Weekendverhaal: Na het feest in Hongarije komt het besef dat Péter Magyar dezelfde structurele machtspositie zal innemen als Victor Orbán

ErikJanvanDorp 18-4-26
Péter Magyar viert zijn verkiezingsoverwinning op Victor Orbán, 12 april 2026. Beeld: YouTube

Artikel beluisteren

Langs de Donau in Boedapest stonden afgelopen zondag tienduizenden mensen. Ze zwaaiden met Hongaarse vlaggen, omhelsden elkaar, dronken champagne in extase. Voor sommige jongeren was het de eerste keer in hun leven dat ze van dichtbij zagen hoe een verkiezing een zittende macht ten val brengt.

Als inwoner van Boedapest zag ik die dag al vroeg hoe de stad zich op de avond voorbereidde. In de supermarkten werd op grote schaal champagne en andere drank ingeslagen. Het was geen gewone zondag, men verwachtte iets, maar niemand durfde het nog echt hardop te zeggen.

Een andere werkelijkheid

Daarvoor had ik met verwondering naar de Nederlandse televisie gekeken. In de week voorafgaand aan de verkiezingen werd Hongarije op de NPO afgeschilderd als een totalitaire dictatuur, met aan het hoofd een dictator die nooit zonder slag of stoot zijn macht zou afstaan. Er werd gesproken over spanningen, dreiging en onzekerheid.

De werkelijkheid die ik hier zag, was een andere. De Hongaren gingen vredig naar de stembus, verkozen in alle rust een andere politieke kleur, en de vermeende dictator belde zijn tegenstander om tien uur ’s avonds netjes op om hem te feliciteren met de uitslag. Daarna was er feest voor een groot deel van de bevolking, en teleurstelling voor het andere deel. Zoals dat gewoon is bij democratische verkiezingen, waar dan ook. Wat ik wel heb gemerkt, is een zichtbare opluchting onder veel Hongaren dat het land nu een nieuwe, vooralsnog frisse richting opgaat.

Dat neemt niet weg dat de vragen die deze verkiezingsuitslag oproept, groot en serieus zijn. Want wie is de man die Orbán versloeg, wat staat hem te wachten, en verandert er nu werkelijk iets in Hongarije?

Om te begrijpen waarom de uitslag van 12 april zo bijzonder is, moet je weten wie Viktor Orbán was voordat hij werd wie hij werd. In juni 1989 verwerft een jonge rechtenstudent bekendheid met een opzienbarende toespraak tijdens de herbegrafenis van Imre Nagy, die door de Russen was terechtgesteld als leider van de Hongaarse opstand in 1956. De 26-jarige Viktor Orbán roept op tot vrije verkiezingen en eist dat de Sovjettroepen zich terugtrekken uit Hongarije.

Het publiek is onthutst. Zoiets zeg je niet hardop, niet op het Heldenplein in Boedapest, niet in een land dat nog onder communistisch bewind staat. Haar grootouders, herinnert een Hongaarse getuige zich later, waren totaal emotioneel. ‘Wij dachten: het communisme gaat nooit weg. En toen je zo’n dappere speech hoorde, waren de mensen in tranen.’

Jongste premier in de Hongaarse geschiedenis

Een jaar eerder had Orbán samen met medestudenten van de Boedapestse universiteit Fidesz opgericht, een afkorting van Bond van Jonge Democraten. Alleen wie jonger was dan 35 kon lid worden, zo was statutair vastgelegd. De brutale, goedgebekte Orbán viel direct op en werd met een beurs van de Soros Foundation naar Oxford gestuurd. Het waren de jaren dat de Vlaamse journaliste Lieve Joris in Boedapest verbleef en het einde van het communisme van dichtbij aanschouwde. In haar boek De melancholieke revolutie (1990) beschrijft ze hoe Hongarije worstelde met zijn bevrijding, hoe de euforie vermengd was met verwarring en schuld, en hoe een generatie jonge politici zich opeens zag gesteld voor de taak om een land opnieuw uit te vinden. Orbán was een van hen.

Bij de eerste vrije verkiezingen voerde Fidesz campagne onder jongeren, met een ludieke poster waarop een zoenende Brezjnev en Honecker te zien waren. De partij behaalde bijna tien procent van de stemmen en de 27-jarige Orbán nam zitting in het Hongaarse parlement. De frisse studentikoze liberalen van Fidesz werden al snel de oogappel van West-Europese politici. In 1998 wist Orbán met 38 procent van de stemmen de verkiezingen te winnen en werd hij op 35-jarige leeftijd de jongste premier in de Hongaarse geschiedenis.

Acht jaar oppositie

Maar ergens in die jaren verschoof er iets. De vlotte liberaal in spijkerbroek ruilde zijn imago in voor dat van de in keurig krijtpak gestoken, kerkgaande vader van vijf kinderen. Hij benadrukte gemeenschapszin, christelijke waarden en nationale trots en liet zich voorstaan op zijn afkomst als boerenzoon uit een Hongaars dorpje. Het was een bewuste strategische keuze: waar Fidesz het voorheen van hippe jongeren uit Boedapest moest hebben, werd de partij nu de partij van het Hongaarse platteland, waar werkloosheid, wanhoop en wrok heersten.

Na zijn eerste regeringstermijn verloor Orbán in 2002 de verkiezingen en belandde hij acht jaar in de oppositie. Kiezers voelden zich in die jaren in de steek gelaten door de wisselende partijen die aan de macht waren, en Orbán zag zijn kans. In 2010 won hij de verkiezingen met overmacht. Wat volgde, was in eerste instantie begrijpelijk: een land dat jarenlang slecht was bestuurd, had behoefte aan daadkracht. Door samen te werken met de christendemocratische partij KDNP verkreeg Orbán een ruime tweederde meerderheid en begon hij de grondwet te herschrijven.

Dat hij dat deed zonder enig overleg met de oppositie, was het eerste teken. Daarna volgden de rechtbanken, de media, de universiteiten, de aanbestedingen. Vrienden van Orbán werden in korte tijd steenrijk via overheidscontracten. Zijn jeugdvriend Lőrinc Mészáros, de voormalige dorpsinstallateur van Felcsút, groeide in enkele jaren uit tot de rijkste man van Hongarije. De man die in 1989 nog riep dat de Russen moesten vertrekken, onderhield dertig jaar later nauwe banden met Poetin en blokkeerde EU-steun aan Oekraïne. De vroege Orbán, zegt een Hongaarse tijdgenoot, ‘was het tegenovergestelde van wat hij is geworden: westers georiënteerd, liberaal, een geleerde man met een eigen visie’.

Dat is de paradox die het verhaal van Viktor Orbán zo buitengewoon maakt. Hij begon als iemand die opstond tegen de macht, en eindigde als iemand die de macht niet meer wilde loslaten. Hij had het lef om als 26-jarige op het Heldenplein te staan en de Sovjet-Unie de huid vol te schelden. Datzelfde lef gebruikte hij later om Europa te trotseren, Brussel te beschimpen en zich te omringen met gelijkgestemden als Trump en Poetin. Het verschil is dat hij in 1989 sprak namens een volk dat zijn vrijheid zocht. De afgelopen zestien jaar sprak hij namens zichzelf.

Péter Magyar: de man met bagage

Péter Magyar werd geboren op 16 maart 1981 in Boedapest en studeerde rechten en geesteswetenschappen aan de Pázmány Péter Katholieke Universiteit. Hij groeide op in een uitgesproken conservatief milieu. Zijn peetvader was Ferenc Mádl, president van Hongarije van 2000 tot 2005. Zijn ex-vrouw Judit Varga, met wie hij van 2006 tot 2023 getrouwd was en drie kinderen heeft, was jarenlang minister van Justitie onder Orbán en gold als een van de meest veelbelovende politici binnen Fidesz. Magyar zelf werkte jarenlang als jurist en diplomaat bij de Europese instellingen in Brussel en bekleedde leidinggevende functies binnen aan Fidesz gelieerde organisaties. Tot voor kort was hij iemand die op de eerste rij applaudisseerde bij de herverkiezing van Orbán.

Zijn breuk met het systeem begon met een schandaal dat hem persoonlijk raakte. In februari 2024 werd bekend dat de Hongaarse president Katalin Novák in het geheim gratie had verleend aan een man die kinderen had gedwongen seksueel misbruik in een kindertehuis te verzwijgen. Medeondertekenaar van die gratie was Judit Varga, toenmalig minister van Justitie. Novák trad af, Varga eveneens.

Verbaal en fysiek geweld

Magyar reageerde niet met stilzwijgen maar met een audiobom. Hij publiceerde een heimelijk gemaakte geluidsopname van een gesprek met zijn ex-vrouw, waarop zij impliceerde dat kabinetschef Antal Rogán documenten in een corruptiezaak had laten manipuleren. De opname was zonder medeweten van Varga gemaakt. Dat detail zou hem later achtervolgen.

Want nog diezelfde dag sloeg Varga terug. Op Facebook beschuldigde zij Magyar van verbaal en fysiek geweld gedurende hun huwelijk, waaronder het opsluiten van haar in een kamer en het bedreigen van haar met een mes. Zij stelde dat haar uitspraken op de opname onder druk waren gedaan. Magyar verwierp de beschuldigingen als propaganda van de Orbán-regering, bedoeld om aandacht af te leiden van de corruptie-onthullingen op de band.

Die beschuldigingen werden breed uitgemeten in de pro-regeringsmedia, maar een substantieel deel van de Hongaarse bevolking beschouwde ze als een gecoördineerde aanval. Dat oordeel is begrijpelijk in een land waar staatsmedia en partijkrant al jaren ononderscheidbaar zijn geworden. Maar feit is ook dat er meerdere incidenten zijn die om opheldering vragen. Ook een latere ex-vriendin, Evelin Vogel, deed publiekelijk beschuldigingen van misbruik en bracht heimelijke opnames naar buiten waarop Magyar zijn eigen aanhang kleineerde. In februari 2026 circuleerden foto’s van een slaapkamer op sociale media, in de context van beschuldigingen van een seksschandaal. Magyar erkende de ontmoeting maar zei dat hij door overheidsgezinde figuren in een valstrik was gelokt en deed aangifte bij de politie.

Het patroon roept ongemakkelijke vragen op. Magyar maakte naam door een heimelijke opname van zijn ex-vrouw te publiceren. Zijn ex-vriendin deed vervolgens hetzelfde bij hem. Hij beschuldigt het systeem van smeercampagnes, wat gezien Orbáns trackrecord niet ongeloofwaardig is. Maar een leider die de rechtsstaat wil herstellen en die meerdere beschuldigingen van vrouwen in zijn omgeving op zich heeft geladen, heeft zelf ook uit te leggen.

Bemoedigende woorden

Zijn eerste uitspraken na de overwinning zijn vooralsnog bemoedigend. Magyar riep president Sulyok, een Orbán-benoeming, op onmiddellijk af te treden. Hij eiste dat alle door Orbán geplaatste loyalisten in de rechtbanken, het staatsauditorium, de mediatoezichthouder en de concurrentieautoriteit hun functies neerleggen. Hij beloofde de komende vier jaar te werken aan een ‘vrij, Europees, functionerend en humaan Hongarije’ en kondigt als eerste buitenlandse reizen naar Warschau en Wenen aan, gevolgd door Brussel, om de bevroren EU-fondsen vrij te krijgen. ‘We zullen het systeem van checks and balances herstellen. We zullen toetreden tot het Europees Openbaar Ministerie. We garanderen het democratisch functioneren van ons land’, zei hij.

Dat zijn de mooie bemoedigende woorden. De vraag is of ze over vier jaar ook de goede daden zijn gebleken.

Magyar en de EU

Wie Magyar hoort praten over Europa, hoort een ander geluid dan dat van Orbán. Hij spreekt over herstel van vertrouwen, over samenwerking in plaats van obstructie, over een Hongarije dat zijn plaats aan de Europese tafel terugneemt. Brussel reageerde met zichtbare opluchting.

Maar wie goed kijkt naar wat Magyar de afgelopen twee jaar in Europa feitelijk deed, krijgt een genuanceerder beeld.

Na de EU-verkiezingen van juni 2024, waarbij zijn partij Tisza verrassend bijna dertig procent van de Hongaarse stemmen behaalde en Magyar een zetel in het Europees Parlement won, verwachtten velen dat hij de Brusselse podia zou gebruiken om de Europese agenda mee vorm te geven. Dat gebeurde niet. Sinds zijn verkiezing als Europarlementslid heeft Magyar geen enkel parlementair rapport opgesteld, ondertekende hij slechts één resolutie in een vergadering die er maandelijks tientallen produceert, en woonde hij volgens medewerkers zelden commissievergaderingen bij.

De verklaring die Magyar zelf geeft is strategisch en niet onbegrijpelijk: hij had één doel, namelijk Orbán verslaan bij de Hongaarse parlementsverkiezingen, en daarvoor moest hij in Hongarije zijn. Brussel was voor hem in de eerste plaats een platform dat hem diplomatieke immuniteit en internationale zichtbaarheid verschafte terwijl hij thuis campagne voerde. Dat mag zo zijn, maar het verklaart niet alles.

Spreekverbod

Tisza stemde in het Europees Parlement in 48 procent van de gevallen gelijk aan Fidesz, en was daarmee de op vier na meest Fidesz-georiënteerde delegatie binnen de Europese Volkspartij, ruim boven het groepsgemiddelde van nog geen 40 procent. Dat is opmerkelijk voor een partij die zich presenteert als het pro-Europese alternatief voor Orbán. De stemanalyse laat zien dat die convergentie het sterkst was op dossiers waarop Magyar kwetsbaar was voor Orbáns campagnenarratief, dat hem afschilderde als marionet van Brussel. Het lijkt eerder op voorzichtigheid dan op overtuiging.

Concrete voorbeelden onderstrepen dat beeld. Tisza stemde bijvoorbeeld tegen het EU-Mercosur handelsakkoord, met een beroep op de belangen van Hongaarse boeren. En bij de vertrouwensstemming over Commissievoorzitter Von der Leyen in januari 2026 stemde Tisza niet vóór, waarna het een spreekverbod van zes maanden in plenaire vergaderingen kreeg opgelegd van de rest van de fractie.

Minder theater en meer tact

Op het dossier Oekraïne is Magyar eveneens opvallend terughoudend. Hij verzette zich in 2024 al tegen een versnelde EU-toetreding van Oekraïne, stelde dat het toetredingsproces niet aan de regels en waarden van de EU voldeed, en wilde een bindend referendum over Oekraïens EU-lidmaatschap. Magyar is pro-Europees, maar hij is geen federalistisch liberaal in de Brusselse traditie. Hij benadrukt Hongaarse soevereiniteit naast Europese integratie, en zijn partij verwerpt het EU-migratiepact en migratiequota.

Voor de EU is de implicatie duidelijk: Orbáns nederlaag is symbolisch significant, maar lost de spanningen met Brussel niet automatisch op. Vroege en aanhoudende dialoog zal nodig zijn om Magyars werkelijke intenties te toetsen en zijn binnenlandse beperkingen te begrijpen.

Magyar zat twee jaar in Brussel zonder er werkelijk vaak aanwezig te zijn. Dat kan een bewuste keuze zijn geweest van iemand die zijn energie concentreerde op de strijd die er voor hem werkelijk toe deed. Maar het kan ook een voorbode zijn van een premier die Europa op zijn eigen voorwaarden wil bespelen, net als zijn voorganger, alleen met minder theater en meer tact. De vraag is wie het eerst zijn hand laat zien.

Er is iets paradoxaals aan de uitslag van afgelopen zondag. Tisza behaalde iets meer dan de helft van de stemmen, maar dat vertaalde zich naar bijna zeventig procent van de parlementaire zetels, meer dan de tweederde meerderheid waarmee de Hongaarse grondwet kan worden gewijzigd. Die tweederde meerderheid is in Hongarije van bijzonder belang: met zo’n meerderheid kan één partij de grondwet herschrijven zonder dat enige andere partij daarmee hoeft in te stemmen.

Dat een meerderheid van de helft plus twee zich vertaalt in zo’n dominante machtspositie, is geen eigenaardigheid van de democratie. Het is de opzettelijke constructie van Viktor Orbán zelf. Na zijn verkiezingsoverwinning in 2010 hertekende hij de kiesdistricten op een manier die Fidesz structureel bevoordeelde. Het systeem was ontworpen om met een bescheiden stemmenvoorsprong toch totale controle te verwerven. Zondag werkte dat systeem voor de eerste keer in het nadeel van degene die het bedacht.

Immigratie: strenger dan Orbán

Daarbij is het de vraag in hoeverre die uitslag werkelijk een breed mandaat voor Magyars programma vertegenwoordigt. Veel van zijn plannen, waaronder zijn concrete belastingvisie, zijn nog altijd vaag gebleven. Een groot deel van de Hongaarse kiezers stemde dan ook niet zozeer vóór Magyar, maar tégen Orbán. Zestien jaar machtsmisbruik, institutionele corruptie en een bestuurscultuur waarbij de grenzen tussen partijbelang en staatsbelang volledig vervaagden, bleken voor de meeste Hongaren uiteindelijk te veel.

De verwachting bij sommigen dat Hongarije onder Magyar zijn grenzen zou openzetten voor vluchtelingen, is aantoonbaar onjuist. Magyars standpunten over immigratie zijn zelfs strenger dan die van Orbán: hij heeft gezegd het gastarbeidersprogramma te zullen beëindigen. Magyar klaagde in 2024 al openlijk dat de Orbán-regering jaarlijks 60.000 Aziatische arbeidsmigranten binnenhaalde, ten koste van de veiligheid en het levensonderhoud van Hongaarse burgers.

Tisza zegt nultolerantie te hanteren tegenover illegale immigratie en mensensmokkel, wil de zuidelijke grensmuur langs Servië handhaven, verwerpt het EU-migratiepact en migratiequota, en wil vanaf 1 juni 2026 het binnenhalen van gastarbeiders van buiten Europa verbieden.

Onderwijs, zorg en eerlijke concurrentie

Op de terreinen die Hongaren dagelijks raken, heeft Magyar wél concrete plannen gepresenteerd. Het 240 pagina’s tellende partijprogramma van Tisza, opgesteld door meer dan duizend experts verdeeld over zestig vakgroepen, stelt dat een nieuwe regering zich vanaf de eerste dag moet richten op het herstellen van de gezondheidszorg, het onderwijs, de sociale dienstverlening en het openbaar vervoer.

Op het gebied van zorg garandeert Tisza gratis kwalitatieve gezondheidszorg voor alle Hongaren, waarbij de staatsuitgaven voor 2030 worden verhoogd naar 7 procent van het bruto binnenlands product. Dat is een forse stijging ten opzichte van het huidige niveau.

Op onderwijsgebied belooft het programma de heroprichting van een onafhankelijk onderwijsministerie, een loonsverhoging van 25 procent voor onderwijsondersteunend personeel, minder administratieve lasten voor leraren en het herstel van de autonomie van universiteiten. Dat laatste verwijst naar een van de meest omstreden beslissingen uit het Orbán-tijdperk: het gedwongen vertrek van de Central European University uit Boedapest.

Op economisch gebied richt Tisza zich op het doorbreken van de monopolies en vriendjespolitiek die onder Orbán zijn ontstaan. Het programma legt sterke verbanden tussen het herstel van de rechtsstaat, het verbeteren van de EU-betrekkingen en het heractiveren van de economie, met de redenering dat het door corruptie en opgeblazen aanbestedingen verloren overheidsgeld kan worden teruggewonnen. Of dat lukt in een land waar Orbán-gelieerde ondernemers zestien jaar lang bevoorrecht zijn geweest bij overheidscontracten, zal de praktijk moeten uitwijzen.

Er is één erfenis van Orbán die zelden wordt genoemd in de internationale berichtgeving, maar die voor veel gewone Hongaren reëel is: de openbare veiligheid. Het totale aantal geregistreerde misdrijven daalde van ruim 447.000 in 2010, het eerste jaar van Orbáns bewind, naar 178.000 in 2023, wat resulteerde in een van de laagste criminaliteitsindices van Europa. In 2025 stabiliseerde dat cijfer zich op ongeveer 179.000. Hoe je ook denkt over Orbáns latere machtsmisbruik en de aantasting van de rechtsstaat, op het gebied van openbare veiligheid verdient hij een oprecht compliment.

Veiliger dan Nederland

Boedapest is volgens de Numbeo Crime Index 2025 een 33,9, een van de veiligste grote steden van Europa. Hongarije heeft bovendien Europa’s laagste overvalspercentage: 5,5 incidenten per 100.000 inwoners. In 2024 waren er maar liefst 186 Hongaarse gemeenten waar geen enkel misdrijf werd gepleegd.

Ter vergelijking: Eurostat-gegevens uit 2023 laten zien dat Nederland, Frankrijk, Spanje en België hogere criminaliteitscijfers hebben dan het EU-gemiddelde, terwijl Hongarije, Polen en Tsjechië daar significant onder blijven. Nederland kampt bovendien met structurele problemen op het gebied van georganiseerde misdaad en fungeert als belangrijk knooppunt voor drugshandel, waarbij de haven van Rotterdam geldt als voornaamste invoerhaven voor cocaïne bestemd voor heel Europa.

De structurele valkuil

Tisza beschikt over 138 van de 199 zetels, meer dan de tweederde meerderheid waarmee de grondwet kan worden gewijzigd. Dat is precies de positie die Orbán zestien jaar heeft gebruikt om de rechtsstaat naar zijn hand te zetten, de rechterlijke macht te ondermijnen en zijn macht te consolideren. Hoewel Magyar aankomt met beloften van transparantie en rechtsstatelijkheid, biedt dezelfde structurele machtspositie op de lange termijn dezelfde verleiding tot corruptie die Orbán uiteindelijk fataal werd.

De kwaliteit van een democratie wordt niet alleen bepaald door wie aan de macht is, maar ook door de structuren die macht begrenzen. Compromissen met andere partijen zijn bij een tweederde meerderheid niet nodig. Zolang één partij tweederde van het parlement controleert, blijven die structuren kwetsbaar, ongeacht de goede bedoelingen waarmee men begint.

De geopolitieke verschuiving is onmiskenbaar. Magyar heeft beloofd de relaties met de Europese Unie en de NAVO te herstellen, banden die onder Orbán sterk waren verslechterd. Orbáns vertrek ontneemt de Russische president Poetin een bondgenoot binnen de EU en verstuurt schokgolven door rechts-populistische kringen. De bevroren EU-fondsen zouden kunnen worden vrijgegeven als hervormingen overtuigend worden uitgevoerd. Maar op welke termijn dit zal zijn is nog volslagen onduidelijk.

De uitslag van 12 april 2026 is historisch. Voor het eerst in zestien jaar heeft een Hongaarse kiezer zijn stem gebruikt om macht te begrenzen in plaats van te bevestigen. Een meerderheid koos tegen de zittende leider die zijn macht bijna schaamteloos in zijn eigen voordeel en dat van zijn inner circle gebruikte.

Bewijs van verandering over vier jaar

Maar geschiedenis schrijven is iets anders dan geschiedenis begrijpen. Orbánisme was nooit alleen Viktor Orbán. Het waren netwerken van loyalisten, juridische structuren, economisch cliëntelisme en culturele narratieven die in meer dan een decennium zijn opgebouwd. Dat ontmantelen kost waarschijnlijk meer dan één regeerperiode, zelfs met een tweederde meerderheid.

Het echte bewijs van verandering ligt niet in de overwinningstoespraak langs de Donau, maar in de vraag of Magyar over vier jaar bereid is dezelfde machtspositie in te leveren die hij vandaag heeft gewonnen. Hoe dan ook, de Hongaren die die avond champagne dronken langs de rivier, verdienen een premier die hun vertrouwen de komende jaren niet beschaamt.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!