De diversiteitshype bij de politie schiet volledig door

Politieofficier Martin Sitalsing liet zich ‘uit solidariteit met Black Lives Matter’ knielend fotograferen.

Wat is dat toch? Die liefde van de top van de Nationale Politie voor diversiteit. Zei ik liefde? Ik bedoel natuurlijk: geloof. Diep geloof.  Het belangrijkste geloofsartikel is dat de politie haar werk alleen maar kan doen als het korps divers is samengesteld. Afspiegeling, verbinding, draagvlak, zonder dat is de politie nergens. In de media en op haar site verkondigt de korpsleiding devoot deze blijde boodschap, ‘de kracht van het verschil’.

Zo ook de huidige minister van Justitie. In 2017 schreef hij aan de Tweede Kamer dat een divers politiekorps ‘absoluut noodzakelijk is voor een effectieve aanpak van criminaliteit, radicalisering, discriminatie en overlast.’

Toe maar! Diversiteit als wapen tegen de mocromaffia, het jihadisme, haatpredikers, zwembadterreur, steekpartijen en gescheld als kk-hoeren en kk-joden. Je zou bijna zeggen: was er eerder mee begonnen.

Schitterende reputatie

Het is niet een morrende bevolking die de politieautoriteiten heeft bekeerd tot het diversiteitsgeloof. Blijkens een onderzoek van het gerenommeerde Reputation Institute in 2018 krijgt de politie een tien met een griffel. Moedig, doortastend, integer, professioneel, hulpvaardig, noem maar op.

Kritiek is er ook, maar die treft de korpsleiding en de minister: te weinig blauw op straat, sluiting van politiebureaus en de afhoudende en omslachtige manier waarop burgers aangifte kunnen doen.

Discriminatie, racisme of – ik gooi er maar even een diversiteitsterm in – witte dominantie? Voor de burger speelt dit niet.

Belijdend aanhanger

Dat de korpsleiding toch een belijdend aanhanger van diversiteit is geworden, lijkt twee redenen te hebben. In de eerste plaats is het een trend in de politieke en bestuurlijke elites van ons land, maar ook elders in het Westen. Een poging vermoedelijk om de steeds pluriformere maatschappij bij elkaar te houden. Vaak aangevuld met een bevoogdende protectie van minderheden die ‘lijden’ onder de heersende autochtone meerderheid.

In de tweede plaats zeggen de aanhangers dat ‘diverse teams beter presteren’, ik citeer een standaardzin uit de personeelsadvertenties van de politie. Echte bewijzen zijn er niet, maar dat mag de pret niet drukken.

Meer, meer meer

Zoals gelovigen betaamt, is de politietop niet zuiver in de leer. Het gaat haar niet echt om het verkrijgen van een afspiegeling van de samenleving in al haar variëteiten, gender, leeftijd, geaardheid en herkomst. Het gaat haar alleen om etniciteit. Preciezer, om mensen met een Marokkaanse, Turkse, Surinaamse en Antilliaanse achtergrond. Daarvan moeten er meer bij de politie komen.

De schatting is dat circa 5% van de 68000 politiemedewerkers van Marokkaanse, Turkse, Surinaamse of Antilliaanse huize is. Dat zijn er zo’n 3400. Rekenkundig is dat een ondervertegenwoordiging want ongeveer 8% van de bevolking hoort tot die etnische groepen. Het hadden er dus ruim 5500 ‘moeten’ zijn.

Uitsluiting

Willen ze niet of worden ze gediscrimineerd?

Het laatste natuurlijk. Vanuit de korpsleiding praat men onbekommerd over de uitsluitende werking van de mannelijke, ‘witte’ politiecultuur waarmee mensen van kleur niet uit de voeten kunnen. Ook de minister deed een duit in het zakje: hartstikke mooi hoor, die collegialiteit en teamspirit bij de politie, maar ‘de keerzijde is de andere kant uit kijken, afdekken en uitsluiting’.

Cijfers krijgen we niet te zien en die zullen er dus wel niet zijn. Incidenten zijn er wel, maar die zijn zo doortrokken van persoonlijke conflicten dat daar echt geen trend van racisme uit te halen valt.

Op de knieën

Desalniettemin beschuldigen de politieautoriteiten ongeveer 65000 politiemensen van discriminatie en racisme. En alsof het allemaal nog niet duidelijk genoeg was, liet de zeer hoge politieman, Martin Sitalsing, zich onlangs in uniform knielend fotograferen uit solidariteit met de Black Lives Matter-beweging. Alleen de opgestoken vuist ontbrak. Nederland, Amerika, een pot nat.

Weinig interesse

Waarom werken er relatief zo weinig mensen met een Marokkaanse, Turkse, Surinaamse of Antilliaanse origine bij de politie? In 2017 probeerde Motivaction daar achter te komen. De ondervraagden gaven allerlei redenen aan, maar (angst voor) discriminatie werd slechts sporadisch genoemd. Wel het lage salaris en de lage maatschappelijke status van de politie in de onderzochte groepen.

De favoriete bevolkingsgroepen blieven de politie niet zo erg. Als werkgever tenminste, want al zijn ze over de politie als overheidsinstantie kritischer dan andere Nederlanders, als puntje bij paaltje komt (bij voorbeeld door eigen ervaring met hulpverlenende agenten) dan is men net zo positief als de rest.

Onbeantwoorde vragen

Ondertussen droomt de politietop over de zegeningen van een divers politiekorps. Maar dromen zijn bedrog.

Neem de stelling dat dankzij diversiteit voor de bestrijding van criminaliteit, radicalisering, discriminatie, racisme en overlast ‘absoluut noodzakelijk ‘ is.

Hoe dan? Wat gaat er dan anders of beter dan nu? Was het niet zo dat de wijkagenten tot in de haarvaten van de samenleving opereren? Waar schieten die voornamelijk autochtone politiemensen tekort? Begrijpen ze de problemen niet? Hebben ze geen toegang tot dadergroepen? Worden die problemen opgelost als er meer politiemensen vanuit de Marokkaanse, Turkse, Surinaamse en Antilliaanse gemeenschappen zijn? Of suggereert de politietop dat vooral in die gemeenschappen de criminaliteit, radicalisering, discriminatie, racisme en overlast voorkomen? Zijn deze politiemensen eigenlijk bedoeld als spionnen in hun eigen kring?

En hoe gaat het verder? Sturen we voortaan alleen rechercheurs met een Marokkaanse achtergrond achter de mocromaffia aan? En houden voortaan alleen agenten met een Turkse herkomst toeterende trouwstoeten aan (of juist niet)? Kunnen burgers in de toekomst eisen alleen door agenten van de eigen etnische groep behandeld te worden, desgewenst alleen door mannen?

Hoewel, eigen groep? Denkt de politieleiding werkelijk dat de Marokkaanse, Turkse, Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders homogene groepen vormen? Ooit wel eens gehoord van spanningen in de Turkse gemeenschap? Tussen Koerden en Turken, christenen en moslims, Erdogan-aanhangers en liberalen? Hoe denkt de politieleiding dat dit doorwerkt in het eigen korps? Hoezo neutraal?

Het is te dol voor woorden dat je deze vragen moet stellen. Het is nog doller dat je er geen antwoord op krijgt: eerder al publiceerde ik ze, maar het bleef stil.

Hoofddoekjes

De ideologische verblinding is inmiddels compleet. Ging diversiteit tot voor kort nog over eigenschappen waarmee je als mens geboren wordt (gender, geaardheid, etniciteit), inmiddels is de politietop overgeschakeld op kenmerken van eigen keuze. Om precies te zijn de islamitische geloofsovertuiging. Het viel al op dat men driftig iftarmaaltijden afstruinde en op moskeebezoek ging, een aandacht die andere religieuze groepen niet kregen.

Deze eenzijdige interesse was echter nog maar voorspel. In de politietop wordt nu openlijk geijverd voor de introductie van het hoofddoekje voor vrouwelijke geüniformeerde politiemensen.

Het uniform is van oudsher de uiterlijke garantie en weergave van de neutraliteit (‘iedereen gelijk’) van de politie. Er zijn strenge kledingvoorschriften die deze bedoeling moeten schragen.  

Volgens Liesbeth Huyzer, lid van de korpsleiding, is dat zo langzamerhand passé. Het zou volgens haar moeten gaan om de waarden die de agent(e) in haar gedrag uitstraalt. Dat politie-uniform is kennelijk alleen maar een soort bedrijfskleding zoals van stewardessen en winkelpersoneel.

Mevrouw Huyzer deed haar baanbrekende uitspraak tijdens een publiek debat in De Balie op 2 september 2020. Een doorbraak, ook in de ogen van de eveneens aanwezige Martin Sitalsing die zijn vreugde weliswaar temperde, maar niet onder stoelen of banken stak: ‘Niet te vroeg juichen…’

Pure ideologie

Was er massale druk uit de samenleving dan wel de islamitische gemeenschap om het hoofddoekje bij de politie toe te staan? Welnee. Willen heel veel moslima’s graag bij de politie, maar worden ze (door hun omgeving) belemmerd omdat ze geen hoofddoekje mogen dragen? Welnee.

Het hoofddoekje is niet bepaald neutraal. Het is formeel een teken van aanbidding van Allah, maar in de praktijk, zeker buiten islamitische groeperingen, een symbool van de ondergeschikte positie van de moslima aan de man of haar mannelijke familieleden.

Hoe je daar ook persoonlijk tegenaan kijkt, het is nogal een stap die de politietop maakt: ongevraagd en zonder dringende noodzaak een hoogst omstreden religieus symbool invoeren in een organisatie die haar legitimatie ontleent aan neutraliteit.

Is ook maar een moment nagedacht over de gevolgen? Dat niet-islamitische burgers niet gediend kunnen zijn van zulke evident religieuze agentes? En omgekeerd dat moslims zich niets laten gezeggen door agentes zonder hoofddoek?

Heeft men overwogen dat je binnen de kortste keren discussie krijgt over andere religieuze of levensbeschouwelijke, wellicht uiterst private onderscheidingstekens?

Het antwoord laat zich raden. Natuurlijk is er over nagedacht en men heeft botweg besloten door te zetten. Het is pure ideologie. Een heel specifieke invulling van het diversiteitsdenken. En dan maar praten over de noodzaak om ‘een politie voor iedereen te zijn’. Hoe verblind kan je zijn.

Onpartijdigheid

Juist in onze zeer gemêleerde en gepolariseerde samenleving is een neutraal politieapparaat noodzakelijk. De politie treedt vaak op in conflictsituaties. Dan mag over haar positie en motieven geen twijfel ontstaan.

De politietop zou juist met alle kracht die in haar is moeten strijden voor dit onpartijdige profiel. Ze doet het omgekeerde en maakt de politie daarmee voorwerp van twijfel en verdenking in de maatschappij. Niet alleen in principieel opzicht, maar ook in de praktijk van alle dag. Kijk nog maar eens naar de vragen die ik hierboven stelde.

‘Iedereen gelijk’

Er is hoop. De praktijk is vooralsnog sterker dan de leer. Lees de personeelsadvertenties van de politie. Geen teksten in het Turks of Marokkaans, geen eigen sollicitatieroutes, geen positieve discriminatie. Geen dikke verhalen ook, alleen dat dunne tekstje over het voordeel van diverse teams, helemaal aan het slot van de advertentie.

Voor de zekerheid heb ik nog even telefonisch navraag gedaan. Nee hoor, niks speciaals, ‘voor ons is iedereen gelijk’.

Iedereen gelijk! In twee woorden, het profiel van de politie, intern en extern. Leve de werkvloer waar nuchterheid en gevoel voor verhoudingen de boventoon voeren.

Laat de korpsleiding daaraan een voorbeeld nemen.

En anders: Tweede Kamer, grijp in!