De man van de asielstop tekent nu voor de spreidingswet en voor honderden extra opvangplekken: waar is Richard de Mos mee bezig?

WW Knieriem 14 juli 2026
Bij de verkiezingen van 18 maart boekte de partij van Richard de Mos een reusachtige overwinning en haalde 16 van de 45 Haagse raadszetels. Beeld: YouTube.

Artikel beluisteren

‘We hebben water bij de wijn gedaan, maar we serveren een fantastisch wijntje.’ Zo vatte Richard de Mos vrijdagavond bij Nieuwsuur zijn verse coalitieakkoord samen. Er is zoveel water bij dat er van de wijn nauwelijks iets rest, en aangelengde wijn is niet te drinken, dat weet iedereen. Wie zoiets toch ‘fantastisch’ noemt, mist elk gevoel voor kwaliteit en met datzelfde gebrek gaat De Mos nu Den Haag besturen.

Na twee mislukte formaties presenteerden Hart voor Den Haag, VVD, DENK en CDA hun akkoord: 24 van de 45 zetels, en een college van tien wethouders. De coalitie rechtvaardigt het met de behoefte aan ‘bestuurlijke slagkracht en zichtbare aanwezigheid in de stad’. Daar staat het al, zwart op wit: de ombudspolitiek als werkmodel, met tien wethouders die vooral gezíen moeten worden.

Verdiende comeback

De Mos verdient erkenning. Hij won de verkiezingen met overmacht, en dat is geen toeval: hij boorde aan wat de gevestigde partijen lieten liggen, de frustratie van Hagenaars die bij een kapotte stoep, een vastgelopen vergunning of aanhoudende overlast nergens terechtkunnen.

En zijn comeback is verdiend: van de corruptiezaak die hem in 2019 zijn wethouderschap kostte, is hij tot twee keer toe vrijgesproken. De vraag is alleen of het bestuur dat hij nu bouwt die frustratie oplost, of enkel wat symptomen wegpoetst.

Kijk naar het speerpunt waarmee hij de campagne won: asiel. De Mos beloofde een ‘asielstop’ en zei de spreidingswet desnoods via de rechter aan te vechten. In het akkoord is daar niets van terug te vinden. Sterker, Den Haag belóóft zich juist aan de spreidingswet te houden en bijna zeshonderd extra plekken te gaan organiseren.

De man van de asielstop tekent voor honderden opvangplekken. Op Nieuwsuur heette dat ineens ‘geen belofte, maar een inzet’: ‘Je weet hoe het werkt in coalitieland als je geen absolute meerderheid haalt.’ Precies. Zo werkt het. Kiezersbedrog.

Wat resteert is één trofee: op de plek van het oude HagaZiekenhuis aan de Sportlaan komt geen opvang voor 440 asielzoekers. Maar ook die trofee wankelt al. Het COA liet meteen weten dat een getekende overeenkomst niet eenzijdig kan worden opgezegd.

De reactie van De Mos is veelzeggend: de gemeente koopt het contract wel af, en het COA moet ‘niet verzanden in juridische gevechten’ maar ‘een kopje koffie’ komen drinken. Daar heeft u de hele bestuurlijke werkwijze in één beeld: een bindende juridische verplichting die moet wijken voor een verkiezingsuitslag en een gezellig gesprek. Dat is ombudspolitiek.

In dezelfde week waarin De Mos zijn kiezers uitlegde dat de asielstop ‘maar een inzet’ was, ontdekte zijn oudste medestrijder Rachid Guernaoui dat ook hem een belofte was gedaan die niet gold: een toegezegde wethouderspost die er niet komt. ‘Nu steekt De Mos een mes in mijn rug’, zegt Guernaoui. Wie zijn kiezers én zijn trouwste bondgenoot in één week een belofte ziet inslikken, weet hoeveel een woord van De Mos waard is.

Haagse ziekte

Hart voor Den Haag dankt zijn succes aan ombudspolitiek: persoonlijk ingrijpen, snel regelen, zichtbaar resultaat. Een raadslid dat een bewoner meeneemt naar het stadhuis om zijn zaak bij een ambtenaar te bepleiten, het is herkenbaar en niet onsympathiek. Maar dat een burger een politicus nodig heeft om een ambtenaar in beweging te krijgen, is geen oplossing. Het legt de echte Haagse ziekte bloot: de politiek krijgt de vierde macht, het ambtenarenapparaat, niet meer aan het werk.

Mandaten ontbreken, processen lopen dood, de ambtenaar durft zonder rugdekking niet te beslissen, en niemand op het stadhuis is bij machte daar iets aan te veranderen. Ombudspolitiek is geen aanval op dat apparaat, het is de capitulatie eraan: in plaats van de ambtenarij te dwingen te leveren, loopt de politicus er per geval omheen. Sterker nog, hij heeft er belang bij dat het apparaat blijft haperen, want elke vastgelopen zaak is een nieuwe kans om te scoren.

Deze werkwijze is niet schaalbaar en niet neutraal. Wie de juiste ingang heeft of de wethouder kent, wordt geholpen; de rest wacht. Zo sneuvelt het meest basale beginsel van behoorlijk bestuur: gelijke gevallen gelijk behandelen, voorspelbaar en zonder aanzien des persoons.

Den Haag krijgt zo geen sterkere overheid maar een willekeuriger overheid, en dat hoort ons allen te verontrusten. Het wordt bovendien erger nu dit model niet vanuit de oppositie maar vanuit het college wordt bedreven: dan is de grootste partij van de stad tegelijk de belangrijkste klachtenbalie én de baas van de ambtenaren achter die balie.

Bij dit alles past een kanttekening bij De Mos zelf. Van omkoping is hij vrijgesproken, maar veroordeeld werd hij wél, voor het schenden van zijn ambtsgeheim: het lekken van vertrouwelijke stukken uit datzelfde bestuur waar hij nu terugkeert.

En het bleef niet bij die zaak. Tijdens de campagne bleek dat voor Hart voor Den Haag werd geflyerd door Bulgaren die geen Nederlands spraken, uitgerekend bij een partij die vindt dat wie geen Nederlands spreekt geen recht op voorzieningen heeft; de eigen campagneleider wist van niets.

Telkens dezelfde blinde vlek

Het zijn geen losse incidenten. Het lekken van geheime stukken, een flyercampagne die alles tegenspreekt waar zijn partij voor staat, een getekend contract dat hij met een kopje koffie denkt weg te praten: telkens dezelfde blinde vlek. De Mos mist de fijnzinnigheid om vooraf te voelen waar de grens ligt, en merkt pas achteraf dat hij eroverheen is. Wie dat instinct mist, herhaalt de fout vanzelf. Het is niet de vraag óf het volgende ongeluk komt, maar wanneer.

Het alternatief? Een overheid die werkt. Met vaste, afdwingbare beslistermijnen op vergunningen en meldingen. Met doorlooptijden en achterstanden die openbaar worden gemaakt in een dashboard, zodat iedereen ziet waar het vastloopt zonder dat er een raadslid aan te pas komt. Zo’n overheid legt het mandaat om te beslissen zo laag mogelijk in de organisatie, met een escalatieroute langs de lijn en niet langs een politieke tussenpersoon. Zo wordt een ja-cultuur gecreëerd waarin mensen initiatief mogen nemen. Zo’n overheid rekent haar ambtelijke top af op één ding: dat de burger op tijd antwoord krijgt en problemen worden opgelost.

Dat is minder spectaculair dan een wethouder die triomfantelijk een dossier vlottrekt, of een kopje koffie dat een rechtsgeldig contract moet wegtoveren. Maar het is het verschil tussen een stad die van haar redders afhankelijk wordt gemaakt, en een stad die geen redders meer nodig heeft. Den Haag verdient het tweede, maar krijgt met De Mos aan het stuur het eerste.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!