Nederland verbrandt veel meer bos dan verloren gaat door de bosbranden in Frankrijk

MaartenvanAndel 6-8-26
De Ignalina regio in Litouwen. Foto: Maarten van Andel, 29 juli 2026

Artikel beluisteren

Bij Bordeaux is in juli 42.000 hectare bos afgebrand. Dat is vreselijk, vooral omdat negen van de tien bosbranden door menselijk handelen zijn veroorzaakt. De Franse regering benadrukt dat onachtzaamheid (zoals brandende peuken) en bewuste handelingen (zoals barbecueën) de hoofdoorzaak zijn van deze ecologische en maatschappelijke ramp. Iedereen weet dat hitte en droogte de bossen licht ontvlambaar maken, en zonder menselijke domheid zou de ramp tien keer zo klein zijn geweest.

De vreselijke bosbranden bij Bordeaux zijn de ergste sinds 75 jaar. Nederland veroorzaakt echter elke vier jaar zo’n ecologische ramp, door jaarlijks 2,5 miljard kilo hout te verbranden in ruim 200 energiecentrales. Dat hout kunnen wij niet uit ons eigen vrijwel ontboste land halen. We importeren het over duizenden kilometers in grote zeeschepen uit de Baltische staten, Amerika en Azië. Dat doen we moedwillig en gesubsidieerd, onder het mom van de wettelijk bepaalde duurzaamheid en CO2-neutraliteit van houtkap en houtverbranding. Biomassa voorziet in ruim een derde van al onze zogenaamd hernieuwbare energie, meer dan windmolens en meer dan zonnepanelen.

Gesubsidieerde ontbossing door dwingende klimaatwetten

We kunnen volgens onze eigen dwingende klimaatwetten absoluut niet zonder biomassa, althans zolang we de hoge CO2-uitstoot van houtverbranding formeel niet mee hoeven te tellen in onze officiële CO2-boekhouding. De regering zou dat in navolging van vele wetenschappelijke publicaties beter wel kunnen doen, conform het voorzorgsbeginsel in onze milieuwetgeving. Dan riskeren de staat en dus wij allen echter rechtszaken van door de overheid gesubsidieerde ongekozen activisten, die beweren namens ons allen en de natuur op te treden.

De grootschalige houtkap en -verbranding die Nederland met miljarden euro’s subsidieert is helemaal niet in het belang van mens en milieu. Dat heb ik recentelijk met eigen ogen en oren kunnen zien en horen in Litouwen. Ik heb daar tijdens lange boswandelingen lange gesprekken gevoerd met lokale wetenschappers, juristen en bewoners die de massale ontbossing in hun land proberen tegen te houden. Je kunt geen tien minuten door een Litouws bos wandelen zonder kaalgekapte percelen te zien. Ook langs doorgaande wegen en vanuit de lucht zie je elke paar minuten kaalgekapte stukken bos.

Vaak laten de grote boskapbedrijven een smalle strook bomen langs paden en wegen staan, als façade voor hun nietsontziende ontbossing. Vaak ook laten ze op de gekapte hectares voor de vorm wat losse bomen staan. Dit wordt selectieve kap genoemd, dat klinkt beter dan kaalkap. Veel losstaande bomen sterven echter alsnog, omdat de enorme houthakmachines de lage begroeiing en de bodem volledig hebben vernield. De bandensporen zijn een meter breed en diep, en de kale platgereden bodem verdroogt. De overgebleven bomen verzwakken daardoor, en de wind krijgt vrij spel om ze te beschadigen of omver te blazen.

Jonge bossen zijn kwetsbaar

Op de foto boven dit stuk ziet u een recent kaalgekapt bos in Litouwen. De losse bomen die er nog staan zijn beschadigd, stervende of al dood. De lokale bewoner in het midden staat op een afgezaagde boomstronk. De wetenschapper links op de voorgrond staat in een meterbreed bandenspoor. De manshoge stronk rechts was zelfs voor de enorme hakmachines te dik om bij de grond door te zagen.

De kaalgekapte stukken bos waren vaak 100 tot 300 jaar oud. Veel overgebleven stronken hebben een omtrek van 2 tot 3 meter, veel dikker dan een volwassen mens kan omarmen. Kale percelen kunnen opnieuw aangeplant worden, of in de loop van tientallen jaren vanzelf weer bebost worden. Die jonge bossen blijven echter decennialang monoculturen van dunne gelijkjarige bomen. Onze kleinkinderen zullen niet meer meemaken dat dergelijke plantages uitgroeien tot de volwassen biodiverse bossen die ze ooit waren. We weten al zeker vijftig jaar dat een gezond bos verschillende soorten oudere en jongere bomen met veel onderbegroeiing bevat, en dat een bos met gelijkjarige en gelijksoortige aanplant kwetsbaar en labiel is.

Naaldbossen branden makkelijker dan loofbossen

We weten ook al vijftig jaar dat naaldbossen (dennen, sparren) makkelijker vlam vatten en moeilijker te blussen zijn dan loofbossen (beuken, eiken). Napoleon heeft ruim twee eeuwen geleden bij Bordeaux de nu afgebrande naaldbossen laten planten in het oorspronkelijke moerasgebied van de Gironde. Zijn doel was om het gebied te laten verdrogen, en geld te verdienen met hout- en harsopbrengst. Vandaag de dag planten houtbedrijven in Litouwen nog steeds bij voorkeur naaldbomen, omdat die per hectare sneller meer hout opleveren dan loofbomen. Die jonge naaldbossen verdrogen de grond en zijn veel gevoeliger voor bosbranden dan de oorspronkelijke gemengde bossen en loofbossen die ze kappen.

Om die reden vervangt Vlieland nu de naaldbomen die daar ruim een eeuw geleden zijn geplant deels door loofbomen. Dat bevordert de biodiversiteit, gaat uitdroging van de bodem tegen, en vermindert het risico op bosbranden. Bij het Limburgse Venray zijn we helaas nog niet zo ver. De in de vorige eeuw geplante harsrijke naaldbossen branden daar deze week als een fakkel, niet gehinderd door loofbomen en biodiverse onderbegroeiing die bodemuitdroging tegengaan.

Te cynisch om te verzinnen

Officieel zou een derde van Litouwen nog bebost zijn, maar vanuit satellieten is zichtbaar dat dit in werkelijkheid maar een zesde is. Litouwen verloor in de afgelopen 25 jaar door houtkap 470.000 hectare bos, veel meer dan alle bebossing in Nederland. Kaalgekapte hectares houden bos als bestemming, en blijven als zodanig geregistreerd ook al staan er geen bomen meer op. Bosbouwbedrijven kunnen op papier zelfs gesubsidieerd extra bos creëren door bos te kappen. Kaalgekapte bossen blijven als bos in de officiële boeken staan, en jonge aanplant kan als nieuw bos worden aangemerkt. Die jonge aanplant kan er tevens voor zorgen dat onze Nederlandse regering het geïmporteerde hout wettelijk als duurzaam mag beschouwen.

Dit is zo cynisch dat ik het niet zou kunnen verzinnen. Het is helaas de onwelkome waarheid, uitgelegd door wetenschappers die ik ter plaatse heb gesproken aan de hand van wetenschappelijke publicaties en websites zoals glad.earthengine.app. Dit alles heb ik deze week geleerd en gezien in de bossen van Litouwen, dankzij de gastvrijheid en betrokkenheid van deskundige bewoners, juristen en wetenschappers. Je kunt er vanuit een Haags kantoor nooit achterkomen hoe grootschalige commerciële houtkap op 2000 kilometer afstand er in het echt uitziet. Onze zorgvuldig opgestelde papieren regels en duurzaamheidscertificaten bieden in de werkelijkheid van eeuwenoude wouden geen enkele garantie dat de ruim tienduizend hectare bos die we elk jaar ergens in de wereld laten kaalkappen en verbranden duurzaam zijn gewonnen.

De ecocidale houtmijnbouw die ik in de kaalgekapte Baltische bossen heb gezien gaat 24/7 door, dag en nacht, zomer en winter, ook tijdens het vogelbroedseizoen. De overheid en de 2,8 miljoen inwoners van het dunbevolkte uitgestrekte Litouwen zijn vaak onwetend, onmachtig of onwillig om dit tegen te houden. De 8 miljard kilo hout die jaarlijks in Litouwen wordt gekapt gaat onder andere naar Ikea-meubels, huizenbouw, papierfabricage en energiecentrales in binnen- en buitenland. Nederland subsidieert dat laatste, want we hebben elk jaar 2,5 miljard kilo hout nodig om zogenaamd duurzaam te verbranden in ruim 200 stadswarmte- en elektriciteitscentrales.

Onze regering kan de gruwelijke boskap in Litouwen en veel andere landen wellicht nog niet tegenhouden, maar wel de subsidies daarvoor stoppen. Dat neemt in elk geval een financiële prikkel weg voor deze nietsontziende miljardenindustrie, voor wie eeuwenoude woudreuzen slechts een gratis grondstof zijn. Premier Jetten en klimaatminister Van Veldhoven kunnen zich met zoveel praktische en wetenschappelijke informatie uit binnen- en buitenland niet langer verschuilen achter onze keurige wetten en regels.

Biomassasubsidies moeten wettelijk getoetst worden

Zij zouden op zijn minst gerede twijfel moeten hebben of die keurige wetten en regels wel effectief zijn, en tot nader order de voorzorg nemen om alle subsidies voor houtige biomassa onmiddellijk op te schorten. Dat vergt politieke moed en visie, zonder angst voor onzinnige rechtszaken en Brusselse boetes. De regering kan met de juiste voorlichting de bevolking adequaat informeren, en zich in juridische procedures verweren met alle wetenschappelijke publicaties die aantonen dat het kappen en verbranden van bomen geen CO2 bespaart, wel ontbossing bevordert en bovendien biodiversiteit vernietigt.

De EU bepaalt dat commerciële bedrijven alleen staatssubsidie mogen ontvangen als ze daarmee verduurzamen en CO2 reduceren. Dat doen houtkapbedrijven en biomassacentrales niet, dus mogen ze niet langer subsidies krijgen. Dat lijkt me vanuit het kabinet-Jetten wel een proefproces waard, in samenwerking met toonaangevende wetenschappers en maatschappelijke organisaties zoals Comité Schone Lucht. Daarmee kan ons land de bijl aan de wortel zetten van het cynische oerconservatieve biomassabeleid van de EU, en de toon zetten voor progressief energiebeleid dat veel minder schade toebrengt aan natuur en klimaat.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!