De miljarden voor box 3 zijn gebaseerd op een gok. Waarom tolereert de Tweede Kamer dat?

WW Knieriem 8 oktober 2026
Laat minister Heinen voor box 3 tonen wat vaststaat, wat wordt aangenomen en hoeveel de rekening verandert als die aannames niet uitkomen. Pas dan weet de Kamer welk tekort er echt is. Beeld: YouTube.

Artikel beluisteren

Het kabinet-Jetten wankelt over een tekort in box 3. Dat tekort is een schatting die elk jaar miljarden verschuift. Zelfs de eigen experts van minister Eelco Heinen van Financiën konden niet achterhalen waar de ramingen misgaan.

Voor de VVD geldt: komt er geen oplossing die de spaarder en belegger ontziet, dan is haar plek in dit kabinet moeilijk uit te leggen.

Op 2 oktober stuurde minister Heinen een aangepaste wet naar de Raad van State. Voor de jaarwisseling moeten beide Kamers instemmen.

De hele strijd gaat over een tekort. Maar een tekort ten opzichte van wat? Financiën raamt dat het oude box 3-stelsel ongeveer 9 miljard euro per jaar zou opbrengen. Elk plan dat minder oplevert wordt gezien als een tekort dat moet worden goedgemaakt. Hoe die 9 miljard de norm werd, werd onlangs hier beschreven. De volgende vraag is: hoe betrouwbaar is die schatting?

Wat Heinens experts vonden

In oktober 2024 liet Heinen een expertgroep uitzoeken hoe goed Financiën de belastinginkomsten voorspelt. De uitkomst: Financiën schat de totale inkomsten structureel te laag. Tussen 2011 en 2024 gemiddeld 4 miljard per jaar. Dat kwam deels door de ramers zelf. Hun model gaf een uitkomst en vervolgens schaafden ze er nog aan zodat er een bedrag uitkwam dat hen wel zinde. Per belasting maakten ze de schatting wel beter, behalve bij de vennootschapsbelasting zaten ze er faliekant naast.

Van de post waaronder box 3 valt, kon de expertgroep niet nagaan waar de afwijkingen vandaan kwamen. Er was te weinig informatie. Een deel van de berekening in box 3 berust op gegevens van Nederlandse banken. Maar die gegevens zijn vertrouwelijk en konden dus door het CPB niet worden ingezien en beoordeeld.

Het oude stelsel rekent met een vast, ‘verzonnen’ rendement. Dat bedrag komt binnen, tenzij de belegger met tegenbewijs aantoont dat hij minder verdiende. Voor de vastgoedbelegger is dat vaak een dode mus: kosten mag hij niet aftrekken en een papieren waardestijging telt gewoon mee als rendement. Het beoogde nieuwe stelsel belast wat beleggers werkelijk als winst realiseren. En gaat voorbij aan ‘papieren’ winsten.

In een goed jaar waarin mensen ook nog eens hun beleggingen verkopen brengt het veel meer op dan het oude, in een slecht jaar veel minder. Verliezen mogen beleggers bovendien verrekenen. De raming van de rekenwonders van Financiën veronderstelt derhalve een goed inzicht in de ontwikkeling van de verschillende beurzen, de ontwikkeling van de waarde van het vastgoed, de stand van de huurmarkt en de bereidheid van de beleggers om hun vermogens te verkopen.

Onvoorspelbare variabelen

Of er na de invoering van het nieuwe stelsel een tekort is, en hoe groot dat is, hangt dus af van variabelen die niemand kan voorspellen. Wie dat wel kan, wint direct de Nobelprijs voor de Economie. Niets zo onzeker als de markt van beleggingen. Zo wordt een vermeend tekort in de komende jaren feitelijk niet anders dan een gok op de beurs.

En het startmoment telt zwaar. Schieten de huizenprijzen vlak voor 2028 omhoog en stijgen ze daarna minder hard, dan heeft dat volgens het CPB tientallen jaren invloed op de opbrengst. Toch krijgt de Kamer een tabel tot en met 2040, tot op de miljoen. Zonder bandbreedte.

Bij de erfbelasting gaf Financiën de onzekerheid wel toe. Die opbrengst hangt af van de huizenprijzen, en die bleken niet goed te voorspellen. Dus stopte het ministerie met het voorspellen van huizenprijzen. Box 3 hangt af van dezelfde huizenprijzen, en daarnaast van de beurs en de rente. Daar blijft Financiën wel voorspellen, tot 2040 aan toe.

Het tekort van Pro

Pro ziet dat anders. Kamerlid Luc Stultiens noemde de cijfers van Financiën op 30 september ‘een bom onder de box 3-dekking’. Volgens de tabel van 30 september sluit de rekening tot 2031. Dat komt doordat ondernemers via box 2 worden aangezet om nu geld uit hun bv te halen. Die belasting komt eerder binnen en is daarna op. Tot en met 2040 blijft per saldo mogelijk 7,7 miljard ongedekt.

Over de dekking heeft hij gelijk. Maar daarmee is nog niet bewezen dat 9 miljard de juiste norm is. Stultiens behandelt de schatting van wat box 3 had moeten opleveren als geld dat al op de bank staat. Elk verschil met die schatting is voor hem een gat in de schatkist. Dat is politiek voor de bühne. Het tekort waar hij van schrikt, bestaat alleen zolang je doet alsof Financiën de beurs, de huizenmarkt en de rente tot 2040 kan voorspellen.

Maar zet dat tekort eens naast de schatting zelf. In februari 2025 raamde Financiën de opbrengst van box 3 voor 2026 op 8,2 miljard. In april 2026 stond hetzelfde jaar op 10,5 miljard. Eén jaar, één belasting, 2,3 miljard verschil binnen veertien maanden. Wie met zo’n schatting een tekort uitrekent, weegt op een weegschaal die elke dag iets anders aanwijst.

Een rekenfout is gratis

Staatssecretaris Eelco Eerenberg (D66) schreef op 29 september dat het rechtsherstel in box 3 meer of minder mag kosten dan geraamd, zonder dat het verschil hoeft te worden gedekt. Het loopt gewoon via het begrotingssaldo.

Maar kiest de Kamer bewust voor minder belasting dan de schatting voorspelt, dan moet elke euro elders worden gevonden. Precies op die regel leunen D66 en CDA. Toen de VVD in september de nieuwe belasting op aandelen sneller wilde invoeren, blokkeerden zij dat. Volgens de NOS zagen ze geen draagvlak om miljarden vrij te maken voor vermogenden. Die miljarden bestaan alleen als verschil met een schatting die volledig afhankelijk is van wat de (financiële) markten doen.

Een Kamer die niet doorvraagt

Het budgetrecht is de kern van het werk van de Tweede Kamer. Zij beslist mee over wat de overheid ophaalt en uitgeeft, en zij hoort de cijfers van de regering te controleren. Bij box 3 doet ze dat niet. Maar de informatie is er en toont aan hoe wankel de rekensom is. Toch gaat het debat al maanden vooral over de vraag waar de dekking vandaan moet komen, en nauwelijks over de raming zelf.

Ambtenaren legden in 2023 in een beslisnota vast wat ‘budgetneutraal’ betekende. Sindsdien neemt de ene fractie na de andere het cijfer van het ministerie over alsof het in steen is gebeiteld. Deels uit gemak, deels uit angst. Wie de raming ter discussie stelt, krijgt meteen het verwijt dat hij een ongedekt plan wil. En Financiën heeft het model, de gegevens en de rekenaars. De Kamer heeft slechts een handvol medewerkers.

Het kan anders. De NSC-Kamerleden Pieter Omtzigt en Folkert Idsinga zetten met hun initiatiefnota over realistisch ramen de ramingen van Financiën al eerder ter discussie, en de expertgroep nam hun voorstellen mee. De Kamer kan dat nu voor box 3 doen.

Vraag om een bandbreedte in plaats van één getal. Vraag Financiën voor box 3 te doen wat de eigen experts voor de totale belastingraming adviseren, en wat het ministerie bij de erfbelasting al doet: leg de uitkomst naast een eenvoudige raming. Vraag wat de opbrengst doet als de beurs een jaar lang daalt. Zolang die vragen niet worden gesteld, bepaalt een ambtelijke spreadsheet wat de volksvertegenwoordiging nog durft te vinden.

Wat Heinen nu moet doen

Natuurlijk heeft een begroting een vertrekpunt nodig. Anders kost elke belastingverlaging op papier niets. Maar daar hoort een realistisch vertrekpunt bij dat niet elk jaar met miljarden verschuift. En dat vertrekpunt hoort te beginnen bij de vraag wat een redelijke belasting op vermogen is, ook vergeleken met de landen om ons heen. Laat Heinen voor box 3 tonen wat vaststaat, wat wordt aangenomen en hoeveel de rekening verandert als die aannames niet uitkomen. Pas dan weet de Kamer welk tekort er echt is. En pas dan valt te beoordelen hoeveel de spaarder en de ondernemer moeten bijdragen.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!