Nederland offert zijn voedselvoorziening op aan een falende transitiepolitiek
Artikel beluisteren
Door onze visserijvloot te decimeren en de landbouw klem te zetten, herhaalt Den Haag een strategische fout door onze vitale voedselproductie op te offeren voor onrealistische transitiedromen. De visser is al weg, windparken haperen en de boer wacht een treurig lot. Het resultaat: een miljardenstrop en gevaarlijk verlies van onze nationale voedselsoevereiniteit.
Er waart een spook door de Haagse ministeries: het spook van de papieren werkelijkheid. Wie de blauwdruk van de recente visserijsanering legt op de slepende en slopende stikstof- en mestcrises, die het gehele land parten spelen, ziet dezelfde patronen. Beleidsmakers, gevangen in een dwingende juridische en bureaucratische dynamiek, sturen blind op abstracte Brusselse richtlijnen. Hoogwaardige productieketens in agrarische sectoren worden met miljarden aan belastinggeld gesaneerd. Het laat de overheid verbaasd achter als blijkt dat de fysieke realiteit zich niet laat dwingen in een Excelsheet. Zie hier het failliet van de Nederlandse transitiepolitiek.
De windillusie op de Noordzee
De rechtvaardiging voor de kaalslag in de visserijhavens klonk destijds nobel: de Noordzee moest de basis en motor worden van groene energietransitie en natuurherstel. De traditionele visserij moest er wijken voor gigantische windparken. Met € 155 miljoen uit het Europese Brexit Adjustment Reserve (BAR) werd de Nederlandse kottervloot effectief gedecimeerd. Protest van de complete visserijsector klonk aan dovemansoren.
In Wynia’s Week klonken vroegtijdig al waarschuwingen voor deze kaalslag. Zo legde de analyse Ook de visserij moet wijken voor wind-op-zee feilloos bloot hoe de gewenste windparken van toenmalig minister Rob Jetten (Klimaat en Energie) werden geprojecteerd op de ondiepe, vitale delen van de Noordzee. Uitgerekend dat waren de kraamkamers voor leven in zee en de gronden waar de kotters traditioneel hun platvis haalden. De overheid wist dat ze met haar plannen de visserijsector definitief zou verdringen, maar zette ze desondanks onverstoorbaar door.
Nu de visserijhavens van Urk tot Den Helder zijn leeggestroomd, spat de windillusie hardhandig uiteen. Door exploderende kosten voor staal en koper, gestegen rentes en een structureel overvol stroomnet (netcongestie) is het verdienmodel voor offshore windenergie volledig ingestort. Grote tenders, zoals voor het windgebied Nederwiek 1-A, trokken onlangs nul biedingen van commerciële partijen. Het subsidieloze sprookje is voorgoed voorbij.
Om de energietransitie kunstmatig enigszins te reanimeren, moet de overheid nu over de brug komen met de subsidieregeling TOMOZ en miljardenbudgetten. Bijvoorbeeld met bijna € 8 miljard voor de windgebieden IJmuiden Ver Gamma. Terwijl de economische en historische waarde van een eeuwenoude visserijketen definitief is vernietigd, bloedt de schatkist om haperende windparken overeind te houden. Wat overblijft zijn lege, streng beveiligde spookgebieden op zee. De visser mag er niet in, de energieproducent bouwt er niet.
Ecologische hypocrisie op open zee
Wat deze transitiepolitiek extra pijnlijk maakt, is dat de beloofde ecologische winst een papieren fabel blijkt te zijn. Al in 2019 werd in het artikel De Noordzee wordt bedreigd door windmolens aangetoond dat de grootschalige bouw van windturbines op zee verre van klimaatneutraal en verre van ecologisch onschuldig is. De gigantische impact op maritieme ecosystemen (dynamisch leven in alle zoute wateren op aarde) en de verborgen CO2-uitstoot bij de productie van de turbines werden door Den Haag bewust weggemoffeld.
In plaats van natuurherstel bracht de overheid industriële complexen naar de zee. Zoals beschreven in de analyse Rob Jetten offert de natuur van de Noordzee op voor het klimaat koos het kabinet destijds voor een gigantische schaalvergroting van 500 naar 1700 windturbines. Het mariene leven (= alle leven in zee) werd opgeofferd aan klimaatdoelen, terwijl de visserij met de vinger werd nagewezen en gesaneerd.
De landbouw als volgende dominosteen
Hetzelfde scenario herhaalt zich nu een-op-een op het land. Met een beroep op de Europese Habitatrichtlijn en de Nitraatrichtlijn (het verlies van de mestderogatie) heeft de overheid haar pijlen gericht op de landbouw. Ook hier regeert de vernietigingsdrang: er is maar liefst € 6,2 miljard gereserveerd voor de opkoop van de veestapel en nog eens € 7,4 miljard voor de afwaardering van landbouwgrond. In totaal dus € 13,6 miljard om gezonde en renderende agrarische bedrijven te sluiten.
Net als bij de windparken op zee zal de ‘reanimatiefase’ (= de chronologische stappen naar herstart van wat is verdwenen) onbetaalbaar blijken. Om het land juridisch van het stikstofslot te krijgen, klotsen er nog eens miljarden euro’s aan transitie- en innovatiebudgetten tegen de plinten. De overheid saneert de meest efficiënte landbouwsector ter wereld weg om aan een papieren model (Aerius) te voldoen. De economische kaalslag in toeleveringsketens, slachterijen en exportpositie neemt ze kennelijk op de koop toe.
Wat deze transitiepolitiek ronduit hypocriet maakt, is dat de Nederlandse consumptie er geen millimeter door verandert. Sinds de sanering van onze kotters eet de Nederlander geen gram minder vis. De lokaal gevangen Noordzeevis is simpelweg vervangen door geïmporteerde kweekvis uit Azië en Noorwegen (zalm).
Als het aan Den Haag ligt gaat hetzelfde gebeuren met ons vlees, onze zuivel en onze groenten. Als de Nederlandse boer verdwijnt, vullen buitenlandse producenten het gat dat achterblijft. De CO2- en stikstofuitstoot verdwijnt weliswaar uit de Nederlandse statistieken -waarmee Den Haag in Brussel goede sier kan maken -, maar de mondiale ecologische voetafdruk wordt ironisch genoeg groter. Tel uit de winst voor het klimaat. Immers, we importeren dan straks voedsel uit landen waar de milieu- en dierenwelzijnseisen vele malen lager liggen dan de strenge standaarden waaraan onze boeren en vissers zich moesten houden.
Het vrijwillig opgeven van voedselsoevereiniteit
De grootste strategische blinde vlek in het hele dossier is de voedselsoevereiniteit. In een geopolitiek instabiele wereld is het vermogen om de eigen bevolking te voeden een cruciale veiligheidspilaar. De Nederlandse overheid geeft er blijk van onze voedselproductie niet te zien als een strategisch belang, maar als een ruimtelijk probleem. En handelt daarnaar. Voedsel moet wijken voor windmolens, zonneparken en distributiecentra.
De minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), Jaimi van Essen (D66), probeert nu weliswaar met een nieuwe visie (‘Voedsel uit Zee’) en innovatiegeld het tij te keren, maar voor de honderden al gesaneerde ondernemers komt dit goedmakertje simpelweg te laat. De kennis en infrastructuur die eenmaal zijn gesloopt, komen nooit meer terug.
De visserij- en de landbouwcrisis zijn twee kanten van dezelfde medaille. Ze tonen een overheid die regeert bij de gratie van spreadsheet en angst voor de rechter, in plaats van in Brussel te knokken voor ons nationale belang.
De miljarden die al zijn uitgegeven om vissers te saneren en die nog volgen om boeren eenzelfde behandeling te laten ondergaan, worden nu gevolgd door miljarden aan subsidies voor onrendabele windparken. De miljarden die klaarliggen om de boerenstand te decimeren, zullen onvermijdelijk worden gevolgd door miljardensteun aan een dure en kwetsbare voedselimportketen.
Wie weigert te leren van de lege, stille visserijhavens, kijkt straks onherroepelijk aan tegen een leeg en zielloos platteland. Den Haag moet haar wensdenken en papieren modellen loslaten en terugkeren naar realiteitsbesef.
IJsland kan leren van onze fouten
IJsland zei zondag 30 augustus per referendum ‘nee’ tegen toetreding tot de EU. Hoewel het land al deel uitmaakt van de Europese Economische Ruimte (EER). Wat betekent dat het toegang heeft tot de interne EU-markt en zich verplicht aan het leeuwendeel van de EU-wetgeving. Milieuwetgeving valt daar in principe ook onder, maar de Europese Habitat- en Vogelrichtlijn niet. IJsland wilde bij het sluiten van het EER-akkoord de volledige controle houden over het beheer van zijn eigen natuurlijke hulpbronnen. Vooral inzake de visserij en walvisjacht. De Europese Habitatrichtlijn – waarmee Nederland zoveel heeft te stellen – zou ook grote gevolgen hebben voor de IJslandse visserijsector en landbouw. Met de weigering tot toetreding tot de EU, maar wel onderdeel uitmakend van de EER, blijft IJsland de vruchten plukken van de interne markt met een minimale inlevering van de soevereiniteit.
Zo onttrekt IJsland zich aan de dynamiek die lidmaatschap van de EU met zich meebrengt, en die de wil van de kiezer opoffert voor onderdanigheid aan Brussel.
Mocht IJsland ooit overwegen toch tot de EU toe te treden, dan doet het er verstandig aan goed notie te nemen van de fouten die Nederland maakt bij de omgang met de EU-wet- en regelgeving. Nederland is er al twee keer in verstrikt geraakt. Precies op die gebieden die IJsland nu buiten zijn deur houdt.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!


