor burgers van Nederland. Steunt u deze journalistieke aanpak? Graag! Hartelijk dank!