De Bonaire-klimaatrechter ziet op suggestie van Greenpeace onwaarschijnlijke doemscenario’s voor feiten aan

LucasBergkamp 5-2-26_BEELD
Nederland dient het beleid te herzien om zo het mondiale klimaat te verbeteren om een eiland in de Caraïben met zo’n 26.000 inwoners te redden. Onzinniger wordt klimaatrechtspraak niet. Beeld: vacantiediscounter.nl

Artikel beluisteren

Vorige week was het weer eens raak — een ‘moedige’ rechter wees een ‘dapper’ klimaatvonnis. Op aangeven van Greenpeace heeft de rechtbank Den Haag de Staat bevolen Bonaire tegen ‘gevaarlijke klimaatverandering’ te beschermen door strenger klimaatbeleid en vergaande emissiereductiedoelen op te leggen om de mondiale opwarming ‘tot minder dan 1,5 graden’ te beperken. Met andere woorden, Nederland dient het beleid te herzien om zo het mondiale klimaat te verbeteren om een eiland in de Caraïben met zo’n 26.000 inwoners te redden. Onzinniger wordt klimaatrechtspraak niet.

Deze rechtspraak past in de trend die met de Urgenda-uitspraken is ingezet. Er is sinds mijn artikel uit 2020 met de titel ‘De rechter begrijpt de wetenschap niet maar bepaalt wel het beleid,’ niets ten goede veranderd. Sterker nog, de rechterlijke macht blijft dezelfde drogredeneringen hanteren, radicaliseert steeds verder en laat zich minder en minder aan de feiten en het recht gelegen liggen. Ook de Bonaire-klimaatrechter lijdt aan Messiaswaan en hallucineert onbestaande verdragsbepalingen. Bij deze rechter prevaleert een misplaatste klimaatmoraal boven de democratie en de economie en volgen de relevante feiten uit een in opdracht van Greenpeace geproduceerd rapport. Hoe lang kan dit nog goed gaan?

Geënsceneerde eensgezindheid

Ambitieuze klimaatuitspraken komen steevast tot stand in zaken waarin de partijen die tegenover elkaar staan, het in grote lijnen eens zijn over de feiten. Daarom houdt de klimaatbeweging ervan tegen de staat te procederen, want de ambtenaren die de verdediging aansturen, hebben veel sympathie voor klimaatactivisten.

Net als in de Urgenda-zaak kon de Haagse rechtbank tot haar genoegen met regelmaat vaststellen dat de partijen het eens waren: ‘In deze zaak staat niet ter discussie dat door de mens veroorzaakte klimaatverandering wereldwijd reële risico’s voor de mens meebrengt.’ Over de belangrijke vraag welk deel van de klimaatverandering door de mens wordt veroorzaakt, maakt de klimaatrechter zich niet druk, want hij kan de natuur nu eenmaal geen bevelen geven. Of enige opwarming wellicht beter is voor de mensheid doet niet ter zake en de mensenrechten van diegenen die door het vonnis geraakt zullen worden, tellen niet mee.

In klimaatzaken heeft de rechter uitsluitend oog voor eventuele risico’s en blijven de aanzienlijke voordelen van een beetje opwarming (bijvoorbeeld veel minder doden door koude) en meer CO2 (bijvoorbeeld sterke vergroening) buiten beschouwing. Zo ook de Bonaire-rechter, die kennelijk op basis van het Greenpeace-rapport concludeert dat ‘temperatuurstijging de kans op hitte-gerelateerde aandoeningen verhoogt’ en over de kans op koude-gerelateerde aandoeningen in alle talen zwijgt.

Met een dergelijke bevooroordeelde manier van feitenselectie kun je uiteraard geen beslissing nemen over de noodzaak en wenselijkheid van mitigatie, want dan moet je wel degelijk de risico’s en voordelen in de analyse betrekken en dat dan ook nog marginaal, dat wil zeggen voor ieder ppm meer CO2 moet je nagaan wat de na- en voordelen zullen zijn. Omdat dit de pet van de klimaatwetenschap en de -rechter te boven gaat, blijven de voordelen steevast buiten beschouwing.

Ruim baan voor klimaatmoraal

Ook de nadelen van klimaatbeleid staan niet in de belangstelling van de klimaatrechter. Denk aan schade aan de natuur door windturbines op land en op zee, problemen met de elektriciteitsvoorziening door random-opwekking, enorme systeemkosten, energie-armoede, schending van de mensenrechten van burgers die niet meer in hun levensonderhoud kunnen voorzien, etcetera. In tegenstelling tot politici hoeven rechters zich niet te verantwoorden en daardoor kunnen ze dat soort futiliteiten wegwimpelen.

De redenering van dappere klimaatrechters is steevast dezelfde. Ook de rechtbank Den Haag maakt gebruik van dezelfde trucjes en drogredeneringen als de eerdere klimaatrechters om tot het gewenste resultaat te komen. Voor dit doel moeten de wetenschap, de feiten en het recht wijken en de klimaatmoraal ruim baan krijgen.

Het sjabloon voor de dappere klimaatrechter

Het sjabloon voor het opleggen van rechterlijke klimaatdwang bestaat uit de volgende onderdelen:

  1. ‘Geef een langdradige opsomming van alarmistische verklaringen uit allerhande beleidsdocumenten, veelal van internationale organisaties, en de ‘Summary for Policy Makers’ (SPM) van het IPCC.’ — Die SPM is geen wetenschappelijk document, want veel van de plechtige verklaringen erin zijn geen empirische vaststellingen; het is een stuk dat door ambtenaren van VN-lidstaten wordt onderhandeld en overeengekomen en bestemd is voor politici en klimaatambtenaren.  
  1. ‘Poneer de stelling dat, indien er niet drastisch wordt ingegrepen, zich ernstige gevaren zullen verwezenlijken, waarbij 1,5 graden als ‘gevarengrens’ fungeert.’ — Die 1,5 graden zou vereist worden door ‘De Klimaatwetenschap,’ hoewel het IPCC pas om een opinie werd gevraagd nadat die 1,5 graden het Parijse akkoord was binnengesmokkeld. Empirische onderbouwing voor deze ‘gevarengrens’ ontbreekt volledig. Onzekerheden en regionale verschillen blijven buiten beschouwing. 
  1. ‘Dan volgt de stelling dat Nederland, door een alchemisch mengsel van het Parijse klimaatakkoord en “De Wetenschap” gehouden zou zijn om beleid te voeren dat 1,5 graden verwezenlijkt, ongeacht de effectiviteit en de kosten ervan.’ — Dat andere landen niets doen en niets hoeven te doen, maakt dus voor de plicht van Nederland niets uit. De economische gevolgen zullen de rechter worst wezen. Ook al haalt het niets uit en is het Parijse klimaatakkoord zo lek als een mandje, Nederland moet en zal dweilen met de kraan open.  
  1. ‘Grijp eenzijdig naar de mensenrechten en naar andere open normen die je zelf kunt invullen. Negeer de rechtsregels die niet dienstbaar zijn aan het doel.’ — Dat is de gouden regel van de klimaatrechter. Van het verbod op het stellen van algemene regels trekt de klimaatrechter zich niets aan. Ook het verbod om zijn eigen morele, ideologische of politieke opvattingen te laten doorwegen in zijn beslissingen komt hem niet van pas. Van de Grondwettelijke bepaling dat de Staten-Generaal, niet de rechter, het gehele volk vertegenwoordigt, wil deze rechter niet horen.  
  1. ‘Tenslotte volgt de conclusie dat het Nederlandse beleid onvoldoende is en dat Nederland dus meer moet doen om het klimaat te redden.’ — Op grond van een bizar argument over de machtenscheiding meent ook de Bonaire-rechter dat hij de wetgever een klimaatdoel mag opleggen, zolang hij niet de specifieke maatregelen voorschrijft. 

Het Bonaire-vonnis schendt de logica en wetenschap

Hoe het Bonaire-klimaatvonnis, in de lijn van eerdere uitspraken, een loopje neemt met wetenschap en feiten kan met vele voorbeelden geïllustreerd worden. Die voorbeelden hebben veelal met elkaar gemeen dat de stellingen die de rechter voor waar aanziet, geen betrekking hebben op bevindingen in het heden, maar op onwaarschijnlijke, doch mogelijke toekomstbeelden. De klimaatrechter volgt zo de activisten die als geen ander weten dat ‘there is hardly a better way to avoid discussion than by releasing an argument from the control of the present and by saying that only the future will reveal its merits.’

Door het bewijs van beweringen naar de toekomst te verwijzen kan de klimaatrechter zich onttrekken aan de logica, de wetenschappelijke methode, de feiten, tegenspraak en dus verantwoordelijkheid. Zo ziet de rechter op suggestie van Greenpeace onwaarschijnlijke doemscenario’s voor ‘feiten’ aan. Daarbij gaat het vaak om het beruchte ‘RCP 8.5’ dat door klimaatactivisten in het centrum van de klimaatwetenschap is gepusht; zelfs het IPCC heeft toegegeven dat dit irrealistische scenario niet voor beleid gebruikt kan worden. Zoals we zullen zien, doet de Bonaire-rechter er echter nog een schep bovenop.

Scenario’s zijn geen feiten

Scenario’s zijn maar voorwaardelijke toekomstvoorspellingen die onder bepaalde aannames uit een model voortvloeien. Dat zijn uiteraard geen feiten, want feiten zeggen iets over empirische bevindingen. Met een selectieve greep uit de niet-feitelijke scenario’s komt de rechtbank tot volkomen absurdistische ‘zeespiegelstijgingen’ bij Bonaire: ‘rond 2050 14-34 cm (in het lage uitstootscenario) of 16-37 cm (in het hoge uitstootscenario), rond 2100 … 31-78 cm (in het lage uitstootscenario) tot 55-127 cm (in het hoge uitstootscenario).’ En dan komt de klap op de klimaatvuurpijl: ‘Die bovengrens kan oplopen tot 3,4 meter als onzekere processen, zoals het instabiel worden van de Antarctische ijskap, al vóór 2100 optreden.’

Er is geen enkele serieuze wetenschapper die deze getallen zal onderschrijven. Zelfs de Volkskrant-wetenschapsjournalist Maarten Keulemans die in het algemeen een hoge mate van tolerantie heeft voor boude beweringen van klimaatwetenschappers, kon zich op X niet bedwingen: ‘broddelwerk’ en ‘volstrekte apekool.’ De uitspraak staat vol met ‘feitelijke onjuistheden en overdrijvingen’ en de rechter ‘heeft zich laten inpakken,’ concludeerde hij. Beter laat dan nooit, zullen we maar zeggen.

‘Ook het risico op overstromingen door zwaardere stormen en extreme neerslag op Bonaire neemt toe,’ beweert de rechtbank en dat komt ‘onder meer door klimaatverandering’, met verwijzing naar de pleitnota van de Staat (sic!). De woorden ‘onder meer’ zouden de rechters toch moeten aanzetten om de vraag aan de orde te stellen welke andere causale factoren hier aan de orde zijn. Maar nee, de rechtbank draaft gewoon door – er moet immers recht gesproken worden.

Vervolgens citeert de rechter uit een ‘Quikscan’ van een consultant die aantoont dat hij er weinig van begrijpt: ‘De impact van een overstroming vanuit zee door een orkaan of tropische storm wordt door HKV (ongeacht het gekozen uitstootscenario) in het huidige klimaat en in zichtjaar 2050 als “ernstig” (10-25% wordt getroffen) en in zichtjaar 2100 als “zeer ernstig” (25-50% wordt getroffen) ingeschat.’ Als dat gevaar niet afhangt van de uitstoot, waar maken we ons dan druk om? Bij de bespreking van het risico van overstromingen, die in 2050 en 2100 in de impactklasse ‘ernstig’ of zelfs ‘zeer ernstig’ zouden zijn, zwijgt de rechter over het bijbehorende scenario. Bij nazien van de bronnen blijkt het weer te gaan om een irrealistisch scenario van een enorme temperatuurstijging van 5 graden in 2100 dat zich niet zal verwezenlijken.

Het Bonaire-vonnis maltraiteert zelfs het recht

Dat een rechter het complexe klimaatsysteem niet kan doorgronden, valt hem niet kwalijk te nemen, hoewel de vraag rijst of hij daar dan wel een oordeel over mag vellen. Je mag toch in ieder geval verwachten dat een rechter het toepasselijk recht behoorlijk kan identificeren en toepassen. Zelfs dat bleek echter teveel gevraagd.

Met de machtenscheiding en de ‘politieke kwestie’-doctrine maakt de rechter korte metten. Met een enkele verwijzing naar het feit dat de rechter slechts het doel voorschrijft en de overheid ‘een ruime beleidsvrijheid’ houdt, eigent de rechter zich bevoegdheid toe die aan de politiek toekomt. Het stellen van een ‘klimaatdoel’ is uiteraard een inherent politieke kwestie die aan de wetgever is voorbehouden en waarover de rechter geen oordeel toekomt. Dat de Haagse rechtbank dit tracht te verdoezelen door het doel te verpakken in een ‘verklaring van recht’ toont slechts aan hoever hij bereid is te gaan om ‘het klimaat te redden.’

Ook het Parijse klimaatakkoord geeft de rechtbank foutief weer. Dat akkoord is door de EU ondertekent, niet door Nederland, en is uitgewerkt in EU-wetgeving. Die wetgeving legt de lidstaten emissiereductieverplichtingen op. Of Nederland op koers ligt om aan die verplichtingen te voldoen, interesseert de rechter niet, want dat zou het klimaatfeest bederven.

De operatie is geslaagd, de patiënt is overleden

Over de economische gevolgen van het peperdure en ineffectieve vonnis rept de rechter met geen woord. Nergens past de Haagse rechtbank de criteria toe uit de zogeheten ‘gevaarzettingsleer’ die op dit soort situaties is toegespitst. Die leer vraagt de rechter om niet alleen te kijken naar de kans op en de ernst van ongevallen, maar ook naar de ‘bezwaarlijkheid van te nemen veiligheidsmaatregelen.’

De rechtbank walst hier overheen zonder er ook maar 1 woord aan vuil te maken, terwijl uit onderzoek van de Nobelprijswinnaar Nordhaus bekend is dat een temperatuurdoel van ‘minder dan 1,5 graden’ zeer waarschijnlijk ‘catastrofale’ economische en sociale gevolgen zal hebben. Omdat de rechter zeker is van haar zaak verklaarde zij bovendien het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. De arrogantie van de macht kent bij de klimaatrechter geen grenzen.

De klimaatbeweging klaagt vaak, zonder enig overtuigend bewijs, over de fossiele lobby, die de wet- en regelgever zou ‘kapen.’ Met dit vonnis is evenwel duidelijk dat de rechter door de klimaatactivisten zelf gekaapt is. De Bonaire-rechter schrikt er zelfs niet voor terug om flutonderzoek in opdracht van Greenpeace zelf aan te halen om aan te tonen dat de gevolgen van klimaatverandering weliswaar ‘moeilijk te voorspellen’ zijn, maar toch ‘zeer waarschijnlijk.’

De rechterlijke macht is door de klimaatbeweging volledig gepolitiseerd en in de greep gekomen van de Messiaswaan. De onafhankelijke rechtspraak is zelfs zover uitgehold dat de Haagse rechtbank met Greenpeace hallucineert dat het ‘Akkoord van Parijs … bepaalt dat landen wereldwijd maatregelen moeten nemen om de mondiale opwarming van de aarde aan het einde van deze eeuw te beperken tot minder dan 1,5 °C ten opzichte van het pre-industriële niveau (mitigatie).’

Politiek standpunt komt rechter niet toe

Deze stelling, waarvan de onjuistheid zelfs bij oppervlakkige lezing van het akkoord in het oog springt, is illustratief voor de bevooroordeeldheid van de Haagse rechter. De klimaatbeweging maakt in de rechtszaal de dienst uit. Zoals een oud-president van de Hoge Raad zegt, de rechter moet weliswaar terughoudend zijn, maar bij klimaatverandering gaat het om onze kleinkinderen. Zo kiest de rechter ervoor toekomstige generaties te beschermen tegen ‘gevaarlijke’ klimaatverandering (de progressieve voorkeur) en niet tegen klimaatbeleid (de conservatieve en libertaire voorkeur). Dat is evenwel een politiek standpunt dat de rechter niet toekomt. Helaas betaalt de burger het gelag voor de virtue-signaling van de klimaatrechter.

‘Klimaatontkenners’ mogen niet gelegitimeerd worden

In een Nederlandse rechtszaal kun je tot dusverre om die reden geen rationeel debat voeren over deze problematiek. Want de rechterlijke macht wil zich niet lenen als forum voor ‘klimaatontkenning.’ Wanneer je ‘klimaatontkenners’ de mogelijkheid geeft om te spreken, zou je hen legitimeren en dat moet koste wat kost voorkomen worden. Daarmee is ook meteen het empirisme en rationalisme uit de rechtszaal verbannen.

Zo is de cirkel rond en staat in de omgekeerde wereld van de klimaatbeweging de waarheid definitief vast. De wetenschap is ‘settled’ en het rechtersrecht is duidelijk. Juist degenen die de wet gehandhaafd wensen te zien worden beticht van grondwetsschending, het morrelen aan de rechtsstaat en het ondermijnen van het vertrouwen in de rechterlijke macht. Zoals de staatsrechtgeleerde professor Jos Teunissen zegt, ‘de werkelijke schenders van de Grondwet zijn tegenwoordig te vinden in de rechterlijke macht. Het is bitter ironisch dat juist degenen die — terecht — de rechtspraak bekritiseren, onrechtsstatelijk worden genoemd.’

Ondermijning van de legitimiteit van de rechter

Nu de rechter zichzelf tot verlengstuk van de klimaatbeweging heeft gemaakt en zo het klimaat-industrieel complex draaiende houdt, komt de vraag op wat dit soort uitspraken betekent voor het gezag van de rechterlijke macht als instituut. Het vertrouwen in de rechterlijke macht wordt niet ondermijnd door critici, maar wel door onwettige en onrechtmatige rechtspraak.

Van de nieuwe coalitie hoeven we niets te verwachten. Het regeerakkoord laat alles bij het oude. De motie-Stoffer en andere initiatieven om klimaat- en milieuactivisten hun privileges te ontnemen, krijgen geen opvolging. Ondertussen ondermijnen activistische klimaatrechtszaken de samenleving, het systeem van bestuur en de economie steeds verder.

De laatste hoop is gevestigd op de Hoge Raad, die in de Shell-zaak later dit jaar de kans krijgt om de eerder uitgestippelde koers te verleggen. Als dat niet gebeurt, dan is het misschien tijd om de Partij voor de Liquidatie van Nederland nieuw leven in te blazen.

Wynia’s Week bestaat officieel 7 jaar! Met dank aan alle auteurs, donateurs en alle andere lezers, kijkers en supporters. Op naar de volgende 7 jaar!