Als het nieuwe kabinet de verstopping van het energienet echt wil aanpakken moet het stoppen met meer elektrificatie en zeewindmolens

MaartenvanAndel 5-2-26_BEELD
‘De inzet op zeewindmolens verergert de congestie op het Nederlandse elektriciteitsnet en de kinderarbeid in Congolese kobaltmijnen.’ Beeld: cultuurondervuur.nl.

Artikel beluisteren

Het nieuwe coalitieakkoord ‘Aan de slag’ bevat een mix van verstandige en tegenstrijdige klimaatmaatregelen. Positief zijn de inzet op innovatief klimaatbeleid, kernenergie en huisisolatie, en het tegengaan van netcongestie en kinderarbeid.

De inzet op zeewindmolens en waterstof is echter in strijd met innovatief klimaatbeleid, want dat is meer van hetzelfde terwijl het nieuwe coalitieakkoord erkent dat we daarmee de klimaatdoelen van 2030 waarschijnlijk niet gaan halen.

Verder is de inzet op zeewindmolens en ook elektrificatie in strijd met het tegengaan van netcongestie en kinderarbeid, want dat verergert de congestie op het Nederlandse elektriciteitsnet en de kinderarbeid in Congolese kobaltmijnen.

Volledige circulariteit is in strijd met innovatie

Het streven naar volledige circulariteit in 2050 is in strijd met innovatie in het algemeen, want als we alles willen hergebruiken zonder toevoeging van nieuw gedolven materialen kunnen we nooit meer nieuwe producten en technologieën ontwikkelen. Daarvoor zijn immers nieuwe materialen nodig die niet in bestaande producten en technologieën zitten. En als we wel nieuw gedolven materialen blijven toevoegen zijn we niet volledig circulair, want dan blijven we ergens in de wereld grondstoffen, natuur en ruimte uitputten. Dat is weer in strijd met het streven naar groene en duurzame economische groei.

Groene groei is zowel praktisch als theoretisch een illusie, want economische groei blijkt altijd ergens in de wereld tot uitputting van natuurlijke bronnen te leiden. Dat betekent tenslotte dat volledige circulariteit zonder toevoeging van nieuw gedolven materialen in strijd is met groei in het algemeen.

Dit zijn niet de ‘stevige keuzes’ waarover gesproken wordt. Stevige keuzes maken is prioriteiten stellen van wat je wel en (nog) niet doet, in plaats van dingen willen die strijdig zijn met elkaar. Tegenstrijdige keuzes zijn zelfs schadelijker dan verkeerde keuzes. Bij tegenstrijdige keuzes worden wellicht dingen gedaan die niet helpen, maar vooral dingen gedaan die elkaar tegenwerken. Dat is een dubbele verspilling van arbeid, geld, energie, grondstoffen en tijd. Als het nieuwe kabinet zegt dat ‘aanpakken van de netcongestieproblemen onze hoogste prioriteit heeft’, zou alles wat netcongestie verergert moeten wijken. Dus ook verdergaande elektrificatie en meer zeewindmolens.

Dat zouden pas echt stevige keuzes zijn, die bovendien miljarden vrijmaken voor veel effectievere adaptieve klimaatmaatregelen zoals dijkverzwaring en verbeterde zoetwaterhuishouding. Het is zorgelijk dat het nieuwe coalitieakkoord helemaal niets zegt over klimaatadaptatie, terwijl dat veruit de snelste, effectiefste en goedkoopste manier is om ons te beschermen tegen de risico’s van klimaatverandering en zeespiegelstijging. Dat geldt voor zowel het Europese als het Caribische deel van het Koninkrijk.

Nederland is koploper houtverbranding

Verder is het opvallend dat het woord ‘biomassa’ niet voorkomt in het nieuwe coalitieakkoord. Het kappen en verbranden van levende bomen is de meest tegenstrijdige van alle klimaatmaatregelen, want we doen het om minder CO2 uit te stoten terwijl het juist meer CO2 uitstoot dan het verbranden van steenkool. Het ontbreken van biomassabeleid is daarmee een gemiste kans, want het zou goed zijn als de nieuwe regering expliciet de afbouw van in elk geval houtige biomassa zou bewerkstelligen. Het kleine Nederland zit sinds 2019 in de top 5 van ’s werelds grootste importeurs van houtpellets, en dat is een vorm van klimaatkoploperschap waar we ons diep voor moeten schamen.

We importeren en verbranden jaarlijks zo’n 3 miljoen ton houtpellets, waarvan 2 miljoen ton uit de Verenigde Staten. Die houtpellets zijn voornamelijk afkomstig van gekapte levende bomen. De verbranding ervan produceert jaarlijks 5 miljoen ton CO2, en het transport over duizenden kilometers nog eens 1 miljoen ton CO2. Die 6 miljoen ton CO2-uitstoot per jaar, die gewoon uit de schoorstenen van zeeschepen en van onze warmte- en elektriciteitscentrales komt, wordt onder het mom van politiek bepaalde CO2-neutraliteit niet meegeteld. Dat levert een formele CO2-reductie op die onze regering in Brussel en bij de rechter kan gebruiken om aan de klimaatdoelen te voldoen.

Verbied importeren en verbranden van houtpellets

Brussel en de rechter aanvaarden dit schandelijke fabeltje vervolgens als een correct verhaal, dankzij voormalig Eurocommissaris Frans Timmermans. Die heeft er samen met zijn kabinetschef Diederik Samsom in 2023 voor gezorgd dat houtige biomassa van gekapte levende bomen in de EU als hernieuwbare energiebron bleef gelden. Het is te hopen dat het nieuwe kabinet alsnog korte metten maakt met deze hemeltergende onzin, en toewerkt naar een algeheel verbod op het importeren en verbranden van houtpellets van gekapte levende bomen. Dat zou een stevige keuze zijn die jaarlijks honderden miljoenen subsidie-euro’s bespaart, CO2- en stikstofuitstoot vermindert, wereldwijde ontbossing tegengaat en biodiversiteit bevordert. Zo’n import- en verbrandingsverbod brengt kortom louter voordelen, die elkaar meewerken in plaats van tegenwerken. Het is tegenstrijdig dat het nieuwe coalitieakkoord de afbouw van houtige biomassa niet expliciet noemt.

Naast de diverse tegenstrijdigheden noemt het coalitieakkoord ook nog de op zichzelf staande misstap van inzet op ondergrondse CO2-opslag, voluit Carbon Capture and Storage (CCS). Dat is op zijn best een dure tijdelijke druppel op een gloeiende plaat, en op zijn slechtst een nog duurder en riskant debacle met een niet bewezen technologie die nog nergens in de wereld goed werkt. ’s Lands grootste CCS-project Porthos wordt vanaf de aanzet in 2020 door tegenvallers geteisterd, en loopt nu al twee jaar achter. De oorspronkelijke ingebruikname in 2024 is al uitgesteld naar 2026, en dat zal zich later dit jaar nog moeten bewijzen. Als alles vanaf nu meezit gaat Porthos 15 jaar lang 2,5 miljoen ton CO2 per jaar onder hoge druk onder de Noordzee pompen, 20 kilometer uit de kust bij Den Haag. Dat is ongeveer anderhalf procent van onze jaarlijkse CO2-uitstoot.

Ondergrondse CO2-opslag is riskante geldverspilling

Na 15 jaar zijn de onderzeese opslagvelden vol, met in totaal 37 miljoen ton CO2. Dat is een hoeveelheid die Nederland in minder dan drie maanden uitstoot, zeg maar tussen begin februari en eind april. Het is onbegrijpelijk dat het nieuwe kabinet door wil gaan met de honderden miljoenen subsidie-euro’s die jaarlijks aan CCS worden verspild. We hebben toch waarachtig wel belangrijker dingen te doen, zoals het opbouwen van defensiemacht en kernenergie, en het verbeteren van onderwijs en zorg. Elke euro die niet naar zoiets ondoelmatigs als CCS gaat kan een veel nuttiger maatschappelijk doel helpen versnellen. Dat is de essentie van stevige keuzes maken.

Gebruik Tennet-meevaller goed

Een plotselinge meevaller van 3,3 miljard euro kan helpen om met prioriteit geselecteerde doelmatige energiemaatregelen te stimuleren. Demissionair minister Heinen en zijn opvolger bij Financiën kunnen dat geld namens ons allen opstrijken, dankzij de verkoop van een kwart van netbeheerder Tennet Duitsland aan de Duitse staat. De nieuwe regering zou deze enorme meevaller uit de energiesector moeten besteden aan energiemaatregelen waar alle burgers en bedrijven baat bij hebben, en waar bovendien de natuur beter van wordt. Tastbare voordelen in het hier en nu voor mensen, dieren, planten en bomen moeten het uitgangspunt worden om realistischer en doelmatiger klimaat- en energiebeleid te ontwikkelen en vooral uit te voeren.

De nadruk moet verschuiven van ambities en plannen naar uitvoerbaarheid en realisatie. Dat vergt daadwerkelijk stevige keuzes, waarbij een aantal dingen expliciet van de verlanglijstjes afvallen. Een goede energiestrategie is gebaseerd op het besef dat we niet alles (tegelijk) kunnen doen, en kenmerkt zich door duidelijk te kiezen wat we (nog) niet gaan doen – ook al zouden we het nog zo graag willen. Zo werkt het met alle verlanglijstjes in ons leven, daarom heten ze ook verlanglijstjes en niet actielijstjes.

Modieuze maar nietszeggende termen in een coalitieakkoord zoals ‘groene groei’ en ‘volledige circulariteit’ helpen daarbij niet. Die leiden ons af van de weerbarstige realiteit, en hinderen ons om met beide benen op de grond daadwerkelijk aan de slag te gaan met de uitvoerbaarheid en realisatie van betrouwbare en betaalbare energie voor alle burgers en bedrijven. Goed energiebeleid praat niet iedereen naar de mond, en kenmerkt zich door praktische uitvoerbaarheid met concrete resultaten. ‘Aan de slag’ is wat dat betreft een veelbelovende titel voor een coalitieakkoord, en de nieuwe regering heeft een uitgelezen kans om de daad bij het woord te voegen.

Focus op concrete resultaten voor burgers en bedrijven

De aanstormende bewindslieden zouden er goed aan doen om zichtbaar voor concrete resultaten in het hier en nu te gaan, zoals minder netcongestie, kortere wachtlijsten voor netaansluitingen, lagere in plaats van hogere energieprijzen, comfortabele en betaalbare huisverwarming, afbouw van biomassa, opbouw van nieuwe kerncentrales en een gelijk Europees speelveld voor energie-intensieve industrieën.

Dat zijn allemaal tastbare en herkenbare resultaten waar alle burgers en bedrijven daadwerkelijk beter van worden, en de natuur ook. Daarmee zouden de drie coalitiepartijen bij de volgende verkiezingen heel goed op een Kamermeerderheid kunnen uitkomen, in plaats van op de gebruikelijke zetelverliezen bij regeringspartijen.

Wynia’s Week bestaat officieel 7 jaar! Met dank aan alle auteurs, donateurs en alle andere lezers, kijkers en supporters. Op naar de volgende 7 jaar!