Bevers slopen dijklichamen en waterkanten. En ze zijn niet meer te tellen.

OswinSchneeweisz 2-5-26
‘Soms zie je hem, zelfs overdag, gewoon langszwemmen: De kop net boven het water, neusgaten, ogen en oren bijna op één lijn. Geluidloos en onverstoorbaar zwemt hij voorbij.’ Beeld: natuurmonumenten.nl

Artikel beluisteren

Geef mij in deze tijden van groot nieuws, maar het kleine journalistieke grut. Dat is altijd goed voor een glimlach (met of zonder leedvermaak). Zo’n klein – op het eerste gezicht ondermaats – bericht op pagina tien zegt vaak meer dan honderd schreeuwende covers.

Een dergelijk bericht kwam ik onlangs tegen over visvereniging De Stuwkanters in Belfeld (Limburg). Daar zijn ze de beveroverlast helemaal zat. De bevers ondergraven de waterkanten. Onlangs kwam zelfs een bestuurslid door al dat graafwerk van de bever pardoes in het water terecht. Kortom, de maat is vol daar in Belfeld en de gemeente Venlo wordt dringend verzocht gepaste maatregelen te nemen.

Heerlijk nieuws, zegt ook wel iets over onze volksaard. Zodra er gedonder is staan we op de stoep bij de overheid die alles maar op moet lossen. Nou snap ik dat in het geval van de bever ook wel weer, want als je alleen al naar dat beest kijkt ben je al in overtreding. De bever is immers strikt beschermd. En precies die strikte bescherming heeft ervoor gezorgd dat hij nu een echte plaag aan het worden is.

Korhoen

Het faunabeleid in dit land is niet meer te begrijpen. Enerzijds wordt alles in het werk gesteld om een soort in stand te houden die Nederland gewoon niet wil overleven. Dan heb ik het over het korhoen. Dat is een rare pikzwarte fazantachtige vogel met wit achterwerk en een rode kuif op zijn kop. Enkele maanden geleden deed de gemeenteraad van Hellendoorn een opvallende oproep: stop met uitzetten van het korhoen en voorkom dierenleed en geldverspilling. Sinds 2013 zijn op de Sallandse Heuvelrug zo’n 150 ‘immigranten’ uit Zweden losgelaten om de inteelt een halt toe te roepen. Maar het aantal korhoenders op de Sallandse Heuvelrug is de afgelopen jaren nauwelijks toegenomen. Ze worden opgepeuzeld door roofdieren of verhongeren, omdat in het gebied te weinig voedsel en teveel toeristen zijn.

Dat wat betreft enerzijds. Anderzijds geven we een beschermde status aan soorten die dat niet (meer) nodig hebben, zoals das en bever. De eerste ondergraaft spoorlijnen en wegen en veroorzaakt schade in maïs- en grasland. De tweede is een notoire sloper van dijklichamen en oeverkanten, hij legt de ene na de andere boom om en maakt een zooitje van de waterhuishouding in een gebied.

Steeds meer bevers

De schade die de bevers aanrichten aan alleen al waterkeringen was in 2021 meer dan 2 miljoen euro en nu zijn we vijf jaar verder dus reken maar uit. Een blik uit mijn werkkamerraam zegt genoeg: de ene na de andere boom verandert dankzij knaagwerk aan de oever van de Oostrumse Beek in een potloodpunt. En in het nabijgelegen bos is de schade nog veel erger.

Soms zie je hem, zelfs overdag, gewoon langszwemmen: De kop net boven het water, neusgaten, ogen en oren bijna op één lijn. Geluidloos en onverstoorbaar zwemt hij voorbij. Het verbaast mij dan ook niets dat de provincie Limburg onlangs een persbericht de wereld instuurde met de mededeling dat er vermoedelijk veel meer bevers in die provincie zijn dan gedacht. Afhankelijk van het seizoen wordt het totaal aantal bevers in de provincie geschat op 2.000 tot 3.700.

Kilometerhokken

Die schatting is gebaseerd op een onderzoek naar bevers dat is gedaan in het voorjaar van 2025 op verschillende plekken in Limburg. Deskundigen hebben gezocht naar sporen van bevers, zoals burchten, holen en geurmerken. Dit is gedaan in zogenaamde ‘kilometerhokken’: vierkante stukken land van 1 bij 1 kilometer. In totaal is er op 99 van deze stukken land gezocht naar beversporen. Uit die informatie is vervolgens een schatting gemaakt van het totale aantal bevers in de provincie.

Het rapport schat het aantal bevers in Limburg in het voorjaar van 2025 tussen de 2.000 en 2.450 dieren van minimaal 1 jaar oud. In de zomer, als de jongen zijn geboren, loopt dit op naar 3.000 tot 3.700 bevers. Deze aantallen zijn drie keer hoger dan eerdere schattingen. In 2021 gingen onderzoekers nog uit van ongeveer 1.100 tot 1.200 bevers in de zomerperiode.

Natuurmonumenten is de tel kwijt

De onderzoekers wijzen erop dat de getallen een benadering zijn: het exacte aantal bevers in Limburg is niet bekend. Voor een preciezer beeld is volgens het rapport meer onderzoek nodig, verspreid over verschillende perioden en gebieden.

Uit het onderzoek blijkt verder dat de bever zich op steeds meer plekken in Limburg vestigt en in de gebieden die al langer bezet zijn neemt de dichtheid toe. In vergelijking met 2014 zijn er nu 2,5 keer zoveel beverterritoria in de onderzochte gebieden. In alle onderzochte gebieden zijn nu sporen van bevers gevonden, terwijl in voorgaande jaren in sommige gebieden bevers volledig afwezig waren. Dit duidt op een toename in de hele provincie. En wat voor Limburg geldt, geldt vermoedelijk ook voor andere provincies. Zelfs Natuurmonumenten is de tel kwijt. Die organisatie spreekt op haar site nog van 3.500 exemplaren in heel Nederland.

Wie is verantwoordelijk voor de schade?

Ooit was de bever een veel voorkomende inheemse soort, maar omstreeks 1890 was het beest in ons land (onder meer vanwege de jacht op zijn pels) uitgeroeid. Pas in 1988 werden voor het eerst bevers uitgezet in de Biesbosch. Deze waren afkomstig uit het voormalige Oost-Duitsland. Sinds 1992 vestigden zich ook meerdere bevers spontaan in Limburg, langs riviertjes als de Worms, de Roer en de Swalm. Deze solitaire bevers waren vermoedelijk afkomstig van een populatie in de Eifel.

Omdat deze bevers niet tot paarvorming kwamen, werden later nog enkele bevers uit Oost-Duitsland gehaald en op 18 oktober 2002 werd de eerste beverfamilie (een paar met drie jongen) losgelaten in het Gelderns-Nierskanaal in Noord-Limburg. ‘Er kunnen nog veel meer bevers bij’, riep de Zoogdiervereniging in 2012 enthousiast. Dat roept de vraag op die je zelden hoort: wie is er eigenlijk verantwoordelijk voor schade door uitgezette dieren? Je zou zeggen: degene die ze heeft uitgezet. Nee dus, beverschade wordt betaald met geld uit het provinciefonds en komt dus uit belastingmiddelen. Daarnaast wordt veel schade helemaal niet vergoed, wanneer de grond in particulier bezit is bijvoorbeeld of wanneer er sprake is van indirecte schade.

Kom eens onder die steen vandaan!

En de bever is de enige schadeveroorzaker niet. Volgens onderzoek van adviesbureau Berenschot lopen de faunaschade-uitkeringen in 2030 op tot €165 miljoen, bijna een verdubbeling ten opzichte van de afgelopen jaren. Berenschot rekent op basis van de trend van 2013–2023 met een structurele jaarlijkse groei van 12,2 procent. En die financiële druk komt volledig bij de provincies terecht. Wanneer de kosten oplopen, moeten provincies zelf immers extra middelen vrijmaken. Je hebt dus echt geen glazen bol nodig om te zien dat dit probleem straks groter en groter gaat worden.

De waterschappen hebben inmiddels de tering naar de nering gezet en zijn overgegaan tot beheer. In totaal heeft men in Limburg, zonder daar al teveel ruchtbaarheid aan te geven, in de periode van 1 oktober 2023 tot 1 mei 2024 in totaal 170 bevers gevangen en gedood. En Groningen volgt inmiddels het voorbeeld van Limburg. De bever bewijst het: wie nog van mening is dat je in dit volgebouwde landje, uit een soort misplaatste dierenliefde, populaties wilde dieren (of het nu bevers, otters of wolven betreft) ongebreideld kunt laten groeien moet eens onder zijn of haar steen vandaan komen.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!