Bedrijfswinsten zijn de bonus voor de verzorgingsstaat. Laten we dus zuinig zijn op onze ondernemers

WW Tamminga 7 april 2026
De vennootschapsbelasting levert dit jaar naar verwachting bijna 53 miljard euro op. Dat is 11 procent van de totale uitgaven van de rijksoverheid. Beeld: Pexels.

Artikel beluisteren

Winst is geen vies woord. Integendeel. De belasting op de winsten van Nederlandse ondernemingen is een bonus voor de schatkist. Voor sociale uitkeringen, gezondheidszorg, leraren voor de klas en het onderhoud van wegen en bruggen.

Noem deze trend zoals je wilt. Voor de een is het bedrijfsleven daarmee een melkkoe. In werkgeverskringen klinkt regelmatig het mantra dat het bedrijfsleven geen pinautomaat voor de overheid is.

Meevaller

De winstbelasting, die in de fiscale wereld de vennootschapsbelasting wordt genoemd, was een van de weinig meevallers in de geactualiseerde versie van de Miljoenennota 2026 die minister van Financiën Eelco Heinen (VVD) ruim een week geleden openbaar heeft gemaakt.

Deze actualisatie, de Voorjaarsnota, liet bij de vennootschapsbelasting een meevaller zien van 3,2 miljard euro. Het ministerie ging eerder uit van een opbrengst dit jaar van 49,7 miljard euro. Inmiddels raamt Heinen 52,9 miljard euro.

Het is niet voor het eerst dat de raming van de winstbelasting afwijkt van de werkelijke cijfers, al moeten die in dit geval ook nog definitief worden vastgesteld. Hoe dat kan? Winstbelasting heffen is geen wetenschap. De winsten van bedrijven fluctueren. Bedrijven mogen verliezen tot op zeker hoogte ten laste brengen van winsten. De Hoge Raad gooit met een uitspraak ook wel eens roet in het eten.

Maar als je door deze fluctuaties heen kijkt zie je een slingerende lijn die met name de afgelopen jaren omhoog schiet. In 2000, een jaar met een ijzersterke economie, was de winstbelasting bijna 17 miljard gulden. De winstbelasting dekte toen bijna 11 procent van de uitgaven van de rijksoverheid. Daarna fluctueerden de cijfers totdat ze in de economische malaise van 2010-2015 gingen dalen. Het economisch herstel nadien gaf ook de winsten en dus de winstbelasting een impuls. In 2020 bedroeg de opbrengst bijna 22 miljard euro. Toen goed voor 6,6 procent van de uitgaven.

De nieuwe raming voor dit jaar is ten opzichte van 2020 ruimschoots verdubbeld. De geraamde bijna 53 miljard euro is goed voor bijna 11 procent van de totale uitgaven van de rijksoverheid.

ASML is top

De rappe toename van de vennootschapsbelasting na 2020 is om te beginnen de inhaalopbrengst omdat bedrijven in de pandemie uitstel konden krijgen. Verder is het tarief voor kleinere bedrijven verhoogd.

Er spelen ook specifieke omstandigheden een rol. De eerste zijn de gestegen energieprijzen in 2022 die tot hogere winsten van de energiebedrijven hebben geleid. De tweede is de rentedaling die de winsten van grote banken heeft opgeschroefd. De derde is de digitalisering van de economie. Blikvanger: ASML.

De chipmachinefabrikant betaalde vorig jaar iets meer dan 2 miljard euro aan winstbelasting. De op een na grootste betaler is de Rabobank: 1,76 miljard euro. Samen zijn ze goed voor bijna vier weken AOW-uitkering. Een ander concreet voorbeeld: de vrijheidsbijdrage die het kabinet-Jetten in petto heeft om de extra defensie-uitgaven te betalen kost burgers vanaf 2028 3,4 miljard euro.

Weinig onderzoek

Betekenen de cijfers van ASML en Rabobank dat grote ondernemingen en multinationals de bulk van de winstbelasting betalen? Of betalen zij juist te weinig, zoals linkse politici denken?

Het is opvallend hoe weinig onderzoek is gedaan naar de winstbelasting van individuele ondernemingen. Dat heeft er mogelijk mee te maken dat belastingaangiftes niet openbaar zijn, dat de Belastingdienst een wettelijke zwijgplicht heeft over individuele aangiftes en dat fiscalisten eerder onderzoek doen naar (legale) mazen in de belastingwet. Dat laatste is lucratiever voor hun klanten dan een onderzoek naar wie betaalt hoeveel winstbelasting.

Wel politieke wensen

Daarentegen is een politiek pleidooi voor hogere vennootschapsbelastingen voor grote bedrijven helemaal gratis. Er is altijd wel een besteding van het geld voorhanden en de snelste oplossing is hogere winstbelasting.

Je slaat twee vliegen in één klap. Je financiert de gewenste extra uitgaven zonder dat het burgers geld kost (grote bedrijven gaan toch niet naar stembus…). De hogere belasting presenteer je vervolgens als maatregel tegen ongelijkheid. Anders gaat het geld toch maar naar de vermogende aandeelhouders. Dat zie je terug in oplossingen als: belast bedrijven extra voor de hogere defensie-uitgaven, want zij hebben het meest te verliezen.

Het schaarse onderzoek naar winstbelasting dat beschikbaar is, wijst op een opmerkelijk constant feit. In 2020 publiceerde een adviescommissie een rapport over belastingheffing van multinationals.

De commissie was op verzoek van de Tweede Kamer ingesteld om zich te buigen over de vraag ‘Hoe kunnen multinationals in Nederland eerlijker belasting gaan betalen?’ Je proeft een vleugje propaganda (grote bedrijven zijn niet eerlijk!) en agitatie (laat de rijken de crisis betalen!).

De commissie onderzocht de periode 2010-2017. In deze jaren namen multinationals in Nederland rond de 53 procent van de winstbelasting voor hun rekening. De andere ongeveer 47 procent betaalde het midden- en kleinbedrijf.

Geen vies woord

Van de eerste categorie zijn er hooguit enkele duizenden, van de tweede honderdduizenden. Het bedrijfsleven verdelen in goed (mkb en startups) en kwaad (multinationals en grote bedrijven) is daarom zinloos. Toch is deze misvatting bijvoorbeeld het uitgangspunt van het verkiezingsprogramma van GroenLinks-PvdA (Progressief Nederland).

Groot of klein, winst is geen vies woord. Nederland moet zuinig zijn op het winstgevende bedrijfsleven.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!