Het probleem heet niet box 3, het heet besluiteloosheid en slap leiderschap

WW Knieriem 4 juli 2026
Belast wat werkelijk wordt verdiend, niet wat wordt verzonnen – wat is daar zo ingewikkeld aan? Beeld: Wynia’s Week.

Artikel beluisteren

Afgelopen dinsdag hield de Eerste Kamer de stemming over de nieuwe box 3 opnieuw aan, tot na Prinsjesdag, waarschijnlijk tot volgend jaar. Het was het zoveelste uitstel in een dossier dat al bijna tien jaar voortsleept. En wie het debat volgde, zag een zeldzaam schouwspel: de laatste verdedigers van de Wet werkelijk rendement waren juist de partijen die er het minst aan hadden meegewerkt. VVD, CDA en D66, die de wet mede baarden, trokken hun handen ervan af. Je kunt een kadaver aankleden zoals je wilt, het blijft stinken, en dat ruikt inmiddels iedereen.

Menno Tamminga beschreef in Wynia’s Week al hoe het kabinet vanaf 2028 wil heffen over vermogensaanwas: 36 procent belasting over de jaarlijkse waardestijging van beleggingen, óók als die stijging alleen op papier bestaat en de belegger er geen cent van in handen heeft. Dat dit internationaal een uitzonderingspositie is, en dat de overheid het vooral doet omdat vermogen een makkelijke melkkoe is, hoeft hier niet nogmaals betoogd te worden. De vraag die blijft liggen, is een andere: houdt dit stelsel eigenlijk wél ergens stand, als je de beste argumenten vóór serieus neemt?

Oude en nieuwe fictie

Voorstanders hebben die argumenten, en de eerlijkheid gebiedt ze te noemen.

Ten eerste zou een aanwasbelasting economisch juist superieur zijn: door elk jaar af te rekenen voorkom je dat mensen beleggingen enkel vasthouden om de fiscus te ontlopen. Op het schoolbord klopt dat. Maar het veronderstelt een wereld zonder liquiditeitsproblemen, zonder inflatie en met volledige verliesverrekening, precies de drie punten waarop deze wet faalt. Een theoretisch elegante heffing die de burger dwingt te verkopen om een winst te betalen die hij niet in handen heeft, is in de praktijk geen verbetering maar een verslechtering.

Ten tweede: vermogen werd jarenlang te licht belast, want onder het oude forfait bleef rendement boven de zes procent ongemoeid. Dat is waar, maar het is een argument tégen dat oude forfait, niet vóór het belasten van niet-gerealiseerde winst. Rechtvaardigheid bereik je door werkelijk gerealiseerd inkomen te belasten, niet door de oude fictie te vervangen door een nieuwe.

Ten derde zou uitstel juist vóór invoering pleiten, omdat elk jaar op de huidige ‘puinbak’ de rechtsonzekerheid verlengt. Ook waar. Maar dat is geen reden om dan maar het verkeerde stelsel in te voeren. Van de puinbak moeten we inderdaad af, en wel richting een systeem dat wél deugt, niet richting een volgende regeling die over een paar jaar eveneens bij de rechter sneuvelt.

Weeg dat alles, en er blijft geen houdbaar argument voor deze wet over, tenzij je jaloezie inmiddels tot deugd hebt verheven.

En de praktijk bevestigt het. In Noorwegen joeg een verhoging van de vermogensbelasting naar 1,1 procent juist kapitaal het land uit: vermogenden verlegden voor miljarden euro’s hun fiscale woonplaats naar het buitenland. Het resultaat was niet méér maar minder opbrengst: de gehoopte meeropbrengst sloeg volgens berekeningen om in een derving van honderden miljoenen. In Nederland vloeit naar schatting zestig tot tachtig miljard euro uit box 3 weg, naar het buitenland en naar andere structuren. Prins Constantijn waarschuwde dat aandelen- en optieregelingen voor personeel bij start-ups onwerkbaar worden. En de huurmarkt raakt door de uitponding van beleggers verder in de verdrukking.

Goedkoop populisme

Laten we het misverstand wegnemen dat onder dit alles ligt. Politici durven de wet niet af te schieten, uit angst voor het verwijt dat zij ‘de rijken’ ontzien. Maar dat is goedkoop populisme, want het zijn niet de rijken die box 3 het hardst voelen. Het zijn de zzp’er zonder pensioenfonds, de bakker en de huisarts die van hun nettoloon iets opzij hebben gezet voor later, en de mensen met een paar verhuurde pandjes als oudedagsvoorziening. Wie hen aanslaat over winst die enkel op papier bestaat, beschermt niemand tegen de rijken, maar straft de zelfredzame middenstand.

Daar komt de willekeur bij. Het collectieve pensioenvermogen, veruit de grootste vermogenspot van het land, blijft in box 3 volledig buiten schot, terwijl de spaarder en de kleine zelfstandige die zonder pensioenfonds hun eigen oudedag regelen wél jaar na jaar worden aangeslagen. Wie voor zichzelf zorgt, betaalt de rekening. En dat terwijl het hele stelsel drijft op één getal: ergens is bepaald dat box 3 negen miljard euro moet opbrengen. Wordt de wet niet ingevoerd, dan heet dat plotseling een ‘gat’ van 2,4 miljard per jaar, grotendeels gewenste belasting, ingeboekt in een raming en daarna gepresenteerd als verlies. Niet de rechtvaardigheid stuurt hier, maar de begroting.

Den Haag hakt geen knopen door

En het pijnlijke is: het alternatief is niet ingewikkeld. Er zijn twee internationaal beproefde routes. Ofwel een eenvoudige, gematigde vermogensbelasting van rond de één procent, zoals Zwitserland en Noorwegen die kennen. Ofwel een belasting op werkelijk gerealiseerde winst tegen een gematigd tarief van rond de 20 procent. Dat is onder de tarieven in Duitsland (ruim 26 procent) en Frankrijk (30 procent), die nu al tot de hoogste ter wereld behoren, en internationaal goed te verdedigen. Met de voorgestelde 36 procent zou Nederland juist, ná Denemarken en Noorwegen, het op twee na hoogste tarief van Europa hebben. Kies er één, lijn hem uit met het buitenland, en klaar.

Maar daarvoor is leiderschap nodig, en juist daar wringt het. Ook als het gaat om stikstof, woningbouw en de energievoorziening durft Den Haag geen knopen door te hakken. Overal dezelfde slappe hap: uitstel, compromis, en de rekening vooruitgeschoven. Box 3 is daarvan het schoolvoorbeeld geworden.

Het is niet ingewikkeld om te weten wat juist is: belast wat werkelijk wordt verdiend, niet wat wordt verzonnen. Het is alleen ingewikkeld geworden om het te dúrven. En zolang dat zo blijft, strompelt de wet van reparatie naar reparatie, met nergens een oplossing in zicht.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!