PVV en DENK worden ongelijk behandeld. De PVV moet eerst bewijzen ze ideologisch deugt, DENK alleen maar dat ze praktisch bruikbaar is.

JohnKnieriem 21-7-26
Wethouders en gemeenteraadsleden van DENK in Den Haag. Beeld: DENK

Artikel beluisteren

Traditionele partijen hanteren bij de PVV al twintig jaar een principiële ideologische toets. Bij DENK volstaat een praktische: kunnen de scherpste voorstellen worden weggemasseerd in de coalitieonderhandeling?

Op 20 mei 2026 werd Wesley Tack in Rucphen beëdigd als de eerste PVV-wethouder van Nederland, bijna twintig jaar na de oprichting van de partij. DENK legde diezelfde afstand veel sneller af: al bij haar tweede gemeenteraadsverkiezingen, in 2022, leverde de partij meteen drie wethouders, twee in Rotterdam en één in Schiedam.

Dat verschil in tempo is op zichzelf geen bewijs van een dubbele moraal. De PVV wil bepaalde islamitische uitingen en instellingen beperken. DENK wil specifieke etnische en religieuze groepen juist actief faciliteren. Het patroon zit niet in de partijen zelf, maar in de partijen die over hun toelating beslisten. Onder andere de VVD en het CDA hanteerden bij de PVV jarenlang een principiële ideologische toets: het partijprogramma zelf maakte samenwerking onbespreekbaar. Bij DENK geldt kennelijk een andere toets: kunnen de scherpste, eveneens etnisch-religieus geladen voorstellen tijdens de onderhandeling worden weggestreept? Bij de ene partij moet de ideologie eerst deugen. Bij de andere volstaat bestuurlijke bereidheid tot compromis.

Tegen PVV principiële bezwaren, tegen DENK niet

De PVV deed in 2010 voor het eerst mee aan gemeenteraadsverkiezingen, in Almere en Den Haag. In Almere werd zij uit het niets met negen zetels de grootste partij; in Den Haag met 16,79 procent de tweede, achter de PvdA. In geen van beide gemeenten kwam de PVV in het college. In Almere liep de formatie onder meer vast op het door de PVV geëiste hoofddoekverbod voor ambtenaren: andere partijen wilden dat niet aanvaarden, maar de PVV maakte van dit vrijwel onhaalbare punt zelf een breekpunt.

Een Nieuwsuur-onderzoek van april 2018 liet lokale politici de uitsluiting van de PVV met naam en toenaam beargumenteren. PVV-lijsttrekker in Almere, Toon van Dijk: ‘Uit het adviesrapport komt naar voren dat bijna alle partijen de PVV hebben uitgesloten om ideologische redenen.’ Datzelfde artikel ging ook over DENK, destijds zonder wethouder: de reden die DENK kreeg te horen was van een andere orde. Fractievoorzitter Tunahan Kuzu noemde het ontbreken van bestuurservaring een ‘gelegenheidsargument’, geen principieel bezwaar.

Pas in mei 2026 kwam de eerste PVV-wethouder, en niet zonder slag of stoot: CDA-leider Henri Bontenbal noemde de coalitie in Rucphen ‘geen goed idee’ en benadrukte dat de landelijke blokkade tegen CDA-samenwerking met de PVV ‘nog fier overeind’ staat. Kort daarna volgde de Pekelder PVV, de zelfstandige lokale afdeling, in een coalitie met SP en CDA in Pekela.

In Terneuzen, dezelfde gemeente uit het Nieuwsuur-artikel van 2018, werd de PVV in 2026 opnieuw met afstand de grootste partij, en opnieuw buiten het college gehouden: TOP/Gemeentebelangen, CDA, PRO en VVD vormden er samen de coalitie. Voor zover op 18 juli 2026 bekend, levert de PVV, twintig jaar na haar oprichting, in drie kleine gemeenten een wethouder.

DENK werd sneller toegelaten

DENK ging aanzienlijk sneller, en de partijen die haar toelieten zijn deels dezelfde die de PVV buitensloten. In Rotterdam sloten Leefbaar Rotterdam, VVD en D66 in 2022 een coalitieakkoord met DENK, dat de partij meteen twee wethouders opleverde. Buurgemeente Schiedam gaf haar een derde. In juni 2023 verliet de VVD het Haagse college; bij de herformatie, met D66, GroenLinks, PvdA, Partij voor de Dieren en CDA, trad DENK toe en werd fractievoorzitter Nur Icar de eerste DENK-wethouder in de hofstad. Na de verkiezingen van maart 2026 kreeg Den Haag er, sinds afgelopen week, in een nieuwe coalitie van Hart voor Den Haag, VVD, DENK en CDA, een tweede DENK-wethouder bij: Adeel Mahmood, met Mobiliteit, Dienstverlening en Gemeentelijke Organisatie. Icar beheert Werk, Inkomen en Sport.

Een uitgesproken agenda

VVD en CDA laveren daarmee het scherpst tussen de twee normen: beide zitten in 2026 in de Haagse coalitie mét DENK, en beide hielden diezelfde maand in Terneuzen de PVV buiten het college. Geen centraal aangestuurde lijn, lokale afdelingen beslissen zelfstandig, maar wel een breed en terugkerend verschil in politieke reflex.

Het verkiezingsprogramma van DENK Den Haag (2026-2030) bevat een uitgesproken identiteitspolitieke, etnisch-culturele en religieus gerichte beleidsagenda: ‘we voeren diversiteitsquota in bij de gemeente’, ‘cultuursensitieve woonvormen […] voor onder meer Chinese, Turkse, Marokkaanse en Hindoestaanse inwoners’, ‘een rentevrije, halal-proof starterslening’, gereserveerde ruimte voor ‘een islamitisch cultureel centrum’ in Leidschenveen-Ypenburg en het voortzetten van ‘de Islamitische begraafplaats in Ypenburg’. Niet als vraag maar als vaststaand gegeven: ‘institutioneel racisme [is] nog steeds keiharde werkelijkheid.’

Een verkiezingsprogramma is geen college-akkoord, en het coalitieakkoord ‘Voor Den Haag, met Den Haag (2026-2030)’ laat zien dat de coalitiepartners hier wel degelijk hebben gefilterd. De diversiteitsquota, de halal-proof starterslening, het islamitisch cultureel centrum en de term ‘institutioneel racisme’ komen niet voor, en ook de vijfjarige uitsluiting van discriminerende bedrijven is niet overgenomen. Wat wel overeind blijft: de islamitische begraafplaats in Ypenburg, nu met de ambitie van een bredere asuitstrooiplek voor de Hindoestaanse gemeenschap, wat het akkoord op dit punt juist multireligieuzer maakt dan DENKs eigen programma. Ook de cultuursensitieve woonvormen keren terug, zonder de specifiek genoemde etnische groepen, en de beveiliging van moskeeën, kerken, synagogen en tempels staat er opnieuw in, religie-neutraal geformuleerd.

Niet beperkt tot één stad

Dat relativeert een deel van de zorg: Den Haag voert niet DENKs volledige programma uit. De vraag was niet of ieder programmapunt beleid wordt, maar of DENKs toetreding vooraf werd getoetst op de identiteitspolitieke inhoud van haar programma, zoals bij de PVV wél gebeurt. Achteraf de scherpste randen wegnemen door coalitiepartners is iets anders dan een principiële toets vooraf. Van dat laatste is, ook nu, niets gebleken.

Dit is geen eigenaardigheid van één stad. Rotterdam kent vrijwel hetzelfde voorstel voor een rentevrije lening ‘volgens halalprincipes’. Amsterdam gaat verder: een quotum met deadline 2030, geen handhaving van het niqabverbod en een verbod op het verbranden of schenden van heilige geschriften, waaronder de Koran, als vorm van demonstratie, een voorstel dat haaks staat op de grondwettelijk beschermde vrijheid van meningsuiting. Het landelijke programma van 2025 bevat dezelfde bouwstenen: diversiteitsquota en een halalhypotheek ‘voor iedereen’.

Politieke belasting Wilders geen afdoende verklaring

Niet alles is religie-specifiek geformuleerd: de samenwerking met ‘moskeeën, kerken en tempels’ en de beveiliging van gebedshuizen staan multireligieus in de tekst. Maar de meest concreet uitgewerkte voorstellen, het islamitisch cultureel centrum, de islamitische begraafplaats, de halal-proof lening, betreffen vooral islamitische voorzieningen en sluiten sterk aan bij een deel van DENKs electorale achterban.

Eén verschil tussen de twee partijen is wel hard: Wilders draagt een politieke belasting die voor geen van de hier besproken DENK-bestuurders geldt. Hij is persoonlijk strafrechtelijk veroordeeld: de rechtbank Den Haag oordeelde in december 2016 dat zijn uitspraak over ‘minder Marokkanen’ (maart 2014) groepsbelediging was, het gerechtshof bevestigde dat in 2020, de Hoge Raad definitief op 6 juli 2021, zonder straf. Dat is een juridisch feit. Het verklaart niet de uitsluiting van vóór 2016, en evenmin waarom DENKs eigen etnisch-religieuze voorstellen zonder vergelijkbare toets bleven.

Dat DENK zelf niet vrij is van dit soort dynamiek, bleek in februari 2018. Nadat de Tweede Kamer de Armeense genocide erkende, de drie tegenstemmers allen van DENK, publiceerde de aan de Turkse regering gelieerde krant Sabah namen van Kamerleden die voor hadden gestemd en schreef dat zij Turkije hadden ‘verraden’. Fractievoorzitter Tunahan Kuzu noemde de erkenning een ‘stunt’ en zei dat Nederlands-Turkse politici niet langer konden verbergen aan welke kant zij stonden.

Zeg eerlijk wat je normen zijn

Kritiek op de PVV geldt in brede politieke en journalistieke kring als vanzelfsprekend en respectabel. Kritiek op DENKs groepsgerichte voorstellen brengt sneller het risico mee dat de criticus zelf van racisme, uitsluiting of islamofobie wordt beschuldigd.

De gevestigde partijen kunnen dit verschil alleen verdedigen door hun norm eerlijk te formuleren. Vinden zij het problematisch wanneer de overheid burgers op grond van afkomst of religie verschillend behandelt, bevoordeelt of beperkt? Dan hadden ook DENKs quota, religieus specifieke financiële producten en gereserveerde islamitische voorzieningen aanleiding moeten zijn voor een principiële toets. Vinden zij alleen maatregelen problematisch die minderheden beperken, maar niet maatregelen die bepaalde groepen bevoordelen of faciliteren? Zeg dat dan. Dan zijn afkomst en religie kennelijk niet principieel onaanvaardbaar als uitgangspunt van beleid, zolang dat beleid de politiek gewenste kant op werkt.

Meetlat geldt niet voor DENK

In de praktijk lijkt die laatste norm te gelden. Bij de PVV wordt het programma vóór de onderhandelingen gebruikt om de deur gesloten te houden. Bij DENK dienen de onderhandelingen juist om de onwelgevallige punten weg te strepen. De PVV moet eerst bewijzen dat haar ideologie aanvaardbaar is. DENK hoeft vooral te bewijzen dat zij bestuurlijk bruikbaar is. Dat is een politieke voorkeursbehandeling.

Er lag al die tijd een meetlat klaar. De traditionele partijen besloten alleen dat hij voor DENK niet geldt.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!