We kunnen niet zonder steenkool tot de nieuwe kerncentrales er staan

MaartenvanAndel 17-9-26
In de Eemscentrale wordt hout verbrand dat wordt gekapt in de bossen van Maleisië. Met subsidie van het ministerie van Klimaat en Groene Groei. Beeld: iagroep.com

Artikel beluisteren

De Duitse energiegigant RWE verbrandt in de Eemscentrale en de Amercentrale hout waarvan de kap Maleisische bossen aantast. De Nederlandse Emissieautoriteit (NEA) stelde dit afgelopen januari vast, maar gaf het hout toch het stempel ‘duurzaam’. De toenmalige minister van Klimaat en Groene Groei Sophie Hermans (VVD) liet de Kamer vervolgens weten dat de houtpellets die vanuit Maleisië aan RWE zijn geleverd voldoen aan de Nederlandse duurzaamheidseisen.

De stichting Comité Schone Lucht (CSL) heeft aangifte van subsidiefraude en overtreding van duurzaamheidsregels gedaan tegen RWE. CSL heeft tevens een rechtszaak aangespannen tegen de Nederlandse staat om strenger toezicht op de herkomst van houtige biomassa af te dwingen. De politie en de Voedsel- en Warenautoriteit doen onderzoek. NRC en BNNVara onthulden dit alles op 10 september in de krant en in het tv-programma Zembla.

Het duurzame-biomassasprookje

Drie vragen dringen zich op. Hoe kan dit gebeuren? Is er nog wel iemand in Den Haag die zich in weerwil van onze keurige regels nog iets aantrekt van wat er werkelijk gebeurt in tropische regenwouden? Hoe hebben we als Nederland zo diep kunnen zinken met ons biomassabeleid? Om daar inzicht in te krijgen moeten we ons verdiepen in het duurzame-biomassasprookje.

Er was eens een houtzagerij in Maleisië die gekapte bomen uit het tropische regenwoud verzaagde tot planken voor meubelmakerijen en bouwbedrijven. Daarbij ontstond resthout, zoals zaagsel, snippers, spaanders, schors, takken, te kleine stukken en gebroken planken. Dat resthout was voor meubelmakerijen en bouwbedrijven onbruikbaar, maar kon nog wel als duurzame biomassa aan een energiebedrijf in Nederland worden verkocht. Dat energiebedrijf heette RWE, en hoefde de herkomst van het resthout en van de oorspronkelijke boomstammen niet op duurzaamheid te controleren. Dat was voor RWE en voor de houtzagerij wel zo gemakkelijk.

De houtzagerij verdiende zijn geld voornamelijk met het maken van planken, en streefde vanzelfsprekend naar zo min mogelijk resthout. De bedrijfsleider stelde zijn zaagmachines zo in dat er zoveel mogelijk verkoopbare planken uit een boomstam kwamen. Het gebeurde desondanks wel eens dat een instelling niet klopte, of dat een machine haperde. Dan ontstond er meer resthout, en kon zelfs een hele boomstam tot onbruikbare stukken worden verzaagd. Dat extra resthout kon dan nog wel als duurzame biomassa worden verkocht aan RWE in Nederland.

Steeds minder planken en meer resthout

De zagerij ontdekte gaandeweg dat RWE voor het verbranden van resthout elk jaar honderden miljoenen euro’s subsidie kreeg van de Nederlandse overheid. De zagerij verhoogde daarom de prijs van dat resthout, en bleek er zelfs meer geld voor te kunnen krijgen dan voor bruikbare planken. De bedrijfsleider kreeg daarom opdracht om de zaagmachines anders in te stellen, teneinde steeds meer resthout en steeds minder planken te maken. Uiteindelijk maakte de zagerij alleen nog maar resthout van de bomen uit het tropische regenwoud, en helemaal geen planken meer. De zagerij verdiende hier zoveel geld mee dat ze konden investeren in uitbreiding. Aldus lieten ze steeds meer bomen uit het tropische regenwoud kappen om te verzagen tot resthout voor RWE.

Ongeloofwaardig verhaal blijkt werkelijkheid

Dit ongeloofwaardige verhaal lijkt een bizar sprookje, maar blijkt in de reportages van NRC en Zembla helaas werkelijkheid in Nederlandse biomassacentrales van RWE. Het Duitse energiebedrijf verbrandt in de Amercentrale bij Geertruidenberg en de Eemscentrale bij Delfzijl op papier 100 procent resthout. Dat resthout wordt voor een groot deel uit Maleisië geïmporteerd. RWE zou de herkomst ervan formeel niet op duurzaamheid hoeven te controleren, omdat het als resthout geregistreerd staat.

De NEA constateerde afgelopen januari echter dat de kap ervan bijdraagt aan ontbossing in Maleisië. Dat is wettelijk verboden, maar de NEA, minister Hermans en de directie van RWE grepen niet in. De huidige minister van Klimaat en Groene Groei Stientje van Veldhoven (D66) doet dat tot nu toe ook niet. Daarmee gaat zij net als haar voorgangster Hermans moedwillig door met het subsidiëren van illegale ontbossing die door de eigen autoriteit is vastgesteld.

Ik heb afgelopen zomer met eigen ogen de gruwelijke kaalkap van eeuwenoude wouden in Litouwen kunnen aanschouwen. De pijnlijke conclusie is dat de winstgevende steenkoolcentrales die premier Jetten als fractievoorzitter van D66 in 2019 nog weg wilde hebben, minder schade aan het milieu toebrengen dan de gesubsidieerde biomassacentrales van nu.

Naast de illegale ontbossing in verre landen stoten de Amercentrale en de Eemscentrale vandaag de dag met houtstook zo’n 15 procent meer CO2 uit dan voorheen met steenkool. Dat laatste is een natuurkundig gegeven dat niemand bestrijdt, maar de bosvernietigende houtstook gaat toch door omdat de uitgestoten CO2 daarvan formeel niet meetelt.

Ecocidale geldverspilling

Sommige Haagse en Brusselse politici, bureaucraten en adviseurs blijven dit biomassasprookje nog steeds geloven, ondanks alle wetenschappelijke en maatschappelijke tegenwerpingen in de afgelopen vijf jaar. RWE blijft gretig gebruik maken van dat naïeve geloof, om elk jaar zonder scrupules honderden miljoenen euro’s publiek geld binnen te harken. Er is voor de periode 2018-2027 maximaal 2,5 miljard euro subsidie voor de ‘stimulering van duurzame energieproductie’ (SDE+) toegezegd voor het verbranden van hout uit alle delen van de wereld. Door het resthout te noemen hoeft formeel niemand de herkomst ervan te controleren.

Het kabinet zit erbij en kijkt ernaar, zonder enig initiatief en lef om een subsidiestop in te stellen voor deze ecocidale geldverspilling. RWE geeft nota bene zelf aan dat het na 2027 niet zonder nieuwe subsidies door kan gaan met grootschalige houtverbranding. De Eemscentrale zou dan niet van steenkool naar volledige houtstook kunnen overstappen, en volgens de ‘Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie’ in 2030 moeten sluiten. Dat zou niet alleen een miljardenstrop zijn, maar ook de leverbetrouwbaarheid van elektriciteit ondermijnen en de netcongestie verergeren.

Verbod op kolen is contraproductief

De Eemscentrale is veruit de grootste van ruim 70 elektriciteitscentrales in Nederland. Het nominale vermogen is 1560 megawatt, 12 procent van ons gemiddelde landelijke verbruik. De stabiele betrouwbare 24/7 beschikbaarheid daarvan is essentieel om huishoudens, bedrijven, overheidsdiensten, ziekenhuizen, communicatiesystemen, datacenters, beveiligingssystemen, defensie-eenheden, verkeerssystemen, luchthavens en openbaar vervoer op alle uren en dagen van het jaar goed te laten functioneren. Nederland kan zich als dichtbevolkt hoogontwikkeld land absoluut geen stroomstoringen en black-outs permitteren.

We kunnen daarom met een overdaad aan variabele wind- en zonne-energie niet zonder stabiele regelbare elektriciteitscentrales. Netbeheerder Tennet waarschuwde eerder dit jaar al voor een tekort aan regelbare opwekcapaciteit vanaf 2028. Sluiting van de Eemscentrale in 2030 is derhalve geen optie. Steenkool verbranden mag dan echter niet meer. Houtstook draagt bij aan illegale ontbossing, constateert de NEA. Het kabinet moet dit dilemma doorbreken – conform het eigen motto ‘het kan wél’ – door de contraproductieve ‘Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie’ op te schorten.

Het kabinet Rutte-3 stelde dat wettelijke verbod op kolenstook in 2019 in, om op papier te voldoen aan het Urgenda-vonnis van 25 procent CO2-reductie in 2020. Dat reductiedoel hebben we dankzij corona nog gehaald ook, en we wisten toen nog niet wat we nu weten: De herverkiezing van Trump, oorlogen in Oekraïne, Gaza en Iran, exploderende energieprijzen, structurele netcongestie, afnemende leverbetrouwbaarheid van elektriciteit, jarenlange wachtlijsten voor netaansluitingen, illegale ontbossing in Maleisië en verhoogde CO2-uitstoot van houtstook.

Evenzo weet niemand hoe ons land en de wereld er na 2030 uit zullen zien. Het opschorten van het wettelijke verbod op kolen is cruciaal om in lijn met de Troonrede onze energiezekerheid en -betaalbaarheid te waarborgen. Het bespaart bovendien miljardensubsidies in de komende jaren, in lijn met de gespannen Miljoenennota. We zullen steenkool in elk geval nodig hebben tot de beoogde extra kerncentrales er staan, of we dat nu leuk vinden of niet. We weten inmiddels wel dat steenkool verbranden altijd nog minder schadelijk voor natuur en klimaat is dan hout verbranden.

Onmiddellijke subsidiestop op houtige biomassa

Heel Den Haag zal de komende maanden naar aanleiding van de Troonrede en de Miljoenennota met het mes tussen de tanden bekvechten om elke euro. Alle grote en kleine maatschappelijke vraagstukken zullen daarbij aan bod komen. Het valt te bezien of iemand op het idee komt om de gigantische geldlekkage naar een van fraude beschuldigde commerciële buitenlandse energiereus voor ontbossende en CO2-verhogende biomassa te stoppen.

Het kabinet is aan zet om een einde maken aan deze onwettige praktijk, door resoluut te stoppen met subsidies voor houtverbranding die volgens de NEA bijdragen aan ontbossing. Het zou wat zijn als het door Comité Schone Lucht aangeklaagde RWE dan naar de rechter zou stappen om de hun toezegde SDE+ subsidies alsnog op te eisen.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!