Honderd dagen Péter Magyar: Hongarije breekt met Orbán, maar niet met diens strenge migratiebeleid
Artikel beluisteren
Ruim honderd dagen geleden gebeurde in Hongarije wat lange tijd vrijwel ondenkbaar leek. Na zestien jaar kwam er een einde aan het tijdperk-Viktor Orbán en trad Péter Magyar op 9 mei aan als premier. Sindsdien heeft hij een tempo ontwikkeld dat, zeker voor Hongaarse begrippen, uitzonderlijk hoog ligt.
De verkiezingsoverwinning van Magyar was overtuigend. Zijn centrumrechtse Tisza-partij behaalde 53,2 procent van de lijststemmen, tegenover 38,6 procent voor Fidesz-KDNP. Door het Hongaarse kiesstelsel werd die overwinning in het parlement nog veel groter: Tisza beschikt over 141 van de 199 zetels. Magyar controleert daarmee ruim 70 procent van het parlement en beschikt zelfstandig over de tweederde meerderheid die nodig is voor grondwetswijzigingen.
Dat geeft hem de mogelijkheid om in korte tijd veel van de institutionele erfenis van Orbán af te breken. Het geeft hem tegelijkertijd een hoeveelheid politieke macht waar in een democratie altijd enige achterdocht tegenover mag bestaan.
Een ongekende politieke schoonmaak
Wie de eerste honderd dagen van de regering-Magyar overziet, kan moeilijk beweren dat er weinig is gebeurd. De nieuwe premier heeft een ware politieke schoonmaak ingezet.
De belangrijkste maatregelen laten zich als volgt samenvatten:
• De machtsstructuur rond Fidesz wordt ontmanteld. Magyar liet verschillende door Fidesz benoemde bestuurders en functionarissen vervangen en nam instellingen die tijdens de Orbán-periode veel macht hadden gekregen op de schop.
Ook het omstreden Sovereignty Protection Office werd opgeheven. Dit bureau was in 2024 door de regering-Orbán opgericht om buitenlandse beïnvloeding van de Hongaarse politiek te onderzoeken. Het kreeg ruime bevoegdheden om organisaties, media en andere partijen te onderzoeken die mogelijk met buitenlands geld politieke invloed uitoefenden. Critici vreesden dat het bureau daardoor ook kon worden gebruikt om onafhankelijke media en maatschappelijke organisaties onder druk te zetten. De Europese Commissie begon om die reden een juridische procedure tegen Hongarije.
• De grondwet is al meerdere malen gewijzigd. De ambtstermijn van toekomstige premiers wordt beperkt tot maximaal acht jaar en parlementsleden mogen volgens de nieuwe regels maximaal twaalf jaar zitting hebben. Magyar wil bovendien een nieuwe grondwet laten opstellen, waarover de bevolking uiteindelijk in een referendum moet kunnen stemmen.
• De strijd tegen corruptie heeft hoge prioriteit gekregen. Er kwam een nieuw bureau dat onderzoek moet doen naar verdwenen of onrechtmatig verkregen staatsvermogens. Staatscontracten uit de Orbán-periode worden doorgelicht en constructies waarbij publiek vermogen in stichtingen terechtkwam, worden teruggedraaid. Ook contracten met bedrijven die onder Orbán sterk profiteerden van overheidsopdrachten worden opnieuw bekeken. Reuters meldde deze week bijvoorbeeld dat alle overheidscontracten met technologie- en telecombedrijf 4iG worden doorgelicht.
• Magyar heeft ook zichzelf financieel aangepakt. De salarissen van de premier, ministers en parlementsleden zijn met zo’n 40% verlaagd en er wordt gesneden in royale onkostenvergoedingen. Het luxueuze regeringscentrum in het voormalige Karmelietenklooster verloor zijn functie als machtscentrum en Magyar koos voor een aanzienlijk eenvoudiger werkomgeving.
Herstel van de relatie met Brussel
• De overheid wordt opnieuw ingericht. Gezondheidszorg, onderwijs, landbouw, milieu en plattelandsontwikkeling kregen zelfstandige ministeries. Het langdurig regeren via decreten werd beëindigd en vooral in de gezondheidszorg zijn omvangrijke onderzoeken en hervormingen begonnen.
• Ook de media en burgerrechten worden hervormd. De publieke omroep moet onafhankelijker worden, de mediawet wordt aangepast en Magyar heeft maatregelen genomen om het demonstratierecht beter te beschermen.
• Hongarije zoekt nadrukkelijk toenadering tot Europa. De regering werkt aan toetreding tot het Europees Openbaar Ministerie en probeert de relatie met Brussel te herstellen. Dat moet uiteindelijk ook miljarden euro’s aan eerder geblokkeerde Europese fondsen vrijmaken. Tegelijk blijft Magyar op een aantal onderwerpen, waaronder migratie en een versnelde toetreding van Oekraïne tot de EU, aanzienlijk behoudender dan veel West-Europese politici wellicht hadden verwacht.
• Een van de meest zichtbare institutionele veranderingen was het vertrek van president Tamás Sulyok. Op 11 augustus koos het parlement de voormalige president van het Hooggerechtshof András Baka als zijn opvolger. Baka trad op 19 augustus officieel aan en wordt juist vanwege zijn onafhankelijke reputatie gezien als iemand die tegenwicht moet kunnen bieden aan de enorme meerderheid van Tisza.
Hongaren waarderen de openheid
Wat in de Nederlandse berichtgeving over Hongarije soms verloren gaat, is hoe de veranderingen in het land zelf worden ervaren. Ik woon een belangrijk deel van mijn tijd in Boedapest en spreek met Hongaren met uiteenlopende politieke opvattingen. Wat ik de afgelopen maanden veel hoor, is waardering voor de openheid waarmee Magyar opereert. Besluiten worden toegelicht, oude contracten worden openbaar gemaakt en de nieuwe regering probeert zichtbaar afstand te nemen van de besloten bestuurscultuur die vooral tijdens de laatste Orbán-jaren ontstond.
Ook het korten op de salarissen en privileges van politici valt goed. Het klinkt misschien symbolisch, maar symboliek speelt in de politiek een belangrijke rol. Wanneer een regering de bevolking vraagt offers te brengen, helpt het wanneer de premier begint bij zichzelf.
De peilingen ondersteunen het beeld dat Magyar nog altijd veel krediet heeft. Het onafhankelijk onderzoeksbureau Medián meldde in juli dat 72 procent van de ondervraagden Magyar graag in een belangrijke politieke rol zag. Een latere peiling liet wel enige daling van Tisza zien na een onhandig verlopen discussie over de presidentskandidaat, maar zelfs toen zei 57 procent bij nieuwe verkiezingen op Tisza te zullen stemmen.
De premier die nog steeds campagne voert
Toch begint zich ook een ander geluid af te tekenen. Magyar gedraagt zich soms alsof de verkiezingscampagne nog steeds bezig is. Hij communiceert voortdurend, reageert op bijna iedere ontwikkeling en grijpt veel gelegenheden aan om duidelijk te maken wat er volgens hem tijdens zestien jaar Fidesz-bestuur verkeerd is gegaan.
Voor de eerste maanden na zo’n enorme machtswisseling is dat begrijpelijk. Er valt bovendien genoeg op te ruimen. Vooral tijdens de laatste jaren van Orbán raakten politieke macht, economische belangen en persoonlijke netwerken steeds sterker met elkaar verweven. Ook internationaal is uitvoerig gedocumenteerd hoe ondernemers uit de kring rond Fidesz grote belangen verwierven in sectoren die sterk afhankelijk waren van de staat.
Maar ergens moet een verkiezingswinnaar ophouden campagnevoerder te zijn en premier van het hele land worden. Daar ligt naar mijn idee nu de grootste uitdaging voor Magyar.
Fidesz-Hongaren zijn niet ineens verdwenen
Wie Fidesz en alles wat daarmee verbonden is voortdurend als verdacht of verwerpelijk neerzet, bereikt uiteindelijk ook miljoenen gewone Hongaren die op die partij hebben gestemd. Fidesz-KDNP kreeg in april ruim 2,45 miljoen lijststemmen, oftewel 38,61 procent. Dat is een forse minderheid die niet ineens uit de samenleving is verdwenen doordat Tisza de verkiezingen won.
Een democratische regeringswisseling moet uiteindelijk leiden tot normalisering. Wanneer het oude kamp permanent wordt behandeld alsof het uit politieke delinquenten bestaat, dreigt juist de maatschappelijke tweedeling te ontstaan die Magyar zegt te willen beëindigen.
Een eerste waarschuwing dat Magyar niet vanzelfsprekend het vertrouwen van heel Hongarije heeft, kwam begin juni, toen in Boedapest werd gedemonstreerd tegen het Europese migratie- en asielpact. Vooral aanhangers van Fidesz en de rechts-nationalistische partij Mi Hazánk vreesden dat Magyars toenadering tot Brussel ertoe zou leiden dat Hongarije alsnog asielzoekers uit andere EU-landen zou moeten opnemen.
Hek aan Servische grens blijft
Magyar heeft die vrees tot nu toe echter nauwelijks serieuze voeding gegeven. Hij heeft zich nadrukkelijk uitgesproken tegen verplichte verdeling van asielzoekers, wil het hek aan de Servische grens behouden, repareren en waar nodig versterken en zegt de harde aanpak van illegale migratie voort te zetten.
Ook de komst van arbeidsmigranten van buiten de Europese Unie is verder beperkt. Sinds begin juni is de eenvoudige gastarbeidersregeling waarmee vooral werknemers uit Azië naar Hongarije werden gehaald grotendeels afgesloten. Daarmee kwam Magyar een belangrijke verkiezingsbelofte na, al blijft toelating via strengere procedures mogelijk.
Zijn koers laat zien dat toenadering tot Brussel voor hem niet automatisch betekent dat Hongarije zijn strenge migratiebeleid opgeeft. Toch blijft dit politiek een gevoelig onderwerp. Voor veel voormalige Fidesz-kiezers geldt de migratiepolitiek van Orbán nog altijd als een van zijn belangrijkste verdiensten. Juist daarom kan iedere concessie aan Brussel snel het vermoeden oproepen dat Magyar alsnog afstand neemt van die koers, ook wanneer zijn feitelijke beleid voorlopig eerder op het tegendeel wijst.
Orbán was meer dan de karikatuur uit Nederland
In de verslaggeving na de verkiezingswinst in april werd Magyar door een flink deel van de Nederlandse media neergezet als een soort Hongaarse Rob Jetten: uitgesproken pro-Europees en iemand die, in tegenstelling tot Viktor Orbán, waarschijnlijk weinig moeite zou hebben met de Europese herverdeling van asielzoekers. Nu Magyar juist vasthoudt aan een streng migratiebeleid, zich verzet tegen verplichte opname van asielzoekers en zelfs het grenshek met Servië wil versterken, is het opvallend stil in die hoek.
Ook het feit dat een aanzienlijk deel van de Hongaarse bevolking Orbáns Fidesz bepaald niet in de ban heeft gedaan, lijkt moeilijk in dat beeld te passen. Viktor Orbán werd in Nederland jarenlang vrijwel uitsluitend voorgesteld als een autoritaire leider die Hongarije systematisch te gronde richtte. Dat miljoenen Hongaren zijn beleid op terreinen als migratie, gezinspolitiek, belastingen en nationale soevereiniteit nog altijd waarderen, past minder gemakkelijk in die voorstelling.
Er is alle reden om kritisch te kijken naar de machtsconcentratie onder Orbán, de aantasting van institutionele tegenmachten en vooral de manier waarop tijdens zijn laatste regeringsjaren een kring van bevriende ondernemers buitengewoon rijk werd. De onvrede daarover heeft uiteindelijk sterk bijgedragen aan zijn verkiezingsnederlaag. Reuters omschreef economische stagnatie, internationale isolatie en de groeiende rijkdom van oligarchen rond Orbán als belangrijke factoren achter het verlies van Fidesz.
Maar zestien jaar Orbán laat zich niet reduceren tot corruptie en autocratie. Onder zijn regeringen daalde de werkloosheid sterk, nam het aantal werkenden aanzienlijk toe en werden omvangrijke programma’s voor gezinnen ingevoerd. Hongarije koos voor een inkomstenbelasting van 15 procent en een vennootschapsbelasting van 9 procent. Het land trok grote industriële investeringen aan van onder meer Audi, Mercedes en BMW. Het dertiende maandpensioen werd heringevoerd en huishoudens werden jarenlang beschermd tegen hoge energieprijzen.
Orbán-jaren zijn niet vergeten
Ook zijn harde migratiepolitiek werd buiten Hongarije fel bekritiseerd, terwijl die onder een heel groot deel van de Hongaarse bevolking juist brede steun genoot. Hetzelfde geldt voor zijn nadruk op het gezin, nationale soevereiniteit en traditionele waarden. Hongaren zijn een trots volk en laten zich historisch gezien niet graag van buitenaf de les lezen, of dat nu door Habsburgers, Duitsers of Russen gebeurde, of anno 2026 door Brusselse bestuurders.
Zeker op het Hongaarse platteland zijn de Orbán-jaren daarom niet vergeten. Daar woont nog altijd een aanzienlijke groep mensen die Orbán ziet als de premier die haar economische positie verbeterde en Hongarije een duidelijker nationaal profiel gaf.
Magyar zal ook premier van die Hongaren moeten worden.
Te sterke concentratie van de politieke macht
Daarmee komen we bij de paradox van de eerste honderd dagen.
Péter Magyar heeft zijn enorme parlementaire meerderheid nodig om delen van het systeem dat Orbán heeft opgebouwd daadwerkelijk te kunnen hervormen. Met een gewone meerderheid zou een groot deel van de institutionele erfenis van Fidesz nauwelijks kunnen worden veranderd.
Tegelijk is precies die tweederde meerderheid zijn grootste risico.
Tisza beschikt over genoeg zetels om zonder steun van de oppositie de grondwet wijzigen. Het parlement kan op die manier even gemakkelijk een instrument van Magyar worden als het vroeger een instrument van Orbán was. Ook organisaties die de democratische hervormingen in grote lijnen toejuichen, zoals het Hungarian Helsinki Committee, Amnesty International Hongarije en het Committee to Protect Journalists, hebben gewaarschuwd voor het hoge tempo, de soms beperkte publieke consultatie en het risico dat de politieke macht opnieuw te sterk op één plaats wordt geconcentreerd.
Magyar lijkt zich daarvan bewust. Kort na zijn verkiezing zei hij zelf dat een teveel aan macht het grootste gevaar voor zijn regering zou zijn. Volgens Le Monde houdt hij in zijn werkkamer zelfs een lijst bij met zaken die hij als regeringsleider juist niet moet doen.
Dat is geruststellend, zolang die lijst niet alleen aan de muur hangt.
Na honderd dagen is de voorlopige balans naar mijn mening absoluut positief.
Hongarije had behoefte aan meer openheid, sterkere instituties en een serieuze aanpak van de verwevenheid tussen politiek en economische belangen. Magyar heeft daar in drie maanden meer beweging in gebracht dan velen vooraf voor mogelijk hielden. De stemming in het land is vooralsnog hoopvoller en de peilingen geven hem ruim het voordeel van de twijfel.
De volgende fase wordt moeilijker.
Kan hij politieke tegenstanders verzoenen?
Een politieke revolutie winnen is iets anders dan een land besturen. Magyar zal moeten laten zien dat hij werkelijk de rechtsstaat wil herstellen en dat hij niet slechts de ene dominante politieke macht door een andere vervangt. Hij zal bovendien een manier moeten vinden om ook de miljoenen Hongaren die Orbán trouw bleven het gevoel te geven dat zij nog steeds volwaardig deel uitmaken van hun land.
Zijn eerste honderd dagen laten zien dat Péter Magyar Hongarije snel kan veranderen.
De komende jaren moeten uitwijzen of hij ook in staat is het land weer dichter bij elkaar te brengen.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!


