Altijd weer ruzie en gedoe: die ene partij op rechts, waarom is die er nog steeds niet?

WW Spruyt 28 februari 2026
Conservatieven in Nederland hebben geen verhaal. Ze zijn anti- of pseudo-intellectueel en zwerven van de ene politieke ondernemer naar de andere. Beeld: YouTube.

Artikel beluisteren

Rechts is versplinterd in zeven fracties met samen een derde van de 150 Kamerzetels. Het ontbreekt aan een goed verhaal en aan goed leiderschap. Kan Mona Keijzer deze groepen in een sociaal-conservatieve beweging bij elkaar brengen en tot een machtsfactor van belang vormen?

Het kabinet-Jetten heeft van de week zijn beleidsvoornemens tijdens een twee dagen durend debat in de Tweede Kamer verdedigd. Omdat het kabinet een minderheidskabinet (66 zetels) is, moesten gelijk de eerste deals worden gesloten: over rechts (SGP, Groep Markuszower) voor een ‘verzachting’ van de AOW-plannen, over links voor een aanpassing van het armoedebeleid. Zo moet het dus gaan de komende jaren: de plannen van dit kabinet zijn niet meer dan een openingszet, en zullen in debat met de Kamer voortdurend moeten worden bijgesteld.

Het nieuws over het aantreden en eerste optreden van dit kabinet werd een dag lang overschaduwd door een sensationeel feitje. Mona Keijzer stapte uit de fractie van de BBB, nadat haar het fractievoorzitterschap was beloofd en zij de BBB tot een sociaal-conservatieve partij zou gaan verbreden. Drie van de vier Kamerleden kozen toen alsnog Henk Vermeer tot fractievoorzitter en politiek leider.

Verdeeld en versplinterd

Door deze gang van zaken bestond de rechtse oppositie tegen dit kabinet uit maar liefst zeven fracties (waarvan er zes aan het debat deelnamen): PVV, JA21, Forum voor Democratie, BBB, SGP, Groep Markuszower en het lid Keijzer. Samen goed voor 49 zetels, maar verdeeld en versplinterd en daarom niet de politieke factor van betekenis die zij op grond van hun zetelaantal zouden kunnen zijn. Waarom is er niet één grote conservatieve partij rechts van CDA en VVD ontstaan? En zal die er ooit komen?

Dat die ruimte op rechts er zou zijn, was voor velen een verrassing. Ik herinner me de presentatie van een boek, geredigeerd door de geleerde politicologen Huib Pellikaan en Sebastiaan van der Lubben, over die Ruimte op rechts. Het was in het najaar van 2006, in sociëteit De Witte aan het Plein in Den Haag. De geruststellende boodschap van de meeste bijdragen aan deze bundel was: die ruimte is er niet. Er zijn geen kiezers die behoefte hebben aan een partij rechts van CDA en VVD, want die zijn voor de Nederlander al rechts genoeg. Dat vonden CDA en VVD zelf ook, en vandaar dat zij zich de luxe meenden te kunnen permitteren om meer en meer naar links (het midden) op te schuiven – behalve in verkiezingstijd.

Het experiment-Fortuyn en het populisme behoorden definitief tot het verleden, zo scheen men te denken. Later dat jaar won de PVV van Geert Wilders negen zetels bij de Kamerverkiezingen, maar op dat moment was die gedachte bij een oppervlakkige waarneming niet zo heel vreemd. De LPF was, na de moord op Fortuyn in 2002, ruziënd uiteengevallen. Uit deze partij ontstond de eerste poging een zich conservatief noemende partij op te richten.

Vaandeldraagster was Winny de Jong, die haar ambities kracht bijzette door in een tijdschriftenhandel aan de Haagse Herengracht een pikante fotoserie van haar zelf in het blad Panorama te presenteren (oktober 2002) – een vorm van conservatisme die velen verraste maar niet overtuigde. Daarna probeerden Harry Wijnschenk (2002-2003), de Groep Eerdmans/Van Schijndel (2006), de Groep Nawijn (2005-2006), de Groep Van As (2006), de Groep Van Oudenallen (2006) en het Lid Roland van Vliet (2014-2017) het. Het werd allemaal niks.

Ondertussen was er de PVV van Geert Wilders gekomen (najaar 2004). Wilders boekte successen, werd zelfs de grootste partij, maar moest ook een reeks van afsplitsingen gedogen: het Lid Brinkman (2012), het Lid Van Bemmel (2012), de Groep Kortenhoeven/Hernandez (2012), het Lid Bontes (2013), het Lid van Klaveren (2014), de Groep Bontes/Van Klaveren (2014), en recentelijk de zeven leden van de Groep Markuszower.

Korte tijd had Wilders concurrentie van Rita Verdonk, die zich (net als hij zelf drie jaar eerder had gedaan), van de VVD afscheidde en haar eigen partij begon, Trots op Nederland (2007-2010). De partij was virtueel goed voor tussen de 16 en 26 zetels, maar als gevolg van allerlei intern gedoe en geruzie heeft de partij nooit één Kamerzetel behaald.

Gedoe en splitsingen

Forum voor Democratie won de verkiezingen voor de Provinciale Staten in 2019 éclatant. In de Eerste Kamer behaalde zij twaalf zetels. Maar ook hier: intern gedoe en splitsingen. De Groep Otten (2019-2023), JA21 (Joost Eerdmans, Annabel Nanninga), Belang van Nederland (Wybren van Haga) en de fractie-Frentrop scheidden zich af. In de Eerste Kamer heeft FvD nu twee zetels, in de Tweede Kamer na het terugtreden van Thierry Baudet en het aantreden van Lidewij de Vos weer zeven zetels (en de partij staat op winst in de peilingen).

De BBB van Caroline van der Plas behaalde in 2021 één Kamerzetel, maar werd bij de Provinciale Statenverkiezingen van 2023 de grootste partij van het land en de grootste fractie in de Eerste Kamer (16 zetels). In september 2023 sloten Nicki Pouw-Verweij, Derk-Jan Eppink (beiden van JA21), Lilian Helder (PVV) en Mona Keijzer (CDA) zich bij de BBB aan. Zeven zetels behaalde de BBB in 2023, in 2025 waren er daar vier van over. In de Eerste Kamer zijn inmiddels twee voormalige BBB’ers uit de fractie gestapt. Ondertussen had Pieter Omtzigt zich van het CDA afgescheiden en behaalde hij bij de Kamerverkiezingen van 2023 twintig zetels. Twee jaar later waren er daar nul van over.

Het is een treurig stemmend slagveld van (meest) amateuristische avonturiers, met opgeblazen ego’s en Napoleontische ambities, ruziezoekers. Met als reeds genoemd resultaat dat zich na bijna 25 jaar rechts populisme in de Tweede Kamer zeven fracties rechts van CDA en VVD bevinden.

Geen aparte groep

Hoe komt dat toch? Dat gebrek aan eensgezindheid en professionaliteit, waardoor rechts maar zo versplinterd blijft en niet is uitgegroeid tot de machtsfactor die het had kunnen zijn en nog steeds kan zijn of worden?

Ik denk dat er in antwoord op deze vraag een aantal zaken te noemen zijn.

  1. Oude politieke partijen zijn als het ware organisch uit de samenleving voortgekomen. De liberale heren wilden vrijheid om te ondernemen, de christendemocraten (ARP, CHU en KVP, in 1980 gefuseerd tot het CDA) wilden vrijheid om te geloven en om dat geloof in de samenleving en in eigen scholen vorm te geven. De socialisten wilden rechten voor de arbeiders. Daarmee vertegenwoordigden zij duidelijk onderscheiden groepen in de samenleving en waren zij stevig in die samenleving verworteld.

Toen de VVD economisch zo rechts niet meer was, kwam er ruimte voor zich liberaal-conservatief noemende partijen als JA 21. Toen de PvdA in 1995 haar ideologische veren afschudde, greep de SP haar kans. Toen het CDA het voor het eerst van de liberalen had verloren (in 1994) gingen zij en bleven zij op zoek naar een nieuwe identiteit – en die vaagheid heeft velen teruggebracht in de moederschoot van de christendemocratie. De samenleving werd multicultureel, en dat bood een kans aan een partij als DENK.

In tegenstelling tot deze partijen, oud en nieuw, vormen de conservatieven geen aparte groep in de samenleving, mensen met duidelijke gedeelde belangen en een gedeelde visie op wat goed is voor het land. De liberaal-conservatieven van JA21 zijn andere mensen dan de boze achtergestelden die op Wilders stemmen, de religieus-conservatieven zijn van een geheel ander slag dan de Nietzscheanen van FvD. De boze boeren hebben niet zoveel gemeen met de nu uitgetreden PVV’ers.

Toch is er op een regenachtige zaterdagmiddag wel een accolade om deze verschillen te slaan en kan er een gemeenschappelijke deler worden benoemd. Maar dat is precies het tweede punt:

  1. Conservatieven in Nederland hebben geen verhaal. Ze zijn anti- of pseudo-intellectueel. Ze lezen geen boeken, of maar één boek. (Zoals Thierry Baudet, die alleen Democratie in Amerika van Alexis de Tocqueville goed heeft gelezen. Voor de actuele politiek is dat zo goed als genoeg, maar hij heeft zich daarna heel wat gevaarlijke onzin laten influisteren.) Daarom weten conservatieven eigenlijk niet goed wat conservatisme is. En omdat ze dat niet weten, zien ze niet dat ze een verhaal zouden kunnen schrijven over verloren of zelfs verboden tradities en vervreemding, anti-liberale woede, anti-étatisme, anti-stadse (anti-randstedelijke) common sense, anti-kosmopolitisch onbehagen, Überfremdung door massa-immigratie, het belang van gemeenschap en saamhorigheid.

Zolang ze dat verhaal niet hebben kunnen schrijven, is het niet de overtuiging die een band smeedt, maar zijn het steeds weer nieuwe, vaak nogal radicale helden die een steeds weer nieuwe beweging leiding en sturing moeten geven. En dat is een probleem, vanwege:

  1. De aard van het conservatieve leiderschap. Let wel, iedere nieuwe politieke beweging (vanaf Abraham Kuyper en Pieter Jelles Troelstra) begint met een charismatische leider die de kloof blootlegt tussen de Haagse élite en dat deel van de bevolking dat hij vertegenwoordigt. Maar als het goed is, heeft die leider ook een verhaal, een ideologie, die daarna het fundament en de kaders biedt die de door hem wakker getarte beweging schragen, en waarbinnen iedere leider zich daarna beweegt. Van Mierlo was zo’n charismatische man. Zijn D66 heeft nooit veel opgehad met ideologie, maar toch herken je iedere D66’er al vrij snel aan een bepaald levensgevoel. Zoals je een SGP’er aan een bepaalde rompstand herkent. Dat levensgevoel en die rompstand ontbreken op rechts. Omdat ze geen politieke filosofie hebben ontwikkeld, geen gemeenschappelijke ideeën en belangen hebben weten te formuleren, en nu van de ene nieuwe politieke ondernemer naar de volgende zwerven, die steeds weer opzichtig faalt.

Verzachtend bijvoeglijk naamwoord

Het is niet anders. En nu is er Mona Keijzer, de rooms-katholiek dame uit Volendam die een sociaal-conservatieve partij wil. Verstandig dat ze het niet over conservatisme heeft, want dat is al honderd jaar een scheldwoord in Nederland, en het woord behoeft dus altijd een verzachtend bijvoeglijk naamwoord. We gaan op haar letten. Het moet toch een keer gaan lukken.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo.Hartelijk dank!