De Nederlandsche Bank is veranderd van een onafhankelijke waakhond in een politieke schoothond
Artikel beluisteren
Is de focus van De Nederlandsche Bank (DNB) verschoven van het beschermen van onze centen naar het pleasen van Brussel en Frankfurt? Wie achter de schermen van de financiële regelgeving kijkt, ziet een verontrustend patroon: gortdroge theoretische modellen en Europese wensgedachten winnen het steeds vaker van de harde marktrealiteit. En de rekening? Die ligt straks bij de gewone Nederlandse spaarder en gepensioneerde.
De mythe van de strenge scheidsrechter
In het publieke debat staat De Nederlandsche Bank bekend als de ultieme, oersaaie en onpartijdige scheidsrechter. Volgens de Bankwet 1998 en de Pensioenwet is haar officiële, wettelijke taak glashelder: zorgen dat ons financiële stelsel solide blijft (prudentieel toezicht), en de belangen beschermen van de Nederlandse spaarder en gepensioneerde. Lekker veilig, oer-Hollands en betrouwbaar, dachten we.
De realiteit achter de deuren van de ivoren toren aan het Frederiksplein in Amsterdam is helaas een stuk minder romantisch. Onze toezichthouders zijn zo diep verweven met het bankentoezicht van de Europese Centrale Bank (ECB) – waar DNB voor grote banken simpelweg de directe instructies uit Frankfurt moet uitvoeren – dat ze in een flinke spagaat is beland. In plaats van onafhankelijk te focussen op het financieel systeem en onze portemonnee, lijkt DNB steeds vaker de rol van gids voor de politieke dromen van de Europese Unie te spelen. Ze kijkt met een soort macro-economische tunnelvisie naar de wereld, waarbij de échte risico’s voor de Nederlandse burger gemakshalve naar de achtergrond verdwijnen. Omdat die niet meer automatisch met elkaar verbonden zijn. De politieke agenda is leidend bij de ECB en de ECB is leidend bij de DNB.
Wanneer de politieke druk uit Brussel of vanuit de ECB toeneemt, ontstaat er bij onze toezichthouders een opmerkelijke reflex: ze krijgen plotseling last van een selectief geheugen en vergeten kritische risicoanalyses te maken. Grote, ingrijpende plannen worden vervolgens met veel technisch jargon verpakt als ‘noodzakelijke updates’. Zo worden het Europees Parlement en de Tweede Kamer op het verkeerde been gezet.
Eigenlijk moet DNB risico’s juist opsporen en minimaliseren. Maar als een Europees politiek paradepaardje — zoals de macht over de financiële markten naar de Eurozone trekken — botst met het directe belang voor onze pensioenpotten, kiest DNB opvallend vaak voor Europese loyaliteit. Die helaas vaker wel dan niet haaks staat op de economische stabiliteit in Nederland. De onafhankelijke waakhond is veranderd in een politieke schoothond.
Voorbeelden uit de schaduw van het toezicht
Dat dit geen abstracte theorie is, blijkt uit een paar praktijkvoorbeelden waarbij de logica compleet zoek was:
Het EMIR 3.0-debacle: De mislukte Duitse kaping van de swapmarkt
Het meest recente voorbeeld leest als een financiële thriller: EMIR 3.0 (de Europese regels voor de handel in ingewikkelde rentecontracten, oftewel renteswaps). Na de Brexit wilden Parijs en Frankfurt de dominantie van de Londense beurs breken. Het plannetje? Verplicht alle Europese marktpartijen, inclusief onze pensioenfondsen, om minstens 15% van hun handel te verhuizen naar actieve rekeningen in de EU, zoals Eurex in Frankfurt.
DNB vond het allemaal prima, en knikte achter de schermen braaf ja. Een risicoanalyse naar de vraag of Frankfurt zo’n enorme markt bij een crisis wel aankon? Welnee, niet nodig. Terwijl Frankfurt de diepte en ervaring van Londen mist. Als onze fondsen daar verplicht hadden moeten handelen tijdens een marktcrash, waren de transactiekosten geëxplodeerd.
Angstaanjagend stil
Gelukkig werd dit feestje verstoord. Niet door de ‘brede blik van het Europees Parlement’, maar door het gerichte graafwerk van een klein clubje Europarlementariërs: Poolse rapporteur Danuta Hübner, shadow-rapporteur Erik Poulsen en ondergetekende.
Terwijl het Duitse Eurex agressief lobbyde en Frankrijk en Portugal vurig vochten voor deze gedwongen Europese ‘winkelnering’, wisten wij deze roekeloze marktverstoring in de bloedstollende trialogen van februari 2024 definitief te torpederen. De verplichte quota gingen de prullenbak in. Was dit plan wél doorgegaan, dan had die politieke koppigheid de Nederlandse gepensioneerde tientallen euro’s per maand aan misgelopen rendement gekost.
Toen DNB naderhand werd gevraagd waarom ze ons nooit voor dit miljardenrisico had gewaarschuwd, bleef het aan de andere kant van de lijn angstaanjagend stil.
We zien ditzelfde gebrek aan scherpte bij de slecht renderende Nederlandse pensioenfondsen. Terwijl buitenlandse fondsen de afgelopen tijd vrolijk meeliftten op bloeiende wereldwijde beurzen, stonden de Nederlandse fondsen volgens recente OESO-cijfers (2025) in de min.
In 2025 noteerden de Nederlandse pensioenfondsen als enige in de club van 38 OESO-landen een negatief rendement: -2,8 pct. Het gemiddelde rendement van de fondsen in de overige 37 landen was positief: +11,7 pct. Hoe kan dat?
Dat zat/zit in het toezicht: DNB heeft een nogal discutabele obsessie met de papieren dekkingsgraad. Zolang dat rekenkundige nummertje op papier door een stijgende rente leuk oogt, vindt DNB alles best. Maar ze verwaarloost haar wettelijke taak om toe te zien op de échte beleggingsrisico’s voor de gepensioneerden.
DNB stimuleerde pensioenfondsen om groen te beleggen
Sterker nog, DNB gebruikt risicomanagement nu als politieke achterdeur om groen beleggen te stimuleren. Via strenge ‘klimaatgidsen’ verplicht DNB pensioenfondsen om klimaat- en milieurisico’s in te prijzen. Beleggingen in de traditionele energiesector worden in de risicomodellen van DNB zó zwaar belast met administratieve regeldruk, dat fondsen (zoals het ABP, ons grootste pensioenfonds) zich gedwongen voelen om deze winstgevende sectoren halsoverkop te dumpen. Het resultaat? Miljarden aan beurswinst verdampte onder het mom van ‘milieurisicospreiding’.
DNB feestte omdat de groene modellen kloppen, terwijl pensioenpotten worden uitgekleed. Zo zag het ABP in 2022 bijna 100 miljard euro in rook opgaan omdat het ‘groen’ ging. Onder de ogen en met instemming van bestuurder Paul Rosenmöller, die ‘duurzaam beleggen’ boven het belang van pensioengerechtigden stelde.
De pensioentransitie: Eerst springen, dan kijken
We zien het ook bij de huidige mega-operatie: de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel (Wtp). DNB jaagt de hele sector tegelijkertijd door een gigantische IT-verhuizing om alle gegevens om te zetten naar individuele potjes. De bureaucratische deadlines zijn heilig. Maar een fatsoenlijk onderzoek naar de vraag of de softwareleveranciers deze miljardenstroom wel foutloos kunnen verwerken? Dat bleef veel te lang liggen.
Pas toen de nieuwe Europese DORA-wetgeving (Digital Operational Resilience Act) om de hoek kwam kijken, werd pijnlijk duidelijk dat veel pensioenuitvoerders de risico’s van hun IT-uitbestedingsketens vooraf nauwelijks in kaart hadden gebracht. Waakhond DNB in Amsterdam eiste haast, maar vergat te controleren of de digitale fundering wel cyberveilig was. De papieren deadline in de beleidskamers bleek opnieuw belangrijker dan de operationele veiligheid op de werkvloer.
De Savings and Investment Union
De nieuwste blinde vlek van de toezichthouder tekent zich nu af rond de plannen voor de Savings and Investment Union (de spaar- en investeringsunie), een vervolg op de bankenunie. De EU wil dolgraag zo’n 10 tot 20 biljoen euro aan ‘slapend’ Europees spaargeld van de veilige bankrekeningen plukken en richting de risicovolle kapitaalmarkt jagen. Het achterliggende politieke doel is kraakhelder: ze wil op deze manier kapitaal voor groene investeringen, de digitale transitie en de Europese defensie bij elkaar brengen, zónder dat de overheidsuitgaven en nationale schulden die daarmee gepaard gaan exploderen.
In de ivoren torens van Brussel klinkt dat fantastisch: als al dat private geld in de markt wordt gepompt, hoeft de overheid niet extra te lenen en daalt de rente op staatsleningen fors. Dat is natuurlijk geweldig nieuws voor landen met torenhoge, bijna ondraaglijke schulden, zoals Frankrijk. Maar vanuit Amsterdam zwijgt men in alle talen over de gigantische risico’s die daaraan verbonden zijn voor de Nederlandse consument en het midden- en kleinbedrijf (MKB).
Blije krekels op het Frederiksplein
Onze Nederlandse banken gebruiken dat stabiele spaargeld namelijk om onze hypotheken mee te financieren. Als de EU met aantrekkelijke belastingvoordelen of subsidies ons spaargeld weg wringt naar de kapitaalmarkt, droogt die goedkope financieringsbron op. Banken moeten hun geld dan duurder lenen op de internationale markt.
Het gevolg? De hypotheekrentes schieten omhoog, wat een enorme klap is voor huizenkopers én voor het MKB, de motor van onze economie. Zo’n kunstmatige rentestijging kan de huizenprijzen laten kelderen en ons rechtstreeks terugwerpen naar de donkere dagen van 2013, toen de woningmarkt volledig op slot zat. Maar vanuit het kantoor aan het Frederiksplein hoor je alleen blije krekels.
In de VS geldt ‘eerst testen, dan invoeren’. In de EU niet.
Het chronische gebrek aan vooraf testen legt een fundamentele weeffout in de Europese wetgevingscultuur bloot. In de Verenigde Staten is het sinds de Securities Act uit 1933 wettelijk verplicht dat élke ingrijpende verandering in het financiële systeem vooraf aan een loodzware, onafhankelijke risicotoets wordt onderworpen. Eerst zien, dan geloven. In de Europese Unie kennen we die harde verplichting niet. Grote veranderingen worden gedreven door politiek opportunisme en de drang naar centralisatie. Daarbij dekt de toezichthouder de risico’s voor de burger eerder toe dan dat hij ze blootlegt.
Een prachtig open gebouw, maar een gesloten beleidsfort
Als we de balans opmaken, is de conclusie pijnlijk: de feitelijke agenda en het gedrag van DNB staan steeds vaker haaks op haar wettelijke basistaken.
Het is een wrange paradox. Wie dezer dagen over het Frederiksplein loopt ziet dat het hoofdkantoor van DNB prachtig en duurzaam is verbouwd. Het is opengegooid voor het publiek en de interactieve tentoonstellingen zijn voor iedereen toegankelijk – absoluut een aanrader. Maar hoewel het fysieke gebouw glanst van openheid en laagdrempeligheid, is het daadwerkelijke handelen en het beleid van de bank helaas minder transparant en minder toegankelijk dan ooit. Achter de publieksvriendelijke glazen gevel schuilt een gesloten bureaucratisch fort.
Wanneer een toezichthouder cruciale marktrisico’s verzwijgt om een Europees politiek project te beschermen, wanneer zij toestaat dat pensioenfondsen miljarden aan rendement mislopen zolang de dekkingsgraad-modellen maar groen uitslaan of wanneer zij zwijgt over plannen die onze nationale hypotheekmarkt kunnen ontwrichten, dan faalt zij in haar kerntaak.
Ruggengraat vereist
Het beschermen van onze financiële toekomst vereist een toezichthouder met ruggengraat. Een waakhond die onafhankelijk durft te zijn, en de marktrealiteit resoluut boven de politieke wensen van Frankfurt en Brussel stelt. Als we die onafhankelijkheid verliezen, betalen wij uiteindelijk met z’n allen de rekening.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!


