De beste boeken van 2019: Bomhoff, Havenaar en Bouwman

1 Stalingrad, spionnen, angst en gemeenschappen

door Eduard Bomhoff

Vasily Grossman: Stalingrad

Dit jaar verscheen eindelijk de Engelse vertaling van de roman die vooraf gaat aan ‘Leven en lot’ (‘Life and fate’). Meer een documentaire dan een roman, maar al uitgeroepen tot het meest indrukwekkende boek over de tweede wereldoorlog. Vaak worden Stalingrad en Life and Fate nu vergeleken met Oorlog en Vrede, maar Tolstoj schreef over de  Russische campagne van Napoleon die over was voordat hij werd geboren, terwijl Grossman als verslaggever de oorlog tegen Hitler zelf meemaakte.

Grossman had grote moeite om zijn twee meesterwerken door de censuur te krijgen en moest concessies doen. De joodse achtergrond van de hoofdpersoon wordt wat versluierd en de Russische generaals krijgen een meer sympathieke behandeling.

Voor mij het mooiste boek van 2019. Citaat:

‘De spanning van de slag om Stalingrad werd gevoeld door miljoenen mensen in Europa, China en Amerika, beheerste de gedachten van diplomaten en politici in Tokio en Ankara; de veldslag had invloed op de geheime gesprekken van Churchill en zijn adviseurs en op de toespraken en de beslissingen van president Roosevelt. Russische, Poolse en Joegoslavische partizanen doorleefden deze slag – zo ook leden van het Franse verzet, krijgsgevangenen in de Duitse kampen , en joden in de getto’s van Warschau en Bialystok. Voor tientallen miljoenen mensen was het vuur van Stalingrad het vuur van Prometheus.  Een groots en vreugdevol uur daagde voor de mensheid.’

Christopher Andrew, The secret world, A history of intelligence

948 pagina’s waarvan 120 voor de voetnoten en de literatuurlijst. Een prachtig boek van de meest vooraanstaande historicus van de geheime diensten dat begint met:

‘De eerste om het belang van goede informatie  te benadrukken was God. Nadat de Israëlieten waren ontsnapt uit de gevangenschap in Egypte en de  Rode Zee hadden doorkruist, vermoedelijk ongeveer 1300 voor Christus, gaf God de opdracht aan Mozes om het land van Kanaän te verkennen.’

235 pagina’s verder memoreert Andrew hoe onze vloot onder leiding van Michiel de Ruyter in augustus 1667 de monding van de Theems op voer, de Tweede Engelse oorlog won en het wapenschild van het Engelse vlaggenschip mee terug nam naar Amsterdam waar het nu te zien is in het Rijksmuseum.

Twee maanden later concludeerde het Lagerhuis dat een budget van 750 pond per jaar voor buitenlandse geheime informatie onvoldoende was gebleken – de eerste keer in de geschiedenis dat een volksvertegenwoordiging kritiek uitte op het ontbreken van een belangrijke waarschuwing die de spionnen in Den Haag hadden moeten geven.

Winston Churchill is een van Andrew’s helden omdat hij al vanaf zijn eerste avonturen in Zuid-Afrika had geleerd hoe belangrijk goede, geheime informatie is in oorlogstijd. Wel krijgt Churchill kritiek voor zijn racistische onderschatting van de Japanse militaire machine.

Andrew besluit zijn magistrale boek met een pessimistische waarschuwing: ‘De vraag  is niet of  in de toekomst een groep van (waarschijnlijk) Islamitische terroristen weapons of mass destruction zal inzetten, maar wanneer dat gebeurt.

Randolph Nesse, Good reasons for bad reasons, Insight from the frontier of evolutionary psychology

Psychiater Randolph Nesse legt zijn patiënten uit dat angstgevoelens vaak de overdreven versie zijn van nuttige emoties en bereikt daarmee dat veel patiënten zichzelf dan minder abnormaal vinden. Zijn nieuwe boek behandelt de ‘evolutionaire psychiatrie’. Onze ‘hardware’ en ‘software’ zijn gevormd tijdens de tienduizenden jaren van de prehistorie en kunnen zich niet zo maar aanpassen aan de moderne omgeving.

Wij leerden hoe om te gaan met het risico van een aanval door wilde dieren of door een vijandige stam, en we moesten rekening houden met het mislukken van de oogst en daarop volgende hongersnood. Voor de moderne mens in het rijke Westen gelden andere risico’s: diabetes door te rijke voeding en faalangst vanwege sociale pressie. 

Citaat: ‘Behandeling van paniekaanvallen slaagt vaker wanneer de psychiater inziet dat een paniekaanval niets anders is dan een vals alarm in ons ‘vecht of vlucht’-systeem en dat wie even nadenkt over een rookdetector direct beseft waarom vals alarm zo vaak voorkomt.  Nog een voorbeeld: behandeling van eetstoornissen gaat beter, zodra we beseffen dat een streng dieet mechanismes oproept ter bescherming tegen hongersnood.’

Raghuram Rajan, The third pillar, How markets and the state leave the community behind

Raghuram Rajan, hoogleraar aan de business school van de University of Chicago, had al een grote reputatie omdat hij als enige topeconoom de crisis in de hypotheekmarkt van 2008 correct had voorspeld. Na een termijn als hoofd van de Reserve Bank van India keerde hij terug naar Chicago en publiceerde dit jaar een boek over het gebrek aan evenwicht tussen de markt, de staat en de kleinere gemeenschap waarin mensen leven. Het lijkt sterk op Paul Collier’s The future of capitalism. Citaat:

‘Eén reden voor de stijgende aantrekkingskracht van populistisch nationalisme is de zwakte van alternatieve bronnen van solidariteit, bij voorbeeld de woonwijk of de lokale gemeenschap. Dat geldt speciaal voor mensen met een laag inkomen en verlies van sociale status. Als illustratie: het World Values Survey geeft aan dat in de Verenigde Staten slechts 57 procent van de ondervraagden met een laag inkomen vertrouwen heeft in de mensen uit de eigen buurt, terwijl dat vertrouwen in de buren op 85 procent uitkomt bij de mensen uit de hogere middenklasse.’

En dit is zijn slotconclusie:  ‘Vandaag de dag is de verleiding groot om het marktmechanisme te temperen en daarmee kleinere, lokale gemeenschappen een kans te bieden op herstel. Maar dat zou andere krachten kunnen oproepen, bij voorbeeld cronyism die moeilijk zijn te onderdrukken. Het is daarom beter om de markt te versterken en dan tegelijk ook de overheid beter richting te geven en de lokale gemeenschap te versterken.’

2 Mussolini, Den Uyl, Hitler, Hobsbawm

door Ronald Havenaar

Mijn beste boeken van 2019:

1.Antonio Scuratti, M. De zoon van de eeuw. Uit het Italiaans vertaald door Jan van der Haar, Podium, 851 blz.  Hoe Mussolini aan de macht kwam. Scuratti laat zien hoe een roman de loop van de geschiedenis kan verhelderen. Historisch docudrama van topkwaliteit, fenomenaal boek.

2. Dik Verkuil, De gedrevene. Joop den Uyl 1919-1987, Nieuw Amsterdam, 464 blz. Vloeiend geschreven en knap gecomponeerde biografie van een mislukt politiek leider.

3. Tim Bouverie, Appeasing Hitler. Chamberlain, Churchill and The Road to War, Bodley Head, 495 blz. Jonge Britse historicus maakt van een bekend verhaal een spannende mentaliteitsgeschiedenis. Hoe de leuze ‘nooit meer oorlog’, na 1918 een uit angst geboren reflex, een idealistisch project werd.

4. Richard J. Evans, Eric Hobsbawm. A Life in History, Little, Brown, 785 blz.

Het empathisch geschreven levensverhaal van een joodse jongen uit Midden-Europa die een van de beroemdste geschiedschrijvers van de 20e eeuw werd (The Age of Extremes, 1995).

3 Den Uyl, Cruijff, Kristel en Out

door Roelof Bouwman

Neerlands belangrijkste politicus van de jaren zeventig? Dat was Joop den Uyl.

Onze belangrijkste sportman van de jaren zeventig? Johan Cruijff.

Onze belangrijkste filmster van de jaren zeventig? Sylvia Kristel.

Onze belangrijkste mediaman van de jaren zeventig? Rob Out.

Alle vier kregen ze in 2019 een nieuwe biografie, met dank aan respectievelijk Dik Verkuil, Auke Kok, Suzanne Rethans en Bert van der Veer.

De boeken over Den Uyl en Cruijff zijn van beter kaliber dan de boeken over Kristel en Out. Maar toch. ‘Begeerd en verguisd. Het leven van Sylvia Kristel’ en ‘Mister Veronica. De biografie van Rob Out’ las ik in een keer uit, en ‘De gedrevene. Joop den Uyl 1919-1987’ en ‘Johan Cruijff. De biografie’ niet.

Hoe zou dat komen? Het is al vaker beweerd: biografieën krijgen iets extra’s als het met de hoofdpersoon niet goed afloopt.

De Utrechtse hoteliersdochter Sylvia Kristel (1952-2012) verwierf wereldfaam met de broeierige Franse kaskraker ‘Emmanuelle’ (1974), maar had een zwak voor drank, drugs en verkeerde mannen. In de jaren negentig raakte ze aan lager wal.

Toen ze op een dag zichzelf op Amsterdam Centraal moest tegenhouden om voor de trein te springen, verhaalt Rethans, vroeg Kristel aan haar huisarts of ze niet beter kon stoppen met het slikken van Prozac.

‘Stoppen kan altijd,’ antwoordde hij, ‘maar het is gevaarlijk om te stoppen als je net in een moeilijke periode zit.’ ‘Maar dokter,’ reageerde Kristel, ‘ik zit altijd in een moeilijke periode.’

De ex-commando en ex-bajesklant Rob Out (1939-2003) maakte van Veronica het sterkste merk in medialand, maar werd in 1992 door zijn eigen bestuur op non-actief gezet. Hij verpieterde de laatste jaren van zijn leven in zijn riante Larense villa, terwijl hij zijn levenswerk langzaam verloren zag gaan.

Bij voorkeur, vertelt Van der Veer, keek de sterk vermagerde en grijs geworden Out naar de zwart-wit beelden van de bewakingscamera’s die hij thuis had laten ophangen. ‘Hij keek met een intensiteit alsof hij in een montagekamer zat.’

Hoe zei Gerard Reve dat ook alweer? ‘Ik geloof, dat in datgene wat ontbindt, wat instort, de waarheid eigenlijk pas geopenbaard wordt.’

Liefhebbers van biografieën weten hoe waar dat is.